zondag 20 april 2014
Vroeger
Tja, ik had aan de wieg gestaan van de Haagse Beemden. Oh, ja? Hoe bedoelt u?
Mijn gedachten gingen terug naar 1975. De gemeenteraad had, eigenlijk zeer tegen zijn zin, in 1971 ingestemd met de overdracht van de Haagse Beemden van Prinsenbeek aan Breda. Toen dit uiteindelijk juridisch rond was (de overdracht vond plaats op 1 januari 1976) kon wethouder van Dun in april 1975 het structuurplan voor de Haagse Beemden aan de raad presenteren. Het was een plan zoals er zovele waren geweest: een plan met rechte lijnen, waarbij het landschappelijk karakter van het gebied volledig verdween. Het bood ruimte voor een bewoning door 60.000 inwoners. Het was geen mooi of elegant plan. Het kostte Van Dun veel overtuigingskracht om de raad ermee in te laten stemmen. Hij moest bestuurlijk en politiek een salto mortale maken, toen bleek dat terwijl hij bezig was met de voorbereiding van de raadsbesluiten, binnen de dienst Openbare Werken met behulp van externe adviseurs werd gewerkt aan volledig ander plan.
Het nieuwe plan liet de landgoederenzone in het midden van het gebied in takt, bood door de ringvormige structuur voor de woningbouw een situatie, waarbij alle woningen vlak bij het groen zouden liggen. Het aantal woningen in het plangebied werd terug gebracht tot ca. 10 000, zodat er maximaal zo'n 27.000 mensen zouden kunnen wonen. Toch lukte het Van Dun om ook voor dit nieuwe plan de instemming van de raad te krijgen. Het was inmiddels juni 1975, twee maanden na de behandeling van het eerste structuurplan. Een huzarenstukje.
Het was duidelijk dat voor het nieuwe plan op een andere manier moest worden ontworpen; de tijdgeest was volledig veranderd. Met architektenbureau Architeam, dat veel deed in de sociale woningbouw en Bureau Ruijs en Bolder dat bekend was door de kerkenbouw en vrije sectorwoningen werd het ontwerp voor de eerste plandeel Kievitsloop/Gageldonk aangepakt.
Als datum voor de feitelijke start (de eerste paal) werd genomen 10 mei 1976. Maar de architektenteams konden het niet eens worden over de overgang tussen hun beider plandelen. Daardoor dreigde de de startdatum in gevaar te komen. In de stuurgroep Haagse Beemden betoogde Van Dun dat, al moest de onderste steen boven komen, de woningbouw op 10 mei van start moest gaan. Dat bleek bij de lopende planvorming niet haalbaar. Bij wijze van noodgreep werd daarom een plan van 128 woningen dat vrijwel klaar was voor de bouwvergunning van de plank gehaald.
En inderdaad op 10 mei kon de feestelijke start plaats vinden. Met veel vertoon werd een onderste steen opgegraven en boven gehaald. Die onderste steen was gemaakt van koperplaat. Later toen Van Dun allang naar Heusden was verhuisd, kreeg ik die onderste steen. Ik was vermoedelijk een van de heel weinigen die nog wisten hoe het proces was verlopen. Hij heeft nog jaren in de tuin gelegen van ons huis in Teteringen.
Ik stond letterlijk bij de start van de woningbouw in de Haagse Beemden, maar er is veel veranderd sindsdien.
