vrijdag 29 april 2016

Nutteloos, maar wel leuk

'Wat doe je daar?' vroeg de jonge vrouw die aan haar accent te horen uit Amsterdam kwam. We stonden op een camping in de buurt van Orleans. Ondanks het feit dat we diep in Frankrijk waren verschilde het weer niet veel van dat wat we in een Nederlandse zomer konden verwachten: wisselend bewolkt en een temperatuur van omstreeks 17 graden. De vrouw die nu voor onze tent zat waren we al eerder op de dag tegen gekomen aan de rand van het zwembad, waar ze lag te zonnen als de zon achter de wolken te voorschijn kwam en haastig wat kleren aantrok als er weer een wolkenveld voorbij kwam.
Ik was bezig mijn artistieke kwaliteiten aan te boren en probeerde een lepeltje te snijden uit een stuk berkenhout. Ik vertelde waar ik mee bezig was.
'Oh', was het stimulerende commentaar, 'dat deed mijn vader ook, die maakte ook altijd van die nutteloze voorwerpen.'
Mijn hoop op een artistieke carrière zakte onmiddellijk. Ze zat mijn werkzaamheden nog een paar minuten aan te kijken en verdween toen weer naar haar eigen tent, om haar kleren aan te trekken, want de zon was zojuist weer achter een wolk verdwenen.
Het lepeltje dat ik aan het snijden was was artistiek niet veel bijzonders en ook als gebruiksvoorwerp maar van matige kwaliteit, maar het heeft jarenlang dienst gedaan als suikerschep een nuttige functie vervuld in onze kampeeruitrusting.
Inmiddels zijn we vele jaren verder. Maar ik moet nog vaak denken aan dat droge Amsterdamse commentaar als wij voor de aardigheid of anderszins een voorwerp krijgen dat hoofdzakelijk dient als versiering. Snuisterijen is de gangbare uitdrukking, denk ik. Als je ouder wordt komt je huis er mee vol.
Tot de recente aanwinsten behoort een pluche flamingo. Althans ik denk dat het voorwerp in bleek rose een flamingo voorstelt. De twee poten hangen als slappe darmen over de rand van de vensterbank waar hij op terecht is gekomen. Als je het dier in zijn linkervleugel knijpt begint hij te zingen:'holderie-hie-hie, holderie-hie-ho...', terwijl hij met zijn kop en nek draaiende bewegingen maakt. Leuk maar volstrekt nutteloos.
De laatste aanwinst kwam op mijn verjaardag als cadeau voor iemand die alles al heeft. Een glazen pijpje met aan de onderkant een met blauwe vloeistof gevulde bol en aan de bovenzijde een bol in de vorm van een vogelkop, compleet met snavel. Dit laatste attribuut maakt dat het voorwerp werd gepresenteerd als vogel. De vogel werd opgehangen in een rekje, waardoor hij pootjes kreeg. Vóór de vogel werd een glas met water gezet en toen de kop was natgemaakt begon de vogel te slingeren. Na enige tijd sloeg hij voorover met zijn snavel in het water, om zich vervolgens weer op te richten en door te gaan met slingeren. Dat bleef hij doen:
slingeren, snavel in het water en weer terug naar het slingeren. Hartstikke leuk en volstrekt nutteloos. Nutteloos? Toch niet geheel: iedereen die het ziet moet lachen en vraagt zich af hoe het werkt.
Een perpetuum mobile met natte snavel.            

donderdag 14 april 2016

Kapper

Ik ga al bijna veertig jaar naar dezelfde kapper: een dorpskapper in onze vroegere woonplaats Teteringen, gevestigd in een woonhuis. De suite op de begane grond is omgebouwd tot kappers salon, aan de straatzijde voor de heren, aan de tuinzijde voor de dames. De inrichting lijkt ook al bijna veertig jaar hetzelfde. Voor de heren is er een stoel die staat voor de kaptafel met spiegel. Tegen de wand aan de andere zijde van de kamer staan drie of vier stoelen voor wachtende klanten, met een tafeltje waarop de tijdschriften liggen die de kapper al gelezen heeft: Panorama en Privé, alsmede BNDeStem. Echt wat je noemt een ouderwetse kapperszaak.
Boven de spiegel hangt het certificaat, waaruit blijkt dat de kapper vakbekwaam is en bovendien kan ik eruit afleiden dat hij drie jaar jonger is dan ik, Eigenlijk is de kapper dus allang met pensioen. maar zoals hij zelf aangeeft: je hebt toch niets te doen als je met pensioen bent? Dus knipt hij door, maar nu alleen nog in de ochtenduren; het geeft hem contact met zijn klanten.
Deze ochtend was ik de eerste klant en ik hoorde hoe de kapper de trap afkwam om zijn werk op te pakken. Terwijl hij het schort omhing en een papiertje tussen mijn nek en het schort plaatste vertelde ik dat het moeite kostte hem te bereiken door de files langs de singels. Zoals een kapper betaamt vertelde hij me dat ik de verkeerde weg had genomen, ik had...
De deur ging open en een lange magere man met grijs haar stak zijn hoofd om de deur.
'Kan ik me hier laten knippen?'
'Jazeker,' zei de kapper, voor 10€ kan ik uw haar eraf halen.
'Ja, zie je,' zei de man, ik kom van Zuiderhout. Daar is de kapper weg gegaan en nu is er iemand uit Iran, maar die knipt je helemaal kaal. Dus ik kwam eens kijken of het ook anders kan.'
De kapper herhaalde dat hij zich hier kon laten knippen en voegde eraan toe dat hij ook wel naar Zuiderhout wilde komen; hij had daar wel meer klanten, maar dan kostte een knipbeurt 15€.
'Maar als u gaat zitten dan bent u zo aan de beurt.'
De man ging zitten en pakte BnDeStem op en begon zich te verdiepen in het nieuws. De kapper ging door en knipte routinematig mijn haar, zoals hij dat al jaren doet. Hij controleerde of mijn baard een beetje symmetrisch was behandeld en borstelde de haren uit mijn nek.
Ik betaalde en hij stopte zoals hij dat al jaren doet het geld in een doosje in een van de laden van de kaptafel. Toen ik de deur uitliep was de lange magere man nog steeds alleen.
Een rustige ochtend.
   

Deze digitale wereld (2)

Zomaar wat opmerkingen van de laatste week:
- Het gaat tegenwoordig alleen maar over data. Als ik het zo eens bekijk dan zijn er nog maar een paar algoritmen en het enige wat die doen is gebruik maken van de grote databestanden.
- met die apps is geen droog brood te verdienen, daar gaat het helemaal niet om; waar het om gaat is de datastroom die door die apps wordt gestuurd, daar wordt geld mee verdiend: grof geld.
- robots las ik: de komende jaren gaan die de banen van de managers vervangen: robots kunnen veel beter en sneller informatie verwerken en betere beslissingen nemen omdat ze bovendien veel meer factoren in de beslissingen mee kunnen nemen.

Er zijn verschillende werelden aan het ontstaan:
'Kun je even helpen met mijn i-pad,' vroeg de buurvrouw, 'want ik ben de inlogcode kwijt.'
Ze bleek een lastig probleem aangeroerd te hebben. 
En toch: Na enig zoeken vonden we een procedure; die gaf twee mogelijkheden: bijwerken (maar die leverde geen nieuwe code op) of herstel (waarbij alle gegevens zouden worden gewist. De buurvrouw had zich al bij dit eventuele verlies neergelegd, zodat we besloten tot herstel. 
Na enige tijd slaagden we erin om de i-pad opnieuw geïnstalleerd te krijgen. Er moest alleen nog gecontroleerd worden of zij de echte eigenaar was en daarvoor moest ze inloggen met haar apple-id en wachtwoord. Maar wat was haar apple-id?
Uiteindelijk bleek dat ze - toen ze de i-pad kocht - nog geen eigen e-mailadres had. Iets waarin ze zeker niet alleen is. Om de i-pad helemaal nieuw te maken moest het e-mailadres van haar man gebruikt worden. Alles lukte en na een paar uur had de buurvrouw een gloednieuwe i-pad.
 
Het blijkt dat voor veel mensen de verzameling van gebruikersnamen en wachtwoorden een verwarrende bezigheid meebrengt: het beheer van wachtwoorden en gebruikersnamen.
Voor een deel heeft dat denk ik te maken met het feit dat men zich moeilijk kan voorstellen wat er eigenlijk gebeurt wanneer men op het internet bezig is. Ik probeer dat vaak voor te stellen als het proberen binnen te komen in ons eigen appartement waar je voor iedere deur een andere sleutel nodig hebt, en die sleutel krijg je alleen als je inderdaad in het appartement woont. Zo laat iedere internetinstantie waar je naar toe wilt je alleen binnen als je een bekende klant (gebruikersnaam) bent en je een sleutel (wachtwoord) hebt.
Dat is allemaal goed en wel, maar er zijn vele winkels waar je naar binnen wilt: je wilt naar de belastingdienst, naar de ziektekostenverzekering, de elctriciteitsmaatschappij, de vereniging van eigenaren, Albert Heijn, Kruidvat, Bol.com, ....
Er zijn verschillende strategieën mogelijk:
- je kunt voor iedere winkel een andere gebruikersnaam en ander wachtwoord maken: tamelijk omslachtig, want hoe onthoud je al die wachtwoorden? Je moet er een lijstje van maken en dat lijstje wordt al gauw een hele lijst. En die lijst moet je goed opbergen. De buurvrouw had zo'n lijstje, alleen stond er op dat lijstje niet bij welke winkel welke gebruikersnaam hoorde. Bovendien was het lijstje niet compleet.
- je kunt ook één gebruikersnaam met wachtwoord verzinnen en je daarmee aanmelden bij alle internetwinkels. Dat is  wel gemakkelijk, maar als iemand er achter komt kan hij op jouw naam boodschappen doen; dat lijkt niet erg veilig en ook niet erg plezierig.
Vervolgens is de vraag: hoe verzin ik een wachtwoord, dat ik ook nog kan onthouden en dat niet zo voor de hand ligt?

Twee werelden: de ene is die van de grote databestanden waar een klein aantal mensen veel geld mee verdient, de andere die van het individu dat probeert zijn identiteit overeind te houden in een wereld die steeds meer virtueel wordt en al doende bijdraagt aan de databestanden, waaraan dat kleine aantal mensen verdient.
Ik troost me maar met de gedachte dat de individuen die zoveel geld verdienen eigenlijk met hetzelfde probeleem zitten (hoe onthoud ik mijn wachtwoorden?), maar het bijkomende probleem hebben dat ze meer te verliezen hebben dan ik.      

donderdag 17 maart 2016

Deze digitale wereld (1)

Dit jaar is het jaar van de digid met bijbehorend wachtwoord. Het blijkt dat er een website is: mijn overheid, waar ik mijn persoonlijke berichten van de overheid terug kan vinden. En er is een website: mijn belastingdienst, waarop ik mijn belastingaangifte kan doen. In deze maand maart is die belasting aangifte het gesprek van de dag; niet iedereen voelt zich geheel op zijn gemak, ook al zijn de meeste gegevens al door de belastingdienst ingevuld. Het kost enige moeite om in het nieuwe formulier de weg te vinden. Veel vragen verschijnen pas als je de betreffende rubriek aanklikt. Gelukkig heb ik een vrij eenvoudige aangifte: meer dan mijn AOW en mijn pensioen hoef ik niet in te vullen. Er is slechts een kleine moeilijkheid: overige bezittingen.
Omdat ik vermoed dat onder overige bezittingen ook mijn aandeel in het reservefonds van de vereniging van eigenaren zal vallen, klik ik op de betreffende regel en ja hoor, het keuzemenu gaf nu ook een regel voor dat reservefonds.
Hoe groot is eigenlijk dat aandeel? In het vorig jaar kregen we daar een overzicht van per brief toegestuurd, maar ook de Vereniging van Eigenaren is digitaal gegaan. Nu wordt die informatie vermeld op de website van de VVE.  Daar moet ik natuurlijk ook een gebruikersnaam en wachtwoord voor hebben: na enig zoeken vind ik inderdaad de nodige gegevens terug.
Alleen toen ik die gegevens gebruikte kreeg ik de boodschap dat de website van de Vereniging een onveilige website was. Zo onveilig dat de betreffende website niet eens getoond werd.
Nu ben ik niet voor een gat gevangen, maar toen ik via mijn laptop en mijn tablet hetzelfde resultaat kreeg, belde ik maar naar de Vereniging. Daar bevestigde men mijn vermoeden dat de website niet goed werkte. Maar men werkte hard om hem weer online te krijgen. In de tussentijd kon ik wel telefonisch vernemen hoe groot mijn aandeel in het reservefonds is.
Het was nu mogelijk mijn aangifte in te vullen en op te sturen. Voor alle zekerheid printte ik de aangifte uit. Dat werkte. 
De volgende dag stond de buurman voor de deur.
'Heb jij je aangifte al gedaan?'
'Ja.'
'Hoe doe je dat met het reservefonds?  Ik kan er niets van terugvinden.'
Wel,... ik legde het hem uit. Enkele uren later stond hij weer voor de deur.
'Hoe weet ik nu dat de aangifte verstuurd is? Ik heb helemaal geen bevestiging gezien.'
De vraag leek niet helemaal onterecht. Bij de vorige aangifte kwam er nog een afzonderlijke bevestiging van de Belastingdienst dat de aangifte was verzonden. Ik zegde toe dat ik de volgende morgen even langs zou komen om de situatie te bekijken. Ik liet hem mijn uitdraai zien. Die begon met: Verzonden... 
De volgende morgen stond de buurman weer voor de deur. Ik hoefde hem niet meer te helpen: op mijn gezag nam hij aan dat als op de uitdraai stond dat de aangifte was verzonden, dat dan ook het geval zou zijn. Maar ondertussen stond bij hem de koffie klaar.
'Ik heb nog niets van de telefoonmaatschappij gehoord,' zei de buurvrouw toen we de koffie voor ons hadden staan. 'Wil je niet even naar mijn mobieltje kijken?'
Aan dat mobieltje zat een heel verhaal, wat er ontdaan van alle franje op neer kwam dat ze een tijdelijk simkaart in het apparaat had die weer vervangen moest worden als de originele simkaart was bijgesteld. 
Ik keek naar haar mobieltje.
'Hij doet het helemaal niet,' zei de buurvrouw.
Ik drukte op de aan/uit knop en het mobieltje ging aan. Ik draaide mijn eigen nummer en dat ging over.
'Volgens mij werkt hij gewoon,' zei ik nadat ik hem weer had uitgezet.
De buurvrouw nam hem aan en drukte op een knop.
'Deze is veel plezieriger dan die andere. Met dat andere mobieltje kan ik helemaal niet uit de voeten,' zei ze.  Het andere mobieltje was een nieuwer model met navenant meer mogelijkheden. Ik legde haar uit welke knop ze moest gebruiken om haar mobieltje aan te zetten.
'Het is allemaal ook zo ingewikkeld,' zei de buurvrouw.


woensdag 16 maart 2016

Donald Trump

Nu Donald Trump ook in Florida heeft gewonnen en en passant ook Marco Rubio buitenspel heeft gezet, moeten we er ernstig rekening mee houden dat Trump inderdaad uit de bus zal komen als de presidentskandidaat voor de Republikeinse partij. Gelet op de uitspraken die Trump in de afgelopen tijd heeft gedaan lijkt me dat geen prettig vooruitzicht. Ook de Republikeinse partij lijkt niet erg gelukkig met Trump die niet alleen overkomt als een ongeleid projectiel, maar ook nog standpunten verkondigt die rechtstreeks ingaan tegen het conservatieve gedachtegoed en daarbij zijn tegenstanders op een weinig kiese manier voor joker zet. De vraag rijst of de Amerikaanse kiezer in november nog voldoende gezond verstand heeft om he democratisch geluid te continueren.
Het trof me met die spanning in de lucht als een opmerkelijk toeval toen ik vanmorgen op zoek naar een citaat in Powershift de volgende tekst tegen kwam:

Business may be turning out products and profits. But it is hard to resist the suspicion that it is also becoming a popular form of theater. 
The names of business tycoons ricochet through the media like those of Hollywood celebrities. Surrounded by publicists, trained in all the arts of self-promotion, characters like Donald trump or lee Iacocca have become living symbols of corporate power. They are satirized in the comics. They (and their writers) crank out best sellers. Both men have even beenmentioned - or perhaps arranged to have themselves mentioned - as potential candidates for the presidency of the United States. Business has arrived in the Age of Glitz. 

Alvin Toffler (inmiddels 87) schreef deze tekst in 1990! 

In Powershift beschrijft Toffler de overgang naar een andere vorm van machtsgebruik die volgens hem ingrijpende gevolgen zal hebben voor de hele wereld. De macht heeft volgens Toffler drie instrumenten om zich te doen gelden. In de eerste plaats geweld (of het dreigen ermee), geld, en kennis.
in deze reeks is geweld de meest primitieve, omdat met geweld alleen maar gestraft kan worden, geld is al geraffineerder, je kunt er immers ook mee belonen. Maar macht op grond van kennis is de macht van de hoogste kwaliteit. In feite leven we nu in een tijd waarin zowel rijkdom als geweld in toenemende mate afhankelijk zijn geworden van kennis. Nog niet zo lang geleden was een wapen in de eerste plaats een verlengstuk van de vuist, maar wie nu de drones ziet opereren boven het slagveld ziet hoeveel kennis verwerkt is in de huidige wapens. En wie de kredietcrisis heeft gevolgd ziet ook hoeveel daar afhangt van de kennis van algoritmen om uberhaupt te kunnen meedoen op de beurs. En zegt Toffler: het bedrijfsleven had vroeger ook zijn sterren, maar nu is de context volledig anders. De nieuwe glamour van de zakenwereld is een oppervlakkig aspect van de nieuwe economie, waarin informatie (inclusief alles van wetenschappelijke research tot reclame hype) een steeds belangrijker rol speelt.
Trump lijkt wel genoeg geld te hebben om geweld en media in beweging te krijgen. Kan hij ook over voldoende kennis beschikken om de VS te besturen?
 

 

vrijdag 12 februari 2016

Twintig-tachtig

Men zou kunnen veronderstellen dat ik, nu ik de tachtig nader, onder deze titel ga zitten filosoferen over de tijd dat ik nog twintig was. Misschien zou ik me dan met Poggio de Florentijn kunnen afvragen of een oude man moest trouwen, al is die vraag voor mij niet zo relevant.
Maar nee, daarover gaat het vandaag niet. Vandaag gaat het om de twintig-tachtig regel (meestal andersom met de tachtig-twintig regel benoemd), een bekend fenomeen uit de bedrijfsvoering, wellicht meer een ervaringsregel dan een wiskundige bewezen stelling.
De regel kwam weer boven bij het krantenbericht in BNDeStem, dat een aantal buslijnen gaat verdwijnen. De twintig -tachtig regel zegt bijvoorbeeld dat 20% van de producten van een bedrijf 80% van de omzet leveren, de overige 80% van de producten zijn verantwoordelijk voor de overige 20% van de omzet.
Ik vertel daarmee voor bedrijfsleiders niets nieuws.
En toch staat men er denk ik te weinig bij stil.
Zoals een van de veel te weinig gelezen schrijvers uiteenzette, door het toepassen van de twintig-tachtig regel had het openbaar vervoer in Groot Brittannië een zeer praktisch instrument van zelfvernietiging gevonden.
Want ook in het openbaar vervoer geldt de twintig tachtig regel: 20 % van de lijnen in het openbaar vervoer regelen 80% van het (personen)vervoer. De overige 80% van de lijnen verzorgen de rest. De bedrijfsleiding constateert dat de meeste van de 80% van de lijnen onrendabel zijn en besluit daarom deze lijnen af te stoten en zich te concentreren op de 20% rendabele lijnen.
Maar het gekke is dat, als men na het afstoten van de onrendabele lijnen, eens de stand opmaakt de twintig - tachtig regel nog steeds van kracht blijkt. Nog steeds blijkt dat 20% van de lijnen, 80% van het reizigersvervoer voor zijn rekening neemt. De overige 80% van de lijnen die nog maar twintig procent verzorgen van het vervoer blijken wederom grotendeels onrendabel.
Een goede op rendement gerichte bedrijfsleiding stoot ook deze de onrendabele lijnen af.
En u begrijpt het al: wat overblijft is opnieuw een vervoerssysteem waar de twintig tachtig regel geldt.
En een bedrijfsleiding die standvastig het beleid blijft uitvoeren en de onrendabele lijnen afstoot, breekt geleidelijk maar wel systematisch zijn hele vervoerssysteem af. En zo kunnen we verwachten dat Arriva bezig is het hele bussysteem in Breda af te breken als het de lijn doorzet de onrendabele lijnen van de stadsbus op te heffen.
De fout die daar bij gemaakt wordt is dat de afzonderlijke lijnen worden gezien als onafhankelijk van elkaar. Men kan het zo zien: wie niet meer gebruik kan maken van de onrendabele lijn om een eind verder in het netwerk op een rendabele lijn te kunnen stappen, zal dat laatste ook niet meer doen maar onmiddellijk in de auto stappen en naar de eindbestemming rijden.

zondag 24 januari 2016

Antenne

We hebben een antenne op het dak.
Ergens in het afgelopen jaar kwam er een medewerker van de KPN om uit te zoeken hoe de glasvezelkabel die de antenne zou verbinden met het netwerk van de KPN van beneden naar boven zou moeten worden aangelegd. Het was een gemoedelijke man met veel dienstjaren en het uitzicht op een komend pensioen, dat hij in Frankrijk zou doorbrengen. In dit geval was hij werkvoorbereider. Gezamenlijk liepen we de flat door, tot we de toevoerkabel van de bestaande verbinding hadden gevonden.
'Het is,' zei de man, 'het beste om maar binnendoor te gaan.'
Dat leek me een goed plan, al was er tegen de buitengevel al een kastje geplaatst dat ook gebruikt zou worden voor de aansluiting van de antenne. Maar dat kastje was niet van de KPN.
Toen we de plaats hadden gevonden waar de blauwe kabel van de KPN binnen kwam, pakte de man zijn mobiele telefoon en maakte een foto; hij volgde het hele traject van de kabel en maakte op alle punten die hem van belang leken foto's. Zo'n mobiele telefoon is toch wel handig. Het spaart een hoop aantekeningen en schetsen uit.
De bestaande kabel bleek te lopen door de opeenvolgende meterkasten op de tien etages.
'Kijk,' zei de man, 'we kunnen gebruik maken van de pijpen waar de bestaande kabel door heen gaat, want de glasvezelkabel is maar dun.'
Hij maakte de nodige foto's om het traject vast te leggen.
Ik kon het niet goed beoordelen, maar het leek zeer plausibel. Helemaal boven moest de kabel nog door de liftmachinekamer voor hij op het dak uitkwam. Ook dat leek geen probleem: in de liftmachinekamer zat een loze pijp die groot genoeg was en in de vloer verdween. Ongetwijfeld naar de meterkast van de bovenste etage. Misschien had dat even moeten worden gecontroleerd.
Na nog een praatje verdween de man. Hij hoefde zelf de kabel niet te leggen en bovendien was de antenne op dat moment nog niet geplaatst.
In november werd de antenne geplaatst. En in januari werd ik opgebeld, dat men de kabel wilde aanleggen. Officieel had ik daar niets meer mee te maken, maar omdat ik het voortraject had meegemaakt maakte ik daar geen punt van. We maakten een afspraak en de volgende morgen stonden er twee mannen op de stoep. Een grote en een kleine, de kleine leek naar de stem te oordelen een vrouw te zijn. Hij of zij - er was geen aanleiding om dat verder te onderzoeken - had een tablet, waarop ik zag dat de foto's stonden die bij de vorige gelegenheid waren genomen.
'We moeten in de fietsenstalling zijn,' zei de grote man, aan wie ik inmiddels de nodige sleutels had uitgeleend. Hij wees op een van de foto's.
Ik leidde het paar langs de plaatsen waar de foto's waren genomen. Toen we helemaal boven waren, dachten ze dat ze het verder wel alleen af konden: ze gingen materiaal halen en kabel trekken. Ik ging naar huis.
Na een uur ging de bel. Ze kwamen de sleutels terugbrengen. Ik vroeg of alles goed gegaan was.
'Nou nee,' zei de grote man, 'het werkt niet. We kunnen op deze manier niet de kabel trekken. Trouwens die loze pijp in de liftmachinekamer is niet alleen loos, maar loopt ook niet door.'
'En nu?'
'Nu gaan we buitenom, we maken gebruik van de kabelgoot (die inmiddels was aangelegd) vanaf dat kastje beneden. Maar dat mogen wij niet doen, dus daar komt iemand anders voor.'
De kleine persoon die vermoedelijk een zij was, had het tablet inmiddels opgeborgen. Van de foto's zal naar mijn schatting geen gebruik meer worden gemaakt.  
     

