zaterdag 24 augustus 2019

James Bond

Dezer dagen werd bekend welke acteurs zullen spelen in de nieuwste James Bond film. Nu heb ik in de loop van de jaren de meeste James Bond films gezien. Maar iedere keer weer roept een film mijn associaties weer op met de eerste keer dat ik met James Bond in aanraking kwam. Dat was in 1961.
Ik was in Willemstad op Curaçao afgelost en inmiddels als passagier op een Zweedse tanker (de Varbergshus) onderweg naar Rotterdam. Aan boord waren drie Nederlanders, een stuurman die net als ik als passagier meevoer en een derde machinist die als elektricien deel uitmaakte van de bemanning. Deze laatste, een vijftiger had een cynische kijk op de zedeloosheid van de Zweedse officieren, die volgens hem naar zee gingen om het geld, de drank en (voor zover beschikbaar) vrouwen. Hij vertelde o.m. dat de nog betrekkelijk jonge hoofdmachinist (38) getrouwd was met een danseres of actrice, die zijn hele inkomen gebruikte en steeds maar om meer vroeg. Hij was zodanig uitgebuit, dat hij zijn uniform aan boord had moeten lenen van een van zijn collega's. Zijn vrouw was bij een vorige reis in Kiel aan boord gekomen, maar met een matroos weer vertrokken. De vorige hoofdmachinist had zijn vrouw mee aan boord gehad, maar die moest weg gestuurd worden omdat ze bij iedereen in bed kroop.   

Er was blijkbaar op dat moment niet een sterke behoefte aan de olie die wij meebrachten. Want de Varbergshus voer de hele reis halve kracht. Het was begin november en slecht weer, De Varbergshus stampte en slingerde op de golven van de Atlantische oceaan. En mijn weerstand tegen zeeziekte werd weer flink overschreden. 
De reis was voor mij extra spannend, omdat ik eerder met Anneke had afgesproken dat we gingen trouwen op 17 november. Een paar maanden eerder was ze in Winterswijk met de handschoen in ondertrouw gegaan. 
Volgens de gegevens aan boord zouden we op 15 of 16 november in Rotterdam aankomen. Zou de trouwerij op 17 november nog wel doorgaan. Van op zee had ik Anneke een telegram gestuurd met de optimistische machtiging om de kaarten maar te versturen. Een paar dagen later kreeg ik haar antwoord dat ze dat toch te riskant had gevonden. Maar hoe de organisatie verder was was me volstrekt onduidelijk. En met iedere trage mijl van de Varbergshus bouwde de spanning zich op. 
Onder die omstandigheden kreeg ik van de derde machinist de eerste boeken van Ian Fleming te lezen. Casino Royale  en Live and Let Die. Zwarte Amerikaanse pocket books. 
Ik kwam op 16 november 's avonds weer thuis. Mijn eerste vraag was: Trouw ik morgen? Dat bleek niet het geval. Maar dan toch zeker volgende week: de 24e? Maar de 24e had wat praktische problemen, want Ankie zou dan haar eerste kind krijgen... Uiteindelijk bleek de trouwdag op te moeten schuiven naar 21 december. Dat bleek met het oog op de kerstvakantie belangrijke voordelen te hebben. 
In de tijd naar die trouwdag toe kon ik een begin maken met mijn eigen verzameling verhalen van James Bond. Er verscheen geleidelijk een hele plank met van die zwart gebonden boeken. Toen de eerste Bond-films verschenen bleek James Bond een gezicht te hebben; dat was het gezicht van Sean Connery. Connery was James Bond.  
Dat is hij eigenlijk altijd gebleven.
      
  

donderdag 15 augustus 2019

Noord Peene

We zouden naar het museum in Noordpeene gaan. Het was een van de bestemmingen in Nord-Pas de Calais, die naar verondersteld werd Benna en Georges niet gauw uit zichzelf zouden bezoeken, maar die naar voren komen als wij een paar dagen bij hen logeren.
Het museum in kwestie bleek meer wat we tegenwoordig een informatiecentrum zouden noemen. Het was gevestigd in een soort Vlaamse schuur met een pannendak. Noord-Peene ligt ten noordwesten van Saint-Omer en aan van de twee oude wegen die tijdens de slag bij Noordpeene naar Saint-Omer leidden. Er is trouwens ook een Zuidpeene, dat grenst aan Noordpeene in de richting van Cassel. Beide plaatsjes liggen aan een klein riviertje de Peene en dat stroomt dan weer vlak bij Noordpeene uit in de IJzer.
Om het belang van de slag bij Noorpeene te begrijpen moeten we ver terug in de vaderlandse en Franse geschiedenis. In Frankrijk regeerde Lodewijk IV. In de Zeven Provinciën Jan de Wit. (die van het gezegde: jongens van Jan de Wit). Tussen beide lagen de Spaanse Nederlanden. De glorie van de Spanjaarden was inmiddels danig getaand en hun bestuur van de Nederlanden werd ingeschat als zwak.
Men kan, als men de geschiedenis uit de 15e en 16e eeuw een beetje kent, enig begrip hebben voor het streven van Lodewijk naar 'natuurlijke grenzen'. Hij deed daarom een voorstel aan de Republiek om het tussenliggende gebied maar te verdelen. Jan de Wit voelde daar niet veel voor. Men kende inmiddels het het expansieve beleid van Lodewijk en had liever een buffer tussen de Republiek en Frankrijk dan Frankrijk als directe buur. Lodewijk lijkt wat beledigd te zijn geweest en begon de Hollandse oorlog. Hij sloot een verbond met de Engelsen om gezamenlijk over zee de Republiek binnen te vallen en zo een definitief einde te maken aan die vervloekte Hollanders.
In de republiek sprak men van een rampjaar: Terwijl de Fransen over land via Luik en Maastricht het land binnen vielen, kwam een oorlogsvloot van Engelsen en Fransen over zee. Ze kregen bijval van de bisschop van Munster en die van Keulen die graag een stukje graan mee wilden pikken. 
Het was 1672 en het vervolg is vermoedelijk in grote lijnen bekend. Het land werd voor een deel onder water gezet. Jan de Wit en zijn broer Cornelis werden vermoord en Willem van Oranje werd als Willem III stadhouder. Willem sprak de historische woorden: Ik zal me verdedigen tot in de laatste greppel.
Gelukkig voor de Republiek was daar ook Michiel de Ruiter die de Engelse en Franse vloot uit elkaar dreef en ze toen afzonderlijk baas kon. En bovendien had Frankrijk meer vijanden dan de Republiek alleen. Vanuit Spanje werd Frankrijk in het zuiden aangevallen. En Lodewijk moest zijn troepen terugtrekken.
Ook de keizer van het Heilige Duitse Roomse rijk trok zijn wenkbrauwen op, zodat de beide bisschoppen zich haastig terug trokken. (Aan de bisschop van Munster, ene Berend, hebben we nog een kinderliedje te danken: Berend Botje ging uitvaren...)
In 1674 waren drie van de vier invallers weer buiten de deur. Alleen Frankrijk bleef doorgaan; nu met name aan zijn noordgrens. Daar was nog een Vlaamse enclave met als belangrijkste plaats Saint-Omer. Als die in Franse handen kwam vormde dat een mooie afronding van de noordgrens van Frankrijk. En nu de Republiek en Spanje bondgenoten waren. (uiteindelijk: Vlaanderen was Spaans, ging Willem III met een behoorlijke legermacht naar het zuiden om Saint-Omer veilig te stellen.
Willem bleek onvoldoende kennis te hebben van het terrein. Saint-Omer grenst aan drie kanten aan moeras en er waren eigenlijk maar twee bruikbare wegen, beide naar het schijnt aangelegd door de Romeinen. Bovendien stond het water in de Peene en de IJzer zeer hoog. Dus bij de omtrekkende beweging die Willem III met zijn troepen wilde maken om de Franse troepen die de weg bezetten van opzij aan te vallen belandden zijn soldaten in het water. (Een curieuze betekenis van het woord belanden op zo'n moment).
De strijd werd verloren en Saint-Omer werd Frans. Maar de strijd leeft nog steeds in het museum van Noordpeene. Onze gids maakte de indruk dat zijn sympathie niet uitging naar Lodewijk IV die iedere tien jaar van zijn regering weer een stukje van Vlaanderen had afgesnoept. Hij legde alles uit aan de hand van een grote maquette van het gebied. Hij had zelf meegeholpen aan het maken van de maquette en gaf toe dat die niet in alle opzichten op schaal was.
Vlakbij het museum was ook de kerk die in de slag grotendeels in puin werd geschoten. Om de een of andere reden was toen de toren blijven staan, daar heeft men toen een nieuwe kerk omheen gebouwd, maar wel met een andere kleur baksteen.  De foto laat de plaatselijke stortplaats tegen de muur van de kerk zien. Een huiselijk tafereel. 

zondag 21 juli 2019

Taal

In mijn teksten ben ik meestal kort van stof. Vermoedelijk mis ik in mijn opvoeding de ontwikkeling van de retorica. Ik herinner me uit mijn HBS-tijd een repetitie Staatsinrichting. De leraar, mr. Baert, was een lange man met een klein hoofd en hele grote handen. Als hij aan zijn tafeltje voor de klas zat verdween zijn hele hoofd in die grote handen. Het is een beeld dat me altijd gefascineerd heeft.
Ik kreeg een vijf voor die repetitie. Bij de bespreking vertelde Baert wat hij eigenlijk aan informatie in die repetitie had verwacht. Bij het doorlezen van mijn eigen tekst had ik het gevoel dat ik alles had genoemd wat hij had verwacht. Dus in een poging mijn cijfer te verbeteren vroeg ik mr. Baert wat er in mijn tekst mu eigenlijk ontbrak. Het antwoord: Wat staat er nu wel in? was voor mij op dat moment niet erg bevredigend. Maar zoals gezegd ik was ook toen al kort van stof.

Ik moest aan dat moment denken toen ik even zat te bladeren in het boek Utopie en kritisch denken, van Martin Plattel. (Plattel werd hoogleraar sociale wijsbegeerte in Tilburg in de tijd dat ik die gedachtewisseling met mr. Baert had). Ik had dat boek uit de kast gepakt omdat ik me even bezig hield met de utopisten onder de socialisten, de merkwaardige mensen uit een voorbije tijd die een naar hun gevoel betere maatschappij nastreefden.

De passage die me aan het denken zette was deze:
Kritiek treedt vooral op een in krisissituatie. Een krisis immers geeft een kritieke situatie aan. wanneer de maatschappij in een krisis verkeert, dan staat zij op een kritieke tweesprong. Haar ziektekrisis heeft dan een moment bereikt, waarin het maatschappelijk organisme staat voor de verplichtende keuze van ja of neen; ofwel zij kiest de weg van de genezing en mobiliseert daarvoor alle nog aanwezige levenskrachten ofwel zij kwijnt langzaam weg door uittering.

De schrijfwijze van crisis typeert het revolutionaire karakter van de tijd waarin het boek geschreven werd (1970).
De spelling van het Nederlands, was de gedachte toen, kon aanzienlijk eenvoudiger, want waarom zou je voor dezelfde au-klank twee schrijfwijzen moeten hebben? Als je goud als gaud schreef zou niemand zich hoeven afvragen hoe de spelling eigenlijk was. Ik deed aan die stroming van harte mee en beplakte tot verbazing van de toenmalige bestuurders in Breda mijn teksten met een etiket:
Dit wert geschreven in de vereenvaudigde spelling.

In de loop van de jaren vijftig en zestig (van de 20e eeuw moet ik er bij zeggen) kon ik genieten van de manier waarop Havank, schrijver van toen populaire detectiveromans zijn teksten aan elkaar reeg. En later toen ik voor de communicatie met mijn familie aangewezen was op het schrijven van brieven kon ik me naar het voorbeeld van Havank uitleven in mijn eigen taalkronkels. Vermoedelijk hebben die mijn familie wel op de proef gesteld.

Teksten als de hierboven geciteerde van Plattel leiden bij mij desondanks al gauw tot een vorm van geestelijke  uitputting. Waarom in een alinea driemaal hetzelfde zeggen? Maar vermoedelijk raken we daar aan een persoonlijk tekort. Zoals gezegd vermoedelijk mis ik in mijn opvoeding de ontwikkeling van de retorica. 




woensdag 26 juni 2019

De mooiste benen van Pladju

In BNDeStem kwam ik in de column van Nynke de Jong de volgende passage tegen. 
Blote benen mogen, maar alleen als je rok tot op de knie komt. Belangrijk is wel dat je hierbij dichte schoenen draagt. En dit alles wordt alleen aangeraden wanneer de conditie van de benen toereikend is.
He is duidelijk deze tekst werd geïnspireerd door de eerste hittegolf  van dit jaar. Temperaturen van boven de dertig graden in een land waar air conditioning niet helemaal vanzelfsprekend is en die hier nog zo zeldzaam zijn dat ze nieuwswaarde hebben.
De verzuchting van Nynke is dan ook begrijpelijk en ze prijst zich gelukkig dat ze thuis kan werken.Bovendien kan ik me voorstellen dat ze als vrouw zich druk maakt over de conditie van haar benen. Wat me meer bevreemdt is dat haar werkgever zich daarover druk zou maken.
Maar het doet me terug denken aan mijn eerste werkzame jaren in de tropen. En als je het hebt over kleding: Mijn grootste verwondering indertijd was steeds weer hoe mannen van elke leeftijd en met kennelijk een kantoorbaan of een baan in de dienstverlening erin slaagden over straat te lopen in een keurig meest donker pak met een spierwit overhemd en stropdas (en de onvermijdelijke aktetas).
Het maakte niet veel uit of je aankwam in Singapore, Bombay of Djibouti. Je kon de beambten onmiddellijk herkennen aan hun kleding. 
Moesten deze mensen niet zweten? Mijn indruk is dat ook warmte een periode van gewenning behoeft. Als je een half jaar of langer in die hoge temperaturen verkeert went je lichaam daar in zekere mate aan. Maar toch, een donker pak...
De dresscode voor mij was tamelijk eenvoudig: als officier droeg ik het tropen uniform van de maatschappij: witte broek en wit overhemd. En de uniform broek kwam in twee soorten: kort (die droeg ik meestal) en lang. Over onze benen maakte niemand zich druk, tenminste...
Onze boot (een oude boot van voor de oorlog) voer gedurende enige tijd heen en weer tussen Pladju op Sumatra en Pulau Bukom, een van de eilandjes voor de kust Singapore. Het waren reizen van anderhalf of twee dagen. In Singapore werd olie gelost en bier ingeslagen en in Pladju werd een nieuwe lading olie ingeslagen en werden de lege bierflesjes geruild tegen ananas. Een overzichtelijk bestaan, zij het dat mijn vrije tijd meestal opging aan de zorg dat de machines op de heen en terug weg zouden blijven draaien.
In Pladju was, een paar honderd meter van de aanlegsteiger, een 'club' waar de officieren 's avonds vertier konden zoeken. Er werden dansavonden en andere feestjes georganiseerd. En zo kon het gebeuren dat op een avond het gezelschap dat naar de club was geweest nogal luidruchtig zingend weer aan boord stapte: onze eerste machinist was uitgeroepen tot man met de mooiste benen van Pladju.
Ook in die dagen kon de conditie van je benen doorslag gevend zijn. De benen van onze eerste machinist kwamen dan ook goed uit onder zijn korte uniformbroek.

dinsdag 18 juni 2019

Vrouwenvoetbal

Ik volg met belangstelling de verrichtingen van onze leeuwinnen tijdens het wereldkampioenschap in Frankrijk en natuurlijk ook het commentaar van de deskundigen onder wie nogal wat vrouwen. En dat liegt er niet om. De wedstrijden zijn niet om aan te kijken, de vrouwen bewegen traag, de passes komen niet aan en er gebeurt eigenlijk helemaal niets.
Als het waar is moet ik aannemen dat passes in het mannenvoetbal veel vaker aankomen en je zou dan ook verwachten dat het aantal doelpunten in het mannenvoetbal veel hoger zou zijn. Die hogere scores heb ik nog niet gezien. Hoe kan dat?

Een en ander is niet mijn indruk. Ik verwonder me over de felheid waarmee de vrouwen de persoonlijke duels aangaan en over de lichaamsconditie die nodig is om met deze energie een wedstrijd te kunnen spelen. Gevoelsmatig lijkt het erop dat de vrouwen in de wedstrijden die ik tot dusver heb gezien dichter op hun tegenstander spelen dan bij mannen gebruikelijk is. Het is waar dat er nogal wat passes niet aankomen, maar als men regelmatig naar mannenvoetbal kijkt kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat dat daar ook het geval is. Meer? minder?

Waar ik tot dusver in de commentaren niemand over gehoord heb is het fysieke verschil tussen mannen en vrouwen. toch een factor die we niet uit het oog mogen verliezen.
Aangezien ik niet beter weet neem ik even aan dat het veld waarop vrouwen spelen even groot is als dat van de mannen en dat ze met dezelfde bal spelen.
Aangezien vrouwen in Nederland ongeveer 7% kleiner zijn dan mannen, dat hun maximale snelheid ongeveer 10% lager ligt dan die van mannen mogen we er vanuit gaan dat het veld naar verhouding voor vrouwen ca. 20% groter is dan voor mannen.
En waar de spierkracht van mannen ongeveer 30% groter is dan die van vrouwen mogen we aannemen dat de snelheid waarmee dezelfde bal over het veld geschoten kan worden bij de vrouwen aanzienlijk kleiner is dan bij de mannen. Het is begrijpelijk dat het verschil in snelheid wordt waargenomen.
Als men een bal over een grotere afstand moet passen is een kleine fout in de hoek waaronder wordt geschoten belangrijker dan over kleinere afstand. Daar komt bij dat wanneer de bal door een vrouw met een 30% kleinere kracht word geschoten dan door een man terwijl het verschil in snelheid waarmee ze naar de bal kunnen gaan maar 10% is het te verwachten is dat door de vrouwen geschoten passes gemakkelijker door de tegenstander kunnen worden onderbroken dan bij de mannen.
Het komt er op neer dat we de leeuwinnen het veld in sturen met een flinke handicap van zeg ca. 30% en er ons dan over verwonderen dat het spel iets anders verloopt dan we zouden verwachten.
Wat vergelijken we eigenlijk?


vrijdag 26 april 2019

Eieren

Pasen is al eeuwenlang het christelijk feest bij uitstek. Het feest van de opstanding van Jezus uit de dood. Afgaand op de weergave ervan in de bijbel is het een gebeurtenis geweest die in de eerste plaats verbazing heeft gewekt die later op eenvoudige doch vrome wijze werd herdacht in de kerk. Met Pasen zat de kerk helemaal vol.
In onze tijd loopt de kerk zelfs met Pasen niet meer vol. De herdenking van de opstanding is uitgegroeid tot een spectaculaire demonstratie van de grootste artiesten in bijv. The Passion.
Iets om over na te denken. Het is me wel vaker opgevallen dat naarmate een gebeurtenis met meer vertoon wordt gevierd, de gebeurtenis zelf steeds minder belevingswaarde heeft.
Op de een of andere manier trekt de voor-christelijke viering van het voorjaar en de vruchtbaarheid zeker net zoveel aandacht als de vrome vervanger. Oude gebruiken zoals paasvuren zijn haast niet weg te krijgen.

Ook eieren eten en eieren zoeken zijn nog steeds vaste onderdelen van de paasviering, Het doet me denken aan de verhalen van mijn moeder over de feesten met Pasen in de buurtschappen rond Winterswijk.
Daar werd voor de jongeren een eier-eet wedstrijd gehouden. En minstens eenmaal deed moeder mee; ze kon vol trots vertellen dat ze bij die gelegenheid zestien eieren had gegeten en het alleen had moeten afleggen tegen Jan Lammers, de zoon van de boer waar ze te gast waren.

Een generatie later mocht ik ook mee met mijn grootouders naar iemand in de omgeving in Winterswijk en daar kon ik net zoveel eieren eten als ik wilde. Ik kwam niet veel verder dan vier stuks. Het was geen wedstrijd en de eieren waren onderdeel van de maaltijd.
Nog weer later in ons eigen gezin kookte ik voor Pasen toch wel drie eieren per persoon, maar ze kwamen nooit op. Onze kinderen hadden niet de behoefte om meer dan één ei tot zich te nemen.

De jaren gaan verder. Deze keer met Pasen waren we in Esquelbecq een fase eerder: de eieren moesten nu nog gezocht worden, door onze achterkleinkinderen onder begeleiding van hun ouders en grootouders.
Het was mooi weer met Pasen, zelfs heel mooi weer en de temperatuur bereikte zomerse waarden, het werd 25 graden. Terwijl Anneke en ik voor de caravan in de zon zaten koffie te drinken, kwam Benna aan met een zak met eieren. Van chocola wel te verstaan. Ik ried haar aan ze in schaduwrijke plekjes te leggen. Maar ja.

Om een uur of elf kwamen Anthony en Eléanore. Eléanore is bijna anderhalf en kan zelfstandig lopen maar het is duidelijk een wankel evenwicht voor haar. Ze loopt tamelijk wijdbeens (daaar zal de luier wel gedeeltelijk debet aan zijn), parmantig stappend. Ondersteund door Anthony vond ze inderdaad een nestje met eieren in de schaduw van de tafel. Maar daar bleef het ook bij. Ze bukte zich niet om ze op te rapen. Was ze bang haar evenwicht te verliezen? Ze liep een paar stappen weg en kwam weer terug en keek naar de eieren. Maar hoe Anthony haar ook aanmoedigde, ze probeerde niet om ze op te rapen.

Rose die tegen twaalven kwam - ze had eerst nog elders eieren moeten zoeken - had er weinig moeite mee. Ze liep geroutineerd het erf over en deed de eieren die ze tegenkwam in een schaal. Inmiddels was de temperatuur aardig gestegen en de zon een eind gedraaid. Steeds meer eieren vertoonden deuken in hun verpakking van aluminium folie. Ze smolten zienderogen...
Chocolade eieren zijn natuurlijk wel gemakkelijker: je haalt ze in zakken bij de supermarkt en hoeft ze niet eerst te koken, maar daarmee vervalt ook een ander spel met wedstrijdelement: het eieren tikken. Wie heeft het sterkste ei?
En zo verdwijnen toch langzamerhand ook de oude rituelen. 
 

zaterdag 20 april 2019

Complex? Hoe bedoel je?

Onze wereld is een complexe wereld. Complex is echter niet alleen complex omdat de afzonderlijke elementen van ons leven moeilijk te begrijpen zijn zoals voor sommigen wiskundige vraagstukken moeilijk te begrijpen zijn.
Onze complexe wereld ontstaat ook door de grote hoeveelheid naar het schijnt eenvoudige vraagstukken die onze dagelijkse aandacht vragen en waarin we beslissingen moeten nemen.
Om de wereld beheersbaar te houden plaatsen we veel dingen buiten ons aandachtsveld. Zo bleek deze week dat de gemiddelde Nederlander 7 abonnementen heeft. Bij straatinterviews kwam naar voren dat veel mensen zich daar niet van bewust zijn. En, klonk het dreigend over de radio: aangezien al die abonnementen geld kosten komen veel mensen in financiële moeilijkheden door de vaste bedragen die periodiek worden afgeschreven.

Maar nu even naar mijn eigen kleinigheden.
Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik nog mag autorijden zonder bril. (Trouwens als ik niet hoef te lezen heb ik de bril nauwelijks nodig). En eigenlijk rijd ik ook liever zonder bril, het geeft me een meer ontspannen gevoel achter het stuur. Maar vaak vergeet ik het mijn (multifocale) bril af te zetten als ik hem niet nodig heb bijv. voor ik in de auto stap.
Vorige week was het zover: ik zat al in de auto, zette mijn bril af en stak die in een van mijn zakken. Het bleek de verkeerde zak, want toen ik de bril weer wilde opzetten was het rechter pootje verbogen. Het leek een goed moment om even bij de opticien binnen te stappen. Ik was daar al zes jaar niet geweest:misschien goed  om ook even naar mijn ogen te laten kijken. Het was bovendien handig om over een reservebril te beschikken.
Het bezoek duurde niet lang, in recordtijd, zei de opticien, koos ik een nieuw montuur. De opticien mat me een nieuwe bril aan die na ongeveer een week klaar zou liggen.
Inmiddels gebruik ik als gevolg van de lichte herseninfarct van januari ook medicijnen. Ik heb nu een bloedverdunner die zo giftig is dat hij moet worden vergezeld van een maagbeschermer. De pillen met deze medicijn neem ik 's morgens. En ik heb een cholesterolverlager die ik 's avonds in moet nemen. 
Ik moet die medicijnen opnemen in  mijn dagelijkse routine om te voorkomen dat ik er zo nu en dan een vergeet. Het is maar een klein aandachtspunt, maar vorige week bedacht ik dat ik vermoedelijk de rest van mijn leven aan deze medicijnen vast zit. Hoe gaat dat als mijn voorraad op is? Want inmiddels loopt de eerste periode van drie maanden medicijnen op zijn eind en daarmee mijn voorraad. Hoe gaat dat met het herhalen? Moet in de tussentijd mijn bloed nog een keer getest worden op de vraag of ik de goede hoeveelheid medicijnen gebruik? Dus toch maar even overleg met de huisarts.
Een gesprek met een huisarts is geen vanzelfsprekende zaak tegenwoordig. Vroeger liep je bij de huisarts binnen als hij spreekuur had en wachtte je geduldig je beurt af. Nu bel je naar de huisartsenpraktijk en krijgt de assistente aan de telefoon. De assistente staat je pas te woord als je je geboortedatum hebt genoemd. Die moet je dus wel paraat hebben.
In dit geval kon ik gebruik maken van het feit dat Anneke juist een afspraak had gemaakt (handig dat we dezelfde huisarts hebben). Twee afspraken van tien minuten werden gekoppeld tot een tweepersoonsafspraak van twintig minuten. De huisarts bevestigde nogmaals dat ik voorlopig niet van medicijngebruik af zou komen en gaf aan de apotheek door dat ik in de herhaalservice moest worden opgenomen. Dus gisteravond kreeg ik een e-mail dat er medicijnen voor me klaar lagen.
Het e-mail bericht vermeldde ook dat ik iemand kon machtigen om voor mij de medicijnen op te halen. Het kwam me vaag bekend voor: hadden Anneke en ik elkaar nu gemachtigd, of hadden we het er alleen maar over gehad? Bovendien belde de opticien op dat mijn bril klaar lag.
Vanmorgen besloot ik eerst een van de spotlights boven het aanrecht te vervangen. Zo'n klein lampje met twee pootjes, aangenomen dat ik een vervanger had. Dat bleek het geval; het is altijd een gedoe om de kleine reflector uit zijn aluminium omgeving los te maken, maar alles lukte zomaar, zodat ik daarna op pad kon gaan om eerst mijn medicijnen en vervolgens mijn bril op te halen.
'Als je toch gaat', zei Anneke, 'neem dan mijn medicijnen ook mee.'
Ze gaf me een papier waarop vier  medicijnen stonden vermeld die alle vier waren doorgestreept, maar bij twee was behalve de doorstreep streep ook nog een herstel streep geplaatst om aan te geven dat die wel moesten worden geleverd. Daarnaast gaf ze me nog twee herhaal recepten.
Op mijn vraag of ik wel gemachtigd was om die medicijnen af te halen zei ze dat ze dacht dat we elkaar hadden gemachtigd. Anneke was op dat moment bezig met een aantal verzoeken tot betaling. Had ik verzuimd bij die verzoeken aan te tekenen of ik ze betaald had, wat wel mijn gewoonte is? Dat moest dus gecontroleerd worden. Bij controle bleek dat ik wel betaald had en dus een verzuim had gepleegd.
De betaalroutine maakt dat het betalen geen blijvende indruk maakt. Na een week of veertien dagen ben ik vergeten of ik de rekening nu wel of niet heb betaald. gelukkig helpt ook hier de techniek: waar ik vroeger een blocnote had met overschrijf formulieren waarvan ik de strookjes moest bewaren, kan ik nu via mijn tablet (of die van Anneke natuurlijk) en mijn Bankenapp alle betalingen bekijken.
Bij de apotheek bleek dat de vier recepten alle waren uitgeleverd. op het lijstje stonden nu drie allergiebestrijders. Volgens de apothekersassistente, moest er wel op gelet worden dat die drie middelen niet werden gebruikt in dezelfde periode want anders zouden ze elkaars werking kunnen dwarszitten.
Thuis gekomen bleek dat betalen via de app was uitgebreid met extra stap voor het autoriseren. Na het gebruikelijk invullen van gebruiker en wachtwoord moet er nu ook een code worden toegevoegd die wordt toegestuurd via sms. Vermoedelijk ter verhoging van de veiligheid. Maar bovendien bleek dat Anneke niet meer kon zien dan de facturen op haar naam; en sinds ik ook een aantal malen bij een arts was geweest bestond het vermoeden dat er voor mij nog iets te betalen was.
We hadden hier duidelijk een gevolg van privacy bescherming. Ik kan als hoofdverzekerde wel kijken naar de rekeningen van Anneke maar omgekeerd niet.

    

vrijdag 22 februari 2019

Mulder en Trump

Nee, ik heb me niet vergist in de naam. Ik bedoel wel degelijk Mulder. In dit geval Mauk Mulder die niet meer heeft meegemaakt dat Trump werd gekozen als president van de VS. Mauk Mulder overleed in september 2016. Zou Mauk Mulder verwonderd zijn geweest over het gedrag van de Republikeinse partij ten opzichte van een (Republikeinse) president die zich gedraagt als een olifant in de porseleinkast?
Ik betwijfel het.

Trump het is bekend heeft in de twee jaar die hij nu bezig is in de rol van wat wel de machtigste man op aarde wordt genoemd al meer dan 8000 leugens en onwaarheden verkondigd. Als vertegenwoordiger van de VS heeft hij zijn bondgenoten van zich vervreemd en zijn bewondering uitgesproken voor dictators als Putin en Kim Jong-un.
Hij heeft zich geplaatst aan de kant van hen die de rol van de mens bij de klimaat verandering ontkennen, het klimaat akkoord van Parijs afgewezen, zich terug getrokken uit de NAFTA en het verdrag met Rusland over de wapenwedloop, hij heeft de wacht aangezegd aan de NATO en is een handelsconflict aangegaan met China.
Trump is na twee jaar terecht gekomen in een moeilijk in te schatten kluwen van onregelmatigheden: heeft hij samengespannen met Rusland om de verkiezingen van 2016 te winnen? Heeft hij bij het onderzoek daarnaar (het onderzoek van Mueller) obstructie gepleegd tegen de rechtsgang? Heeft hij zijn medewerkers opdracht gegeven wangedrag te verhullen? En heeft hij zich schuldig gemaakt aan chantage en afpersing?
Trump heeft inmiddels de noodtoestand afgekondigd om geld beschikbaar te krijgen voor het bouwen van een muur, waarvan de meerderheid van de Amerikanen nut en noodzaak betwijfelt. De feiten wijzen anders uit.
Maar als er inderdaad een noodtoestand zou zijn dan duurt het wel lang voordat Trump erin slaagt daarvan iemand te overtuigen, behalve ... zijn achterban en de Republikeinse Partij in het Congres. Opmerkelijk genoeg blijft de populariteit van Trump ondanks alle troebelen vrijwel gelijk. De kans dat hij een tweede ambtstermijn zal halen wordt dan ook vrij hoog ingeschat.
De vraag die oprijst is hoe kunnen de Republikeinen zover zijn afgezakt dat ze dit allemaal tolereren? Het lijkt het moreel failliet van de Republikeinse Partij. Hoe kan dat?

Tja, en daar komt Mauk Mulder om de hoek en in beeld.
Mauk Mulder heeft zich bezig gehouden met macht en schreef onder meer Omgaan met Macht. Mulder introduceert het begrip machtsafstand en heeft uit zijn onderzoek afgeleid dat bij de minder machtige steeds een neiging bestaat om de machtsafstand te verkleinen. Het blijkt dat de minder machtige zich positiever opstelt ten opzichte van de leider bij kleine machtsafstand dan bij grote machtsafstand en dat het daarbij niet uitmaakt of de leider zijn macht op rechtmatige dan wel onrechtmatige wijze heeft gekregen. En de machtsafstand tussen de Republikeinse senatoren en de President lijkt niet zo erg groot. Ik citeer hier Mauk Mulder (uit 1977!):
Personen bleken grote sympathie te hebben voor machtigen die tegen alle regels en redelijkheid in de macht geüsurpeerd hadden. Slechts 4% vn de personen bleek deze onrechtmatige greep naar de macht geheel te verwerpen en verliet de groep onmiddellijk na A's machtsgreep. Degenen die bleven gingen onder het juk van de machtige door en waren daarna ongeremd positief. Over macht gesproken!
Toch iets om over na te denken als die muur er komt. 

  

donderdag 10 januari 2019

Harari


Een kort gesprek tussen Maïs, Rijst en Tarwe

Het was een beetje ongewone bijeenkomst van Maïs, Rijst en Tarwe. Ze waren elkaar bij toeval tegen gekomen na een lange zeereis en lagen nu in de luwte van een soort steen op een richel. Het was het beton van een prefab schuur. Ze lagen bij te komen van de vermoeienissen en keken om beurten eens naar beneden.
‘Kijk’, zei Tarwe, ‘daar beneden staat een boekenkist. ‘Kun jij zien’, vroeg hij aan Rijst, ‘wat voor boeken dat zijn?’
Rijst keek wat nauwkeuriger.
‘Volgens mij’, zei ze, ‘ligt daar bovenop een boek Homo Deus. Het is geschreven’, ze keek nu echt ingespannen, ‘door een meneer Harari.’
‘Homo Deus?’, zei Maïs enigszins vragend, ‘dat betekent toch zoiets als de mens als god? De arrogantie van de mens loopt ook langzamerhand de spuigaten uit.’
‘Oh’, zei Tarwe wat mistroostig,’ik heb al eens gehoord van dat boek. Die Harari zegt inderdaad rechtstreeks dat homo sapiens de machtigste soort ter aarde is.’
‘Nou dan heeft hij kennelijk niet aan ons gedacht,’ opperde Rijst. ‘Ik dacht dat we met zijn drieën de aarde aardig verdeeld hadden met Tarwe vooral in Europa, Maïs in Zuid-Amerika en ik in Azië.‘
Maïs gniffelde. ‘Ja, het heeft lang genoeg geduurd voor we de mens voldoende hadden afgericht om voor ons te zorgen.’
‘Ja,’ voegde Tarwe eraan toe. ‘We moesten zelfs zo nu en dan onze activiteiten onderbreken om ze te straffen. Er zijn in Europa wel wat slachtoffers gevallen door hongersnoden voor ze door hadden wie echt de baas is. Maar uiteindelijk heeft homo sapiens begrepen dat hij goed voor ons moet zorgen. Het lijkt erop dat hij langzamerhand begrijpt hoe zijn positie als verzorger is. Als wij er mee ophouden is de hele homo sapiens de klos.’
‘En dan te bedenken dat die hele homo sapiens is voortgekomen uit maïs,’ mompelde Maïs.
‘Nou moet je niet overdrijven,’ zei Rijst, ‘dat zijn alleen maar legenden. Dat zijn net zulke verhalen als waarmee die Harari loopt dik te doen.’
‘Oké,’ mopperde Maïs wat verongelijkt, ‘Het zijn toch mooie verhalen. Zoals ook dat verhaal dat de mens de enige soort is met een ziel? Dat verhaal vertellen ze ook al 2000 jaar. Het is trouwens de grootste onzin.’
‘Nou gelukkig geeft Harari toe, dat ze die ziel nog niet hebben kunnen vinden. Het zijn gewoon fantasie verhalen.’ Rijst klonk een beetje cynisch.
‘Trouwens,’ zei Tarwe, wat betekent eigenlijk de machtigste soort? Is dat de soort met de meeste nazaten en de beste levenskansen? Dan zijn er nog wel een paar soorten te noemen. Kijk maar eens naar de tomaten. Wat die homo sapiens allemaal niet uit de kast haalt om de tomaten te vertroetelen!’
‘Om nog maar te zwijgen over de kippen en konijnen de varkens en de koeien. Als die soorten er de brui aan geven kan homo sapiens het ook wel schudden.’ Rijst begon langzamerhand op gang te komen.’
‘Maar zei Maïs relativerend, de mens maait toch maar ieder jaar onze woonplaatsen kaal, dat noemt hij oogsten.’
‘Ach wat,’ smaalde Rijst, ‘Dat is toch alleen maar onderdeel van onze verzorging, want zo hebben we voor ieder seizoen weer een prachtig schone grond voorzien van het beste voedsel. Ik moet er niet aan denken dat onze akkers niet zouden worden omgespit. Dat zou een smeerboel geven. En natuurlijk moeten we van ons overvloedig nageslacht iets gebruiken om onze knechten en slaven in leven te houden.’
‘Toch is het geen manier van doen hoe kippen en varkens worden behandeld. Ze worden schandalig uitgebuit.’ Maïs bleef proberen ook een andere kant van de wereld te zien.
‘Nou,’ riep Rijst opgewonden, ‘Heb je al eens gekeken hoe homo sapiens zijn eigen soort behandelt? Kijk maar eens naar een land als de VS. Als daar een dollar wordt verdiend mag 80 % van de bevolking een dubbeltje verdelen, en tachtig cent gaat naar de rijkste 10%. Dat is vanwege de vrije markt zegt men. Vind je dat eerlijk? Want daar praat Harari niet over.’
‘Oké, oké,’ zei Tarwe, ‘De mensen zijn geen goed voorbeeld. Maar ik ga er eens vandoor, want vanmiddag komen onze mensen ons weer douchen. Wij hebben geklaagd dat het veel te droog is. Aju.’
Tarwe rolde van de richel en verdween tussen de boeken die een meter lager in een doos lagen.


maandag 7 januari 2019

Infarct

De dagbegon gewoon. Ik had de wekker ingesteld op 7  uur, maar enkele minuten over zeven bleek dat hij niet was afgelopen. Onder de douchen bedacht ik waarom de wekker niet was afgelopen. Ik had bij het instellen de dag op zondag ingesteld,, terwijl het inmiddels maandag was.
Eenmaal afgedroogd zag ik dat Anneke wakker was. Ik vroeg of ze mijn slippers wilde gebruiken. Ik zette ze op haar bevestigend antwoord voor haar bed en liep naar de andere kant. En terwijl ik mijn onderbroek aantrok constateerde ik dat we op deze kamer geen koffie konden zetten.
Nee, dat kon niet, beaamde Anneke.
Ik pakte mijn overhemd dat over de stoeleuning hing en trok het aan. Na drie knopen vroeg ik me af, wat er met mijn linkerhand was. Ik kon de zoom van mijn overhemd niett vastpakken Eigenlijk reageerde mijn hele onderarm niet. Ik keek naar Anneke en zwaaide - dacht ik - een beetje ongelukkig met mijn arm.
Wat is er?
Hij reageert niet.
Ik dacht dat ik dat zei, maar voor Anneke was het blijkbaar onverstaanbaar. Ze realiseerde zich vrijwel onmiddellijk  dat dit niet goed was.  Ze stond en zei dat ze de dokter ging waarschuwen. Het leek me onnodig. Ik voelde niets bijzonders, een tijdelijke verlamming misschien. Dat trekt wel weer weg.
Maar Anneke was gauw weer terug.
De ambulance komt er aan.
Ik ging door met mijn broek, die met een hand haast niet omhoog  te trekken was, maar na enige tijdreageerde mijn hand weer een beetje. De broek ging omhoog . De riem ging dicht en ik ging zitten voor het volgende karwei: mijn schoenen.
Terwijl ik daarmee bezig was kwam het ambulance personeel voortvarend binnen, zette  een soort gereedschapskist neer en haalde daar meetapparatuur voor mijn bloeddruk uit. Het maakte een beetje nerveuze indruk op mij. Dus ik moedigde ze aan om rustig aan te doen.
Maar meneer. U begrijpt niet wat er aan de hand is.
Ze gingen door zonder zich veel van me aan te trekken en vertelden ondertussen wat er ging gebeuren. Ik zou worden afgevoerd met de ambulance.
Op mijn verzoek werden de veters van mijn schoenen gestrikt. Kon ik staan, lopen?
Ik werd naar de lift gebracht. Ik werd in de ambulance gemanoeuvreerd en kreeg te horen dat ik met toeters en bellen zou worden weg gebracht. 
Ik lag met mijn hoofd in de rijrichting, niet erg goed tegen wagen ziekte. De auto rammelde en schokte en slingerde. Op de achtergrond hoorde ik de sirene. Ik voelde me misselijk worden. De broeder naast me had inmiddels  een infuus in de pols geprikt. Ik vroeg om een zakje. Ik begon nu echt misselijk te worden, maar slaagde erin mijn maaginhoud binnen te houden.
Ik heb daar ook last van, zei de broeder bemoedigend.
Ik werd uitgeladen en met enige moeite  door de gangen gestuurd.
Wat is uw geboortedatum? Ik antwoordde kennelijk bevredigend.
Hoe voelt u zich?
Misselijk.
U mag dat zakje wel even bij u houden.
Ik hield het zakje bij me.
Terwijl ik het CT scan apparaat werd ingeduwd vroeg ik me af wat eventueel het resultaat zou zijn als ik moest braken.
Het kwam er niet van.
De scan laat geen bloeding zien, maar dat zegt niets. Het kan zijn dat er ergens een bloedprop zit. We geven u eerst sterke bloedverdunner. Misschien dat zo' n propje dan wel oplost of wordt meegenomen.  Maar het is niet zeker. En u hebt flink wat aderverkalking, maar dat is niet gek voor uw leeftijd.
Ik suggereerde wat azijn, maar dat bleek geen goed voorstel.
Ik werd naar een vierpersoons kamer gebracht. Hier verscheen een groot aantal mensen. En ze stelden zich allemaal netjes voor. In de eerste plaats Kirsten die de apparatuur aansloot en mijn voortgang monitorde .  En de neuroloog, en de logopedist. ..
Ik ben in het ziekenhuis.

zondag 6 januari 2019

Geen verstand van techniek

Een nieuw boek


Mijn nieuwe boek is klaar, geschreven, gecontroleerd en gedrukt.

In dit boek probeer ik aan te geven wat de invloed is van de snelle technische ontwikkelingen van onze tijd (waaronder de digitale) op organisaties, vanuit drie perspectieven: het perspectief van de leiding van de organisaties, het perspectief van de werknemer en het perspectief van de maatschappij.
De gedachte is dat de technologische veranderingen worden onderschat als de drijvende kracht van de sociale spanningen en conflicten in onze maatschappij.
De veranderingen gaan zo snel dat een belangrijk deel van de maatschappij te weinig tijd krijgt om er mee om te gaan. Hierdoor ontstaat een nieuwe tweedeling in de maatschappij van voorlopers en achterblijvers.
De ontwikkelingen in de techniek en de gevolgen daarvan worden door de mens niet meer beheerst en dat leidt tot de gedachte dat de technische ontwikkeling autonoom is of bezig is te worden. 

De prijs werd bepaald op € 15,50 

Harari en het bewustzijn 4

De mens uniek
Wat de mens uniek maakt zegt Harari is in de eerste plaats zijn vermogen tot flexibel samenwerken en in de tweede plaats omdat hij als enige soort een intersubjectief web van betekenis kan weven.
Ook hier heb ik de neiging een andere kant uit te denken. Laten we eens kijken naar de fysieke verschillen tussen mensen en alle andere dieren. We zien zo in de eerste plaats de omvang van de hersenen. Bij de homo sapiens ligt het aantal hersencellen in de buurt van de 85 miljard. Bij de gorilla bijv., met een min of meer vergelijkbare lichaamsbouw, is het aantal hersencellen naar het schijnt in de buurt van de 40 miljard. Men mag mijns inziens aannemen dat dit verschil in aantal hersencellen een rol speelt bij het gebruik van de hersenen. Het dient ergens voor. Als we ervan uitgaan dat 40 miljard hersencellen voldoende zijn om alle lichaamsfuncties van een dier als de gorilla te besturen, wat kunnen we dan wel niet verwachten van een extra 40 miljard cellen die dingen kunnen besturen waarvan de gorilla geen weet heeft.
Een tweede punt dat niet onbelangrijk lijkt is dat de mens het enige gewervelde dier is dat op twee benen rechtop loopt. Dat heeft het enorme voordeel dat de mens in de normale lichaamshouding altijd twee ledematen beschikbaar heeft om andere dingen te doen dan zich overeind te houden of te verplaatsen. De mens kan van nature ‘multitasken’. Deze fysieke eigenaardigheid maakte het mogelijk dat de handen konden evolueren tot instrumenten met een ongelovige flexibiliteit en 'handigheid'.
Deze verschillen ten opzichte van andere gewervelde dieren geven de mens een enorm voordeel, dat kan uitlopen op de kenmerken die Harari vermeldt.
De mens als verhalenverteller kan zich dan ook wijsmaken – en heeft dat ook door de eeuwen gedaan – dat hij eigenlijk boven de schepping staat en geen rekening hoeft te houden met het ecologisch systeem waarvan hij deel uitmaakt. Pas bij deze generatie begint het door te dringen dat dat verhaal een grote luchtbel is en in de termen van onze tijd: fake news.



Harari en het bewustzijn 3.

