dinsdag 23 juni 2020

De mens is nog altijd vrij dom

Althans dat mogen we gerust afleiden uit de boekbespreking in het FD van 20 juni 2020. Het ging om het boek A.I. Alsmaar Intelligenter van Stefan Buijsman. De bespreking was van de hand van Klaas Broekhuizen. 

In het artikel vielen me twee dingen vooral op.

In de eerste plaats de onjuiste idee, dat goed schaken betekent veel zettenreeksen doorrekenen en dat de beste schaker het beste en de meeste zetten door kan rekenen. 
Maar bij iedere zet moet weer beoordeeld worden wat de beste zet is van de vele mogelijkheden die men heeft. Maar wanneer is een zet de beste? Dat hangt nu juist van de positie af. Wat heeft de tegenstander gedaan en welke dreigingen heeft hij daarmee opgebouwd? Zijn twee lopers in deze stelling beter dan twee paarden of juist niet? Als ik aan een zet geen waarde kan hechten heeft het doorrekenen van zetten in die positie geen zin. 

Natuurlijk helpt het als de computer veel zetten door kan rekenen en beschikt over de gegevens van veel partijen. Maar dat is voor de topschaker evenzeer van belang. Om aan de top te blijven moet hij vijf a zes uur per dag studeren. Het gaat steeds om het taxeren van met bepaalde zettenreeksen bereikte posities. Juist daarom maakte het nogal wat indruk toen de wereldkampioen schaken werd verslagen door de computer. Maar nog meer indruk maakte het toen de computer ook de wereldkampioen Go versloeg. Want Go is volgens de deskundigen aanzienlijk moeilijker dan schaken. Bij Go, was het commentaar, heeft het doorrekenen al helemaal geen zin. Hierbij komt het veel meer neer op intuïtie. 

Laten we deze discussie over meer of minder rekenwerk maar even laten voor wat hij is. 

Het tweede punt dat me opviel was dat het artikel minstens suggereert dat A.I., ondanks het verslaan van de beide wereldkampioenen, nog tamelijk dom is. Dat leidt volgens mij haast onvermijdelijk tot enkele mogelijke conclusies: 

- de wereldkampioen schaken en de wereldkampioen Go zijn tamelijk dom. En omdat zij de wereldkampioen zijn zijn in feite alle schakers en Go-spelers (en in hun voetspoor eigenlijk alle mensen) nog tamelijk dom. 

Of: 

- Voor het bereiken van de top in schaken of in Go is geen intelligentie nodig. 

Voor beide conclusies valt overigens wel wat te zeggen. Vandaar de kop van dit blog. En de idee dat voor schaken intelligentie nodig is ook niet nieuw. Men herinnert zich de Schachnovelle van Stefan Zweig. 

Toch valt het een beetje buiten de gebruikelijke waardering van de mens als intelligent dier. En het roept de vraag op: wat bedoelt Buijsman eigenlijk met intelligentie? Of is het boek een manier om zijn eigen angst te onderdrukken: er zijn gelukkig nog dingen die de A.I. niet kan. Een soort bezweringsformule misschien? 


Geen opmerkingen: