zaterdag 23 juli 2011
De moderne tijd
Gisteravond reden we terug vanuit Luxeuil naar Belfort, een meer dan barre tocht, hoewel de weg er in feite en over het geheel genomen goed bijligt. Maar het was donker, de weg was niet verlicht, de wegmarkeringen ontbraken over grote delen en het regende tranen met tuiten. Bovendien stonde deze weg nog niet op de kaart van Bonny, zodat het rijden een grote gok bleek, terwijl de andere mobilisten deden alsof zij de weg wel konden zien. Toen we dan ook niet zover van Belfort de wegwijzer niet meer konden vinden en op de rotonde de verkeerde afrit inreden, reden we in feite terug naar Luxeuil. Om de een of andere maar toch wel gelukkige reden kende Bonny toen we de eerste de beste afrit namen plotseling weer wel de weg, zodat we toch nog op een redelijke tijd in ons hotel kwamen: het was bijna middernacht. Eigenlijk hadden we toen geen zin meer om vandaag nog weer verder te gaan. Zodat het enige wat we konden doen was de internet toegangscodes op te halen aan de balie om daarna met de computer ons verblijf met een dag te verlengen.
donderdag 21 juli 2011
Mulhouse
Voor mij het meest opvallende was dat het stadhuis - tegenwoordig museum - er nog steeds uitziet zoals het in de 16e eeuw werd gebouwd. Oorlogen van 1870, 1914 en 1940 zijn er overheen gegaan zonder veel schade toe te brengen. Alleen een verdwaalde Amerikaanse bom raakte op 3 augustus 1944 een deel van het complex naast het stadhuis. De balken in het oude stadhuis stammen dan ook nog uit 1510. De gevel is later geverfd zodat het geheel een trompe l'oeil is geworden: het lijkt opgetrokken uit grote natuursteen.
Eveneens opmerkelijk is dat de kerk schuin tegenover het stadhuis niet église wordt genoemd maar temple. Dat accentueert het feit dat Mulhouse zonder enig geweld in de 16e eeuw protestant is geworden. "Mulhouse ging katholiek slapen en werd protestant wakker."
Vlak naast het centrum staat de Eurotoren, waar bovenin zo bleek een restaurant is. Toen we ons daar hadden genesteld bleek dat ons tafeltje - uiteraard samen met de rest van het restaurant rond draaide en ons achtereenvolgens een uitzicht gaf op de oude stad, de bergen van het Zwarte Woud, een brede vlakte, en de Vogezen. Het weer was ideaal om schitterende lichteffecten te geven van de laagstaande zon over de Vogezen en tegen het Zwarte Woud.
We draaiden in iets meer dan een uur helemaal rond. Bijna voldoende tijd om te eten. Toen we weer beneden stonden begon het te regenen, dat was pech, maar het gaf een fraaie regenboog.
woensdag 20 juli 2011
Vakantie
Maar eigenlijk hadden we die maandag helemaal niet zo'n behoefte om weer de deur uit te gaan. He weekend gonsde nog na. Het probleem bij onze voorbereiding is tegenwoordig niet meer onze kleding. Die ligt wel ongeveer vast. Maar welke boeken neem je mee is een veel moeilijker beslissing.
Enfin dinsdag gingen we om een uur of negen op pad, uitgezwaaid door Jeanne en Piet. Het weer zag er op dat moment nog niet onaardig uit, maar het werd in de loop van de dag slechter. De route naar Nancy kennen we langzamerhand. Geen verrassingen derhalve.. Behalve dan dat de Campanile voor de vakantie besloten had het restaurant te sluiten. We gingen op zoek naar de Buffalo, maar reden nogal wat rond voor we die gevonden hadden.
Vanmorgen konden we de koffer nog droog in de auto krijgen, maar toen begon het te regenen. Dat geeft in het heuvellandschap van de uitlopers van de Vogezen fraaie vergezichten tussen in nevelen gehulde toppen. Een opmerkelijk effect is dat op sommige plekken uit de bossen een fontein van dampen omhoog lijkt te komen.
Het bleef regenen tot we bijna in Ronchamp waren, waar we naar toe moesten voor de door Le Corbusier ontworpen kapel van Notre Dame du Haut. Het lijkt erop dat het bij die kapel meer ging om Le Corbusier dan om notre dame, maar ergens moet het geld voor onderhoud en in satnd houding vandaan komen. De kapel is ontworpen om gebruik te maken van de lichteffecten die de zon door de openingen in de wand kan veroorzaken. Die waren met de egaal grijze lucht van vanmorgen niet op waarde te schatten. En dat was jammer.
dinsdag 19 juli 2011
Adri-3
Bij de parkeerplaats ten noorden van Parijs wandelde Adri voorzichtig aan mijn arm naar binnen en liet zich door Free een lunch klaarmaken. Ik liep vlak achter Free met een bord met eten en Free liep naar de kassa waar niemand voor haar stond. Het was de kassa waar ze alleen met een betaalkaart kon betalen. Die had Free niet en ik bood aan haar eten ook te betalen. De kassière die vermoedelijk niet onmiddellijk in de gaten had dat Free en ik samen reisden, vond dat een wel zeer genereus gebaar. Ik kon niet meer stuk. Toen na de maaltijd Adri naar het toilet wilde maar opzag tegen de rij die daar voor de deur stond deed ik een beroep op mijn nieuwe vriendin. Die loodste Adri met voorrang naar het toilet en bracht haar ook weer netjes terug. Ze werd beloond met kussen op beide wangen!
De volgende stop was Marke. Toe we daar aankwamen bleek Adri volledig uitgeput. Terwijl wij koffie dronken bleef zij in de auto liggen. We besloten naar het dichtstbijzijnde hotel te gaan. En daar nog een nacht over te blijven. De volgende morgen, het was inmiddels zondag gingen we naar ons huis. Daar rustten Adri en Free een tijdlang voor ze uiteindelijk het laatste stuk naar Heiloo reden...
Adri-2
Nu volgden we dezelfde weg: Antwerpen-Lille-Parijs-Orleans. Omstreeks half tien stopten we vlak bij Orleans om te tanken. We belden met Thomas: kon hij het telefoonnummer van het hotel van Free vinden? Dat kon hij. Hij zou zelfs proberen of er nog een kamer vrij was voor ons. Een half uur later belde Thomas terug: er was inderdaad nog een kamer vrij en voor ons gereserveerd. Tegen elven kwamen we bij het hotel en schreven ons in. Adri en Free waren natuurlijk al naar bed. We hadden pech: de bar was dicht een borrel was niet meer te krijgen, nog wel een kop koffie.
De volgende morgen zaten wij om een uur of acht aan het ontbijt met een krant.
Omstreeks half negen kwamen Adri en Free binnen, uiterst verbaasd ons daar aan te treffen, maar ook duidelijk opgelucht.
We konden nu een beetje de taken verdelen.
Adri-1
Het leek me verstandig dathet telefoontje van Adri door Free was geïnitieerd. Dan klonk het minder verontrustend.
De volgende dag bleek dat er door Thomas contact was geweest met Ankie. Thomas was zeer ongerust over de toestand van Adri. Maar hij was er niet in geslaagd om Adri en Free er van te overtuigen dat de beste manier om naar huis te gaan was om met het vliegtuig vanuit Bergerac naar Rotterdam te gaan. Ik besloot Benna te bellen en eens na te gaan of en hoe ik Adri en Free tegemoet zou kunnen gaan. Het bleek dat er een goede trein verbinding was naar Le Mans. Als Free en Adri daar aan het station zouden kunnen komen... Maar Thomas zei desgevraagd dat er in de auto van Adri en Free geen plaats was voor een derde persoon. Schildersezels en stoeltjes namen teveel plaats in. Het leek me niet zo'n sterke argumentatie: stel dat er echt iets mis ging, wat moest er dan uiteindelijk met die spullen gebeuren?
Maar er waren nog enkele alternatieven. Een ervan was dat Anneke en ik samen naar het zuiden zouden gaan en Free en Adri daar ergens op zouden vangen. Desnoods kon dan een deel van de bagage over geheveld worden naar onze auto. Daarvoor was het nodig dat we wisten waar Adri en Free zouden zijn en dat ze wisten dat ze op ons moesten wachten. Weer contact met Thomas. Maar zijn adviezen waren niet erg bemoedigend. Hoewel de route die ze van plan waren te gaan overeen kwam met wat ik verwachtte, meenden Adri en Free dat ze zich wel zouden redden. Ze zouden de reis in vier dagen doen. Dat betekende ongeveer 250 km per dag.
Vrijdag om drie uur belde Free, ze zaten in de Lion d'Or in Chateau-Renault en aangezien iedereen vond dat het beter was dat we ze tegemoet zouden komen...
Ik moest nog even overleggen over hoe we het precies zouden doen en vroeg of Free daar nog een dag kon blijven. Maar dat wist ze niet. Dus gaf ik aan dat we naar hen toe zouden komen. Ik zou nog contact opnemen.
Om half vier zaten Anneke en ik in de auto. Toch een beetje met een gevoel van déjà vu...
vrijdag 8 juli 2011
Geluiden
Geluiden kunnen irriterend zijn als je de herkomst niet kunt bepalen. Zoals dat geluid bij mevr.A. Mevr. A. belde op dat er een geluid was en ik ging luisteren. Het geluid was niet gemakkelijk te definiëren, maar leek wat mij betreft wat op het zoemen van een electromotor op afstand. Het was alleen te horen in een klein deel van haar appartement en het leek van buiten haar woning te komen. Het leek een geluid dat niet echt verontrustend was, maar als je de herkomst niet kent en het verschijnt zomaar op een goede of kwade dag dan is dat op zijn minst eigenaardig. Ik liet het even voor wat het was, maar mevr. A. liet het er niet bij zitten en belde enkele dagen later weer. Met de technische man van ons flatgebouw ging ik nog een keer luisteren: het geluid was er nog en de herkomst werd niet duidelijker door het luisteren. We gingen op onderzoek uit. Maar in de lift die onmiddellijk grenst aan de wand waaruit het geluid leek te komen was niets te horen. En ook in het appartement een verdieping hoger, waar de heer P. bereidwillig opzij ging om ons te laten luisteren, was niets te horen.
Zou het van beneden komen? Dat lijkt niet onmogelijk, want de komst van het geluid viel ongeveer samen met het definitieve vertrek van haar onderburen. Een probleem is; die woning is op dit moment niet bewoond en dus niet toegankelijk.
Het geluid van mevr A. zal even moeten wachten tot we beneden haar kunnen kijken...
zaterdag 2 juli 2011
Bij de tramhalte
Ze had geen bezwaar en gaf aan dat ik natuurlijk vrij was om te gaan zitten en dat het bankje niet van haar was. Ik zei dat ik dat wel wist maar dat het toch vriendelijker was als ik het vroeg. Ze beaamde dat en zei dat zij het in het omgekeerde geval ook gevraagd zou hebben.
Ik ging zitten en pakte een Sudoku boekje uit mijn zak. Maar onsgesprek was nog niet afgelopen.
Het is benauwd, zei mijn bankbuurvrouw.
Inderdaad maar dat is als de zon schijnt, want als er weer wolken voorbij komen is het eigenlijk niet erg warm.
Ja, maar ik kan het voelen, het is hetzelfde weer als in Suriname. Dan moet ik altijd transpireren.
Ik keek even naar haar blote nek en schouders. Haar huid had de bruine tint van vrouwen in Zuid- en Midden America.
Ik zweet ook nogal gemakkelijk met dit weer, maar ik vind het niet erg.
Nee ik vind het ook niet erg, zei ze, en ik vind het lekker om in de zon te zitten. Mijn huid kan er goed tegen.
Ze keek naar mijn polsen.
U bent ook aardig bruin zei ze.