zondag 13 april 2014
Een oude vriendin
Ik wil, zei Anneke, nu we toch hier zijn nog even een bezoekje brengen aan mevr. van M. Hier was in Winterswijk waar we niet meer zo vaak komen, hoewel we er beiden wat wortels uit een ver verleden hebben liggen. Mevr. van M. was een goede vriendin van de moeder van Anneke. Mevr. van M. moet inmiddels ook al flink op leeftijd zijn. Hoewel we het niet precies weten schatten we haar op minstens negentig. Zo’n getal zegt niet alles. We hadden deze dag al een bezoekje afgelegd aan de vroegere hulp Annie die dit jaar negentig wordt en ons verrast de deur opendeed toen we aanbelden. Annie was bezig met het haken van een omslagdoek; een driehoekige doek die, afgaand op mijn lekenoog, werd geconstrueerd met verschillende ingewikkelde steken. Ze vertelde dat dit al de derde doek was die ze haakte. Ze zit in een handwerkgroepje waar ze op maandag naar toe gaat. Ach, vroeger zaten er wel twintig vrouwen in. Nu nog maar een stuk of zes. Maar zo gaat dat. Het was de bedoeling dat de doeken verkocht zouden worden. Annie liep niet erg gemakkelijk, maar met haar schuifelende voeten liep ze heen en weer naar de keuken om koffie te zetten en praatte ondertussen honderd uit met haar typisch Achterhoekse tongval. Ze vroeg naar de gezondheid van onze kinderen, schaakt Freerk nog? En hoe gaat het met Benna? Haar kinderen hadden gezegd dat ze maar een computer moest kopen dan kon ze spelletjes doen. Maar wat moest zij in haar eentje zitten spelen? Nee zo lang ze haar handwerkclubje nog had…
Mevr. van M. zit sinds een jaar in een appartement in wat vroeger een bejaardenhuis was en nu een zorgcentrum wordt genoemd. Maar zo schrijdt de beschaving voort. De verzorgers zijn inmiddels verzorgenden geworden en toegang tot dit soort instellingen is alleen nog mogelijk als je moeilijk (eigenlijk helemaal niet meer) voor jezelf kunt zorgen. Het kostte ons enige moeite het zorgcentrum te vinden. Het ligt immers in een buurt die nog niet bestond toen wij nog wat vaker in Winterswijk kwamen. Maar toen we het vonden bleek het een zeer ruime behuizing. We moesten, vertelde men ons bij de receptie, helemaal aan het eind van de gang op de begane grond zijn. Die gang boog aan het eind om een soort recreatieruimte heen. Daar zaten verschillende mensen kennelijk te wachten op de recreatie. Mevr. van M. deed niet open op ons bellen. Maar na opnieuw contact met de receptie bleek dat een verzorgende onderweg was. De verzorgende opende de deur en kwam na enige ogenblikken weer naar buiten, ze zei dat mevr. van M. bezig was zich aan te kleden. We konden wel even wachten in de huiskamer. Wij liepen naar binnen en de verzorgende naar buiten. We keken om ons heen tot we gekreun hoorden dat uit de slaapkamer leek te komen. Het gekreun werd snel heviger en ging over in geroep om hulp. Mevr. van M. hing toen wij binnen kwamen over het voetschot van haar bed en had duidelijk last van pijn op haar borst. We probeerden haar te ondersteunen en in bed te leggen, terwijl zij met behulp van de alarmknop op haar borst de verzorgende waarschuwde. Hoewel ze het duidelijk heel benauwd had wees ze ons op de spray die ze wilde hebben om onder haar tong te spuiten. We kregen haar uiteindelijkin bed in wat mij een niet al te gemakkelijke houding leek. Even later toen de verzorgende terugkwam legden we haar weer in een meer gemakkelijke houding onder de dekens. Naast het bed lag een lijstje met belangrijke telefoonnummers geprint met 30-punts letters. Op grond van de aanwijzingen van mevr. van M. belde Anneke naar Cokx, een dochter. Toen die gekomen was leek het ons dat we wel gemist konden worden…
Toen we terugkwamen in de recreatieruimte was de recreatie inmiddels begonnen. Er stonden vier sjoelbakken opgesteld ieder met zijn eigen fanclub. Bij een van de sjoelbakken waren de gaten waar de schijven door heen moesten in verticale stand. De sjoelbak stond aan een kant op een verhoging, zodat de spelers de schijven konden rollen. Dat kost minder kracht. Wij verlieten het pand en gingen door naar het kerkhof om een bloemetje te plaatsen in het columbarium.
N.B. de afbeelding op deze bladzij heeft niets met ons bezoek te maken. Het is een stukje van het laatste avondmaal in het Ovenhuis in Watou.
zaterdag 12 april 2014
Kado
Maar een paar dagen geleden kwam aan het gevoel van zekerheid dat een lastige opgave was opgelost een einde. De jarige zus had al een tuin vol planten en zag het nut er niet van in om er nog meer bij te zetten. Nee ze wilde eigen lijk veel liever een fotoboekje over haar verjaardag 'net zoiets als voor Moeders 80e verjaardag'. Dat was een verontrustende gedachte. Om verschillende redenen. Dat boekje voor Moeders verjaardag had ik samengesteld ruim dertig jaar geleden met teksten en foto's van het hele gezin. Het had maanden van voorbereiding gekost. Maar toen vonden we nog dat tachtig jaar echt oud was. Voor iets dergelijks had ik de tijd niet meer. Daarnaast hadden de kinderen van de jarige zus aangekondigd dat ze voor de gelegenheid een 'glossy' wilden maken, waarvoor de broers en zussen om een bijdrage was gevraagd. Was een ander boekje met die strekking niet dubbel op? Maar nee dat begreep ik verkeerd. Het was de bedoeling een fotoboekje te maken van de verjaardag. Begrijp ik dat goed? Ja, ik had het goed begrepen. Het feest is vandaag.
Ik heb mijn fototoestel bij me....
zondag 23 maart 2014
Watou
Als we naar Esquelbecq gaan rijden we bij voorkeur langs Ieper en Poperinge om dan via Jan ter Biezen in Watou uit te komen naast het Ovenhuis (zie foto). Een goede plek om de lunch te gebruiken; zo’n oud café-restaurant met houten lambrisering, boven de toog een houten fries en ook tegen de muur in het trappenhuis een houten fries. Bij een vorige gelegenheid was ons al verteld dat dit houtwerk afkomstig is van een kerk die gesloopt moest worden. De juffrouw die onze bestellingen opnam wist dat ook, ook al wist ze niet van welke kerk, ze wist al evenmin wat op de beide friezen werd afgebeeld. Het fries op de trap zou wel het laatste avondmaal kunnen zijn, maar er stonden te veel figuren op, een stuk of zestien. Bij nadere beschouwing zou het desondanks het laatste avondmaal wel kunnen zijn. Een waar feestmaal met muziek (de luitspeler op de voorgrond) en een aparte wijnschenker. Achter de tafel zaten inderdaad 12 personen. De fries boven de toog was minder duidelijk; vermoedelijk waren het bijbelse scènes. Na de verleiding van Adam (op de grond liggend) door Eva alreeds met vijgenblad moesten wij naar de betekenis van de afbeeldingen raden. Was dat Simson die zij haar kwijt raakte door het verraad van Delilah. De serveerster bekende dat ze onvoldoende kennis had van de bijbel om ons uitsluitsel te geven. Ooit was er iemand geweest die het had uitgelegd, maar dat had ze niet allemaal onthouden. De kerk waaruit dit houtwerk afkomstig was was niet de kerk tegenover het Ovenhuis. Die staat er nog in volle glorie bij. Een oude kerk, het oudste gedeelte was volgens de deskundigen al tussen 1150 en 1200 gebouwd in Romaanse. De uitbreidingen die tot een hallenkerk hadden geleid waren gotisch. Watou lag in de Eerste Wereldoorlog blijkbaar buiten het bereik van de kanonnen. Het hotel tegenover het Ovenhuis had de opmerkelijke naam Het huis tussen dag en morgen. Na de lunch passeren we de grens bij het Franse dorpje Houtkerque, zo genoemd omdat er in de 11e eeuw een houten kerk stond. Hoewel alle techniek van vandaag aanwezig is, een wereld waar de tijd heeft stilgestaan.
maandag 17 maart 2014
God
Het haar van Nettie werd bewonderd. Ze was blij zei ze, dat ze er nog was. Het had een tijd geduurd voor de dokters hadden vastgesteld dat ze inderdaad kanker had. Toen de diagnose was gesteld was ze woedend de kerk ingelopen tot voor het altaar en had daar hardop geroepen "Godverdomme", daarna was ze de kerk weer uitgelopen. Buiten had ze zich bedacht en was weer terug gegaan de kerk in. Bij het altaar had ze gezegd: "Neem me niet kwalijk, maar u weet wat ik bedoel." Het was haar manier van communiceren met god.
Ze was genezen, maar nu nog onder controle; inmiddels was ze zeer tevreden over het herstel van haar haargroei. Ze had god gevraagd om mooie lange wimpers, maar ze kreeg nu net zulke dunne wimpers als vroeger. Daar had god bij haar genezing zeker niet aan gedacht.
Nettie geloofde in een leven na dit leven, ze had ook een boek met die titel, van een Amerikaanse professor die een aantal weken in coma had gelegen en had opgeschreven wat hij had meegemaakt. Ze was nu echter nog maar net begonnen met haar tirade tegen het belangrijkste onrecht in deze wereld: de behandeling van de vrouw. Dat begon al, zei ze, als een vrouw een jaar of veertien was, dan kwamen de maandstonden (ik denk dat er niet veel mensen meer zijn die deze term nog gebruiken); dat was natuurlijk vervelend, maar dan een paar jaar later kwamen de kinderen, dan werd je als vrouw steeds lelijker en je man steeds mooier. Als je als vrouw helemaal misvormd was dan had de man een prachtig gedistingeerd voorkomen. Dat was pas echt onrechtvaardig. Maar als klap op de vuurpijl, als je dan vijftig, vijf- en vijftig was kwam de overgang, dan kreeg je opvliegers en ging je zweten. Dat was volledig overbodig. Dus als zij eindelijk dood zou gaan zou ze god eens flink bij zijn baard grijpen.
Heeft god een baard?
Ja, natuurlijk heeft god een baard. Ze zou hem niet meer loslaten voor hij de overgang had afgeschaft.
'Ik geloof niet dat er een leven na de dood is,' zei mijn buurvrouw voorzichtig, 'kom ik dan al die mensen van vroeger weer tegen?' Ik was vermoedelijk de enige die het hoorde en beaamde dat dat ook een van mijn grootste zorgen zou zijn.
zondag 9 maart 2014
Een perfecte afvalmachine
La Chicoree, hier op de foto gezien vanaf de Place Rihour in Lille beslaat vrijwel een hele wand van het plein. Het is een groot restaurant. De tenten met de glazen wanden worden door het restaurant gezien als ‘buiten’, hetgeen betekent dat de gasten die willen roken in deze ruimte niets in de weg wordt gelegd. Binnen is dat verboden. Er is verwarming in die tenten, zodat de meeste mensen daar ook in de winter gaan zitten. De tenten bieden samen misschien wel ruimte aan 200 gasten. Zaterdag waren vrijwel alle tafels bezet, zodat wij min of meer gedwongen waren binnen te gaan zitten, waar we met ook nog veel mensen zaten te eten. De obers hadden het druk; ze renden met een man of vijf heen en weer van de keuken naar buiten met een blad met eetwaren. Wat er met die eetwaren gebeurde konden we vanaf onze zitplaats niet zien. Er is reden om aan te nemen dat een deel ervan werd opgegeten. Het enige wat wij konden waarnemen was dat de obers met ongeveer gelijke snelheid bladen met etensresten (afval) naar binnen brachten. Een constante stroom van eetwaren op weg naar buiten en een constante stroom van afval naar binnen. Een perfecte afvalmachine zo te zien.
