donderdag 15 augustus 2019

Noord Peene

We zouden naar het museum in Noordpeene gaan. Het was een van de bestemmingen in Nord-Pas de Calais, die naar verondersteld werd Benna en Georges niet gauw uit zichzelf zouden bezoeken, maar die naar voren komen als wij een paar dagen bij hen logeren.
Het museum in kwestie bleek meer wat we tegenwoordig een informatiecentrum zouden noemen. Het was gevestigd in een soort Vlaamse schuur met een pannendak. Noord-Peene ligt ten noordwesten van Saint-Omer en aan van de twee oude wegen die tijdens de slag bij Noordpeene naar Saint-Omer leidden. Er is trouwens ook een Zuidpeene, dat grenst aan Noordpeene in de richting van Cassel. Beide plaatsjes liggen aan een klein riviertje de Peene en dat stroomt dan weer vlak bij Noordpeene uit in de IJzer.
Om het belang van de slag bij Noorpeene te begrijpen moeten we ver terug in de vaderlandse en Franse geschiedenis. In Frankrijk regeerde Lodewijk IV. In de Zeven Provinciƫn Jan de Wit. (die van het gezegde: jongens van Jan de Wit). Tussen beide lagen de Spaanse Nederlanden. De glorie van de Spanjaarden was inmiddels danig getaand en hun bestuur van de Nederlanden werd ingeschat als zwak.
Men kan, als men de geschiedenis uit de 15e en 16e eeuw een beetje kent, enig begrip hebben voor het streven van Lodewijk naar 'natuurlijke grenzen'. Hij deed daarom een voorstel aan de Republiek om het tussenliggende gebied maar te verdelen. Jan de Wit voelde daar niet veel voor. Men kende inmiddels het het expansieve beleid van Lodewijk en had liever een buffer tussen de Republiek en Frankrijk dan Frankrijk als directe buur. Lodewijk lijkt wat beledigd te zijn geweest en begon de Hollandse oorlog. Hij sloot een verbond met de Engelsen om gezamenlijk over zee de Republiek binnen te vallen en zo een definitief einde te maken aan die vervloekte Hollanders.
In de republiek sprak men van een rampjaar: Terwijl de Fransen over land via Luik en Maastricht het land binnen vielen, kwam een oorlogsvloot van Engelsen en Fransen over zee. Ze kregen bijval van de bisschop van Munster en die van Keulen die graag een stukje graan mee wilden pikken. 
Het was 1672 en het vervolg is vermoedelijk in grote lijnen bekend. Het land werd voor een deel onder water gezet. Jan de Wit en zijn broer Cornelis werden vermoord en Willem van Oranje werd als Willem III stadhouder. Willem sprak de historische woorden: Ik zal me verdedigen tot in de laatste greppel.
Gelukkig voor de Republiek was daar ook Michiel de Ruiter die de Engelse en Franse vloot uit elkaar dreef en ze toen afzonderlijk baas kon. En bovendien had Frankrijk meer vijanden dan de Republiek alleen. Vanuit Spanje werd Frankrijk in het zuiden aangevallen. En Lodewijk moest zijn troepen terugtrekken.
Ook de keizer van het Heilige Duitse Roomse rijk trok zijn wenkbrauwen op, zodat de beide bisschoppen zich haastig terug trokken. (Aan de bisschop van Munster, ene Berend, hebben we nog een kinderliedje te danken: Berend Botje ging uitvaren...)
In 1674 waren drie van de vier invallers weer buiten de deur. Alleen Frankrijk bleef doorgaan; nu met name aan zijn noordgrens. Daar was nog een Vlaamse enclave met als belangrijkste plaats Saint-Omer. Als die in Franse handen kwam vormde dat een mooie afronding van de noordgrens van Frankrijk. En nu de Republiek en Spanje bondgenoten waren. (uiteindelijk: Vlaanderen was Spaans, ging Willem III met een behoorlijke legermacht naar het zuiden om Saint-Omer veilig te stellen.
Willem bleek onvoldoende kennis te hebben van het terrein. Saint-Omer grenst aan drie kanten aan moeras en er waren eigenlijk maar twee bruikbare wegen, beide naar het schijnt aangelegd door de Romeinen. Bovendien stond het water in de Peene en de IJzer zeer hoog. Dus bij de omtrekkende beweging die Willem III met zijn troepen wilde maken om de Franse troepen die de weg bezetten van opzij aan te vallen belandden zijn soldaten in het water. (Een curieuze betekenis van het woord belanden op zo'n moment).
De strijd werd verloren en Saint-Omer werd Frans. Maar de strijd leeft nog steeds in het museum van Noordpeene. Onze gids maakte de indruk dat zijn sympathie niet uitging naar Lodewijk IV die iedere tien jaar van zijn regering weer een stukje van Vlaanderen had afgesnoept. Hij legde alles uit aan de hand van een grote maquette van het gebied. Hij had zelf meegeholpen aan het maken van de maquette en gaf toe dat die niet in alle opzichten op schaal was.
Vlakbij het museum was ook de kerk die in de slag grotendeels in puin werd geschoten. Om de een of andere reden was toen de toren blijven staan, daar heeft men toen een nieuwe kerk omheen gebouwd, maar wel met een andere kleur baksteen.  De foto laat de plaatselijke stortplaats tegen de muur van de kerk zien. Een huiselijk tafereel. 

Geen opmerkingen: