zaterdag 21 maart 2015
Schakers
In de marge van de titelstrijd gaven de beide spelers en enkele topspelers uit Nederland simultaanséances. En zo kwam ik samen met een groot aantal anderen tegenover Smyslov. Het gebeurde in de galerij aan het Oosteinde. De galerij zou later worden afgebroken om plaats te maken voor de Nederlandse Bank. Zoals simultaanspelen gebruikelijk speelde Smyslov met wit en moest ik mijn zet doen als hij weer bij mijn bord kwam. Dat gaat altijd te snel. Als je een beetje stelling hebt opgebouwd heb je enige tijd nodig om een behoorlijke zet te vinden. Ik zat dan ook met een oog op mijn bord en een ander in de richting van Smyslov die van rechts naderde. Ik wist dat als ik hoorde dat mijn buurman zijn zet deed, ik weer aan de beurt was. Bovendien moest ik voor de geschiedenis mijn partij noteren en deed dat met een vulpen, wat toen niet ongebruikelijk was (de ballpuntpen was nog maar nauwelijks geïntroduceerd in Nederland en duur). De vulpen had een ander nadeel: hij lekte gemakkelijk. Het was altijd een bijzonder beeld al die schakers achter hun bord, starend naar de stelling met hun vulpen in de hand, terwijl ze gespannen, maar gedachteloos het dopje op en af schroefden.
Ik had geen schijn van kans tegen Smyslov en gaf op na een zet of twintig. Maar ik had wel een andere kans; ik vroeg hem zijn handtekening te zetten op het notatie blad. Wel, dat vragen ging in gebarentaal: ik reikte hem mijn notatiepapiertje aan met de ene hand en mijn vulpen met de andere hand. Het dopje eraf: hij kon meteen schrijven. In mijn onhandigheid gaf ik hem de vulpen met het schrijvende deel naar hem toe. Hij greep - hij was vermoedelijk ook met zijn gedachten maar voor de helft bij de situatie - en had zijn hand vol inkt. Er was enige consternatie voor de inkt weer was afgeveegd. Maar toen kreeg ik toch zijn handtekening. Een aardige man die Smyslov.
vrijdag 13 maart 2015
Banken
Mijn relatie met de NHM heeft niet zolang geduurd, want mijn bank met internationale relaties fuseerde met de Twentsche Bank en werd Algemene Bank Nederland (ABN). Het was inmiddels 1964 geworden en de wereld van de banken veranderde snel. Het chartale geld werd minder belangrijk; alles moest giraal. Voor de banken werd het minder van belang hoe veilig mijn geld werd beheerd, maar hoe groot de bank was in vergelijking met andere banken. Wat dat betreft ging het wel goed: de ABN inmiddels gefuseerd met de Rotterdamse Bank tot de AMRO bank was uitgegroeid tot de 15e in grootte op de wereld. De bank had 110 000 medewerkers (fte's) met 4500 vestigingen in 53 landen. Maar als organisaties groeien wordt het steeds ingewikkelder om ze te leiden en te sturen.
Hoe ingewikkeld zien we in het boek Joris Luijendijk Dit kan niet waar zijn.
Het verontrustende voor mij is ondertussen niet dat de besturing van de bank ingewikkeld is geworden. Dat wist ik zonder Luijendijk ook wel. Het verontrustende is dat er een bijna volledige scheiding blijkt te bestaan tussen de stuurorganen van de banken (raad van bestuur en CEO's) aan de ene kant en de uitvoerende organen waarin de Quants een dominante rol lijken te spelen aan de andere kant. De Quants zijn de wiskundig genieën die de modellen ontwerpen waarmee de miljoenen en miljarden moeten worden verdiend voor de bank. De Quants spreken en denken in de taal van de modellen en blijken volledig vervreemd van de sociale werkelijkheid. Zij worden niet begrepen door de top van de bank, maar die heeft er veel geld voor over om de beste in dienst te nemen. En de beste is hij die met zijn model het beste resultaat heeft gehad. Hoe ver de Quants van de werkelijkheid waren gekomen mag blijken uit het boek The Quants, De Quants, van wie een aantal inmiddels voor zichzelf was begonnen en grote bedragen verdiende als hoofd van een hedgefonds, zagen volgens dit boek de onverwachte koersdaling die de crisis zou inleiden pas op 7 augustus 2007 en werden daardoor blijkbaar volledig verrast. Bijna een jaar eerder (in oktober 2006) was PJ Morgan, een van de belangrijkste zakenbanken al begonnen zijn belang in de hypotheken af te stoten. De ervaren bankier Jamie Dimon van Morgan had al gezien dat de huizenmarkt in de reële wereld aan het instorten was.
Verontrustend is tevens dat er ook in de observaties van Luijendijk weinig aanleiding is om aan te nemen dat het in de toekomst anders zal gaan. Het geloof in wiskunde en statistiek is stevig verankerd in onze maatschappij.
vrijdag 6 maart 2015
In de lift
Onze flat, het omhulsel van ons dorp, beschikt over twee liften die de verschillende etages met elkaar verbinden. De lift rijdt zonder vaste dienstregeling. Hij komt op afroep. Dat weet iedereen. Het gebruik komt daardoor net boven de bewustzijnsdrempel uit. Men stapt min of meer automatisch in en uit. Soms realiseert men zich zelfs niet of de lift omhooggevallen gaat of omlaag. De lift heeft twee deuren. Als men op de begane grond instapt via de ene deur moet men op de plaats van bestemming via de andere deur er weer uit. En omgekeerd natuurlijk. Als men het huis verlaat gaat men delift in via de andere deur en verlaat hem door de ene.
Toen ik op de 8e etage instapte via de andere deur op weg naar mijn derde etage trof ik daar WvR van de vierde aan die juist probeerde via de ene deur, maar tevergeefs, de lift te verlaten. Hij meende op de begane grond te zijn. Hij keek me verstoord aan en zei de deur zit aan de verkeerde kant, daar moet je wel wat aan doen. Je moet ze schrijven.
Ik zit uiteindelijk in de technische commissie. Ik beloofde ze te schrijven.
Een dag later kwam ik WvR weer tegen. Hij verliet de lift door de ene deur op de begane grond, terwijl ik instapte.
Heb je ze nog geschreven? vroeg hij.
Ik bevestigde: Ze hebben er ook onmiddellijk wat aan gedaan, dat zie je.
Ja, zei hij, ik zie het. Die deur zit nu weer goed.
dinsdag 17 februari 2015
Een kwestie van tellen
En dat in een periode waarin we horen dat de werkloosheid in de VS lager is dan die in Nederland, die wordt geraamd in de buurt van de 6,7%. Inderdaad toen ik de werkloosheidscijfers van de VS gegoogled had bleek de werkloosheid daar te liggen op 5,7%. Dat is opmerkelijk laag. Hoe zit het eigenlijk met cijfers?
Ik moet even terugdenken aan mijn werkzame jaren bij de gemeente. De provincie klaagde erover dat ze iedere keer andere cijfers kreeg over het aantal woningen dat de gemeente bouwde. Bij nader inzien bleek dat de gemeente een woning telde als de bouwvergunning was afgegeven. De afdeling onderzoek gaf aan het CBS op dat er een woning was, als de begane grond vloer was gelegd, terwijl de afdeling financiën een woning pas meetelde als hij was opgeleverd, dat getal ging naar de belastingdienst. Drie getallen voor drie verschillende gebruikers. Alle drie met een zekere ratio. Maar niet in elk gesprek doelmatig.
Hoe zit dat eigenlijk met die werkloosheid? Hoe wordt die geteld? Gevoelsmatig kan 5,7% nauwelijks het resultaat zijn van het overall gemiddelde tussen 3% en 31%. De werkloosheid in de VS - zo blijkt - wordt geteld als het aantal mensen van 16 jaar en ouder, zonder baan die de laatste vier weken beschikbaar waren voor werk en in die periode pogingen hadden gedaan om werk te vinden. (dik gedrukte geeft mijn accent). Dat wil zeggen als je zonder baan zit en toevallig de laatste zes weken geen duidelijke poging hebt gedaan om werk te krijgen wordt je niet meegeteld als werkloos. Dat geeft ook een verklaring voor het feit dat hoewel de 'labour force' (het aantal mensen met een baan) met ruim 700 000 toenam, het aantal werklozen van 9 miljoen, niet veranderde. Het aantal mensen dat enig optimisme ontleenden aan de officiële groeicijfers van de economie was blijkbaar ook gestegen. Dit lijkt me voor de buitenwereld een aardige vorm van officiële window dressing.
Voeg dat dan bij het commentaar van Mathijs Bouman (uit 2013): hoe het CBS de werkloosheid overdrijft. De overdrijving ontstaat doordat het CBS een andere definitie hanteert dan de International Labour Organisation (ILO). Volgens de definitie van de ILO zou de werkloosheid die door het CBS was gesteld op 8,3% uitkomen op 6,6%. (Het CBS heeft overigens aangekondigd per 1 januari 2015 over te gaan op de definitie van de ILO).
Een kwestie van tellen dus.
zondag 18 januari 2015
Ik vraag me af
In het commentaar bij de terroristische aanslagen van de afgelopen week wordt vermeld dat het gaat om meest jonge mensen die radicaliseren in de gevangenis. Dat lijkt tenminste twee dingen te betekenen: een aantal van de toekomstige terroristen heeft een crimineel verleden en in de gevangenis hebben de gevangenen onderling wel zoveel contact dat ze elkaar een extreem standpunt kunnen aanpraten.
En dat leidt dan tot de vraag: zou het niet mogelijk zijn om in de gavangenis de (jonge) gevangenen te voorzien van een continue maatschappij conforme boodschap?
Of is dat al uitgeprobeerd?
donderdag 8 januari 2015
dinsdag 23 december 2014
Taart
zaterdag 20 december 2014
De Europese cultuur
Onze Europese cultuur staat onder druk. Dat is niet van vandaag op gisteren. Eigenlijk al sinds de jaren zestig - van de vorige eeuw moet ik er eigenlijk bij zeggen, maar dat gaat nog steeds niet vanzelf. Al vanaf de jaren zestig dus, toen het gezag ter discussie werd gesteld en de sexualiteit ter discussie kwam, tegelijk met de homfilie en de geboorteregeling met behulp van de pil; en vervolgens de drugs en de immigratie. Onze vanzelfsprekende welvaartsgroei kwam in het gedrang, tegelijk met onze zorgen om het milieu. Met al die veranderingen is het logisch dat er nu ook aan onze tradities wordt getornd. Immers met de veranderingen in de cultuur veranderen ook onze opvattingen. Neem nu Sinterklaas: was Zwarte Piet nu het symbool van de slavernij, of juist van de bevrijdiing van de zwarte slaven? Of misschien niet meer dan de jin yang tegenstelling tussen goed en kwaad?
De pietendiscussie leek trouwens een beetje in te zakken in de laatste week voor Sinterklaas. Het Sinterklaas journaal loste de zaak aardig op, denk ik.
Maar de discussie is niet alleen in Nederland actueel. In Frankrijk werden we opgeschrikt door de vraag of in een land waar staat en godsdienst gescheiden zijn een kerststal in het gemeentehuis - een publieke ruimte - wel acceptabel was. De rechter moest er aan te pas komen om een jarenlang gebruik goe te keuren. Ook Sinterklaas kreeg het hier in Noord Frankrijk te verduren! Kun je zo‘n symbool van katholieke kerk wel toelaten in de openbare school. Een netelige kwestie!
Er zullen nog wel meer netelige problemen ontdekt worden, want dat zou wel eens kunnen samenhangen met multiculti.
donderdag 11 december 2014
Oud en jong
Bij de ouderen van nu hoort mijn dochter ook en al haar leeftijdsgenoten natuurlijk. Vanuit mijn standpunt zijn dat jongeren. En zo wordt het naar mijn inschatting ook beleefd door de generatie van mijn dochter. Zo werden we uitgenodigd voor de 50e verjaardag van een nichtje, dat de feestelijkheden rond die mijlpaal had gesplitst in een etentje voor de ouderen en oudjes en een bijeenkomst in het weekend voor de jongeren en jeugdigen. Oud worden zit niet in je eigen gevoel daarover, maar in de manier waarop er naar je gekeken wordt door een jongere generatie.
Deze gedachten kwamen weer naar boven bij het lezen van een artikel in ons dagblad over de nieuwe programmering van de publieke omroep. Die programmering heet het is teveel afgestemd op ouderen daar moet in gesneden worden. Een loffelijk streven. Blijkbaar heeft de EO het beste door hoe het moet. Dat blijkt wel uit een typisch EO programma als Jojanneke in de prostitutie. Om de vernieuwing meer gestalte te geven zullen er meer series van zes tot acht afleveringen te zien zijn. Het effect daarvan blijkt wel uit de zenders van RTL die naar mijn gevoel iedere drie maanden het programma van de vorige drie maanden herhalen. De TV is dan ook het middel bij uitstek om bij in slaap te vallen.
Ook de Publieke omroep legt de typering van ouderen bij de leeftijd van 50 jaar. En hoewel deze groep een belangrijke doelgroep blijft voor de programmering (sic!) moet het accent verlegd worden naar de jongeren. Een tyisch ouderen programma als Lingo (waar ik in de keren dat ik daar bij het zappen langs kwam praktisch nooit ouderen zag) is dus verdwenen. Ik kan begrip opbrengen voor deze vernieuwing. Uiteindelijk: hoewel de groep ouderen (boven de 50) inmiddels net zo groot is als de groep waarvoor de omroep werkt (20-49), zien we de grijze golf een steeds groter deel van het jaar de programmering van de Nederlandse tv ontvluchten op en op weg naar hun vakantiebestemmingen.
De wereld van nu ligt in handen van mijn kleinkinderen de mensen tussen twintig en vijfendertig. Zij weten waar de programmering aan moet voldoen.
vrijdag 5 december 2014
Proefschrift
Ergens werd mijn aandacht getrokken door een opmerking van de oud-hoogleraar. Iemand uit zijn kennissenkring wilde een tweede proefschrift schrijven. Een curieuze gedachte. In mijn beleving is een proefschrift een soort bewijs dat je zelfstandig onderzoek kunt doen. Wat bewijst een tweede proefschrift. Is een tweede proefschrift niet gewoon een studie?
Mijn geleerde buurman ging verder: wat een ander kan kon hij ook. Hij dacht erover ook een tweede proefschrift te schrijven. Hij had al een onderwerp ook. De meetbaarheid van proefschriften. Naar analogie van de activiteiten uit het verleden - het was uiteindelijk een gezelschap van organisatiedeskundigen - toen Taylor alle werkzaamheden begon te meten zou je ook proefschriften moeten kunnen meten. Hij was echter alleen nog op zoek naar criteria. Die zouden wel betrekking moeten hebben op de inhoud, want de omvang, dat was duidelijk, gaf weinig indicatie. Wat meet je immers als je een wiskundig proefschrift van tien bladzijden formules vergelijkt met een een sociologisch dito van driehonderd bladzijden?
Mijn aandacht verdween weer geleidelijk; gelukkig was het tijd voor de maaltijd en daarna voor de lezing. Toevalligerwijs kwam ik ook nu naast de oud-hoogleraar terecht. Hij zat geïnteresseerd naar zijn vroegere promovendus te luisteren, of toch niet? Zo nu en dan hoorde ik karakteristieke geluiden naast me; een blik opzij bevestigde mijn vermoeden: de oud-hoogleraar was voor enkele ogenblikken in slaap.
