zaterdag 21 maart 2015

Schakers

Als ik op zaterdag in de auto zit staat gewoonlijk de radio aan met het programma van radio1. Vanmorgen vielen we in het programma de Taalstaat. Iemand - maar dat is het kenmerkende van de autoradio: je valt in een programma en je valt er weer uit, afhankelijk van de lengte van je rit - vertelde zijn roman van 149 woorden, een verhaal over twee russische schakers met onuitspreekbare namen. Een roman van 149 woorden is nog te overzien en aan te horen, zelfs als je in je auto maar een korte rit maakt. Maar in dit geval was ik maar voor de helft met mijn gedachten erbij. Want terwijl ik iets hoorde over iemand die een van de schakers met het schaakbord te lijf ging, gingen mijn gedachten weer terug in de tijd; de tijd dat ik zelf nog tegen een Russische grootmeester schaakte. Het was denk ik 1954. In Amsterdam vond de tweekamp plaats tussen Botwinnik, regerend wereldkampioen en Smyslov, zijn uitdager. Allebei Rus, maar met in ieder geval gemakkelijk uitspreekbare namen. De wedstrijd over 24 partijen eindigde in 12-12, waardoor Botwinnik zijn titel behield.
In de marge van de titelstrijd gaven de beide spelers en enkele topspelers uit Nederland simultaanséances. En zo kwam ik samen met een groot aantal anderen tegenover Smyslov. Het gebeurde in de galerij aan het Oosteinde. De galerij zou later worden afgebroken om plaats te maken voor de Nederlandse Bank. Zoals simultaanspelen gebruikelijk speelde Smyslov met wit en moest ik mijn zet doen als hij weer bij mijn bord kwam. Dat gaat altijd te snel. Als je een beetje stelling hebt opgebouwd heb je enige tijd nodig om een behoorlijke zet te vinden. Ik zat dan ook met een oog op mijn bord en een ander in de richting van Smyslov die van rechts naderde. Ik wist dat als ik hoorde dat mijn buurman zijn zet deed, ik weer aan de beurt was. Bovendien moest ik voor de geschiedenis mijn partij noteren en deed dat met een vulpen, wat toen niet ongebruikelijk was (de ballpuntpen was nog maar nauwelijks geïntroduceerd in Nederland en duur). De vulpen had een ander nadeel: hij lekte gemakkelijk. Het was altijd een bijzonder beeld al die schakers achter hun bord, starend naar de stelling met hun vulpen in de hand, terwijl ze gespannen, maar gedachteloos het dopje op en af schroefden.
Ik had geen schijn van kans tegen Smyslov en gaf op na een zet of twintig. Maar ik had wel een andere kans; ik vroeg hem zijn handtekening te zetten op het notatie blad. Wel, dat vragen ging in gebarentaal: ik reikte hem mijn notatiepapiertje aan met de ene hand en mijn vulpen met de andere hand. Het dopje eraf: hij kon meteen schrijven. In mijn onhandigheid gaf ik hem de vulpen met het schrijvende deel naar hem toe. Hij greep - hij was vermoedelijk ook met zijn gedachten maar voor de helft bij de situatie - en had zijn hand vol inkt. Er was enige consternatie voor de inkt weer was afgeveegd. Maar toen kreeg ik toch zijn handtekening. Een aardige man die Smyslov.

vrijdag 13 maart 2015

Banken

Ergens in mijn archief bevindt zich nog een boekje met een rekening bij de Rijkspostspaarbank. De rekening werd geopend kort na mijn geboorte op een postkantoor in Amsterdam-Zuid aan de Waalstraat. Enkele jaren later werd de rekening bijgehouden op het postkantoortje Watergraafsmeer aan de Middenweg (zie foto). De eerste storting op het boekje was een bedrag van fl 2,50, een bedrag waarvan ik nu misschien een kwartier kan parkeren op de Kamerlingh Onnesweg. Die Kamerlingh Onnesweg begint op de plaats waar vroeger dat postkantoor(tje) stond. De Rijkspostspaarbank gaf een veilig gevoel, daar werd goed op mijn geld gepast. Na de oorlog groeide mijn spaarsaldo langzaam; dat ging met centen en dubbeltjes. Later, toen ik geld ging verdienen en door mijn werk regelmatig in het buitenland kwam, ried mijn vader me aan dat geld op een rekening te zetten bij de Nederlandse Handelmaatschappij (NHM), een bank met internationale contacten. Zo gezegd zo gedaan. Het spaarbankboekje bij de Rijkspostspaarbank bleef liggen, half vergeten met een saldo van fl 4,85. Toen ik in 1979 de rekening ophief moest er nog vanaf 1955 achterstallige rente op worden bijgeschreven. Het saldo bleek daardoor aangegroeid tot fl 20,70.
Mijn relatie met de NHM heeft niet zolang geduurd, want mijn bank met internationale relaties fuseerde met de Twentsche Bank en werd Algemene Bank Nederland (ABN). Het was inmiddels 1964 geworden en de wereld van de banken veranderde snel. Het chartale geld werd minder belangrijk; alles moest giraal. Voor de banken werd het minder van belang hoe veilig mijn geld werd beheerd, maar hoe groot de bank was in vergelijking met andere banken. Wat dat betreft ging het wel goed: de ABN inmiddels gefuseerd met de Rotterdamse Bank tot de AMRO bank was uitgegroeid tot de 15e in grootte op de wereld. De bank had 110 000 medewerkers (fte's) met 4500 vestigingen in 53 landen. Maar als organisaties groeien wordt het steeds ingewikkelder om ze te leiden en te sturen.
Hoe ingewikkeld zien we in het boek Joris Luijendijk Dit kan niet waar zijn. 
Het verontrustende voor mij is ondertussen niet dat de besturing van de bank ingewikkeld is geworden. Dat wist ik zonder Luijendijk ook wel. Het verontrustende is dat er een bijna volledige scheiding blijkt te bestaan tussen de stuurorganen van de banken (raad van bestuur en CEO's) aan de ene kant en de uitvoerende organen waarin de Quants een dominante rol lijken te spelen aan de andere kant. De Quants zijn de wiskundig genieën die de modellen ontwerpen waarmee de miljoenen en miljarden moeten worden verdiend voor de bank. De Quants spreken en denken in de taal van de modellen en blijken volledig vervreemd van de sociale werkelijkheid. Zij worden niet begrepen door de top van de bank, maar die heeft er veel geld voor over om de beste in dienst te nemen. En de beste is hij die met zijn model het beste resultaat heeft gehad. Hoe ver de Quants van de werkelijkheid waren gekomen mag blijken uit het boek The Quants, De Quants, van wie een aantal inmiddels voor zichzelf was begonnen en grote bedragen verdiende als hoofd van een hedgefonds, zagen volgens dit boek de onverwachte koersdaling die de crisis zou inleiden pas op 7 augustus 2007 en werden daardoor blijkbaar volledig verrast.  Bijna een jaar eerder (in oktober 2006) was PJ Morgan, een van de belangrijkste zakenbanken al begonnen zijn belang in de hypotheken af te stoten. De ervaren bankier Jamie Dimon van Morgan had al gezien dat de huizenmarkt in de reële wereld aan het instorten was.
Verontrustend is tevens dat er ook in de observaties van Luijendijk weinig aanleiding is om aan te nemen dat het in de toekomst anders zal gaan. Het geloof in wiskunde en statistiek is stevig verankerd in onze maatschappij.
  

vrijdag 6 maart 2015

In de lift

Onze flat, het omhulsel van ons dorp, beschikt over twee liften die de verschillende etages met elkaar verbinden. De lift rijdt zonder vaste dienstregeling. Hij komt op afroep. Dat weet iedereen. Het gebruik komt daardoor net boven de bewustzijnsdrempel uit. Men stapt min of meer automatisch in en uit. Soms realiseert men zich zelfs niet of de lift omhooggevallen gaat of omlaag. De lift heeft twee deuren. Als men op de begane grond instapt via de ene deur moet men op de plaats van bestemming via de andere deur er weer uit. En omgekeerd natuurlijk. Als men het huis verlaat gaat men delift in via de andere deur en verlaat hem door de ene.
Toen ik op de 8e etage instapte via de andere deur op weg naar mijn derde etage trof ik daar WvR van de vierde aan die juist probeerde via de ene deur, maar tevergeefs, de lift te verlaten. Hij meende op de begane grond te zijn. Hij keek me verstoord aan en zei de deur zit aan de verkeerde kant, daar moet je wel wat aan doen. Je moet ze schrijven.
Ik zit uiteindelijk in de technische commissie. Ik beloofde ze te schrijven.
Een dag later kwam ik WvR weer tegen. Hij verliet de lift door de ene deur op de begane grond, terwijl ik instapte.
Heb je ze nog geschreven? vroeg hij.
Ik bevestigde: Ze hebben er ook onmiddellijk wat aan gedaan, dat zie je.
Ja, zei hij, ik zie het. Die deur zit nu weer goed.

dinsdag 17 februari 2015

Een kwestie van tellen

Arianna Huffington wordt gerekend tot de 100 meest invloedrijke vrouwen van de Verenigde Staten. Dat is voor mij aanleiding haar teksten serieus te nemen.Dat deed ik dus toen het ging om haar boek 'Third World America.' Ze betoogt daarin dat de VS er weliswaar nog niet zijn, maar toch goed op weg zijn naar de status van een derde wereld land. Wat haar het meest lijkt te storen is het in hoog tempo verdwijnen van de Amerikaanse middenklasse, de klasse die in feite de economie moet dragen. Ik zal haar betoog hier niet volgen, maar mijn oog viel op haar constatering dat de werkloosheid onder de 20% mensen in de hoogste inkomensklasse minder dan 3% was, terwijl hij onder de 20% mensen in de laagste inkomensklasse uitkwam op 31%.
En dat in een periode waarin we horen dat de werkloosheid in de VS lager is dan die in Nederland, die wordt geraamd in de buurt van de 6,7%. Inderdaad toen ik de werkloosheidscijfers van de VS gegoogled had bleek de werkloosheid daar te liggen op 5,7%. Dat is opmerkelijk laag. Hoe zit het eigenlijk met cijfers?
Ik moet even terugdenken aan mijn werkzame jaren bij de gemeente. De provincie klaagde erover dat ze iedere keer andere cijfers kreeg over het aantal woningen dat de gemeente bouwde. Bij nader inzien bleek dat de gemeente een woning telde als de bouwvergunning was afgegeven. De afdeling onderzoek gaf aan het CBS op dat er een woning was, als de begane grond vloer was gelegd, terwijl de afdeling financiën een woning pas meetelde als hij was opgeleverd, dat getal ging naar de belastingdienst. Drie getallen voor drie verschillende gebruikers. Alle drie met een zekere ratio. Maar niet in elk gesprek doelmatig.
Hoe zit dat eigenlijk met die werkloosheid? Hoe wordt die geteld? Gevoelsmatig kan 5,7% nauwelijks het resultaat zijn van het overall gemiddelde tussen 3% en 31%. De werkloosheid in de VS - zo blijkt - wordt geteld als het aantal mensen van 16 jaar en ouder, zonder baan die de laatste vier weken beschikbaar waren voor werk en in die periode pogingen hadden gedaan om werk te vinden. (dik gedrukte geeft mijn accent). Dat wil zeggen als je zonder baan zit en toevallig de laatste zes weken geen duidelijke poging hebt gedaan om werk te krijgen wordt je niet meegeteld als werkloos. Dat geeft ook een verklaring voor het feit dat hoewel de 'labour force' (het aantal mensen met een baan) met ruim 700 000 toenam, het aantal werklozen van 9 miljoen, niet veranderde. Het aantal mensen dat enig optimisme ontleenden aan de officiële groeicijfers van de economie was blijkbaar ook gestegen. Dit lijkt me voor de buitenwereld een aardige vorm van officiële window dressing.
Voeg dat dan bij het commentaar van Mathijs Bouman (uit 2013): hoe het CBS de werkloosheid overdrijft. De overdrijving ontstaat doordat het CBS een andere definitie hanteert dan de International Labour Organisation (ILO). Volgens de definitie van de ILO zou de werkloosheid die door het CBS was gesteld op 8,3% uitkomen op 6,6%. (Het CBS heeft overigens aangekondigd per 1 januari 2015 over te gaan op de definitie van de ILO).
Een kwestie van tellen dus.

zondag 18 januari 2015

Ik vraag me af

In Brave New World speculeerde Aldous Huxley (in 1932) op een maatschappij waarin mensen vanaf hun geboorte worden geindoctrineerd met dat wat ze moeten weten en denken om goede burgers te zijn in hun wereld. Pogingen om het menselijk brein te beinvloeden zijn natuurlijk al veel ouder. Ze hebben grote hoogten bereikt in een commerciele omgeving. Verborgen Verleiders schreef Packard omstreeks 1960. Het was een journalistiek overzicht van de methoden die werden toegepast in bijv. supermarkten om mensen in een bepaalde stemming te brengen om de dingen te kopen die de supermarkt wenselijk vindt. Sinds de jaren zestig zijn die methoden uitgebreid en verbeterd. Het is dan ook niet voor niets dat bij de inrichting van nieuwe supermarkten wordt gewerkt met een soort eilanden. Te beginnen met groente en fruit is het nauwelijks mogelijk de dagelijkse of wekelijkse behoeften zodanig te vervullen dat je niet om het eiland heen hoeft te lopen. Het maakt je wandeling langer. Zo zijn er eilanden voor de vleeswaren, kaas, etc. Zuivelproducten staan zover mogelijk weg van de groente en fruit. Over die inrichting is nagedacht. Mensen en vooral jonge mensen zijn vrij gemakkelijk te manipuleren.
In het commentaar bij de terroristische aanslagen van de afgelopen week wordt vermeld dat het gaat om meest jonge mensen die radicaliseren in de gevangenis. Dat lijkt tenminste twee dingen te betekenen: een aantal van de toekomstige terroristen heeft een crimineel verleden en in de gevangenis hebben de gevangenen onderling wel zoveel contact dat ze elkaar een extreem standpunt kunnen aanpraten.
En dat leidt dan tot de vraag: zou het niet mogelijk zijn om in de gavangenis de (jonge) gevangenen te voorzien van een continue maatschappij conforme boodschap?
Of is dat al uitgeprobeerd?   


donderdag 8 januari 2015

dinsdag 23 december 2014

Taart


Maandagochtend; het was tien uur toen we bij Richard en Céline voor de deur stonden. Ze hadden zo vroeg nog niet op ons gerekend, kwamen duidelijk net uit bed en waren nog bezig te bekomen van de dag van de doop.
Willen jullie koffie? 
Ja, dat wilden we wel. 
En toen de koffie was ingeschonken: willen jullie een koekje? 
Toen we ook daarop bevestigend hadden geantwoord haalde Richard de volle schaal met overgebleven cupcakes te voorschijn. Toen we er een hadden uitgezocht en die zaten op te eten, verzuchtte hij. 
Ik heb ook nog van de taart over. 
We bevestigden dat we de vorige dag hadden gezien dat nog bijna de helft van de taart over was gebleven.Het was nochtans een prachtige taart. Een taart die te voorschijn kwam aan het eind van wat werd geduid als een typisch Frans feest. Het feest was aangericht in aansluiting op de doop van Rose, onze achterkleindochter. We voelden ons trots dat we waren uitgenodigd voor deze gelegenheid, want het feest werd gevierd in beperkte kring. We moesten had Richard aangegeven om tien voor twaalf bij de kerk in Bollezeele zijn. Het was een beetje een gezoek geweest een geschikte datum en plaats te vinden om de doop te houden, want de pastoor hier moet een groot gebied bedienen en komt maar eens in de zoveel weken in de buurt van Volckerinckhove. 
Toen we om kwart voor twaalf het grote plein rond de kerk opreden, was er nog maar weinig parkeerruimte over. Maar we hadden geluk en konden de auto vlak bij de kerkdeur kwijt. Het wachten was op de afloop van de mis voor we de kerk in mochten. 
Het was koud op het plein. Dat vonden niet alleen wij, maar ook de families van de twee andere dopelingen. Bovendien was het onze trouwdag. En eigenlijk als ik er over nadacht was het weer nu niet veel anders dan toen. Grijs en regenachtig en slechts enkele graden boven nul. Van dat weer waardoor je na verloop van tijd helemaal verkleumd raakt. Onder die omstandigheden is een kwartier lang. Het was buiten koud, maar in het voorportaal van de kerk was het niet alleen koud maar ook nog ongezellig en donker. 
We mochten uiteindelijk naar binnen terwijl de communie nog gaande was en de kerkgangers toch al door de kerk liepen. De dopelingen met hun ouders en peetouders mochten mee naar voor in de kerk; de andere belangstellenden moesten maar zien hoe ze zich redden. De mis was afgelopen en de gelovigen verlieten de kerk. Ik liep door een van de zijpaden naar voren en zocht een geschikte plaats voor mijn foto's. 
Een groep kinderen verwelkomde de dopelingen met gezang en wapperende doeken (die na gebruik weer zorgvuldig werden ingenomen). Het werd een uitgebreide ceremonie, waarin de ouders en peetouders vertelden over wat ze de dopelingen toewensten en over hun eigen geloofsopvattingen. (dit deel liet Richard over aan Céline). 
Twee jongens goten een karaf water in een koperen schaal, waarover de pastoor de wijding uitsprak. De kinderen werden boven het water gehouden en kregen een hand met water over hun hoofd. Ze vonden het geen van drieën leuk. Tenslotte werden de namen ingeschreven in het register, dat in tweevoud werd ondertekend door de ouders en de peetouders. De toeschouwers klapten. 
Het was in de kerk ook niet erg warm, zodat om half twee iedereen blij leek naar de verwarmde ruimte te kunnen waar de rest van de feestelijkheden zich afspeelden. Het werd een middag eten. wraps met ham, of zalm, schalen met twee soorten salades, schalen met rolletjes ham en chorizo. Toen dan ook om een uur of zes de taart werd opgediend, waren de meesten verzadigd. En Olivier die de taart sneed moest steeds kleinere stukjes snijden om iedereen tevreden te stellen. 
Ondertussen dacht Roswe waarschijnlijk allang niet meer aan de onaangename momenten boven het doopvont. Ze speelde in alle rust en nauwelijks opgemerkt in haar eigen speelgoed hoek.Toen ik daar nog wat foto's van haar nam mocht ik met haar in haar boekjes lezen.  

zaterdag 20 december 2014

De Europese cultuur

Onze Europese cultuur staat onder druk. Dat is niet van vandaag op gisteren. Eigenlijk al sinds de jaren zestig - van de vorige eeuw moet ik er eigenlijk bij zeggen, maar dat gaat nog steeds niet vanzelf. Al vanaf de jaren zestig dus, toen het gezag ter discussie werd gesteld en de sexualiteit ter discussie kwam, tegelijk met de homfilie en de geboorteregeling met behulp van de pil; en vervolgens de drugs en de immigratie. Onze vanzelfsprekende welvaartsgroei kwam in het gedrang, tegelijk met onze zorgen om het milieu. Met al die veranderingen is het logisch dat er nu ook aan onze tradities wordt getornd. Immers met de veranderingen in de cultuur veranderen ook onze opvattingen. Neem nu Sinterklaas: was Zwarte Piet nu het symbool van de slavernij, of juist van de bevrijdiing van de zwarte slaven? Of misschien niet meer dan de jin yang tegenstelling tussen goed en kwaad?
De pietendiscussie leek trouwens een beetje in te zakken in de laatste week voor Sinterklaas. Het Sinterklaas journaal loste de zaak aardig op, denk ik.
Maar de discussie is niet alleen in Nederland actueel. In Frankrijk werden we opgeschrikt door de vraag of in een land waar staat en godsdienst gescheiden zijn een kerststal in het gemeentehuis - een publieke ruimte - wel acceptabel was. De rechter moest er aan te pas komen om een jarenlang gebruik goe te keuren. Ook Sinterklaas kreeg het hier in Noord Frankrijk te verduren! Kun je zo‘n symbool van katholieke kerk wel toelaten in de openbare school. Een netelige kwestie!
Er zullen nog wel meer netelige problemen ontdekt worden, want dat zou wel eens kunnen samenhangen met multiculti.

donderdag 11 december 2014

Oud en jong

Terwijl de dames bezig waren met het optuigen van de kerstboom in de hal kwam BvW. langs. Hij ging aan het werk. BvW werkt voor Seniorweb. Een websdite gericht op de oudere computergebruiker. Seniorweb licht voor, helpt, beantwoordt vragen. Gericht op ouderen d.w.z. op gebruikers boven de 50, d.w.z. ten behoeve van de ouderen van wie destijds een groot deel digibeet werd geacht. De ouderen van nu zijn dat allerminst.
Bij de ouderen van nu hoort mijn dochter ook en al haar leeftijdsgenoten natuurlijk. Vanuit mijn standpunt zijn dat jongeren. En zo wordt het naar mijn inschatting ook beleefd door de generatie van mijn dochter. Zo werden we uitgenodigd voor de 50e verjaardag van een nichtje, dat de feestelijkheden rond die mijlpaal had gesplitst in een etentje voor de ouderen en oudjes en een bijeenkomst in het weekend voor de jongeren en jeugdigen. Oud worden zit niet in je eigen gevoel daarover, maar in de manier waarop er naar je gekeken wordt door een jongere generatie.

