zaterdag 7 september 2013

Kunst

Ik geef onmiddellijk toe: onder omstandigheden  ben ik een echte cultuurbarbaar. Anders gezegd onder omstandigheden is mijn waardering voor moderne kunst ver onder de maat. Misschien heeft het wel iets te maken met wat Ben ooit zei: kunst heeft iets te maken met kunnen, je moet iets kunnen wat een ander niet kan voordat je kunt spreken van kunst. Hoe het ook zij: na ons bezoek aan het Museum + galerie Van Lien in het voormalige gemeentehuis van Fijnaart was ik niet erg onder de indruk. Het museum stelde op drie verdiepingen het werk ten toon van drie kunstenaars. Schilderijen van Erik Oldenhof die geometrische figuren à la Mondriaan had gemaakt; grafiek van Bob Bonies en André van Lier met objecten; deze laatste waren hoofdzakelijk uitdrukkingen van het hexametrische vouwlijnen systeem: een ellips die met zes lijnen in wisselende objecten van bordkarton was geknipt (of gesneden natuurlijk), De grafiek van Bob Bonies bestond uit schilderijen met horizontale lijnen die door hun onderlinge afstand lichtelijk psychedelische effecten veroorzaakten. Maar toen we drie van die zalen hadden door gelopen kon ik de associatie met de vader van Wallander niet kwijt. De vader schildert iedere dag het zelfde landschap, dag in dag uit jaar in jaar uit, een uiteindelijk zeer ontmoedigend werk. Een grote verscheidenheid aan werk zei een van de dames die een toezichthoudende rol leek te vervullen. Terwijl ik eigenlijk het gevoel had dat het allemaal hetzelfde genre was: geometrische figuren al dan niet in kleur.
En dan dringt zich toch weer de vraag op: wat is kunst? De eis van Ben dat je er iets voor moet kunnen, is dan niet geheel bevredigend. Ik neig ertoe te zeggen dat kunst is, wat als kunst wordt gepresenteerd. De man die zich schuldig verklaarde (sic!) aan deze uitstalling en die de galerie opende vertelde dat hij al vijftig jaar leefde in de wereld van de kunstenaars. Het klonk of dat een argument was voor iets, al is me niet geheel duidelijk voor wat. Maar hij heeft er ongetwijfeld meer verstand van dan ik.    

vrijdag 23 augustus 2013

De Lift

Op dit moment wordt gewerkt aan de lift - de tram - in onze straat. De ploeg is een dag te laat begonnen, omdat een van de monteurs ziek was terug gekomen van vakantie. Deze ploeg heeft een heel andere werkwijze dan de ploeg die de lift aan het andere straatje heeft gedaan. Toen die aan de andere kant twee weken bezig was vroeg iemand op de tweede etage wat die mensen daar eigenlijk deden. Ze bleven alsmaar op de begane grond bezig. Op dat moment waren al zeven van de 11 deuren vervangen. Hij had er niets van gemerkt. Deze ploeg werkt veel luidruchtiger en laat de deuren waar ze mee bezig zijn nadrukkelijk in beeld komen. Maar dat is het technische gezicht van de lift renovatie.
Het sociale gezicht zat in de zorgen die de bewoners zich in wisselende mate maakten over de vraag hoe ze om moesten gaan met het doen van hun boodschappen. Zo bijv. de 92-jarige heer R. op de tiende verdieping die eigenlijk vond dat de eigenaar van zijn woning moest zorgen voor vervangende huisvesting gedurende deze vier weken. Ik betwijfelde of die eigenaar daartoe bereid zou zijn en heb hem toch maar aangeraden zelf een regeling te treffen. Een week voor het werk begon sprak hij er zijn verontwaardiging over uit dat de eigenaar tot dan toe in gebreke was gebleven. Dat is een waardeloos bedrijf zei R., dat er alleen maar op uit was zoveel mogelijk geld aan hem te verdienen, maar dat hij voor de rest nooit zag. 'Maar', zei hij op zo'n manier van samenzwering en triomf, 'ik heb een sleutel van de buren.'
Door die sleutel van de buren kon hij via het balkon en de keukendeur van de buren met de andere lift naar beneden. Met de buren had hij afgesproken dat zij ook via zijn balkon naar beneden konden toen hun lift werd gedaan. Alleen belandden die buren op de dag dat aan de liftoperatie werd begonnen allebei in het ziekenhuis. Dat was vervelend, want nu hoefden zij hem niet lastig te vallen en hij hun wel. De situatie werd nog lastiger toen bleek dat die buren niet meer terug zouden komen en plotseling gingen verhuizen. Vandaar de triomf van de heer R. dat hij er toch in geslaagd was de sleutel van de buren te pakken te krijgen. Maar op de dag dat de lift aan onze kant inderdaad buiten werking ging, belde de heer R. boos op. Die buren waren ook wel zo stom... Die hadden de deur van het balkon op slot gedaan en die sleutel had hij natuurlijk niet. Nu kon hij geen kant heen. Hij dreigde de keukendeur van de buren uit de sponning te lichten en zo naar binnen te komen.
Ik gaf toe dat het niet erg handig was geweest van de buren. Ik was die ochtend zijn hulp al tegen gekomen die dapper haar tocht via de trap naar de tiende verdieping was begonnen en besloot zelf ook maar naar boven te lopen. Ik kreeg de sleutel van de buren, liep daarmee weer naar beneden en ging aan de andere kant met de lift naar boven, opende de voor- en de keukendeur en gaf de sleutel weer terug aan de heer R. Die bedankte me uitbundig en zei: ik ga de sleutel van de keukendeur er uit halen en ergens opbergen.
Ik zei dat ik dat begreep en ging met de lift weer naar beneden.        

donderdag 1 augustus 2013

De dokter

We namen het er een weekje van en vertrokken op woensdag na door onze buren te zijn uitgewuifd naar Benna. Tegen een uur waren we zover gevorderd dat we besloten de lunch in Poperinge te genieten. Ergens op het grote plein dat rondom bezet is met eet- en drinkgelegenheden. Het zag er nog een beetje dreigend uit zodat we neerstreken aan een tafeltje met een parasol. Een man aan een aangrenzend tafeltje keek ons onderzoekend aan en knikte ons toen bij wijze van groet toe. Altijd de vriendelijkheid zelf groette ik terug hoewel ik niet veel bekends zag in het gezicht van de man. Maar terwijl we onze bestelling plaatsten, vroeg de man: u komt toch uit Teteringen? We wilden dit niet ontkennen hoewel Teteringen nu al weer zolang geleden is dat we nog nauwelijks kunnen zeggen dat we uit Teteringen komen. De man stond op en kwam naar ons toe en stelde zich voor als …. van Walsum. De voornaam kon ik niet verstaan, maar de achternaam was heel wat duidelijker. Van Walsum was de huisarts die samen met Van Mierlo, de huisartsenpraktijk in Teteringen dreef. We hadden uit dien hoofde weinig contact met Van Walsum. Maar wat we vanuit de verte waarnamen duidde op een man die zich zeer bedrijvig bewoog  in zijn praktijk alsof hij doktertje speelde. Dat gevoel zijn we eigenlijk nooit kwijt geraakt. Toen Anneke bij hem kwam met een bloedblaar onder haar duimnagel als gevolg van een val dacht hij dat hij de nagel er maar af moest trekken. Toen Anneke protesteerde en vroeg of de wetenschap nog niet meer had voortgebracht dan dit soort barbaarse methoden, besloot hij uiteindelijk een gaatje te boren in de nagel zodat het bloed weg kon. Toch bleek in minstens een geval dat hij als arts adequaat kon reageren. Toen ik me niet goed voelde en we nog net voor vijf uur bij hem terecht konden, nam hij een hartfilmpje en stuurde me onmiddelijk door naar het ziekenhuis voor nadere controle door een cardioloog.   

Van Walsum bewoonde een boerderij aan de Groenstraat. We hadden wel gehoord dat hij was gescheiden, want dat soort dingen hoor je in een dorp, maar veel meer wisten we ook niet van hem. Van Walsum zette zich bij ons aan tafel, bevestigde dat zij n vrouw indertijd bij hem was weg gegaan en vertelde dat hij inmiddels alweer 8 jaar getrouwd was met een Franssprekende vrouw uit Brussel. Hij was zei hij met dit nieuwe huwelijk veranderd. Zo zag hij er ook uit: uiteindelijk hadden we hem niet herkend. Thuis sprak hij Frans en vandaag was hij onderweg naar Wattou, waar de kunstfeesten worden gehouden. Die wilde hij al een hele tijd een keer meemaken. Hij vertrouwde ons toe dat zijn voornaam Cesar was en dat geeft dan weer te denken over zijn ouders.

Nadat we gedrieën onze croque monsieur hadden opgegeten stond Cesar op en nam afscheid om op tijd in Wattou te zijn dat zo’n tien kilometer verder op onze weg naar Esquelbecq ligt.  Toen wij door Wattou kwamen was het daar zwart van de auto’s. Maar we waren niet zo benieuwd naar de kunstfeesten dat we buiten het dorp naar een parkeer plaats gingen zoeken. Die feesten houden we nog te goed. 

zaterdag 13 juli 2013

Culturele diversiteit

Zoals uit het vorige bericht al blijkt waren we een paar dagen in Frankrijk, We begonnen in Esquelbecq, waar op 6 juli een boekenmarkt was georganiseerd. Op het grote plein voor de kerk stond een aantal parytenten opgesteld, waar een verbazend groot aantal regionale schrijvers en schrijfsters hun boeken zat te presenteren en te signeren. Iedereen schrijft tegenwoordig. En de publicatie gaat steeds eenvoudiger.
Uit La Voix du Nord van die morgen bleek dat voor de volgende dag in Wormhout een optocht van reuzen was gepland. De reuzen vormen een apart fenomeen, maar in deze regio heeft iedere plaats zijn eigen reus van Mme Bintje uit Hondschoote tot Kikseki uit Esquelbecq. De optocht was ter gelegenheid van de 80e verjaardag van de tweeling Mitron uit Wormhout, de ene helft van de tweeling is trouwens nog maar twintig. (zoals de krant al uitlegde: je moet hierop geen speculatieve berekeningen toepassen). Het was een vrolijk en folkloristisch gebeuren.

Heel wat anders dan het neo-klassieke hotel waar we in Reims terecht kwamen de volgende dag. Midden in de stad en op loopafstand van de kathedraal, waar we a heel lang niet waren geweest. Heel lang voor ons. Voor de kathedraal was het maar een ogenblik. Het beeldhouwwerk aan de portalen draagt duidelijk de sporen van zijn hoge leeftijd, al stond hij er nog niet toen, volgens een tegel in de vloer op deze plaats Clovis werd gedoopt. Benna had gezegd dat we vast wat champagne in konden slaan voor haar verjaardag, maar het leek ons geen goed idee nog een aantal dagen in tropische temperaturen rond te rijden met een paar dozen champagne. De champagne moet nog even wachten.
De volgende dag naar Epinal, waar Hans mee zou spelen in een concert van CMD, een jaarlijks evenement. We keken rond in de omgeving van de basiliek waar het concert zou plaats vinden en verwonderden ons over de duisternis in de kerk, maar nog meer over de huizen van het kapittel die stonden op de plaats waar voorheen een klooster moet zijn geweest. Het was een kapittel van kanunikessen. Het kapittel is vermoedelijk ten onder gegaan in de gebeurtenissen rond de Franse revolutie, maar het geeft de paar straten waar die huizen staan wel een aparte sfeer. Het is daar goed toeven zoals bleek toen we daar de maaltijd nuttigden.
Voor het eten namen we nog een drankje op een plein twee straten verder. Daar speelde een bandje eigentijdse muziek. Vlak bij de band zat toen we aankwamen een zwerver op de grond. Hij had twee volle en een half lege fles van een of andere drank bij zich. Na verloop van tijd ging hij plat op zijn rug liggen en nog een tijdje later draaide hij op zijn zij. De muziek speelde gewoon door en op het terras vlak naast de zwerver leek niemand onder de indruk van het schouwspel. Na verloop van tijd echter kwam er toch een 'Vehicule de securité et d'assistance aux victimes'. Twee mannen in passende uniformkleding hesen de zwerver van het trottoir. De man wankelde en leek zich maar moeilijk in evenwicht te kunnen houden. Dronken? Of was hij zomaar duizelig door de plotselinge verandering in lichaamshouding? Hij werd afgevoerd in de auto, een van de hulpverleners nam nog een achtergebleven fles drank mee.
Toen we na het concert van - nu klassieke muziek - terug liepen naar de auto liep de zwerver weer op het plein. Hij had een van zijn flessen aan de mond en danste tussen de menigte...
Weer een dag later op de weg terug naar het noorden stapten we af in Metz voor het nieuwe museum Pompidou-Metz. Een complex met wel een geheel andere uitstraling dan het Louvre-Lens en ook met een geheel andere collectie. In Metz gaat het om de verandering van ons wereldbeeld sinds de mens begonnen is met de verovering van het luchtruim en om de invloed daarvan op de kunst. Met een bezoekje aan de kathedraal van Metz stapten we weer terug in het wereldbeeld van vroeger. Het was tijd om naar huis te gaan, het was 11 juli.            
 

zondag 7 juli 2013

Kostenbewust

Dat we in onze moderne wereld met zijn allen veel voedsel verspillen is langzamerhand gemeen goed geworden. In de Waste Makers (1961) schreef Vance Packard dat al. We waren dacht hij toen op weg naar een maatschappij die volledig gericht was op het produceren van overbodige goederen. Dua voorspelde hij bedrijven met twee uitgangen voor de productie die afhankelijk van de economische situatie konden worden gebruikt. Als het goed ging werden de producten naar de markt geleid, maar als het slecht ging zouden de producten rechtstreeks naar een grote afvalberg worden geleid. Het is me niet geheel duidelijk wat er daarna met deze producten moest gebeuren, maar afval was uiteindelijk afval. Packard schreef ook over de verkwisting die inherent was aan de manier waarop onze producten worden verspreid. Zo bevatte een pak yoghurt nadat je het had leeg geschonken nog heel wat yoghurt die werd weg gegooid.
Packard schreef voordat de computer ons leven binnenkwam en voordat de club van Rome ons met de neus op de barre feiten van de ontwikkeling drukte. En er is sinds die dagen veel veranderd. Maar onse productie van afval is door gegaan.
Georges behoort tot de mensen die probeert onnodig afval te voorkomen. Hij eet de ingeslagen voorraden zoveel mogelijk op. En in het geval van een pak yoghurt: hij snijdt het pak open en schraapt het restant van de binnenkant. Vandaag liet hij zien dat garnalen door hun vorm een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het vermijden van onnodig afval. Hij eet de garnalen met mayonaise. Toen de mayonaisefles met spuitdeksel voor het oog leeg was, haalde hij het deksel eraf. Toen bleek dat er in dat deksel nog een restant mayo aanwezig was dus hij likte die van het deksel af en stak toen een garnaal in zijn mond voor de juiste smaak. De volgende garnaal bleek precies de goede vorm te hebben om de mayo uit de hals van de fles te halen.
Een zeer doelmatige aanwending van de garnaal; hij geeft ons te denken over meer en soortgelijke toepassingen.. 

vrijdag 5 juli 2013

Zorghotel

Het zorghotel is gevestigd in het gebouw waar in vroeger tijden de Gemeentelijke Gezondheidsdienst zat met als een soort geneesheer-directeur dokter Smulders, een deftig man, overtuigd van het belang van zijn positie en wars van al die laag-bij-de-grondse zaken als het beheer van de dienst. Later kwam daarin de gezondheidsdienst van de stadsregio Breda en nog later verdween dat alles richting Roosendaal. Nu dus een zorghotel, met een moderne receptie. Toen we ons daar meldden was Kees M. blijkbaar onderweg naar de salon/leeskamer, waar we hem begroetten. Hij hijgde van de klaarblijkelijke benauwdheid die samenhing met zijn gezondheid. Hij was blij met ons bezoek en vertelde hoe hij na een paar dagen ziekenhuis op deze plek was gekomen. Het was een verhaal dat we al kenden. Want Kees M. drinkt iedere dag koffie met Wil vR. en die had ons al verteld dat Kees hem had gebeld met hevige benauwdheid en hoe Kees met de ambulance was afgevoerd 's morgens in alle vroegte. Wil wist natuurlijk ook waar Kees nu was, hij vertelde ons voordat we op bezoek gingen dat Kees zich wel eens een beetje aanstelde. 
Terwijl we nog bezig waren de gebruikelijke informatie uit te wisselen kwam Kees B. aanlopen. Kees B. verontschuldigde zich dat hij zich onze namen niet meer herinnerde; door de herseninfarct was er een gat in zijn geheugen. Kees B. zorgde dat we koffie kregen. Hij leek hoofdzakelijk geïnteresseerd in het antwoord op de vraag of de lift volgende week klaar zou zijn. Het gesprek verliep wat moeizaam, want de harde stem van Kees B. galmde kennelijk in het gehoorapparaat van Kees M. die naast hem zat, waardoor deze haast niet kon verstaan wat er gezegd werd. Er voegde zich een dame in een rolstoel bij ons; zij zit tijdelijk in dat hotel vanwege een operatie aan haar voet. Kees M. vertelde dat Wil hem iedere dag op kwam zoeken, maar werd onmiddellijk gecorrigeerd door de dame in de rolstoel: Wil kwam om de dag, in de flat dronk ze de ene dag koffie bij Kees en de andere bij Wil...

De wereld is klein in een zorghotel. Het viel me op dat in het uur dat we daar waren Kees M. geen tekenen van benauwdheid vertoonde. Was dit wat Wil bedoelde met aanstellen? Maar Kees M. is zich plotseling bewust van de eindigheid van het leven. Een man die moeilijk alleen kan zijn. Hij hoopt gauw bij Mammie te zijn, maar vreest toch ook het einde in eenzaamheid. Misschien beneemt de angst voor het einde hem wel de adem...
  

donderdag 4 juli 2013

Ons dorp

Om de lift te voorzien van automatische schuifdeuren i.p.v. draaideuren (deze laatste hadden verschillende nadelen, maar één ervan was dat de deuren erg zwaar zijn en door een sterke veer worden gesloten), moest hij gedurende vier weken buiten gebruik zijn. De bewoners van straat 1 waren het eerst aan de beurt en hadden verschillende 'oplossingen' om het ongemak te lijf te gaan. Er waren er die een aantal weken naar hun huisje ver weg gingen. Er is ook een stel dat met zijn zeilboot de wereldzeeën bevaart en zeker deze vier weken niet thuiskomt. Er waren er ook die door een fysieke oorzaak werden uitgeschakeld. Zoal Kees B. die een herseninfarct kreeg. Of het daar iets mee te maken had weet ik niet, maar terwijl Kees werd opgenomen kreeg zijn 91-jarige vrouw moeilijkheden met haar hart en ze werd opgenomen om gedotterd te worden. Daar was natuurlijk ook de 90-jarige Ria L. die met gebroken heup in het ziekenhuis terecht kwam en voor wie de revalidatie lang genoeg duurde om de hele lift renovatie te overbruggen. Er waren er ook die het ongemak voor lief namen en de trap namen i.p.v. de lift. Die constateerden halverwege de renovatie dat dat traplopen met de boodschappen toch wel tegenviel.
In straat 2 ondertussen bereidde men zich zo goed mogelijk voor op de renovatie van lift 2 die volgens planning eveneens vier weken buiten gebruik zal zijn. En ondertussen gaan het leven natuurlijk gewoon door. Kees M. (88) werd vorige week opgenomen wegens benauwdheden. De dag tevoren was hij nog bij ons geweest volledig buiten adem om te praten over zijn laptop die in reparatie was gegeven. Hij vertelde dat hij COPD had. Deze week bleek dat Kees M. en Kees B. in hetzelfde zorghotel terecht te zijn gekomen.
Vanmorgen besloten we hen een bezoekje te brengen. 

donderdag 27 juni 2013

Technisch

Voor mijn ontbijt hul ik me gebruikelijk in een trainingspak. Pas als ik mijn cracker op heb kleed ik me dan verder aan. Maar omdat de dakwacht had aangekondigd dat hij vanmorgen om een uur of acht het dak wilde inspecteren had ik me vandaag al voor het ontbijt aangekleed. Om kwart over zeven keek ik uit het raam om te zien of de liftmonteurs al aanwezig waren en zag tot mijn vreugde dat ze een tractieschijf uit hun bestelbusje rolden. Die tractieschijf was - althans voor mij - een beetje een gevoelig punt. Voor het vervangen van de liftdeuren was vier weken uitgetrokken vlak voor de bouwvakvacantie. Het was me niet geheel duidelijk of het vervangen van die tractieschijf nu wel of niet in die vier weken was gepland. Dat hij nu vanmorgen naar binnen werd gebracht betekende vermoedelijk dat hij het schema niet teveel in de war zou sturen. Een aantal mensen heeft maar met moeite een regeling kunnen treffen om voor die vier weken elders te kunnen verblijven.

Ondertussen waren de schilders bezig om het inpandig buitenschilderwerk bij te werken. Ook dat is een omvangrijke klus, waarvoor met iedereen onderhandeld moet worden omdat bij dat schilderwerk ook de balkondeuren horen die daarvoor open moeten. Dat geeft wat problemen, zoals de schilder me vanmorgen uitlegde, want op tien, waar mevr. Br. al een tijd niet meer woont, woont nu met mevr. E. ook een zieke kat. Er moeten speciale maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de kat via het balkon ontsnapt.
Voor de planning was het goed dat het schilderwerk en het werk aan de liften elkaar niet hinderden. Voor het schilderwerk is een hangbrug nodig die in vier stappen over het dak moet worden verplaatst. Ook daarvoor is het van belang dat het werk aan de lift niet al te zeer uitloopt.
Mevr. vdA is verhuisd, maar vertelde dat het geluid dat in haar flat te horen was er nog steeds was of opnieuw was, want het was een tijdlang niet of vrijwel niet te horen geweest. Maar bovendien maakte ze er melding van dat er een kleine lekkage was bij een van haar radiatoren. Het leek me handig om dat maar te laten repareren nu haar appartement toch leeg staat. Dus vanmorgen belde de man van de verwarming of hij er nu bij zou kunnen, dan werd dat werk ingepland. Net als de reparatie van het bellenblok trouwens, die eigenlijk ook vandaag zou moeten gebeuren.
Een typisch rustige dag eigenlijk.

vrijdag 21 juni 2013

Louvre-Lens

DSC01330

Ik had er vooraf geen rekening gehouden, maar ook in musea moeten de nodige veiligheidsmaatregelen worden genomen om het bezoek in goed banen te leiden. Zo dus ook in het splinternieuwe Louvre-Lens, volgens de toelichtingen aan de toegangen een fusie tussen het Louvre en Lens. Lens is bekend om zijn restanten van kolenmijnen; de zwarte bergen die men kan zien liggen vanaf de A1 naar Parijs zijn inmiddels industrieel erfgoed. Vanaf het museum dat ligt op een verlaten kolenmijn kun je die bergen echter niet zien. Maar goed, wij kwamen binnen in de glazen aankomsthal – op de foto en nog voor we een kaartje konden kopen moesten we door het bekende poortje. Ik rinkelde en moest dus mijn zakkenjack leegmaken. Op de tafel  kwamen dus, mijn betaalkaarten, autopapieren, de nodige kassabonnetjes die ik meestal haastig in mijn zak steek, een aantekenboekje, maar ook mijn zakmes dat onmiddellijk werd geannexeerd.

Op de foto is de ontvangsthal te zien in het midden. Op de voorgrond rechts het verzonken kolenspoor, links het hoger liggende grote kolenspoor nu prachtig gestileerd als toegangen tot het museum. De ontvangsthal geeft toegang aan de ene zijde tot de tijdelijke en fraaie tentoonstelling van het werk van Rubens. Veel bekende schilderijen en uit de toelichting bleek dat Rubens de contra-reformatie ondersteunde (vandaar zijn schilderingen van weelderige min of meer ontklede vrouwen in tegenstelling tot de calvinistische soberheid, of ga ik nu iets te snel?). Rubens bleek ook als spion op te treden voor de katholieke vorstenhoven, al begrijp ik dat hem dat niet al te zeer wordt aangerekend.

In een hoek van de ontvangsthal was gelegenheid om na Rubens en Europa een kop koffie te drinken. Vandaar hadden we uitzicht op de speciale picknick ruimte, waarin zich een klas kinderen van de basisschool nestelde, zijn meegebrachte etenswaar uitpakte en gezamenlijk nuttigde. Een nuttige voorziening leek het. Na hun lunch gingen de kinderen op stap naar de tentoonstelling. We troffen hen aan in discussie voor o.m. een tweetal schilderijen van een vrouw met een schedel. We konden hun conclusies niet helemaal volgen. Maar toen we ons omdraaiden stonden we bij een sarcofaag met wat leek een vrouwengezicht op het deksel. De toelichting op het kaartje bevestigde het: het was een sarcofaag met vrouwengezicht. Daarnaast was een grafmonument waarop de beeltenis van een vrouw. Beeld van een onbekende vrouw stond er op het kaartje. Wat ons betreft was die mededeling juist: wij kenden de afgebeelde vrouw ook niet.

Van deze onbekende vrouw liepen we door naar het eind van de grote hal langs de virtuele tijdlijn van oudheid naar moderne tijd, tot we bij de reuzin Iris Clert kwamen, maar dan komen we bij een onderwerp voor een volgende keer: de reuzen van Noord-Frankrijk. 

donderdag 6 juni 2013

Fietsen

Op de foto: het pulpitum, dat Free verwierf uit de erfenis van Tante Jantje en afkomstig was van haar grootvader Steven Mulder
DSC01295
Ik zit een par dagen in Hengelo als deeltijd zorger voor Free. Haar conditie is sterk verbeterd na de eerste van een serie chemokuren. Vanmorgen moet ze naar het ziekenhuis voor de uitslag van het bloedonderzoek, dat dan weer uitzicht op de tweede kuur.
Praten met Free is natuurlijk ook praten over ons gezamenlijk verleden, dat zich hoofdzakelijk afspeelde voor 1954. De oorlog en de eerste jaren daarna. Zoals bekend waren fietsen schaars in die tijd. Het verhaal gaat dat de Duitsers veel fietsen in beslag hadden genomen. Maar al met stonden er onmiddellijk na de oorlog nog twee fietsen denk ik voor algemeen gebruik op de veranda van ons huis aan de Linnaeusparkweg. Algemeen gebruik: dat betekende dat Moeder er op reed, of Gees en Ben natuurlijk. Maar de jongere kinderen zoals Free en ik kregen niet veel gelegenheid om te leren fietsen. Zo kreeg ik mijn eerste lessen in fietsen van Moeder in 1948. We fietsten naar Schellingwoude, waar in verband met de troonswisseling van Wilhelmina een vlootschouw was. In de drukte langs de dijk tussen Schellingwoude en Durgerdam moest ik leren op en af te stappen. Free heeft soortgelijke ervaringen. De ultieme uitdaging voor haar fietsen was natuurlijk in Winterswijk waar ze door Opa aan de Morgenzonweg op een herenfiets werd gezet. Ze kreeg een duwtje en moest toen maar zien hoe ze verder kwam. Ze reed dus linksaf de Javastraat in kwam op de Groenloseweg uit tegenover de Harmonie, waar een feestje was. Free in doodsangst tussen de mensen door manoeuvrerend kwam uiteindelijk weer terug op de Morgenzonweg. Ze wist natuurlijk niet hoe ze weer van de fiets af moest komen en Opa was allang weer naar binnen. Gelukkig, zegt Free, kwam Cobie te voorschijn en die hielp haar van de fiets af. In Winterswijk in die dagen waren alleen de hoofdwegen verhard. De andere wegen tussen buurtschappen en boerderijen waren karresporen die door het mulle zand van de Achterhoek langs de eindeloze bolle akkers liepen. Omdat wij daar meestal in de zomervakantie kwamen stonden de tarwe en de rogge al een flink stuk boven de grond. Korenbloemen en klaprozen stonden in bloei, net als de bramen. 
Langs de karresporen was meestal een voetpad, dat als fietspad werd gebruikt en naar mijn herinnering niet veel breder dan 50 cm zal zijn geweest. Uit ons zelf zouden we daar niet veel hebben gefietst, maar Opa had daar als jonge man de post rondgebracht en kende al die wegen op zijn  duimpje. En nu, gepensioneerd, bracht hij nog steeds de VPRO-gids rond. Wij kleinkinderen mochten dan met hem mee en achter hem aanrijden over die zandpaden met aan de ene kant het karrespoor en aan de andere kant de sloot. Achter Opa aan die geen enkele keer omkeek geroutineerd alle onregelmatigheden en kuilen in het pad vermijdend. Wij probeerden dan hem bij te houden en te voorkomen dat we in de sloot terecht kwamen. Opa stak wel een hand uit als we een hoek om moesten, maar meestal was de afstand tussen hem en het kind dat volgde zo groot dat je al vanuit de verte kon zien dat hij de hoek omging. Van alle herinneringen aan de Achterhoek blijft het fietsen langs die zandwegen het belangrijkste, naar het schijnt ook voor Free.