En toen weer terugkerend naar haar transpiratie, stak ze haar arm omhoog en rook even in de richting van haar oksel.
Maar ik stink niet, zei ze tevreden.
Ik aarzelde even met de vraag in mijn hoofd: Mag ik ook even ruiken? Maar het moment ging voorbij In plaats daarvan zei ik:
Ja stinken vind ik ook onaangenaam, maar vrouwen mogen best naar zichzelf ruiken...
Op dat moment stopte de tram. Zij stapte voor in en ik in het midden...
zondag 26 juni 2011
St Jan is een feest waar we min of meer toevallig tegen aan zijn gelopen. Inmiddels zeker tien jaar geleden werkte een van onze kennissen op de vrije school in Oosterhout. Daar werden nog feesten gevierd als het planten van of het dansen om de meiboom. Maar ook St. Jan. Onze kennis had mij uitgenodigd om de nodige toepasselijke liederen met de trekharmonica te begeleiden. Liederen als: Hier is onze fiere Pinksterblom, etc. Omdat mijn repertoire beperkt is en men niet steeds doorhad dat de toonsoort van de trekharmonica dominant was liet mijn begeleiding nog al eens wat te wensen over. Desondanks werd ik ook uitgenodigd voor het feest van St Jan, waarvoor een heus vuur werd aangelegd ergens in de bossen tussen Oosterhout en Dorst. De kinderen mochten onder begeleiding over het vuur heen springen. De oudste kinderen eerst en naarmate het vuur kleiner werd mochten ook de kleinere kinderen.
Buiten het verband van de vrije school ben ik het St Jansfeest niet meer tegen gekomen. Totdat bleek dat Benna wel degelijk het feest van St Jean vierde. Ze had daar een heel duidelijke aanleiding voor: met St Jean kon het snoeihout van het afgelopen jaar worden verbrand. (Overigens heeft Benna niet zoveel aanleiding nodig om een feestje te bouwen). De afgelopen week was het nogal buiig geweest, althans in Nederland. We waren dus benieuwd hoe de situatie in Frankrijk was. Maar Benna zag geen aanleiding speciale maatregelen te nemen. Het was daar de hele week droog geweest en de verwachtingen waren niet ongunstig. Het wachten was alleen op de vrienden die zouden meedoen en op voldoende duisternis voor barbecue en vuur. Daardoor kregen we pas om goed tien uur iets van de barbecue., waardoor zeker de Nederlanders al met een gevoel van honger rondliepen en dat gevoel probeerden te onderdrukken met chips e.d.
Nog tijdens de barbecue vielen de eerste druppels, maar het zette niet erg door, dus het vuur kon tegen half twaalf worden ontstoken. En ook hier sprongen de jongeren over het vuur, zij het dat de jongeren hier allemaal boven de 18 waren en zich niet meer lieten begeleiden.
St Jean is de naamdag van Johannes de Doper, maar het verband met het vuur is onduidelijk. Johannes kwam aan zijn eid doordat zijn hoofd werd opgediend...
woensdag 1 juni 2011
Lamp
Onze huiskamer werd verlicht door twee staande lampen. Vroeger zou je ze mogelijk hebben aangeduid met schemerlampen. Maar echt schemeren kun je hier niet bij. De beide lampen hebben een halogeen gloeilamp van 300 W. Ze moeten zorgen voor de algemene verlichting en daar zorgden ze dan ook voor. Toch geven ze maar beperkt licht in de hoek waar wij meestal koffie drinken en lezen: bij het raam. We hebben dus een tijdlang rondgekeken naar een lamp die zou passen bij onze ideeën en toen we die vonden hebben we hem zonder verder veel na denken besteld. De lamp kon bevestigd worden aan het lichtpunt, waaruit al sinds we hier wonen twee draadjes uitnodigend uitsteken. de lamp was niet in voorraad en werd besteld. Meestal, werd ons verzekerd, duurde de levering niet langer dan een week. Dus toen hij er zes weken later nog niet was hebben we enige druk uitgeoefend op de leverancier en ziet: vorige week vrijdag werd ik gebeld dat de lamp was aangekomen. Ondertussen had ik wel even mijn gedachten laten gaan over de vraag of de bevestiging van deze lamp wel zo eenvoudig was als ik me in eerste instantie had voorgesteld. En inderdaad toen ik de lamp opgehaald had en uitgepakt bleek dat de bevestiging niet zomaar kon plaats vinden aan de aansluitdoos in het plafond. Ik moest twee gaatjes boren in het plafond. Ik besloot dat uit te stellen tot de volgende ochtend.
Zaterdag moest Anneke naar Zundert; ik bracht haar weg; op dat moment verwachtte ze dat ze wel met iemand mee terug kon rijden. Dus ik had voorlopig de tijd en deed boodschappen bij Dirk van den Broek, waar ik toch in de buurt was. Toen die waren uitgepakt reed ik door naar de gereedschapszaak voor twee nieuwe betonboortjes. De beste die je hebt zei ik tegen de man van de winkel. Hij zei: meneer dit zijn de beste, maar als u echt in hard beton moet boren, zou u eigenlijk niet met een gewone klopboor moeten werken, maar met een slagboormachine...
Ik besloot, het ging uiteindelijk maar om twee gaatjes van zes mm, het desondanks maar te proberen met mijn oude klopboormachine. Toen ik thuiskwam registreerde ik nog wel, dat het feest was in onze winkelstrip, want die bestaat 50 jaar, maar ik stond er nauwelijks bij stil. En toch: onze buurvrouw zou meelopen over de catwalk, om jurken te showen. Mijn belangstelling was echter beperkt, mijn gedachten waren al bezig met het beton. En dat bleek hard genoeg. Toen ik tien minuten had staan boren, was mijn ene gaatje ongeveer 1 cm diep en de boor al aardig heet. Het andere gaatje gaf niet veel meer succes. Ik verving het boortje, en inderdaad na ongeveer drie kwartier liep het zweet me langs de rug en had ik twee gaatjes van ongeveer twee cm diep. Mijn pluggen waren ongeveer vier cm lang. Een technisch dilemma: terug gaan naar de winkel? Zou ik een slagboormachine kunnen lenen? Of zou ik nog een tijdje doorgaan met de klopboor? Of, en dat was natuurlijk een andere mogelijkheid, zou twee centimeter misschien diep genoeg zijn? Zo zwaar was die lamp niet. Ik nam een plug en een schroef en testte de bevestiging: dat zou moeten lukken. Ik klom voor de zoveelste keer mijn trap op, drukte de pluggen in de gaatjes, knipte ze op lengte en... toen ging de telefoon. Nu had ik die op dat moment in het borstzakje van mijn overhemd, dus ik kon er gemakkelijk bij. Anneke: kun je me toch straks ophalen? Ok.
Ik ging de trap weer af, legde mijn telefoon even op de vensterbank, want in mijn borstzakje konden nu de schroeven die ik nodig had om de lamp te besvestigen. Daarvoor controleerde ik eerst of de schakelaar wel uitstond: schakelaar omzetten, trap op, spanning testen. Omdat de zon op de voorgevel stond - een van de redenen waarom het tamelijk warm was - kon ik niet goed zien of het lampje van de spanningszoeker brandde. Ik had nog een andere, trap af, trap weer op. Ja er was spanning, trap af, schakelaar omgezet. Nu met de lamp naar boven en eerst de beide draden vastmaken. Ik stak de zwarte draad in het kroonsteentje... telefoon. Mijn lamp zou wel even blijven hangen aan die zwarte draad, nadat ik hem had vastgedraaid. Trap af: het naamplaatje dat ik had besteld lag klaar bij de firma op de Ginnekenweg. Trap weer op, de andere draad vast. Nu de rest van de lamp. En klaar was Kees. De lamp brandde zoals het hoort.
Ik ruimde mijn gereedschap en de trap weer op, besloot dat het genoeg was geweest en reed langs de Ginnekenweg om het naamplaatje op te halen. En reed door naar Zundert om wat te drinken en te lunchen.