Deze gedachten kwamen weer naar boven bij het lezen van een artikel in ons dagblad over de nieuwe programmering van de publieke omroep. Die programmering heet het is teveel afgestemd op ouderen daar moet in gesneden worden. Een loffelijk streven. Blijkbaar heeft de EO het beste door hoe het moet. Dat blijkt wel uit een typisch EO programma als Jojanneke in de prostitutie. Om de vernieuwing meer gestalte te geven zullen er meer series van zes tot acht afleveringen te zien zijn. Het effect daarvan blijkt wel uit de zenders van RTL die naar mijn gevoel iedere drie maanden het programma van de vorige drie maanden herhalen. De TV is dan ook het middel bij uitstek om bij in slaap te vallen.  
Ook de Publieke omroep legt de typering van ouderen bij de leeftijd van 50 jaar. En hoewel deze groep een belangrijke doelgroep blijft voor de programmering (sic!) moet het accent verlegd worden naar de jongeren. Een tyisch ouderen programma als Lingo (waar ik in de keren dat ik daar bij het zappen langs kwam praktisch nooit ouderen zag) is dus verdwenen. Ik kan begrip opbrengen voor deze vernieuwing. Uiteindelijk: hoewel de groep ouderen (boven de 50) inmiddels net zo groot is als de groep waarvoor de omroep werkt (20-49), zien we de grijze golf een steeds groter deel van het jaar de programmering van de Nederlandse tv ontvluchten op en op weg naar hun vakantiebestemmingen.
De wereld van nu ligt in  handen van mijn kleinkinderen de mensen tussen twintig en vijfendertig. Zij weten waar de programmering aan moet voldoen.
             

vrijdag 5 december 2014

Proefschrift

De oud-hoogleraar zat tevreden de kring rond te kijken. Hij vertelde wie in de kring bij hem allemaal gepromoveerd waren. Hij had trouwens promoties bijgewoond in verschillende landen en vertelde over de verschillen tussen landen. Ik luisterde maar half, zoals ook het onderwerp me maar half boeide. Door toevallige omstandigheden was ik naast de oud-hoogleraar terecht gekomen. Aan mijn andere zijde zat de inleider voor de avond; hij was ook een van de promovendi geweest. Het was duidelijk een elite gezelschap.
Ergens werd mijn aandacht getrokken door een opmerking van de oud-hoogleraar. Iemand uit zijn kennissenkring wilde een tweede proefschrift schrijven. Een curieuze gedachte. In mijn beleving is een proefschrift een soort bewijs dat je zelfstandig onderzoek kunt doen. Wat bewijst een tweede proefschrift. Is een tweede proefschrift niet gewoon een studie?
Mijn geleerde buurman ging verder: wat een ander kan kon hij ook. Hij dacht erover ook een tweede proefschrift te schrijven. Hij had al een onderwerp ook. De meetbaarheid van proefschriften. Naar analogie van de activiteiten uit het verleden - het was uiteindelijk een gezelschap van organisatiedeskundigen - toen Taylor alle werkzaamheden begon te meten zou je ook proefschriften moeten kunnen meten. Hij was echter alleen nog op zoek naar criteria. Die zouden wel betrekking moeten hebben op de inhoud, want de omvang, dat was duidelijk, gaf weinig indicatie. Wat meet je immers als je een wiskundig proefschrift van tien bladzijden formules vergelijkt met een een sociologisch dito van driehonderd bladzijden?
Mijn aandacht verdween weer geleidelijk; gelukkig was het tijd voor de maaltijd en daarna voor de lezing. Toevalligerwijs kwam ik ook nu naast de oud-hoogleraar terecht. Hij zat geïnteresseerd naar zijn vroegere promovendus te luisteren, of toch niet? Zo nu en dan hoorde ik karakteristieke geluiden naast me; een blik opzij bevestigde mijn vermoeden: de oud-hoogleraar was voor enkele ogenblikken in slaap.