donderdag 10 januari 2019

Harari


Een kort gesprek tussen Maïs, Rijst en Tarwe

Het was een beetje ongewone bijeenkomst van Maïs, Rijst en Tarwe. Ze waren elkaar bij toeval tegen gekomen na een lange zeereis en lagen nu in de luwte van een soort steen op een richel. Het was het beton van een prefab schuur. Ze lagen bij te komen van de vermoeienissen en keken om beurten eens naar beneden.
‘Kijk’, zei Tarwe, ‘daar beneden staat een boekenkist. ‘Kun jij zien’, vroeg hij aan Rijst, ‘wat voor boeken dat zijn?’
Rijst keek wat nauwkeuriger.
‘Volgens mij’, zei ze, ‘ligt daar bovenop een boek Homo Deus. Het is geschreven’, ze keek nu echt ingespannen, ‘door een meneer Harari.’
‘Homo Deus?’, zei Maïs enigszins vragend, ‘dat betekent toch zoiets als de mens als god? De arrogantie van de mens loopt ook langzamerhand de spuigaten uit.’
‘Oh’, zei Tarwe wat mistroostig,’ik heb al eens gehoord van dat boek. Die Harari zegt inderdaad rechtstreeks dat homo sapiens de machtigste soort ter aarde is.’
‘Nou dan heeft hij kennelijk niet aan ons gedacht,’ opperde Rijst. ‘Ik dacht dat we met zijn drieën de aarde aardig verdeeld hadden met Tarwe vooral in Europa, Maïs in Zuid-Amerika en ik in Azië.‘
Maïs gniffelde. ‘Ja, het heeft lang genoeg geduurd voor we de mens voldoende hadden afgericht om voor ons te zorgen.’
‘Ja,’ voegde Tarwe eraan toe. ‘We moesten zelfs zo nu en dan onze activiteiten onderbreken om ze te straffen. Er zijn in Europa wel wat slachtoffers gevallen door hongersnoden voor ze door hadden wie echt de baas is. Maar uiteindelijk heeft homo sapiens begrepen dat hij goed voor ons moet zorgen. Het lijkt erop dat hij langzamerhand begrijpt hoe zijn positie als verzorger is. Als wij er mee ophouden is de hele homo sapiens de klos.’
‘En dan te bedenken dat die hele homo sapiens is voortgekomen uit maïs,’ mompelde Maïs.
‘Nou moet je niet overdrijven,’ zei Rijst, ‘dat zijn alleen maar legenden. Dat zijn net zulke verhalen als waarmee die Harari loopt dik te doen.’
‘Oké,’ mopperde Maïs wat verongelijkt, ‘Het zijn toch mooie verhalen. Zoals ook dat verhaal dat de mens de enige soort is met een ziel? Dat verhaal vertellen ze ook al 2000 jaar. Het is trouwens de grootste onzin.’
‘Nou gelukkig geeft Harari toe, dat ze die ziel nog niet hebben kunnen vinden. Het zijn gewoon fantasie verhalen.’ Rijst klonk een beetje cynisch.
‘Trouwens,’ zei Tarwe, wat betekent eigenlijk de machtigste soort? Is dat de soort met de meeste nazaten en de beste levenskansen? Dan zijn er nog wel een paar soorten te noemen. Kijk maar eens naar de tomaten. Wat die homo sapiens allemaal niet uit de kast haalt om de tomaten te vertroetelen!’
‘Om nog maar te zwijgen over de kippen en konijnen de varkens en de koeien. Als die soorten er de brui aan geven kan homo sapiens het ook wel schudden.’ Rijst begon langzamerhand op gang te komen.’
‘Maar zei Maïs relativerend, de mens maait toch maar ieder jaar onze woonplaatsen kaal, dat noemt hij oogsten.’
‘Ach wat,’ smaalde Rijst, ‘Dat is toch alleen maar onderdeel van onze verzorging, want zo hebben we voor ieder seizoen weer een prachtig schone grond voorzien van het beste voedsel. Ik moet er niet aan denken dat onze akkers niet zouden worden omgespit. Dat zou een smeerboel geven. En natuurlijk moeten we van ons overvloedig nageslacht iets gebruiken om onze knechten en slaven in leven te houden.’
‘Toch is het geen manier van doen hoe kippen en varkens worden behandeld. Ze worden schandalig uitgebuit.’ Maïs bleef proberen ook een andere kant van de wereld te zien.
‘Nou,’ riep Rijst opgewonden, ‘Heb je al eens gekeken hoe homo sapiens zijn eigen soort behandelt? Kijk maar eens naar een land als de VS. Als daar een dollar wordt verdiend mag 80 % van de bevolking een dubbeltje verdelen, en tachtig cent gaat naar de rijkste 10%. Dat is vanwege de vrije markt zegt men. Vind je dat eerlijk? Want daar praat Harari niet over.’
‘Oké, oké,’ zei Tarwe, ‘De mensen zijn geen goed voorbeeld. Maar ik ga er eens vandoor, want vanmiddag komen onze mensen ons weer douchen. Wij hebben geklaagd dat het veel te droog is. Aju.’
Tarwe rolde van de richel en verdween tussen de boeken die een meter lager in een doos lagen.


Geen opmerkingen: