dinsdag 19 juli 2011
Adri-3
Bij de parkeerplaats ten noorden van Parijs wandelde Adri voorzichtig aan mijn arm naar binnen en liet zich door Free een lunch klaarmaken. Ik liep vlak achter Free met een bord met eten en Free liep naar de kassa waar niemand voor haar stond. Het was de kassa waar ze alleen met een betaalkaart kon betalen. Die had Free niet en ik bood aan haar eten ook te betalen. De kassière die vermoedelijk niet onmiddellijk in de gaten had dat Free en ik samen reisden, vond dat een wel zeer genereus gebaar. Ik kon niet meer stuk. Toen na de maaltijd Adri naar het toilet wilde maar opzag tegen de rij die daar voor de deur stond deed ik een beroep op mijn nieuwe vriendin. Die loodste Adri met voorrang naar het toilet en bracht haar ook weer netjes terug. Ze werd beloond met kussen op beide wangen!
De volgende stop was Marke. Toe we daar aankwamen bleek Adri volledig uitgeput. Terwijl wij koffie dronken bleef zij in de auto liggen. We besloten naar het dichtstbijzijnde hotel te gaan. En daar nog een nacht over te blijven. De volgende morgen, het was inmiddels zondag gingen we naar ons huis. Daar rustten Adri en Free een tijdlang voor ze uiteindelijk het laatste stuk naar Heiloo reden...
Adri-2
Nu volgden we dezelfde weg: Antwerpen-Lille-Parijs-Orleans. Omstreeks half tien stopten we vlak bij Orleans om te tanken. We belden met Thomas: kon hij het telefoonnummer van het hotel van Free vinden? Dat kon hij. Hij zou zelfs proberen of er nog een kamer vrij was voor ons. Een half uur later belde Thomas terug: er was inderdaad nog een kamer vrij en voor ons gereserveerd. Tegen elven kwamen we bij het hotel en schreven ons in. Adri en Free waren natuurlijk al naar bed. We hadden pech: de bar was dicht een borrel was niet meer te krijgen, nog wel een kop koffie.
De volgende morgen zaten wij om een uur of acht aan het ontbijt met een krant.
Omstreeks half negen kwamen Adri en Free binnen, uiterst verbaasd ons daar aan te treffen, maar ook duidelijk opgelucht.
We konden nu een beetje de taken verdelen.
Adri-1
Het leek me verstandig dathet telefoontje van Adri door Free was geïnitieerd. Dan klonk het minder verontrustend.
De volgende dag bleek dat er door Thomas contact was geweest met Ankie. Thomas was zeer ongerust over de toestand van Adri. Maar hij was er niet in geslaagd om Adri en Free er van te overtuigen dat de beste manier om naar huis te gaan was om met het vliegtuig vanuit Bergerac naar Rotterdam te gaan. Ik besloot Benna te bellen en eens na te gaan of en hoe ik Adri en Free tegemoet zou kunnen gaan. Het bleek dat er een goede trein verbinding was naar Le Mans. Als Free en Adri daar aan het station zouden kunnen komen... Maar Thomas zei desgevraagd dat er in de auto van Adri en Free geen plaats was voor een derde persoon. Schildersezels en stoeltjes namen teveel plaats in. Het leek me niet zo'n sterke argumentatie: stel dat er echt iets mis ging, wat moest er dan uiteindelijk met die spullen gebeuren?
Maar er waren nog enkele alternatieven. Een ervan was dat Anneke en ik samen naar het zuiden zouden gaan en Free en Adri daar ergens op zouden vangen. Desnoods kon dan een deel van de bagage over geheveld worden naar onze auto. Daarvoor was het nodig dat we wisten waar Adri en Free zouden zijn en dat ze wisten dat ze op ons moesten wachten. Weer contact met Thomas. Maar zijn adviezen waren niet erg bemoedigend. Hoewel de route die ze van plan waren te gaan overeen kwam met wat ik verwachtte, meenden Adri en Free dat ze zich wel zouden redden. Ze zouden de reis in vier dagen doen. Dat betekende ongeveer 250 km per dag.