Bewustzijn
Als ik van de andere kant begin en me eens afvraag wat eigenlijk bewustzijn is, dan kom ik naar goed taalgebruik ook weer uit bij de Dikke van Dale. Daar staat als eerste betekenis: vermogen tot besef, tot weten en erkennen van het bestaan van zichzelf en van de dingen.
Kijk ik dan verder bij besef dan vind ik bewustzijn. Het is duidelijk dat we de taal moeten gebruiken om zichzelf te definiëren. Het lijkt met deze beschrijvingen van Van Dale als uitgangspunt niet onredelijk om bewustzijn te omschrijven als het vermogen onderscheid te maken.
Als we dat doen dan blijkt dat bewustzijn in feite het onderscheid vormt tussen dode stof en het leven. Ieder levend organisme moet uitwisseling hebben met zijn omgeving door het opnemen van stoffen die energie kunnen leveren en het afstoten van stoffen waarvan de energie gebruikt is. Ieder organisme neemt stoffen op die als voedsel kunnen dienen en stoot weer stoffen af die gebruikt zijn. Ieder levend organisme moet daarom onderscheid kunnen maken tussen stoffen die wel of niet nuttig of bruikbaar zijn. Zonder bewustzijn is leven niet mogelijk.
We zien dan ook bij dieren, die zo groot zijn dat we hun gedrag met het blote oog kunnen volgen, de noodzaak zich bewust te zijn van hun eigen uitgestrektheid en de beperkingen van hun vermogens. Bij de grotere zoogdieren zien we dat ze de eerste tijd van hun leven bezig zijn met het oefenen van hun vermogens om zich bewust te worden van wat ze wel kunnen en hoever hun kunnen reikt.
Wel heel nadrukkelijk kunnen we zien hoe het bewustzijn gebruikt wordt bij bijv. de kameleon. Als de kameleon zich niet bewust is van de lengte van de tong waarmee hij zijn prooi vangt, zal hij jammerlijk verhongeren. En tegelijkertijd zal de kameleon zich ervan bewust moeten zijn dat de twijg waarop hij staat zijn gewicht kan dragen en dat hij niet teveel opvalt als prooi voor andere dieren, etc.
De evolutie heeft in de loop van de eeuwen de verschillende organen ontwikkeld, waarmee de omgeving kan worden beoordeeld als gunstig of minder gunstig, waardoor verschillende diersoorten zich ook ook op verschillende wijze konden specialiseren.
Het is mogelijk zoals Harari doet alle handelen van de verschillende levensvormen te beschrijven in de vorm van algoritmen. Dat doen we uiteindelijk als we werken met de computer ook. En we hebben een sterke neiging om met behulp van de computer een beeld te creëren waarmee het handelen – ook dat van de mens – begrijpelijk wordt. De analogie houdt echter op op twee fundamentele punten.
In de eerste plaats: om de algoritmen te laten functioneren heeft men energie nodig. We sluiten dan ook de computer aan op een elektriciteitsbron. Het gekke is dat iedere levensvorm een zichzelf in standhoudende potentiële energietransformator meekrijgt bij de voortplanting. De energietransformator zet het uit de omgeving opgenomen voedsel om in bruikbare energie voor alle activiteiten die het leven noodzakelijk maakt. Voor zover ik begrijp is het nog steeds onduidelijk hoe deze energietransformator wordt gestart. Anders gezegd: hoe maak je uit dode stof leven?
Het andere fundamentele punt is de vraag naar het doel? Waarom of waartoe bestaat leven? We kunnen aan de met algoritmen geladen computer een doel toekennen dat vermoedelijk ligt ergens in het voldoen aan de behoeften van de homo sapiens. Maar waarom bestaat het leven? Vooralsnog lijken deze twee vragen niet te beantwoorden.

Harari en het bewustzijn 2: Dat wat ons uniek maakt



Hoofdstuk 3: Dat wat ons uniek maakt, begint met de zin:
Homo sapiens is zonder enige twijfel de machtigste soort ter wereld.
Wie zal het tegenspreken? Maar ergens kriebelt het. Want de mens moet eten en als we kijken naar de kip of het varken dan lijkt de populatie daarvan allerminst te lijden te hebben gehad van de macht van de mens: er komen steeds meer kippen en varkens. Die kippen en varkens hebben geen plezierig leven, zegt men. Maar mensen zonder loon of op een minimum loon hebben ook geen plezierig leven. En het leven van mensen in de hogere inkomens groepen zijn in toenemende mate blootgesteld aan stres.
De kippen en varkens hoeven niet dagelijks op zoek naar voedsel. Ze zitten in goed verlichte en onderhouden ruimten, een wereld die weliswaar druk is, maar waarin iedereen op tijd zijn natje en zijn droogje krijgt. Het gebrek aan comfort van kippen en varkens krijgt haast evenveel aandacht als de manier waarop kinderen in de achterstandswijken van de grote steden moeten leven. Ze zijn zo talrijk geworden dat hun mest alleen al een probleem vormt. Misschien is hun leven wel verre te prefereren boven dat van hun wilde soortgenoten die maar moeten zien waar ze het voedsel van de dag krijgen, die bedreigd worden door tal van onbekende gevaren, waarvoor ze constant op hun hoede moeten zijn.
En nu, nu we naar het schijnt getuige zijn van het geleidelijk afscheid van dierlijk voedsel, komen planten steeds meer in de belangstelling. De plant wordt dienstbaar gemaakt aan de menselijke behoeften. Of toch niet? Er liggen een paar voetangels en klemmen op de weg naar menselijke overheersing.
Zo is er de behoefte van de mens aan zuurstof. Voorlopig kan aan de behoefte aan zuurstof van een groeiende wereldbevolking alleen worden voldaan dankzij het chlorofyl van de groene planten op onze planeet. Dat maakt de mens toch wel erg afhankelijk van de plant en van de beschikbaarheid van chlorofyl.
En onder de planten zijn er verschillende die zich zeker zo goed verspreid hebben als de mens zelf, denk aan tarwe, rijst en maïs. En als we zien hoe de graansoorten geoogst en behandeld worden, dan ligt de vraag wel erg voor de hand: wie zorgt eigenlijk voor wie? En wie is afhankelijk van wie? Staat de plant ten dienste van de mens of is het andersom en is de mens er alleen maar ten dienste van de zorg voor de plant. Ook als men kijkt naar de investeringen die mensen doen om bijv. gave en grote tomaten te krijgen is te zien hoe belangrijk planten zijn. Ook het risico dat insecten uitsterven geeft een uiterst ongemakkelijk gevoel voor de toekomst van de mensheid.
De idee van Harari dat de mens de machtigste soort ter wereld is verdient dan ook wat aantekening. Deze idee komt niet voort uit een ecologisch perspectief en gaat voorbij aan de wederzijdse afhankelijkheid van de verschillende soorten dieren en planten. 