Voor de dranken werd een schakel ingelast. De bladen met drank werden met evenzeer grote snelheid naar buiten gebracht en werden even later met lege glazen weer binnen gebracht. Wat er met de inhoud gebeurde konden we wederom niet waarnemen, al hadden we een vermoeden. Gelijktijdig echter was er een constante stroom van gasten naar binnen door de eetzaal langs onze tafel naar beneden, waar we wisten dat de toiletten zich bevonden; korte tijd later liepen ze weer langs onze tafel naar buiten. Een andere vorm van afval productie. Een fascinerend proces.
dinsdag 4 maart 2014
Virus
In het nieuws kwam het naar voren: In de permafrost is een reuzenvirus gevonden. De permafrost is de permanent bevroren steppe die vooral in de poolstreken in het noordelijkste deel van het tegenwoordige Rusland wordt aangetroffen. Het reuzenvirus is inderdaad reusachtig: als ik het goed onthouden hebt is een gewoon virus ongeveer 80 -150 nanometer groot. Het reuzenvirus wel anderhalve micrometer. Gelukkig zijn er nog geen mensen aangetroffen in de permafrost, anders zou het reuzenvirus misschien voor mensen gevaarlijk kunnen zijn. Maar misschien zijn de reuzen wel uitgestorven door het reuzenvirus. Het wachten is nu op het eerste diepgevroren reuzenlijk.
zondag 2 maart 2014
Liebsteraward
De Liebster Award? De Liebster Award is in het leven geroepen om de kleine bloggers in de schijnwerpers te plaatsen. Hoe klein is klein? Deze maand is het vijf jaar geleden dat ik met dat blog begon.
De kleine bloggers kunnen zo worden gestimuleerd en gemotiveerd. Misschien kunnen we ze een beetje leren kennen door ze elf vragen te stellen. Ik werd genomineerd door Sabine (Frommymindtoyourmind) ; ze stelde de volgende vragen (voor het gemak heb ik mijn antwoorden er maar bij gezet.)
- Wat is je allergrootste droom/wens?Wensen worden geleidelijk minder belangrijk. Maar liefst zou ik mijn kinderen niet overleven.
- Welk boek dat je hebt gelezen zou jij zelf hebben willen schrijven?Oef, dat zijn er nog al wat. Maar bijv. 'The Web of Life' , van Fritjof Capra, dat je een andere manier van kijken naar de wereld meegeeft.
- Wat zou je overnieuw willen doen?Die vraag betekent eigenlijk dat je denkt dat een andere keus op sommige momenten in je leven beter zou zijn geweest. Maar je maakte die keus omdat je was die je was in de omstandigheden die toen golden. De wereld kan niet terug gedraaid worden. Zou ik anders hebben willen zijn? Ik denk het niet. Ik wist toen niet wat me te wachten stond en zou het opnieuw niet weten als ik een andere keus had gemaakt.
- Wat is naast lezen en schrijven je favoriete bezigheid?Ach, er is niet zomaar één favoriete bezigheid. Maar als ik alles bij alles eens optel, zou ik wellicht fotografie moeten noemen.
- Wie is je allergrootste voorbeeld en waarom?Ik moet me realiseren dat ik menselijkerwijs in de laatste fase van mijn leven zit en in dat leven het geluk heb gehad dat ik met een aantal geweldige mensen in aanraking ben gekomen. Mensen die gedurende kortere of langere tijd voor mij uitermate belangrijk waren. Maar als je met alle geweld een naam wilt horen dan denk ik aan tweede machinist Wiessner, die op volle zee een ladingpomp uit de pompkamer haalde met gereedschap dat daar eigenlijk niet geschikt voor was;
- Als je moest kiezen tussen nooit meer zelf schrijven of nooit meer een boek lezen, wat zou je dan kiezen?Hoe kun je me nu zo'n keus voorleggen? Dat is net zoiets als de keus tussen nooit meer eten of nooit meer poepen.
- Waar ben je het meest trots op?Op mijn kinderen en mijn kleinkinderen – een geweldig stel.
- Wat zou je graag willen leren?Ik kan eigenlijk alles, maar alles op een amateuristisch niveau; en iedere keer denk ik voor ieder van de dingen die ik kan of ken: ik zou dat beter willen kunnen of kennen.
- Wat is je allergrootste angst?Dat sluit eigenlijk aan bij vraag 1 en vraag 7. De allergrootste angst is eigenlijk de angst voor dat telefoontje dat er iemand uit je naaste omgeving is overleden, uit je leven is verdwenen.
- Als je één dag met iemand mocht ruilen, wie zou dat dan zijn en waarom?Ik heb weinig behoefte om iemand anders te zijn. De ultieme ruil zou zijn met mijn vrouw om te weten hoe het is met mij samen te leven.
- Als je moest emigreren, waar ging je dan naartoe?Ik heb in de loop van de jaren van de buitenkant naar veel landen gekeken, er zijn weinig plekken die voldoen aan mijn wensen. Het fanatisme bedreigt in de meeste landen de toekomst en vermindert daardoor de leefbaarheid. Mijn sympathie gaat naar India, maar daar is het al zo druk. Het zou waarschijnlijk Frankrijk worden.
vrijdag 28 februari 2014
Bezoek
Nu woonden onze nieuwe vrienden in een gebied van ons land waar wij zelden langskomen dus het aankomen schoof op in de tijd. Het adres werd bijgeschreven in het adresboek en er gebeurde niet veel, maar rond de jaarwisseling kregen we een kaart die werd beantwoord. Dat herhaalde zich het volgende jaar en het jaar daarop. En reeds dreigde het adres te worden bijgeboekt in de categorie 'oude adressen'. Op de laatste nieuwjaarskaart stond behalve datgene wat wenselijk wordt geacht voor het komende jaar ook de vraag: wanneer komen jullie langs? Dus we maakten een afspraak.
Het was goed dat de afspraak bij hun thuis was, want er was een redelijke kans dat we hen niet zouden herkennen als we hen zomaar tegen zouden komen. Ik geef toe: een zwakke plek bij mij om gezichten te onthouden bij personen die ik maar eenmalig heb ontmoet.
Ze wonen in een huis(je) dat naar het schijnt in de buurt het kabouterhuisje wordt genoemd, waar al drie generaties in haar familie hebben gewoond en dat haar volstrekt onverwacht bij erfenis was toegevallen. We troffen hen terwijl een stukadoor bezig was een aangebouwde serre af te werken. Een ongedwongen en informele ontmoeting. Zij praatte gemakkelijk en dat van de weeromstuit maakte het voor ons ook weer gemakkelijker te praten. Hij in een okergele, wellicht oranje slobbertrui en lichtbruine ribfluwelen broek. Ze zijn een jaar ouder dan wij, inmiddels ook meer dan vijftig jaar getrouwd, hebben een vijftigjarige dochter... Ze hadden inmiddels veel gereisd en waren ook fervente zeezeilers (geweest).
Ze had gedacht dat ze het beste - gelet op de afstand die we nog moesten afleggen - ons een warme maaltijd aan kon bieden. We genoten van de soep en de macaronischotel en een toetje van ijs.
Een genoeglijke ontmoeting.
vrijdag 21 februari 2014
Conversatie
- Ik denk, zei ik, dat we even moeten wachten op de baas.
- Ja, de grote baas...
Ze keek of de ober niet veel te vertellen had. Op dat moment stak de man in kwestie zijn hoofd door de deur en riep:
- 711.
De dame achter de bar tikte iets in en zei
- Dat is dan € 13,80.
Ik pakte mijn portemonnee, terwijl een eindje verder achter de bar een andere dame een cocktail glas omhoog hield.
- Kijk, dat glas loopt aan de bovenkant iets krom. Dat is goed, want dan loopt de drank er niet uit.
- Ja, zei ik, ik kan mijn mond niet houden, want dat zou niet praktisch zijn.
- Nee, beaamde juffrouw één, helemaal niet praktisch.
- Nou, opperde juffrouw twee, die glazen worden meestal leeg gedronken en na zes glazen merkt men niet meer of er iets over heen gaat.
Ze maakte een gebaar of ze haar evenwicht allang verloren had. En vervolgens met een andere beweging alsof ze het glas op een tafel zette.
- Dan is het veel handiger om het maar neer te zetten. Dan kan men zich bukken om te drinken.
- Tja, zei ik, anders is het maar de vraag of men nog veel binnen krijgt van de cocktail.
We waren het volledig eens. Ik stak mijn portemonnee weer weg en groette de beide dames.
- Tot ziens, was het antwoord.