Vrijdag om drie uur belde Free, ze zaten in de Lion d'Or in Chateau-Renault en aangezien iedereen vond dat het beter was dat we ze tegemoet zouden komen...
Ik moest nog even overleggen over hoe we het precies zouden doen en vroeg of Free daar nog een dag kon blijven. Maar dat wist ze niet. Dus gaf ik aan dat we naar hen toe zouden komen. Ik zou nog contact opnemen.
Om half vier zaten Anneke en ik in de auto. Toch een beetje met een gevoel van déjà vu...
vrijdag 8 juli 2011
Geluiden
Geluiden kunnen irriterend zijn als je de herkomst niet kunt bepalen. Zoals dat geluid bij mevr.A. Mevr. A. belde op dat er een geluid was en ik ging luisteren. Het geluid was niet gemakkelijk te definiëren, maar leek wat mij betreft wat op het zoemen van een electromotor op afstand. Het was alleen te horen in een klein deel van haar appartement en het leek van buiten haar woning te komen. Het leek een geluid dat niet echt verontrustend was, maar als je de herkomst niet kent en het verschijnt zomaar op een goede of kwade dag dan is dat op zijn minst eigenaardig. Ik liet het even voor wat het was, maar mevr. A. liet het er niet bij zitten en belde enkele dagen later weer. Met de technische man van ons flatgebouw ging ik nog een keer luisteren: het geluid was er nog en de herkomst werd niet duidelijker door het luisteren. We gingen op onderzoek uit. Maar in de lift die onmiddellijk grenst aan de wand waaruit het geluid leek te komen was niets te horen. En ook in het appartement een verdieping hoger, waar de heer P. bereidwillig opzij ging om ons te laten luisteren, was niets te horen.
Zou het van beneden komen? Dat lijkt niet onmogelijk, want de komst van het geluid viel ongeveer samen met het definitieve vertrek van haar onderburen. Een probleem is; die woning is op dit moment niet bewoond en dus niet toegankelijk.
Het geluid van mevr A. zal even moeten wachten tot we beneden haar kunnen kijken...
zaterdag 2 juli 2011
Bij de tramhalte
Ze had geen bezwaar en gaf aan dat ik natuurlijk vrij was om te gaan zitten en dat het bankje niet van haar was. Ik zei dat ik dat wel wist maar dat het toch vriendelijker was als ik het vroeg. Ze beaamde dat en zei dat zij het in het omgekeerde geval ook gevraagd zou hebben.
Ik ging zitten en pakte een Sudoku boekje uit mijn zak. Maar onsgesprek was nog niet afgelopen.
Het is benauwd, zei mijn bankbuurvrouw.
Inderdaad maar dat is als de zon schijnt, want als er weer wolken voorbij komen is het eigenlijk niet erg warm.
Ja, maar ik kan het voelen, het is hetzelfde weer als in Suriname. Dan moet ik altijd transpireren.
Ik keek even naar haar blote nek en schouders. Haar huid had de bruine tint van vrouwen in Zuid- en Midden America.
Ik zweet ook nogal gemakkelijk met dit weer, maar ik vind het niet erg.
Nee ik vind het ook niet erg, zei ze, en ik vind het lekker om in de zon te zitten. Mijn huid kan er goed tegen.
Ze keek naar mijn polsen.
U bent ook aardig bruin zei ze.
En toen weer terugkerend naar haar transpiratie, stak ze haar arm omhoog en rook even in de richting van haar oksel.
Maar ik stink niet, zei ze tevreden.
Ik aarzelde even met de vraag in mijn hoofd: Mag ik ook even ruiken? Maar het moment ging voorbij In plaats daarvan zei ik:
Ja stinken vind ik ook onaangenaam, maar vrouwen mogen best naar zichzelf ruiken...
Op dat moment stopte de tram. Zij stapte voor in en ik in het midden...
zondag 26 juni 2011
St Jan is een feest waar we min of meer toevallig tegen aan zijn gelopen. Inmiddels zeker tien jaar geleden werkte een van onze kennissen op de vrije school in Oosterhout. Daar werden nog feesten gevierd als het planten van of het dansen om de meiboom. Maar ook St. Jan. Onze kennis had mij uitgenodigd om de nodige toepasselijke liederen met de trekharmonica te begeleiden. Liederen als: Hier is onze fiere Pinksterblom, etc. Omdat mijn repertoire beperkt is en men niet steeds doorhad dat de toonsoort van de trekharmonica dominant was liet mijn begeleiding nog al eens wat te wensen over. Desondanks werd ik ook uitgenodigd voor het feest van St Jan, waarvoor een heus vuur werd aangelegd ergens in de bossen tussen Oosterhout en Dorst. De kinderen mochten onder begeleiding over het vuur heen springen. De oudste kinderen eerst en naarmate het vuur kleiner werd mochten ook de kleinere kinderen.
Buiten het verband van de vrije school ben ik het St Jansfeest niet meer tegen gekomen. Totdat bleek dat Benna wel degelijk het feest van St Jean vierde. Ze had daar een heel duidelijke aanleiding voor: met St Jean kon het snoeihout van het afgelopen jaar worden verbrand. (Overigens heeft Benna niet zoveel aanleiding nodig om een feestje te bouwen). De afgelopen week was het nogal buiig geweest, althans in Nederland. We waren dus benieuwd hoe de situatie in Frankrijk was. Maar Benna zag geen aanleiding speciale maatregelen te nemen. Het was daar de hele week droog geweest en de verwachtingen waren niet ongunstig. Het wachten was alleen op de vrienden die zouden meedoen en op voldoende duisternis voor barbecue en vuur. Daardoor kregen we pas om goed tien uur iets van de barbecue., waardoor zeker de Nederlanders al met een gevoel van honger rondliepen en dat gevoel probeerden te onderdrukken met chips e.d.
Nog tijdens de barbecue vielen de eerste druppels, maar het zette niet erg door, dus het vuur kon tegen half twaalf worden ontstoken. En ook hier sprongen de jongeren over het vuur, zij het dat de jongeren hier allemaal boven de 18 waren en zich niet meer lieten begeleiden.
St Jean is de naamdag van Johannes de Doper, maar het verband met het vuur is onduidelijk. Johannes kwam aan zijn eid doordat zijn hoofd werd opgediend...
woensdag 1 juni 2011
Lamp
Onze huiskamer werd verlicht door twee staande lampen. Vroeger zou je ze mogelijk hebben aangeduid met schemerlampen. Maar echt schemeren kun je hier niet bij. De beide lampen hebben een halogeen gloeilamp van 300 W. Ze moeten zorgen voor de algemene verlichting en daar zorgden ze dan ook voor. Toch geven ze maar beperkt licht in de hoek waar wij meestal koffie drinken en lezen: bij het raam. We hebben dus een tijdlang rondgekeken naar een lamp die zou passen bij onze ideeën en toen we die vonden hebben we hem zonder verder veel na denken besteld. De lamp kon bevestigd worden aan het lichtpunt, waaruit al sinds we hier wonen twee draadjes uitnodigend uitsteken. de lamp was niet in voorraad en werd besteld. Meestal, werd ons verzekerd, duurde de levering niet langer dan een week. Dus toen hij er zes weken later nog niet was hebben we enige druk uitgeoefend op de leverancier en ziet: vorige week vrijdag werd ik gebeld dat de lamp was aangekomen. Ondertussen had ik wel even mijn gedachten laten gaan over de vraag of de bevestiging van deze lamp wel zo eenvoudig was als ik me in eerste instantie had voorgesteld. En inderdaad toen ik de lamp opgehaald had en uitgepakt bleek dat de bevestiging niet zomaar kon plaats vinden aan de aansluitdoos in het plafond. Ik moest twee gaatjes boren in het plafond. Ik besloot dat uit te stellen tot de volgende ochtend.
Zaterdag moest Anneke naar Zundert; ik bracht haar weg; op dat moment verwachtte ze dat ze wel met iemand mee terug kon rijden. Dus ik had voorlopig de tijd en deed boodschappen bij Dirk van den Broek, waar ik toch in de buurt was. Toen die waren uitgepakt reed ik door naar de gereedschapszaak voor twee nieuwe betonboortjes. De beste die je hebt zei ik tegen de man van de winkel. Hij zei: meneer dit zijn de beste, maar als u echt in hard beton moet boren, zou u eigenlijk niet met een gewone klopboor moeten werken, maar met een slagboormachine...
Ik besloot, het ging uiteindelijk maar om twee gaatjes van zes mm, het desondanks maar te proberen met mijn oude klopboormachine. Toen ik thuiskwam registreerde ik nog wel, dat het feest was in onze winkelstrip, want die bestaat 50 jaar, maar ik stond er nauwelijks bij stil. En toch: onze buurvrouw zou meelopen over de catwalk, om jurken te showen. Mijn belangstelling was echter beperkt, mijn gedachten waren al bezig met het beton. En dat bleek hard genoeg. Toen ik tien minuten had staan boren, was mijn ene gaatje ongeveer 1 cm diep en de boor al aardig heet. Het andere gaatje gaf niet veel meer succes. Ik verving het boortje, en inderdaad na ongeveer drie kwartier liep het zweet me langs de rug en had ik twee gaatjes van ongeveer twee cm diep. Mijn pluggen waren ongeveer vier cm lang. Een technisch dilemma: terug gaan naar de winkel? Zou ik een slagboormachine kunnen lenen? Of zou ik nog een tijdje doorgaan met de klopboor? Of, en dat was natuurlijk een andere mogelijkheid, zou twee centimeter misschien diep genoeg zijn? Zo zwaar was die lamp niet. Ik nam een plug en een schroef en testte de bevestiging: dat zou moeten lukken. Ik klom voor de zoveelste keer mijn trap op, drukte de pluggen in de gaatjes, knipte ze op lengte en... toen ging de telefoon. Nu had ik die op dat moment in het borstzakje van mijn overhemd, dus ik kon er gemakkelijk bij. Anneke: kun je me toch straks ophalen? Ok.
Ik ging de trap weer af, legde mijn telefoon even op de vensterbank, want in mijn borstzakje konden nu de schroeven die ik nodig had om de lamp te besvestigen. Daarvoor controleerde ik eerst of de schakelaar wel uitstond: schakelaar omzetten, trap op, spanning testen. Omdat de zon op de voorgevel stond - een van de redenen waarom het tamelijk warm was - kon ik niet goed zien of het lampje van de spanningszoeker brandde. Ik had nog een andere, trap af, trap weer op. Ja er was spanning, trap af, schakelaar omgezet. Nu met de lamp naar boven en eerst de beide draden vastmaken. Ik stak de zwarte draad in het kroonsteentje... telefoon. Mijn lamp zou wel even blijven hangen aan die zwarte draad, nadat ik hem had vastgedraaid. Trap af: het naamplaatje dat ik had besteld lag klaar bij de firma op de Ginnekenweg. Trap weer op, de andere draad vast. Nu de rest van de lamp. En klaar was Kees. De lamp brandde zoals het hoort.
Ik ruimde mijn gereedschap en de trap weer op, besloot dat het genoeg was geweest en reed langs de Ginnekenweg om het naamplaatje op te halen. En reed door naar Zundert om wat te drinken en te lunchen.
vrijdag 13 mei 2011
De grote dag
Het is inmiddels alweer bijna een week geleden: het huwelijk. Maar er is sedertdien alweer zoveel gebeurd, dat het moeilijk is mijn ervaringen op te schrijven. Bovendien de meeste lezers van mijn blog waren erbij en kunnen hun eigen verhaal vertellen. Dus hier maar wat impressies.
De officiële huwelijkssluiting op het gemeentehuis van Esquelbecq zou pas om twee uur zijn; er was dus alle tijd om ons aan te kleden in de kleding voor deze gelegenheid. Bovendien hadden Anneke en Benna om half tien nog een afspraak met de kapper en voor zij terug waren hoefde er eigenlijk niet veel te gebeuren. Maar toen de koffie na hun terugkomst op was, kleedde de een na de ander zich om. Georges was de laatste. De dames waren dit keer in het voordeel: het mooie weer liet blote schouders en dunne jurken toe. Voor de mannen echter was het pak met colbert al in de ochtenduren een warmte genererend iets, de stropdas die weinigen nog dragen in hun dagelijks werk werd wel omgedaan en gestrikt, maar zolang dat niet noodzakelijk was bleef de boord nog open. Desondanks was het opvallend dat alle mannelijke leden van de generatie van de bruidegom, maar ook de andere heren al rond de middag keurig in het pak liepen. Richard zelfs in een driedelig costuum. Het werd een bruiloft in stijl.
Tegen twee uur verzamelden de genodigden zich bij het rustiek gelegen gemeenthuis in afwachting van de bruid die in een open koets getrokken door twee paarden aan kwam. Ze werd ontvangen door de bruidegom. Maar bij het uitstappen van de koets stond een hele groep mensen met de camera in de aanslag. Er was nauwelijks plaats voor de officiële fotograaf. De trouwzaal was eigenlijk te klein voor zoveel mensen en de cermonie daar was maar van korte duur: de ambtenaar van de burgerlijke stand - compleet met sjerp - verwees naar de relevante artikelen in het wetboek en zijn assistente las de akte voor. Toen was er enig oponthoud rond het wisselen van de ringen: Antony had ze in de auto laten liggen, en toen dat opgelost was bleek dat de ring van Richard niet om zijn vinger paste. De vinger was gezwollen door een ongelukje met basketballen in de week ervoor. Na de cermonie verlieten we de zaal via de balkondeuren. Het bruidspaar als laatste zorgde voor de balkonscène met kus. Daarna stapten zij als eersten weer in (zij in de koets) de anderen in de auto's en volgde een tocht door het centrum van Esquelbecq naar de feestzaal in Wormhout (ca 5 km). De automobilisten toeterden luidkeels.
Dit soort gebeurtenissen bezorgt me iedere keer momenten van ontroering, waarbij het moeilijk is de tranen binnen te houden. Een van die momenten was de inzegening van het huwelijk. Hoewel Richard en Céline ervoor gekozen hadden aan het huwelijk geen kerkdienst te verbinden was een huwelijk zonder spiritueel moment naar hun gevoel wel kaal. Ze hadden Anneke gevraagd de zegen uit te spreken; de afspraak was dat dit bij het begin van het diner zou gebeuren. Anneke had voor de gelegenheid ook haar kleding als predikant meegenomen en kwam in tenue de zal binnen waar op dat moment alle genodigden al aan tafel waren gedirigeerd. Een mooi moment.
Het diner begon om zeven uur, er was een menu kaart, waaruit af te leiden viel dat er negen gangen zouden komen en tussen iedere twee gangen werd gedanst. Volgens de verwachting zou de bruidstaart rond twee uur worden aangesneden. De eerste dansperiode was bedoeld voor de wals, die de dagen ervoor al verschillende malen was geoefend: wie danst er tegenwoordig nog een wals? Maar het was alweer indrukwekkend zoals Richard en Céline het bal openden: van weerszijden van de zaal op elkaar toelopend en elkaar ontmoetend in het midden, om na een kus de dans te beginnen. Even later gevolgd door de vier ouders en nog even later door de rest van het gezelschap.
Tijdens het diner liepen Richard en Céline regelmatig door de zaal - er waren zo'n 80 genodigden aan het diner - en keken of iedereen het naar zijn zin had. Toen wij even na half drie ons stuk van de bruidstaart en champagne hadden genuttigd hadden we wel zo ongeveer genoeg gehad en gingen we naar huis. We hadden gelijk zei Benna, later, de beloofde koffie kwam pas om een uur of vier. Het feest zelf ging door tot ca half vijf. Richard en zijn vrienden hebben naderhand nog de feestzaal weer opgeruimd. Om twaalf uur op zondagmorgen was hij weer bij Benna om ons goedendag te zeggen. Hij had zei hij de afgelopen drie dagen ongeveer vijf uur slaap gehad.
zaterdag 7 mei 2011
Diner
Zo kom ik naast Ans die inmiddels in haar buurman Vincent een geestverwant heeft gevonden. De maaltijd gaat rustig voorbij, na iedere gang verdwijnen de rokers naar het terrasje buiten en komen weer binnen als het volgende gerecht zich aandient - of de sigaret op is. Na het hoofdgerecht vertelt mijn tafeldame over haar reizen naar en liefde voor Mumbai en omgeving, waar ze drie jaren op rij naar toe is geweest en begonnen is aan een cursus Vedische massage. In de Ashram waar ze terecht kwam werd ze eerst uitgenodigd om tot zich zelf te komen. Ga maar zitten en kijk maar wat er gebeurt. Drie dagen stilte om haar heen. Ik ken Mumbai wel - laat ik voorzichtig zijn - ik ben er wel eens geweest, want in 1957 heb ik er 5 weken in dol gelegen. Toen heette Mumbai nog Bombay. Ik herken het gevoel van Ans en ik kan me iets voorstellen bij de sfeer waarvan ze houdt. Maar Ans Leeft in twee werelden: de wereld van haar actieve bestaan in Nederland en haar wereld in India. Twee gescheiden werelden.
Als Ans haar nieuwe vriend naar buiten volgt voor opnieuw een sigaretje, komt Benna naast ons zitten. Het gesprek gaat al gauw over carnaval, want in dit restaurant waren we tijdens het jongste carnaval begonnen met de eerste chapelle. En Benna vertelt verder van het carnaval in Duinkerken, waar ze werd uitgenodigd bij het feest van de baas van Georges. Een feest van vele flessen champagne. Onvoorstelbaar zegt Benna. Je komt binnen en loopt meteen met een glas in je hand. Je neemt daar een slokje van en zet het dan weer ergens neer. En even later heb je weer een ander glas.
En zoals altijd wordt ik getroffen door de contrasten in het leven van deze twee nichten.
maandag 2 mei 2011
Roode Leeuw
Een dagje Amsterdam eindigde zoals zo vaak bij de Roode Leeuw aan het Damrak en tegenover de Bijenkorf. We kennen de Roode Leeuw al heel lang en we komen daar denk ik al meer dan veertig jaar. Vroeger werden we daar bediend door obers van minsten middelbare leeftijd; zij bedienden met de nonchalante arrogantie die we elders alleen in Parijs tegenkwamen. Ze straalden het uit: jullie gasten, toeristen misschien zijn maar toevallige passanten. Wij de obers van de Roode Leeuw, wij zijn hier permanent. Het was de houding die men vroeger ook wel bij afdelingschefs van een gemeentesecretarie aan kon treffen tegenover de gekozen bestuurders (raadsleden en wethouders). De gekozen bestuurders kwamen en gingen, maar zij de afdelingschefs vormden het permanente deel van het bestuur. De mensen waarom het ging.
Veertig jaar is een hele tijd, er is veel veranderd in die jaren. Zelfs bij de Roode Leeuw. Zeker de inrichting is gebleven; ik zou niet kunnen zeggen of de tafels, de stoelen nu twee, tien of dertig jaar oud zijn. En van het plafond hangen nog steeds de beeldengroep met het vierspan voor een wagen vol vaten. En ik begrijp dat de Roode Leeuw zich dit jaar 100 jaar op deze lokatie bevindt. Maar de Parijse obers zijn er niet meer. Ze zijn opgevolgd door personeel van deze tijd. Zij maken ook niet meer de indruk dat de Roode Leeuw eigenlijk van hun is. Ze zijn haast even voorbijgaand als het eten dat ze serveren. Maar het is nog steeds goed toeven in de Roode Leeuw.