Het systeem


Rond 1970, toen ik aan het begin stond van mijn ambtelijke carrière begon de systeemtheorie door te dringen in het algemene spraakgebruik. Een van de reacties op mijn analytische benadering van problemen was: Het geheel is groter dan de som van de delen.
Het is niet zo’n eenvoudig probleem. Als ik een voorwerp, zeg een fiets, uit elkaar haal en naar de stapel onderdelen kijk kan ik me afvragen welk van deze onderdelen zorgt nu voor het karakter van de fiets? Het antwoord is geen enkel: alleen al deze onderdelen samen vormen de fiets.
Harari benadert de vraag naar het unieke van de mens, naar het mij voorkomt, op de analytische manier. Hij onderzoekt het unieke van de mens in de eerste plaats aan de hand van ‘het traditionele monotheïstische antwoord’ dat alleen de mens, de sapiens, een eeuwige ziel heeft. Het bezit van een eeuwige onveranderlijke ziel maakt de mens in feite superieur aan alle andere schepselen. Een eeuwige ziel geeft mij mijn onveranderlijke individualiteit. En individualiteit betekent immers ondeelbaarheid. En daarmee is de idee van een eeuwige ziel principieel in strijd met de evolutietheorie. De evolutietheorie gaat uit van organisch leven dat is opgebouwd uit onderdelen die ieder afzonderlijk kunnen veranderen, kunnen evolueren.
Deze principiële strijdigheid tussen de idee van een eeuwige ziel en de evolutietheorie maakt dat de evolutietheorie bij zoveel mensen tegenstand oproept.
Een ander verhaal dat volgens Harari gebruikt wordt om de superioriteit van de mens te benadrukken stelt dat alleen homo sapiens bewust kan denken. Ons denken, of onze geest, is iets heel anders dan onze ziel.
Hier raakt Harari me kwijt. Voor de volledigheid, hij zegt:
Onze geest is geen mystieke, eeuwige entiteit en ook geen orgaan, zoals het oog of de hersenen. Het is eerder een stroom van subjectieve ervaringen, zoals pijn, genot, woede en liefde. Deze geestelijke ervaringen ontstaan uit onderling verbonden sensaties, emoties en gedachten, die heel even opkomen en dan weer verdwijnen. Deze koortsachtige verzameling van ervaringen vormt ons bewustzijn.
Er blijkt dus zoiets te bestaan als een geest. Het betoog van Harari gaat hier verder met de vraag hoe uit de ervaringen het bewustzijn kan ontstaan, en in hoeverre deze samenhang ook aanwezig is bij dieren en eventueel welke dieren.
Centraal lijkt te staan een idee waarin homo sapiens een bewustzijn heeft dat superieur is aan het bewustzijn van dieren zo dat er al zou zijn. Maar: Om uit maken of dieren een bewustzijn hebben dat op het onze lijkt, moeten we eerst iets meer weten over de werking van de geest en wat voor rol die speelt. Dat zijn extreem moeilijke vraagstukken, maar het is zeker de moeite waard om er wat tijd aan te besteden, aangezien de geest verderop in dit boek een hoofdrol zal krijgen.
Het lijkt me inderdaad een uiterst moeilijke zaak. Immers als we ons afvragen wat eigenlijk de geest is, dan blijkt de geest (zie Van Dale) een ander woord voor de ziel. We zien dat Harari afstand neemt van de ziel om die via de geest weer binnen te halen. Het probleem lijkt te zijn dat de evolutietheorie niet alleen in strijd is met het bestaan van een eeuwige ziel, maar al evenzeer met de idee dat de ene levensvorm superieur zou zijn aan de andere.
Het lijkt een karaktertrek van alle levensvormen te zijn dat ze de neiging hebben zich te vermenigvuldigen naar de mate waarin ze de beschikking hebben over een leefomgeving die daarvoor gunstig is. Zo worden konijnen die geïmporteerd worden in Australië een plaag omdat er geen natuurlijke vijanden zijn. De mens onderkent de risico’s van uitheemse planten en dieren die geïmporteerd worden, maar dat hij zelf als levensvorm zo’n risico vormt dringt maar nauwelijks tot hem door.




Harari en het bewustzijn (1)


Homo Deus, het boek van Yuval Noah Harari, vind ik intrigerend. Het houdt me al een tijd bezig. Misschien niet zo vreemd als men in aanmerking neemt dat Harari ons een kleine geschiedenis van de toekomst schetst. Geen geringe ambitie. Maar hij is niet de enige die de lijnen uit het verleden, of dat wat er voor doorgaat, moeiteloos doortrekt naar de toekomst. Zo liet Robbert Dijkgraaf ons zien hoe de mens inmiddels het DNA manipuleert, er stukjes uitknipt en andere inplakt en daarmee ziekten kan voorkomen. Het leidt tot de voor de hand liggende vraag of de mens binnenkort de perfecte baby kan maken? Wat is eigenlijk de perfecte baby? En zou u die op durven voeden?
Maar er zijn meer punten van discussie mogelijk.
Het betoog van Dijkgraaf lijkt het perspectief van de mens als uitgangspunt te nemen. Vanuit het menselijk perspectief zijn ziekten niet goed en gebreken nog erger. Maar moeten we wel redeneren vanuit dat menselijk perspectief? Moeten we niet een wat breder, een ecologisch perspectief hanteren?
We horen bijv. dat er inmiddels bacteriën zijn die immuun zijn voor de beschikbare medicijnen. Wat moeten we daarmee? Mensen en hun eventuele gebreken zijn het resultaat van de evolutie. Maar dat zijn bacteriën ook. Het feit dat bacteriën niet meer bestreden kunnen worden met medicijnen wijst erop dat bacteriën door gaan met evolueren en in een tempo dat hoger ligt dan dat waarmee de mens medicijnen ontwikkelt. We mogen aannemen dat het knippen in het DNA van de mens het natuurlijke evolutieproces omzeilt. Dat wil zeggen dat de mens dapper doorwerkt aan de perfecte mens, terwijl de mensonvriendelijke virussen en bacteriën rustig doorgaan te evolueren en de vijandigheid van de omgeving in stand houden. Hoe zal deze race aflopen?
Een soortgelijke vernauwing van perspectief tot het perspectief van de mens zien we, denk ik, bij Harari. Dat is dan voor mij aanleiding bij enkele punten stil te staan die minstens voor discussie vatbaar zijn. Niet omdat ik er op uit ben Harari af te breken. Ik heb grote bewondering voor zijn werk. En tegelijkertijd rijzen er bij ieder hoofdstuk weer nieuwe vragen.
In het woord vooraf zien we hoe de menselijke agenda aan het veranderen is. De traditionele problemen: honger, ziekte en oorlog hebben die agenda eeuwenlang bepaald. De laatste eeuw echter lijkt die problemen grotendeels achterhaald. In de eerste plaats door eenvoudige hygiënische maatregelen. Daar wees ook Dijkgraaf op. Een steeds groter deel van de wereldbevolking ontworstelt zich aan honger en armoede.
De algemene trend vanaf het midden van de 19e eeuw, toen de gemiddelde levensverwachting in ons deel van Europa in de buurt van de 40 jaar lag, was een stijging van de levensverwachting tot waar hij nu is, in de buurt van de tachtig jaar. Een geweldige vooruitgang. Een overeenkomstige ontwikkeling zien we in andere delen van de wereld. Overal worden de besmettelijke ziekten terug gedrongen en als ergens een nieuwe uitbraak plaatsvindt staan overal ter wereld de reddingsploegen klaar om het gevaar in te dammen en de kop in te drukken.
En toch: weliswaar is de gemiddelde levensverwachting ongeveer verdubbeld, maar de hoogste leeftijd van de individuele mens lijkt nauwelijks verhoogd. Het proces van verou­dering dat inherent is aan het leven wordt door alle wetenschappelijke proeven niet of nauwelijks beïnvloed.
De vooruitgang gaat niet voor niets. We zien dan ook een andere trend: Gelet op de bijdrage die schoon drinkwater aan onze gezondheid heeft toegevoegd, mogen we de investeringen in drinkwater en drinkwater voorzieningen zonder meer zien als investeringen in onze gezondheid en bijdragen aan de kosten van de gezondheidszorg. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de kosten van rioleringen en afval verwerking. Naast de investeringen moeten natuurlijk ook de kosten van onderhoud van waterleiding, riolering en de zuivering van afvalwater als kosten van de gezondheidszorg worden aangemerkt.
Bij deze basale kosten van de gezondheidszorg moeten we verder rekening houden met de meer opvallende kosten van de gezondheidszorg: research afdelingen, ziekenhuizen, medici, verzorgers. Als we naar de ontwikkeling van de kosten van de gezondheidszorg kijken en die leggen naast de ontwikkeling van de levensverwachting zien we dat de stijging van de kosten sneller is dan die van de levensverwachting. Ze nemen een steeds groter deel van ons Bruto Binnenlands Product in beslag. Gaan we naar een situatie waarin ons hele nationaal product moet worden besteed aan de gezondheidszorg?
En waar blijft dan het geld dat nodig is om de nieuwe menselijke agenda voor de 21e eeuw te betalen. Want volgens Harari zal de mens in de 21e eeuw streven naar on­sterfelijkheid.