zondag 30 november 2014

Doof

Doofheid komt in gradaties. Hoewel ik regelmatig aan mensen moet vragen om te herhalen wat ze zeiden, heb ik het gevoel dat ik ook zonder gehoorapparaat nog redelijk kan functioneren. Maar wat is redelijk?
Op zaterdagochtend gaat de telefoon. De heer F.W. beklaagt zich over het feit dat een knop van een van de radiatoren heeft losgelaten, is afgebroken of... In ieder geval krijgt hij de radiator niet meer koud, hetgeen vervelend is, zelfs al is de temperatuur dezer dagen van dien aard dat de c.v. wel aan mag.
Ik beloof dat ik straks langs zal komen om de situatie op te nemen. De heer F.W. roept dat hij eerst nog onder de douche moet (of iets wat daar op lijkt). Ik weet dat de heer F.W. door doofheid wordt geplaagd, maar weet eigenlijk niet hoe ernstig het is.
Als ik rond elf uur bij hem binnen loop blijkt zijn observatie juist te zijn. De knop van een van zijn radiatoren zit los. Ik kan hem er wel op duwen, maar dat geeft voor het vervolg geen vastigheid. Mijn diagnose: de thermostaatknop is defect en moet vervangen worden.
Het kost me moeite om die opvatting bij de heer F.W. over te brengen. Niet omdat hij de boodschap niet zou begrijpen, maar omdat hij mij niet verstaat. Zijn vrouw helpt me daarbij.
Want in tegenstelling tot de heer F.W. is mevr. W. allerminst doof. Ze is ook tamelijk realistisch en verwacht dat de vervanging van de kraan tijdens het weekend wel niet zal gebeuren. Zover is de heer F.W. nog niet.
Ik neem de aangeboden kop koffie aan en zie dat de heer F.W. met een brief aankomt van het bedrijf dat in de flat zorgt voor onderhoud en reparaties van onze centrale verwarming. Hij is tamelijk onrustig en draait het nummer dat op de brief staat. Maar als hij enige tijd luistert legt hij de telefoon neer.
'Ik kan niet verstaan wat ze zeggen.' Zijn toon is moedeloos. Ik krijg de telefoon in handen gedrukt en kan nog net het laatste deel van de boodschap horen: '...gesloten. Spreek na de piep ...'
Het is me niet geheel duidelijk, waarom F.W. probeert een telefoongesprek te voeren als hij niet kan verstaan wat aan de andere kant van de lijn wordt gezegd. En ik begrijp ook niet goed waarom mevr. W. niet zelf belt. Ik vraag welk nummer zij zelf hebben en draai het nummer opnieuw. Nadat ik een boodschap heb doorgegeven met het verzoek dat het bedrijf zo snel mogelijk zal terug bellen, zit de heer F.W. me vragend aan te kijken.
'Wat gebeurt er nu?'
Mevr. W. heeft de boodschap begrepen. 'Ze zullen na het weekend terugbellen en anders kunnen we dan zelf bellen.'
De heer F.W. lijkt maar moeilijk te overtuigen. Hij voelt nog eens aan de radiator die nog steeds heet is en kijkt nogmaals naar de brief in zijn hand. Hij moppert dat het toch wel veel warmte kost als de radiator het hele weekend aan blijft staan. Maar is mogelijk toch wel gerustgesteld dat zijn vrouw geen verdere actie van hem vraagt.
Zijn doofheid blijkt niet iets van de laatste tijd. Al tijdens zijn werkzame leven had hij daar veel last van. Het belemmert hen wel in het het uitgaan. Ze komen eigenlijk samen nergens meer. De heer F.W. heeft er immers niets aan als hij toch niets kan verstaan. Mevr. W. heeft wel haar bridgebezigheden en vervult binnenshuis kennelijk de rol van tolk/vertaler voor de heer F.W. Op de een of andere manier lijkt hij haar wel te verstaan.    

Geen opmerkingen: