dinsdag 6 september 2022
Opa vertel eens (1)
zaterdag 30 juli 2022
Wesp
zaterdag 19 maart 2022
Alles is anders: behalve verkiezingen
dinsdag 23 juni 2020
De mens is nog altijd vrij dom
Althans dat mogen we gerust afleiden uit de boekbespreking in het FD van 20 juni 2020. Het ging om het boek A.I. Alsmaar Intelligenter van Stefan Buijsman. De bespreking was van de hand van Klaas Broekhuizen.
In het artikel vielen me twee dingen vooral op.
In de eerste plaats de onjuiste idee, dat goed schaken betekent veel zettenreeksen doorrekenen en dat de beste schaker het beste en de meeste zetten door kan rekenen.
Maar bij iedere zet moet weer beoordeeld worden wat de beste zet is van de vele mogelijkheden die men heeft. Maar wanneer is een zet de beste? Dat hangt nu juist van de positie af. Wat heeft de tegenstander gedaan en welke dreigingen heeft hij daarmee opgebouwd? Zijn twee lopers in deze stelling beter dan twee paarden of juist niet? Als ik aan een zet geen waarde kan hechten heeft het doorrekenen van zetten in die positie geen zin.
Natuurlijk helpt het als de computer veel zetten door kan rekenen en beschikt over de gegevens van veel partijen. Maar dat is voor de topschaker evenzeer van belang. Om aan de top te blijven moet hij vijf a zes uur per dag studeren. Het gaat steeds om het taxeren van met bepaalde zettenreeksen bereikte posities. Juist daarom maakte het nogal wat indruk toen de wereldkampioen schaken werd verslagen door de computer. Maar nog meer indruk maakte het toen de computer ook de wereldkampioen Go versloeg. Want Go is volgens de deskundigen aanzienlijk moeilijker dan schaken. Bij Go, was het commentaar, heeft het doorrekenen al helemaal geen zin. Hierbij komt het veel meer neer op intuïtie.
Laten we deze discussie over meer of minder rekenwerk maar even laten voor wat hij is.
Het tweede punt dat me opviel was dat het artikel minstens suggereert dat A.I., ondanks het verslaan van de beide wereldkampioenen, nog tamelijk dom is. Dat leidt volgens mij haast onvermijdelijk tot enkele mogelijke conclusies:
- de wereldkampioen schaken en de wereldkampioen Go zijn tamelijk dom. En omdat zij de wereldkampioen zijn zijn in feite alle schakers en Go-spelers (en in hun voetspoor eigenlijk alle mensen) nog tamelijk dom.
Of:
- Voor het bereiken van de top in schaken of in Go is geen intelligentie nodig.
Voor beide conclusies valt overigens wel wat te zeggen. Vandaar de kop van dit blog. En de idee dat voor schaken intelligentie nodig is ook niet nieuw. Men herinnert zich de Schachnovelle van Stefan Zweig.
Toch valt het een beetje buiten de gebruikelijke waardering van de mens als intelligent dier. En het roept de vraag op: wat bedoelt Buijsman eigenlijk met intelligentie? Of is het boek een manier om zijn eigen angst te onderdrukken: er zijn gelukkig nog dingen die de A.I. niet kan. Een soort bezweringsformule misschien?
woensdag 3 juni 2020
Racisme
maandag 25 mei 2020
Op kuikenjacht
Vroeg de vrouw die me aan het eind van de Langendijk passeerde. Ik moest toegeven dat ik ook wel eens foto's nam als ik in de natuur ben.
Natuur is natuurlijk betrekkelijk. Alle natuur in onze omgeving is door de mens aangelegd en georganiseerd. Maar we zijn al blij met een klein stromend riviertje met een wandelpad en groene planten er omheen.
Als je hier in gaat kom je langs een gans die jongen heeft.
Ik volgde de aanwijzingen en ontmoette de gans, het was een week na mijn ontmoeting met de reiger.
Als ik hem goed gedetermineerd heb is het een Canadese gans. Hij, of zij, dat kon ik niet zo goed zien liep daar rond en bewaakte vier jongen. Pluizige vogeltjes op hun eerste ontdekkingstocht in deze wereld.
Kleinschalige schoonheid
De regering propageert het kleinschalig genieten van de schoonheid in Nederland of andersom natuurlijk: het genieten van kleinschalige schoonheid in onze omgeving.Daarom neem ik nu de camera mee bij mijn zondagse wandelingen. En hier hemelsbreed nog geen vijfhonderd meter van ons huis staat deze reiger op de uitkijk naar passerende vis bij de stroomversnelling in de Aa of Weerijs.
Hij heeft daar denk ik zijn vaste stek.
De foto werd genomen in mei. Eigenlijk verwachtte ik al veel vogels bezig met broeden of al met jongen maar dat was vermoedelijk nog te vroeg. Het was erg stil.
zaterdag 23 mei 2020
Data
Wat me opviel was de opmerking: De wereld is niet in data te vangen. Als ik de tekst goed begrijp dan heeft Miriam bezwaar tegen de drang ons leven te versimpelen in data. Het is een begrijpelijke vrees.
En toch gaan mijn gedachten weer terug naar de jaren zeventig. (van de 20e eeuw wel te verstaan). In de eerste helft van de 20e eeuw vierde het reductionisme hoogtij. Men ging er van uit dat men het functioneren van mensen en dieren (eigenlijk de hele wereld) kon begrijpen door hun onderdelen te begrijpen. En dus werden mensen en dieren, werd de wereld ontleed en de onderdelen werden verder ontleed, enz. En zo kon men van alle onderdelen precies bepalen wat ze deden en hoe ze werkten.
Alleen bleef één vraag onbeantwoord: hoe komt het nu dat die onderdelen samen een mens of een dier vormen? Het leidde tot de magische uitspraak: het geheel is meer dan de som van de delen.
Het bleek de essentie van een nieuwe manier van naar de wereld kijken: de systeemtheorie.
Op een andere manier gesteld was de vraag: Wat is eigenlijk leven?
Ik heb in mijn leven verschillende malen bij een sterfbed gestaan. Je staat erbij en kijkt er naar. Het ene moment is de persoon levend en het volgende is hij dood. Wat gebeurt er op dat moment?
We zijn nu een halve eeuw verder. De wetenschap heeft de onderdelen steeds verder geanalyseerd. Inmiddels weten we precies hoeveel genen een mens heeft, we kennen de samenstelling van DNA. Door experimenten weten we nu ook dat als je sommige genen verandert, dat dan ook de mens of het dier verandert. Maar hoe het komt dat de ene cel leeft en de ander niet is nog steeds een niet beantwoorde vraag.
In die halve eeuw heeft de computer zijn intree gedaan in ons leven en het internet. Grote bedrijven verzamelen alle mogelijke gegevens - data over ons. Want nog steeds geldt zoals in de tijd voor de systeemtheorie dat meten is weten. Maar weten we nu na het verzamelen van al die data wat we lekker vinden en waarbij we ons goed voelen? Miriam heeft daar wat moeite mee en probeert haar data spoor zo klein mogelijk te houden. Maar zo klein mogelijk betekent nog niet klein. En in feite stelt ze weer dezelfde vraag: wat is eigenlijk leven?
Misschien moeten we wel leren leven zonder antwoord op die vraag.
woensdag 8 april 2020
In tijden van Corona
Ik heb me er niet zo erg druk over gemaakt in de verwachting dat de voorraad wel weer zou worden aangevuld voordat ik zonder zou komen te zitten. Bovendien we zullen vaak naar de WC moeten om onze voorraad krantenpapier weg te vegen. Want onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar vroeger. Dat heb je als je ouder wordt.
Maar ik weet het niet meer. Wanneer heb ik voor het eerst eigenlijk WC-papier gebruikt? En ik weet ook niet meer wat we gebruikten voor het toiletpapier, vermoedelijk ook krantenpapier, waarvan de kwaliteit toen toch ook minder was dan tegenwoordig. De kwaliteit van het papier is natuurlijk wel belangrijk, want die bepaalt in hoge mate de geschiktheid voor het gebruik als WC-papier. En de ene krant is niet de andere. Ik moet er niet aan denken dat ik de omslag van een glossy nu zou moeten gebruiken. Om nog maar niet te spreken van de drukinkt. Is die wel milieuvriendelijk en laat ie geen zwarte letters na op mijn edele delen?
Er is papier genoeg zegt men, maar nog steeds is de aanvoer bij de supermarkt zeer onregelmatig. De verpakking van vier rollen die ik gewoonlijk meeneem als de voorraad daartoe aanleiding geeft, is soms niet beschikbaar, zodat ik noodgedwongen een verpakking van tien rollen meeneem. Maar daar is onze bergruimte eigenlijk niet op berekend.
Ik zag in de Washington Post dat de run op WC-papier niet alleen in Nederland speelt. Het artikel gaf een aardig beeld van het WCP-probleem. En passant werd vermeld dat de introductie van WCP niet van een leien dakje ging.
WCP werd geïntroduceerd in de jaren 1940 (geen wonder dat ik me niet kan herinneren hoe dat ging toen ik klein was: WCP aan de rol bestond nog niet). Men moest heel agressieve reclame campagnes hanteren die huisvrouwen in paniek brachten en waarbij chirurgen met handschoenen en scalpels zeiden: 'Het is jammer dat ze geen fatsoenlijk WCP kocht voor haar man.'
Maar er blijken toch veel wetenschappelijke problemen te rijzen rond WCP: vrijwel iedere universiteit heeft er mee te maken: wat beweegt sommige mensen (als er twee rollen hangen, zoals in veel openbare toiletten het geval is) om altijd te trekken van de volle rol, terwijl anderen altijd trekken van de leegste rol?
Het kan natuurlijk niet uitblijven: er ontstaat een zwarte handel in WCP, waar mensen informatie uitwisselden over waar nog WCP te krijgen is. En dat is niet alleen van vandaag.
Helemaal bont maakte een manager bij de Philadelphia Veteranen het die al in de jaren 1990 voor $ 34000 WCP van het stadion stal en daarmee de tegenstander in verlegenheid bracht. Het schandaal leidde tot een opmerkelijke uitspraak van een gemeente ambtenaar: 'Man hij veegde het hele stadion leeg.'
Ik heb me onlangs in een onbewaakt ogenblik nog geabonneerd op NRC Next voor het weekend. Ik denk dat ik voorlopig papier genoeg heb, ook als het WCP een tijd niet kan worden geleverd...
dinsdag 7 januari 2020
Een nieuw jaar
De jaren twintig zijn zeker wel begonnen met de onvermijdelijke gesprekken over het klimaat, de natuur, stikstof en broeikasgassen. Nu ook aangevuld met een vega-discussie. De snelle toename van nepvlees dreigt al te leiden tot een tekort aan grondstoffen (zei de krant). Ook hier zie je een taalprobleem. Want tot dusver halen we de vegaburger bij de slager. Moeten we die slager dan niet eigenlijk gewoon groenteboer noemen?
Gelukkig hebben we daar als individu al weer weinig over te zeggen. Op een gegeven dag blijkt dat iedereen om je heen twintig twintig zegt of tweeduizend twintig. Een discussie over hoe het moet en wat het beste is wordt gewoon achterhaald door de praktijk. Zo gaat het waarschijnlijk ook met de vegaslager.
Het nieuwe jaar is dus weer begonnen met de nieuwjaarswensen in de richting van iedereen die je voor het eerst ontmoet in twintigtwintig. En dus ook de eerste verjaardagen, het is opmerkelijk hoeveel verjaardagen in iemands netwerk rond de jaarwisseling vallen. En als jezelf ouder wordt wordt blijkbaar ook je netwerk ouder. En dus:
Nadat we de gastvrouw en de andere leden van het kleine gezelschap begroet en gefeliciteerd hebben en onze keuze voor het gebak bepaald, kijken we eens om ons heen. Ik ben terecht gekomen op een bank naast een man die Jan heet.
De vraag in mijn richting hoe het nu gaat, vestigt de aandacht op mijn oren, met een verwijzing naar de dubbele oorontsteking die me in de loop van november volledig doof maakte. Inmiddels kan ik in de meeste gevallen met afzonderlijke mensen wel weer communiceren, maar in groepen blijf ik toch het gevoel houden dat het beter moet kunnen. Het geeft een contact met Jan wiens oren ook niet meer bevredigend functioneren. maar hij is wel zeer tevreden over het gehoor apparaat dat overigens niet opvalt. Het gesprek leert dat hij bij dezelfde KNO-arts terecht is gekomen als ik. Dat geeft een band.
Onze gastvrouw staat zich inmiddels af te vragen of een van haar vaste vriendinnen de afspraak wel heeft onthouden. Er is aanleiding om aan te nemen dat die vriendin minstens een begin van dementie heeft.
Terwijl onze koffie wordt ingeschonken zie ik dat de handen van onze gastvrouw behoorlijk trillen. Heeft zij Parkinson? Gelukkig komt de dementerende vriendin u binnen en is het gezelschap compleet.
Jan vertelt me dat hij weliswaar gehandicapt is via zijn gehoor, maar dat zijn partner die tegenover ons zit het zeker ook niet gemakkelijk heeft. Van haar netvlies is nog maar een klein maanvormig sikkeltje bruikbaar, waardoor ze nauwelijks kan lezen. Gelukkig zijn er tegenwoordig geweldige technische hulpmiddelen waardoor ze toch kan 'lezen'.
Ik kan bevestigen dat dat een probleem is, want ik heb een vriend die aan beide ogen macula degeneratie heeft. Dat brengt met zich mee dat hij de dingen alleen kan zien als hij er langs kijkt. Maar deze opmerking gaat verloren want de ziekte van de partner van Jan is weer anders. Het resultaat is dat ze bijna niets ziet. Ze heeft echter wel een geweldig geheugen en dat compenseert voor een deel haar slechte gezicht.
Ik kijk nog eens en zie hoe zijn partner zoekt naar haar glas. Ze wordt geholpen door haar buurvrouw, waardoor duidelijk wordt dat ze inderdaad niet veel ziet. Als ze haar glas gevonden heeft tilt ze het mee twee trillende handen op.
We proosten met zijn allen: op een gelukkig 2020 en tot volgend jaar weer.
donderdag 14 november 2019
Is het mogelijk?
Een paar dingen vielen me zo al op. Bijv. de laatste regel van de ovezichtsdia:
. Een van de grootste kunstenaars ooit.
Een opmerkelijke uitspraak waar ik nog nooit van de goede man had gehoord. Maar hij bleek in zijn tijd (1836 - 1912) een man die met name in Engeland zeer gewaardeerd werd. Hij bracht het tot Sir Alma Tadema.
Tadema kon - dat bleek uit de gepresenteerde reproducties goed schilderen, met een oog voor detail. En hij had een verbazingwekkende productiviteit.
Maar nu - twee dagen a de presentatie intrigeerde me plotseling het zelfportret op 16-jarige leeftijd.
Let wel ik ben niet de geschikte persoon om kunst te beoordelen. Toch lijkt dit een werk dat nauwelijks bij de leeftijd past.
Hoe kun je op die leeftijd voldoende ervaring opdoen om de techniek van het schilderen op dat niveau onder de knie te krijgen. Een intrigerende vraag die me plotseling doet denken aan Rupert Sheldrake. Rupert Sheldrake was één van de zes mensen die door Wim Keyzer werden geïnterviewd en bijeen gebracht. Het leidde tot het boek Een Schitterend Ongeluk. Over Sheldrake zei Daniel Dennett dat hij ongelofelijk intelligent was, maar zijn ideeën waren volstrekt onjuist. het was een opvatting waarin hij werd bijgevallen door Stephen Gould.
Ik heb me overigens nooit erg sterk aangetrokken gevoeld tot de ideeën van Sheldrake. Ze waren me te vaag. Maar nu met dat portret van Tadema moest ik plotseling aan hem denken en aan zijn ideeën over morfogenese. Is het waar - dat is wat ik me herinner - dat als een rat vandaag hier in Europa iets leert, dat dan een volgende rat in Brazilië het sneller leert?
Hoe leert een genie? Hoe kan een Reshevsky op vijf-jarige leeftijd simultaan spelen tegen een hele groep gerenommeerde en geroutineerde schakers en de meeste partijen winnen? Hoe is het mogelijk dat zoals recent naar voren kwam een negenjarige jongen op voet van gelijkheid kan discussiëren met hoogleraren in de theoretische natuurkunde?
Hoe worden onze vermogens werkelijk over gedragen?
Het leven blijft een fascinerend iets.
dinsdag 29 oktober 2019
Logica
Een van de meest voorkomende ideeën van de mens lijkt te zijn de gedachte: daarna en dus daarom. Zo heb ik bijvoorbeeld iets dat lijkt op een oorontsteking. De dokter schrijft me oordruppels voor. Na één nacht is de oorpijn afgenomen. Conclusie: het helpt: door de oordruppels verdwijnt de ontsteking.
Toevallig las ik voor dat ik naar de dokter ging een stukje over een suizend oor van Herman Pieter de Boer.(in: de vrouw in het maanlicht)
Warnier wordt op een dag geplaagd door een hevig suizend oor. Hij klaagt erover bij zijn vrouw, die schenkt wat slaolie in het oor en zegt ga nou maar slapen. De volgende morgen breekt er een hevig storm los met zware schade voor het hele dorp.
Na een tijdje krijgt Warnier weer een suizend oor. Hij waarschuwt het dorp dat maatregelen neemt en zo de schade door de volgende storm kan beperken.
We zien het: één ervaring is voldoende om een verband te leggen tussen een suizend oor en de komst van een zware storm. Dat is knap werk.
Al evenzeer toevallig was ik op zoek naar een bepaalde mythe over Zeus. Duck duck Go (een alternatief voor Google) leverde onder meer een artikel op over zes mythes over Zeus. De schrijver zegt dat er vele mythes over Zeus zijn. Hij weerlegt de hardnekkigste zes. Laten we eens zien hoe dat gebeurt. De schrijver zegt (de cursivering hierna verwijst naar mijn twijfel):
1. ‘Zeus was monogaam’
Homerus verwijst in zijn werk vaak naar Zeus als ‘de linkshandige heerser van de Olympus’. Uit marmeren beelden blijkt echter dat hij zijn bliksemschicht steevast in de rechterhand droeg.
Dit misverstand ontstond na de gelijknamige carnavalskraker van de Doorzakkers, uit 1984. Plutarchus, Herodotus en andere bronnen uit de Oudheid spreken het gerucht niet tegen, maar hard bewijs ontbreekt.
Bij veel mensen bestaat het beeld dat Zeus op een dag de Fenicische prinses Europa zag lopen op het strand van Sidon. In een poging haar te verleiden zou hij de gedaante van een stier hebben aangenomen om Europa vervolgens te ontvoeren naar Kreta en Rhadamanthys en Minos bij haar te verwekken onder een plataan in Gortys. Dit klopt.
In werkelijkheid zijn het er maar 5.
zaterdag 24 augustus 2019
James Bond
Ik was in Willemstad op Curaçao afgelost en inmiddels als passagier op een Zweedse tanker (de Varbergshus) onderweg naar Rotterdam. Aan boord waren drie Nederlanders, een stuurman die net als ik als passagier meevoer en een derde machinist die als elektricien deel uitmaakte van de bemanning. Deze laatste, een vijftiger had een cynische kijk op de zedeloosheid van de Zweedse officieren, die volgens hem naar zee gingen om het geld, de drank en (voor zover beschikbaar) vrouwen. Hij vertelde o.m. dat de nog betrekkelijk jonge hoofdmachinist (38) getrouwd was met een danseres of actrice, die zijn hele inkomen gebruikte en steeds maar om meer vroeg. Hij was zodanig uitgebuit, dat hij zijn uniform aan boord had moeten lenen van een van zijn collega's. Zijn vrouw was bij een vorige reis in Kiel aan boord gekomen, maar met een matroos weer vertrokken. De vorige hoofdmachinist had zijn vrouw mee aan boord gehad, maar die moest weg gestuurd worden omdat ze bij iedereen in bed kroop.
Er was blijkbaar op dat moment niet een sterke behoefte aan de olie die wij meebrachten. Want de Varbergshus voer de hele reis halve kracht. Het was begin november en slecht weer, De Varbergshus stampte en slingerde op de golven van de Atlantische oceaan. En mijn weerstand tegen zeeziekte werd weer flink overschreden.
De reis was voor mij extra spannend, omdat ik eerder met Anneke had afgesproken dat we gingen trouwen op 17 november. Een paar maanden eerder was ze in Winterswijk met de handschoen in ondertrouw gegaan.
Volgens de gegevens aan boord zouden we op 15 of 16 november in Rotterdam aankomen. Zou de trouwerij op 17 november nog wel doorgaan. Van op zee had ik Anneke een telegram gestuurd met de optimistische machtiging om de kaarten maar te versturen. Een paar dagen later kreeg ik haar antwoord dat ze dat toch te riskant had gevonden. Maar hoe de organisatie verder was was me volstrekt onduidelijk. En met iedere trage mijl van de Varbergshus bouwde de spanning zich op.
Onder die omstandigheden kreeg ik van de derde machinist de eerste boeken van Ian Fleming te lezen. Casino Royale en Live and Let Die. Zwarte Amerikaanse pocket books.
Ik kwam op 16 november 's avonds weer thuis. Mijn eerste vraag was: Trouw ik morgen? Dat bleek niet het geval. Maar dan toch zeker volgende week: de 24e? Maar de 24e had wat praktische problemen, want Ankie zou dan haar eerste kind krijgen... Uiteindelijk bleek de trouwdag op te moeten schuiven naar 21 december. Dat bleek met het oog op de kerstvakantie belangrijke voordelen te hebben.
In de tijd naar die trouwdag toe kon ik een begin maken met mijn eigen verzameling verhalen van James Bond. Er verscheen geleidelijk een hele plank met van die zwart gebonden boeken. Toen de eerste Bond-films verschenen bleek James Bond een gezicht te hebben; dat was het gezicht van Sean Connery. Connery was James Bond.
Dat is hij eigenlijk altijd gebleven.
donderdag 15 augustus 2019
Noord Peene
Het museum in kwestie bleek meer wat we tegenwoordig een informatiecentrum zouden noemen. Het was gevestigd in een soort Vlaamse schuur met een pannendak. Noord-Peene ligt ten noordwesten van Saint-Omer en aan van de twee oude wegen die tijdens de slag bij Noordpeene naar Saint-Omer leidden. Er is trouwens ook een Zuidpeene, dat grenst aan Noordpeene in de richting van Cassel. Beide plaatsjes liggen aan een klein riviertje de Peene en dat stroomt dan weer vlak bij Noordpeene uit in de IJzer.
Om het belang van de slag bij Noorpeene te begrijpen moeten we ver terug in de vaderlandse en Franse geschiedenis. In Frankrijk regeerde Lodewijk IV. In de Zeven Provinciën Jan de Wit. (die van het gezegde: jongens van Jan de Wit). Tussen beide lagen de Spaanse Nederlanden. De glorie van de Spanjaarden was inmiddels danig getaand en hun bestuur van de Nederlanden werd ingeschat als zwak.
Men kan, als men de geschiedenis uit de 15e en 16e eeuw een beetje kent, enig begrip hebben voor het streven van Lodewijk naar 'natuurlijke grenzen'. Hij deed daarom een voorstel aan de Republiek om het tussenliggende gebied maar te verdelen. Jan de Wit voelde daar niet veel voor. Men kende inmiddels het het expansieve beleid van Lodewijk en had liever een buffer tussen de Republiek en Frankrijk dan Frankrijk als directe buur. Lodewijk lijkt wat beledigd te zijn geweest en begon de Hollandse oorlog. Hij sloot een verbond met de Engelsen om gezamenlijk over zee de Republiek binnen te vallen en zo een definitief einde te maken aan die vervloekte Hollanders.
In de republiek sprak men van een rampjaar: Terwijl de Fransen over land via Luik en Maastricht het land binnen vielen, kwam een oorlogsvloot van Engelsen en Fransen over zee. Ze kregen bijval van de bisschop van Munster en die van Keulen die graag een stukje graan mee wilden pikken.
Het was 1672 en het vervolg is vermoedelijk in grote lijnen bekend. Het land werd voor een deel onder water gezet. Jan de Wit en zijn broer Cornelis werden vermoord en Willem van Oranje werd als Willem III stadhouder. Willem sprak de historische woorden: Ik zal me verdedigen tot in de laatste greppel.
Gelukkig voor de Republiek was daar ook Michiel de Ruiter die de Engelse en Franse vloot uit elkaar dreef en ze toen afzonderlijk baas kon. En bovendien had Frankrijk meer vijanden dan de Republiek alleen. Vanuit Spanje werd Frankrijk in het zuiden aangevallen. En Lodewijk moest zijn troepen terugtrekken.
Ook de keizer van het Heilige Duitse Roomse rijk trok zijn wenkbrauwen op, zodat de beide bisschoppen zich haastig terug trokken. (Aan de bisschop van Munster, ene Berend, hebben we nog een kinderliedje te danken: Berend Botje ging uitvaren...)
In 1674 waren drie van de vier invallers weer buiten de deur. Alleen Frankrijk bleef doorgaan; nu met name aan zijn noordgrens. Daar was nog een Vlaamse enclave met als belangrijkste plaats Saint-Omer. Als die in Franse handen kwam vormde dat een mooie afronding van de noordgrens van Frankrijk. En nu de Republiek en Spanje bondgenoten waren. (uiteindelijk: Vlaanderen was Spaans, ging Willem III met een behoorlijke legermacht naar het zuiden om Saint-Omer veilig te stellen.
Willem bleek onvoldoende kennis te hebben van het terrein. Saint-Omer grenst aan drie kanten aan moeras en er waren eigenlijk maar twee bruikbare wegen, beide naar het schijnt aangelegd door de Romeinen. Bovendien stond het water in de Peene en de IJzer zeer hoog. Dus bij de omtrekkende beweging die Willem III met zijn troepen wilde maken om de Franse troepen die de weg bezetten van opzij aan te vallen belandden zijn soldaten in het water. (Een curieuze betekenis van het woord belanden op zo'n moment).
De strijd werd verloren en Saint-Omer werd Frans. Maar de strijd leeft nog steeds in het museum van Noordpeene. Onze gids maakte de indruk dat zijn sympathie niet uitging naar Lodewijk IV die iedere tien jaar van zijn regering weer een stukje van Vlaanderen had afgesnoept. Hij legde alles uit aan de hand van een grote maquette van het gebied. Hij had zelf meegeholpen aan het maken van de maquette en gaf toe dat die niet in alle opzichten op schaal was.
Vlakbij het museum was ook de kerk die in de slag grotendeels in puin werd geschoten. Om de een of andere reden was toen de toren blijven staan, daar heeft men toen een nieuwe kerk omheen gebouwd, maar wel met een andere kleur baksteen. De foto laat de plaatselijke stortplaats tegen de muur van de kerk zien. Een huiselijk tafereel.
zondag 21 juli 2019
Taal
Ik kreeg een vijf voor die repetitie. Bij de bespreking vertelde Baert wat hij eigenlijk aan informatie in die repetitie had verwacht. Bij het doorlezen van mijn eigen tekst had ik het gevoel dat ik alles had genoemd wat hij had verwacht. Dus in een poging mijn cijfer te verbeteren vroeg ik mr. Baert wat er in mijn tekst mu eigenlijk ontbrak. Het antwoord: Wat staat er nu wel in? was voor mij op dat moment niet erg bevredigend. Maar zoals gezegd ik was ook toen al kort van stof.
Ik moest aan dat moment denken toen ik even zat te bladeren in het boek Utopie en kritisch denken, van Martin Plattel. (Plattel werd hoogleraar sociale wijsbegeerte in Tilburg in de tijd dat ik die gedachtewisseling met mr. Baert had). Ik had dat boek uit de kast gepakt omdat ik me even bezig hield met de utopisten onder de socialisten, de merkwaardige mensen uit een voorbije tijd die een naar hun gevoel betere maatschappij nastreefden.
De passage die me aan het denken zette was deze:
Kritiek treedt vooral op een in krisissituatie. Een krisis immers geeft een kritieke situatie aan. wanneer de maatschappij in een krisis verkeert, dan staat zij op een kritieke tweesprong. Haar ziektekrisis heeft dan een moment bereikt, waarin het maatschappelijk organisme staat voor de verplichtende keuze van ja of neen; ofwel zij kiest de weg van de genezing en mobiliseert daarvoor alle nog aanwezige levenskrachten ofwel zij kwijnt langzaam weg door uittering.
De schrijfwijze van crisis typeert het revolutionaire karakter van de tijd waarin het boek geschreven werd (1970).
De spelling van het Nederlands, was de gedachte toen, kon aanzienlijk eenvoudiger, want waarom zou je voor dezelfde au-klank twee schrijfwijzen moeten hebben? Als je goud als gaud schreef zou niemand zich hoeven afvragen hoe de spelling eigenlijk was. Ik deed aan die stroming van harte mee en beplakte tot verbazing van de toenmalige bestuurders in Breda mijn teksten met een etiket:
Dit wert geschreven in de vereenvaudigde spelling.
In de loop van de jaren vijftig en zestig (van de 20e eeuw moet ik er bij zeggen) kon ik genieten van de manier waarop Havank, schrijver van toen populaire detectiveromans zijn teksten aan elkaar reeg. En later toen ik voor de communicatie met mijn familie aangewezen was op het schrijven van brieven kon ik me naar het voorbeeld van Havank uitleven in mijn eigen taalkronkels. Vermoedelijk hebben die mijn familie wel op de proef gesteld.
Teksten als de hierboven geciteerde van Plattel leiden bij mij desondanks al gauw tot een vorm van geestelijke uitputting. Waarom in een alinea driemaal hetzelfde zeggen? Maar vermoedelijk raken we daar aan een persoonlijk tekort. Zoals gezegd vermoedelijk mis ik in mijn opvoeding de ontwikkeling van de retorica.
woensdag 26 juni 2019
De mooiste benen van Pladju
Blote benen mogen, maar alleen als je rok tot op de knie komt. Belangrijk is wel dat je hierbij dichte schoenen draagt. En dit alles wordt alleen aangeraden wanneer de conditie van de benen toereikend is.
He is duidelijk deze tekst werd geïnspireerd door de eerste hittegolf van dit jaar. Temperaturen van boven de dertig graden in een land waar air conditioning niet helemaal vanzelfsprekend is en die hier nog zo zeldzaam zijn dat ze nieuwswaarde hebben.
De verzuchting van Nynke is dan ook begrijpelijk en ze prijst zich gelukkig dat ze thuis kan werken.Bovendien kan ik me voorstellen dat ze als vrouw zich druk maakt over de conditie van haar benen. Wat me meer bevreemdt is dat haar werkgever zich daarover druk zou maken.
Maar het doet me terug denken aan mijn eerste werkzame jaren in de tropen. En als je het hebt over kleding: Mijn grootste verwondering indertijd was steeds weer hoe mannen van elke leeftijd en met kennelijk een kantoorbaan of een baan in de dienstverlening erin slaagden over straat te lopen in een keurig meest donker pak met een spierwit overhemd en stropdas (en de onvermijdelijke aktetas).
Het maakte niet veel uit of je aankwam in Singapore, Bombay of Djibouti. Je kon de beambten onmiddellijk herkennen aan hun kleding.
Moesten deze mensen niet zweten? Mijn indruk is dat ook warmte een periode van gewenning behoeft. Als je een half jaar of langer in die hoge temperaturen verkeert went je lichaam daar in zekere mate aan. Maar toch, een donker pak...
De dresscode voor mij was tamelijk eenvoudig: als officier droeg ik het tropen uniform van de maatschappij: witte broek en wit overhemd. En de uniform broek kwam in twee soorten: kort (die droeg ik meestal) en lang. Over onze benen maakte niemand zich druk, tenminste...
Onze boot (een oude boot van voor de oorlog) voer gedurende enige tijd heen en weer tussen Pladju op Sumatra en Pulau Bukom, een van de eilandjes voor de kust Singapore. Het waren reizen van anderhalf of twee dagen. In Singapore werd olie gelost en bier ingeslagen en in Pladju werd een nieuwe lading olie ingeslagen en werden de lege bierflesjes geruild tegen ananas. Een overzichtelijk bestaan, zij het dat mijn vrije tijd meestal opging aan de zorg dat de machines op de heen en terug weg zouden blijven draaien.
In Pladju was, een paar honderd meter van de aanlegsteiger, een 'club' waar de officieren 's avonds vertier konden zoeken. Er werden dansavonden en andere feestjes georganiseerd. En zo kon het gebeuren dat op een avond het gezelschap dat naar de club was geweest nogal luidruchtig zingend weer aan boord stapte: onze eerste machinist was uitgeroepen tot man met de mooiste benen van Pladju.
Ook in die dagen kon de conditie van je benen doorslag gevend zijn. De benen van onze eerste machinist kwamen dan ook goed uit onder zijn korte uniformbroek.
dinsdag 18 juni 2019
Vrouwenvoetbal
Als het waar is moet ik aannemen dat passes in het mannenvoetbal veel vaker aankomen en je zou dan ook verwachten dat het aantal doelpunten in het mannenvoetbal veel hoger zou zijn. Die hogere scores heb ik nog niet gezien. Hoe kan dat?
Een en ander is niet mijn indruk. Ik verwonder me over de felheid waarmee de vrouwen de persoonlijke duels aangaan en over de lichaamsconditie die nodig is om met deze energie een wedstrijd te kunnen spelen. Gevoelsmatig lijkt het erop dat de vrouwen in de wedstrijden die ik tot dusver heb gezien dichter op hun tegenstander spelen dan bij mannen gebruikelijk is. Het is waar dat er nogal wat passes niet aankomen, maar als men regelmatig naar mannenvoetbal kijkt kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat dat daar ook het geval is. Meer? minder?
Waar ik tot dusver in de commentaren niemand over gehoord heb is het fysieke verschil tussen mannen en vrouwen. toch een factor die we niet uit het oog mogen verliezen.
Aangezien ik niet beter weet neem ik even aan dat het veld waarop vrouwen spelen even groot is als dat van de mannen en dat ze met dezelfde bal spelen.
Aangezien vrouwen in Nederland ongeveer 7% kleiner zijn dan mannen, dat hun maximale snelheid ongeveer 10% lager ligt dan die van mannen mogen we er vanuit gaan dat het veld naar verhouding voor vrouwen ca. 20% groter is dan voor mannen.
En waar de spierkracht van mannen ongeveer 30% groter is dan die van vrouwen mogen we aannemen dat de snelheid waarmee dezelfde bal over het veld geschoten kan worden bij de vrouwen aanzienlijk kleiner is dan bij de mannen. Het is begrijpelijk dat het verschil in snelheid wordt waargenomen.
Als men een bal over een grotere afstand moet passen is een kleine fout in de hoek waaronder wordt geschoten belangrijker dan over kleinere afstand. Daar komt bij dat wanneer de bal door een vrouw met een 30% kleinere kracht word geschoten dan door een man terwijl het verschil in snelheid waarmee ze naar de bal kunnen gaan maar 10% is het te verwachten is dat door de vrouwen geschoten passes gemakkelijker door de tegenstander kunnen worden onderbroken dan bij de mannen.
Het komt er op neer dat we de leeuwinnen het veld in sturen met een flinke handicap van zeg ca. 30% en er ons dan over verwonderen dat het spel iets anders verloopt dan we zouden verwachten.
Wat vergelijken we eigenlijk?
vrijdag 26 april 2019
Eieren
In onze tijd loopt de kerk zelfs met Pasen niet meer vol. De herdenking van de opstanding is uitgegroeid tot een spectaculaire demonstratie van de grootste artiesten in bijv. The Passion.
Iets om over na te denken. Het is me wel vaker opgevallen dat naarmate een gebeurtenis met meer vertoon wordt gevierd, de gebeurtenis zelf steeds minder belevingswaarde heeft.
Op de een of andere manier trekt de voor-christelijke viering van het voorjaar en de vruchtbaarheid zeker net zoveel aandacht als de vrome vervanger. Oude gebruiken zoals paasvuren zijn haast niet weg te krijgen.
Ook eieren eten en eieren zoeken zijn nog steeds vaste onderdelen van de paasviering, Het doet me denken aan de verhalen van mijn moeder over de feesten met Pasen in de buurtschappen rond Winterswijk.Daar werd voor de jongeren een eier-eet wedstrijd gehouden. En minstens eenmaal deed moeder mee; ze kon vol trots vertellen dat ze bij die gelegenheid zestien eieren had gegeten en het alleen had moeten afleggen tegen Jan Lammers, de zoon van de boer waar ze te gast waren.
Een generatie later mocht ik ook mee met mijn grootouders naar iemand in de omgeving in Winterswijk en daar kon ik net zoveel eieren eten als ik wilde. Ik kwam niet veel verder dan vier stuks. Het was geen wedstrijd en de eieren waren onderdeel van de maaltijd.
Nog weer later in ons eigen gezin kookte ik voor Pasen toch wel drie eieren per persoon, maar ze kwamen nooit op. Onze kinderen hadden niet de behoefte om meer dan één ei tot zich te nemen.
De jaren gaan verder. Deze keer met Pasen waren we in Esquelbecq een fase eerder: de eieren moesten nu nog gezocht worden, door onze achterkleinkinderen onder begeleiding van hun ouders en grootouders.
Het was mooi weer met Pasen, zelfs heel mooi weer en de temperatuur bereikte zomerse waarden, het werd 25 graden. Terwijl Anneke en ik voor de caravan in de zon zaten koffie te drinken, kwam Benna aan met een zak met eieren. Van chocola wel te verstaan. Ik ried haar aan ze in schaduwrijke plekjes te leggen. Maar ja.
Om een uur of elf kwamen Anthony en Eléanore. Eléanore is bijna anderhalf en kan zelfstandig lopen maar het is duidelijk een wankel evenwicht voor haar. Ze loopt tamelijk wijdbeens (daaar zal de luier wel gedeeltelijk debet aan zijn), parmantig stappend. Ondersteund door Anthony vond ze inderdaad een nestje met eieren in de schaduw van de tafel. Maar daar bleef het ook bij. Ze bukte zich niet om ze op te rapen. Was ze bang haar evenwicht te verliezen? Ze liep een paar stappen weg en kwam weer terug en keek naar de eieren. Maar hoe Anthony haar ook aanmoedigde, ze probeerde niet om ze op te rapen.
Rose die tegen twaalven kwam - ze had eerst nog elders eieren moeten zoeken - had er weinig moeite mee. Ze liep geroutineerd het erf over en deed de eieren die ze tegenkwam in een schaal. Inmiddels was de temperatuur aardig gestegen en de zon een eind gedraaid. Steeds meer eieren vertoonden deuken in hun verpakking van aluminium folie. Ze smolten zienderogen...
Chocolade eieren zijn natuurlijk wel gemakkelijker: je haalt ze in zakken bij de supermarkt en hoeft ze niet eerst te koken, maar daarmee vervalt ook een ander spel met wedstrijdelement: het eieren tikken. Wie heeft het sterkste ei?
En zo verdwijnen toch langzamerhand ook de oude rituelen.
zaterdag 20 april 2019
Complex? Hoe bedoel je?
Onze complexe wereld ontstaat ook door de grote hoeveelheid naar het schijnt eenvoudige vraagstukken die onze dagelijkse aandacht vragen en waarin we beslissingen moeten nemen.
Om de wereld beheersbaar te houden plaatsen we veel dingen buiten ons aandachtsveld. Zo bleek deze week dat de gemiddelde Nederlander 7 abonnementen heeft. Bij straatinterviews kwam naar voren dat veel mensen zich daar niet van bewust zijn. En, klonk het dreigend over de radio: aangezien al die abonnementen geld kosten komen veel mensen in financiële moeilijkheden door de vaste bedragen die periodiek worden afgeschreven.
Maar nu even naar mijn eigen kleinigheden.
Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik nog mag autorijden zonder bril. (Trouwens als ik niet hoef te lezen heb ik de bril nauwelijks nodig). En eigenlijk rijd ik ook liever zonder bril, het geeft me een meer ontspannen gevoel achter het stuur. Maar vaak vergeet ik het mijn (multifocale) bril af te zetten als ik hem niet nodig heb bijv. voor ik in de auto stap.
Vorige week was het zover: ik zat al in de auto, zette mijn bril af en stak die in een van mijn zakken. Het bleek de verkeerde zak, want toen ik de bril weer wilde opzetten was het rechter pootje verbogen. Het leek een goed moment om even bij de opticien binnen te stappen. Ik was daar al zes jaar niet geweest:misschien goed om ook even naar mijn ogen te laten kijken. Het was bovendien handig om over een reservebril te beschikken.
Het bezoek duurde niet lang, in recordtijd, zei de opticien, koos ik een nieuw montuur. De opticien mat me een nieuwe bril aan die na ongeveer een week klaar zou liggen.
Inmiddels gebruik ik als gevolg van de lichte herseninfarct van januari ook medicijnen. Ik heb nu een bloedverdunner die zo giftig is dat hij moet worden vergezeld van een maagbeschermer. De pillen met deze medicijn neem ik 's morgens. En ik heb een cholesterolverlager die ik 's avonds in moet nemen.
Ik moet die medicijnen opnemen in mijn dagelijkse routine om te voorkomen dat ik er zo nu en dan een vergeet. Het is maar een klein aandachtspunt, maar vorige week bedacht ik dat ik vermoedelijk de rest van mijn leven aan deze medicijnen vast zit. Hoe gaat dat als mijn voorraad op is? Want inmiddels loopt de eerste periode van drie maanden medicijnen op zijn eind en daarmee mijn voorraad. Hoe gaat dat met het herhalen? Moet in de tussentijd mijn bloed nog een keer getest worden op de vraag of ik de goede hoeveelheid medicijnen gebruik? Dus toch maar even overleg met de huisarts.
Een gesprek met een huisarts is geen vanzelfsprekende zaak tegenwoordig. Vroeger liep je bij de huisarts binnen als hij spreekuur had en wachtte je geduldig je beurt af. Nu bel je naar de huisartsenpraktijk en krijgt de assistente aan de telefoon. De assistente staat je pas te woord als je je geboortedatum hebt genoemd. Die moet je dus wel paraat hebben.
In dit geval kon ik gebruik maken van het feit dat Anneke juist een afspraak had gemaakt (handig dat we dezelfde huisarts hebben). Twee afspraken van tien minuten werden gekoppeld tot een tweepersoonsafspraak van twintig minuten. De huisarts bevestigde nogmaals dat ik voorlopig niet van medicijngebruik af zou komen en gaf aan de apotheek door dat ik in de herhaalservice moest worden opgenomen. Dus gisteravond kreeg ik een e-mail dat er medicijnen voor me klaar lagen.
Het e-mail bericht vermeldde ook dat ik iemand kon machtigen om voor mij de medicijnen op te halen. Het kwam me vaag bekend voor: hadden Anneke en ik elkaar nu gemachtigd, of hadden we het er alleen maar over gehad? Bovendien belde de opticien op dat mijn bril klaar lag.
Vanmorgen besloot ik eerst een van de spotlights boven het aanrecht te vervangen. Zo'n klein lampje met twee pootjes, aangenomen dat ik een vervanger had. Dat bleek het geval; het is altijd een gedoe om de kleine reflector uit zijn aluminium omgeving los te maken, maar alles lukte zomaar, zodat ik daarna op pad kon gaan om eerst mijn medicijnen en vervolgens mijn bril op te halen.
'Als je toch gaat', zei Anneke, 'neem dan mijn medicijnen ook mee.'
Ze gaf me een papier waarop vier medicijnen stonden vermeld die alle vier waren doorgestreept, maar bij twee was behalve de doorstreep streep ook nog een herstel streep geplaatst om aan te geven dat die wel moesten worden geleverd. Daarnaast gaf ze me nog twee herhaal recepten.
Op mijn vraag of ik wel gemachtigd was om die medicijnen af te halen zei ze dat ze dacht dat we elkaar hadden gemachtigd. Anneke was op dat moment bezig met een aantal verzoeken tot betaling. Had ik verzuimd bij die verzoeken aan te tekenen of ik ze betaald had, wat wel mijn gewoonte is? Dat moest dus gecontroleerd worden. Bij controle bleek dat ik wel betaald had en dus een verzuim had gepleegd.
De betaalroutine maakt dat het betalen geen blijvende indruk maakt. Na een week of veertien dagen ben ik vergeten of ik de rekening nu wel of niet heb betaald. gelukkig helpt ook hier de techniek: waar ik vroeger een blocnote had met overschrijf formulieren waarvan ik de strookjes moest bewaren, kan ik nu via mijn tablet (of die van Anneke natuurlijk) en mijn Bankenapp alle betalingen bekijken.
Bij de apotheek bleek dat de vier recepten alle waren uitgeleverd. op het lijstje stonden nu drie allergiebestrijders. Volgens de apothekersassistente, moest er wel op gelet worden dat die drie middelen niet werden gebruikt in dezelfde periode want anders zouden ze elkaars werking kunnen dwarszitten.
Thuis gekomen bleek dat betalen via de app was uitgebreid met extra stap voor het autoriseren. Na het gebruikelijk invullen van gebruiker en wachtwoord moet er nu ook een code worden toegevoegd die wordt toegestuurd via sms. Vermoedelijk ter verhoging van de veiligheid. Maar bovendien bleek dat Anneke niet meer kon zien dan de facturen op haar naam; en sinds ik ook een aantal malen bij een arts was geweest bestond het vermoeden dat er voor mij nog iets te betalen was.
We hadden hier duidelijk een gevolg van privacy bescherming. Ik kan als hoofdverzekerde wel kijken naar de rekeningen van Anneke maar omgekeerd niet.
vrijdag 22 februari 2019
Mulder en Trump
Ik betwijfel het.
Trump het is bekend heeft in de twee jaar die hij nu bezig is in de rol van wat wel de machtigste man op aarde wordt genoemd al meer dan 8000 leugens en onwaarheden verkondigd. Als vertegenwoordiger van de VS heeft hij zijn bondgenoten van zich vervreemd en zijn bewondering uitgesproken voor dictators als Putin en Kim Jong-un.
Hij heeft zich geplaatst aan de kant van hen die de rol van de mens bij de klimaat verandering ontkennen, het klimaat akkoord van Parijs afgewezen, zich terug getrokken uit de NAFTA en het verdrag met Rusland over de wapenwedloop, hij heeft de wacht aangezegd aan de NATO en is een handelsconflict aangegaan met China.
Trump is na twee jaar terecht gekomen in een moeilijk in te schatten kluwen van onregelmatigheden: heeft hij samengespannen met Rusland om de verkiezingen van 2016 te winnen? Heeft hij bij het onderzoek daarnaar (het onderzoek van Mueller) obstructie gepleegd tegen de rechtsgang? Heeft hij zijn medewerkers opdracht gegeven wangedrag te verhullen? En heeft hij zich schuldig gemaakt aan chantage en afpersing?
Trump heeft inmiddels de noodtoestand afgekondigd om geld beschikbaar te krijgen voor het bouwen van een muur, waarvan de meerderheid van de Amerikanen nut en noodzaak betwijfelt. De feiten wijzen anders uit.
Maar als er inderdaad een noodtoestand zou zijn dan duurt het wel lang voordat Trump erin slaagt daarvan iemand te overtuigen, behalve ... zijn achterban en de Republikeinse Partij in het Congres. Opmerkelijk genoeg blijft de populariteit van Trump ondanks alle troebelen vrijwel gelijk. De kans dat hij een tweede ambtstermijn zal halen wordt dan ook vrij hoog ingeschat.
De vraag die oprijst is hoe kunnen de Republikeinen zover zijn afgezakt dat ze dit allemaal tolereren? Het lijkt het moreel failliet van de Republikeinse Partij. Hoe kan dat?
Tja, en daar komt Mauk Mulder om de hoek en in beeld.
Mauk Mulder heeft zich bezig gehouden met macht en schreef onder meer Omgaan met Macht. Mulder introduceert het begrip machtsafstand en heeft uit zijn onderzoek afgeleid dat bij de minder machtige steeds een neiging bestaat om de machtsafstand te verkleinen. Het blijkt dat de minder machtige zich positiever opstelt ten opzichte van de leider bij kleine machtsafstand dan bij grote machtsafstand en dat het daarbij niet uitmaakt of de leider zijn macht op rechtmatige dan wel onrechtmatige wijze heeft gekregen. En de machtsafstand tussen de Republikeinse senatoren en de President lijkt niet zo erg groot. Ik citeer hier Mauk Mulder (uit 1977!):
Personen bleken grote sympathie te hebben voor machtigen die tegen alle regels en redelijkheid in de macht geüsurpeerd hadden. Slechts 4% vn de personen bleek deze onrechtmatige greep naar de macht geheel te verwerpen en verliet de groep onmiddellijk na A's machtsgreep. Degenen die bleven gingen onder het juk van de machtige door en waren daarna ongeremd positief. Over macht gesproken!
Toch iets om over na te denken als die muur er komt.