donderdag 7 januari 2016

De tandarts

Ik lig op mijn rug in de stoel van de tandarts. Als ik omhoog kijk - en veel andere kanten kan ik niet uitkijken - kijk ik in de prachtige ogen van de tandarts. Ze heeft prachtige ogen en ik ben gefascineerd door de concentratie en aandacht waarmee ze in mijn mond kijkt. Nou ja, kijken, ze is aan het werk en ik sper mijn mond zover mogelijk open, probeer mijn tong een beetje stil te houden en de slikimpuls te onderdrukken. Eigenlijk is dit niet zozeer een tandarts stoel als wel een operatietafel. Want naast de tandarts die met twee handen het gat voor een vulling staat uit te slijpen, staat ook de assistente. En zij probeert mijn mond weer leeg te zuigen, want de boor van de tandarts wordt gekoeld met water.
De assistente heeft een haast onmogelijke taak; ze kan niet zo goed in mijn mond kijken omdat de tandarts haar het uitzicht voor een deel beneemt. Als ik mijn ogen een beetje draai, terwijl ik mijn mond in de goede stand probeer open te houden kan ik een stukje van de assistente zien. Ik zie hoe ze probeert om de handen van de tandarts heen te kijken waar het water in mijn mond terecht komt. Daar steekt ze de afzuig in. Meestal gaat dat goed, maar soms prikt ze een beetje te ver en dreig ik te stikken. Er zitten nu drie handen in mijn mond die al gevuld was met een paar wattenrolletjes om het vocht te absorberen.
Ik lig niet zo gemakkelijk in deze stoel, want eigenlijk is de zitting te kort, terwijl mijn voet geen steun heeft; mijn knie hangt een beetje over de rand van de zitting heen en begint ongemakkelijk te voelen, ik probeer met mijn andere been het ene wat te steunen, maar veel helpt het niet.
En terwijl ik daar zo lig met drie handen in mijn mond, terwijl het boren maar ternauwernood langs de zenuwen van mijn kies gaat moet ik denken aan de tandarts in Amsterdam in de eerste jaren na de oorlog. Ik kwam daar om het beugeltje in mijn mond te laten bijstellen. De tandarts stelde het vaak zo strak af dat ik er na een paar uur last van kreeg en het beugeltje maar in mijn zak stak. Ik denk dat de tandarts toen ook al een automobiel tijdschrift in de wachtkamer had liggen, maar het enige wat ik me van de tijdschriften in zijn wachtkamer kan herinneren is de aanmoediging om een dr Hushkind sigaret te roken.
Die tandarts had denk ik nog geen assistente; hij had het wel druk en patiënten kregen niet meer dan tien minuten voor een afspraak. Die tien minuten waren toen de tijd daar was lang genoeg om een verdoving te zetten en dan de volgende patiënt te behandelen voor mijn kies werd getrokken. Maar ja dat alles is al weer zestig jaar en meer geleden. En sindsdien is de tandarts meer met kiesbesparende operaties bezig dan met kiezen trekken die in de weg zitten.
Zo, zei de tandarts, terwijl ze de laatste watten uit mijn mond haalde en de assistente haar zuigapparatuur schoonmaakte, u kunt er weer een tijdje tegen. U begrijpt wel dat het langzamerhand alleen maar lapwerk is, hè? Als onder deze vulling weer een gaatje ontstaat dan kan ik het niet meer repareren.
Ik knik berustend, blij dat ik mijn wangen weer in een gewone houding kan brengen en kijk nog eenmaal in die prachtige ogen.
Tot de volgende keer.              

woensdag 30 december 2015

Verkouden

Ik ben verkouden, dat lijdt geen twijfel. Het is niet zomaar een verkoudheidje. Nee dit is het echte spul. Zo 'n verkoudheid waarbij je het gevoel hebt dat je je hersens aan het aftappen bent. Men zegt dat de snot die je snuit bestaat uit ontstoken slijmvlies, maar zoveel slijmvlies alleen in je ene hoofd is nauwelijks te begrijpen.
Als je zo'n dagje bezig bent krijg je ook een aardig wollig gevoel in je hoofd. Zo'n gevoel dat je je in alle ernst afvraagt of je hersenen wel goed afgesloten zullen zijn.
Maar terwijl je daarover loopt te dubben - ik neem bij voorbaat maar de nodige vitamine pilletjes in - begint het hoesten. En dat hoesten is ook weer niet zomaar hoesten nee het is hoesten zonder rem.
Ik weet niet of u wel eens geprobeerd hebt de motor van een grasmaaier te starten, zo met zo'n touw en dan maar trekken. Als het goed is komt er een moment dat de compressie hoog genoeg is om de motor zelf het werk te laten doen. Maar soms is het niet goed en sta je eindeloos aan het touw te trekken, terwijl de motor je nietszeggend aanstaart.
Wel zo'n gevoel heb ik ook met dat hoesten. Meestal komt er een moment dat de hoestbui een bevrijdend moment kent, zo'n moment waarop je denkt: ha, hij krijgt greep op de voering van mijn keel. Nog een keer hoesten en dan kan ik weer ademhalen.
Maar zo is het dit keer niet. Nee. Als ik ademhaal hoor ik al dat er nog iets zit dat trilt als de losse tong in een harmonica. En na een paar keer ademhalen voel ik het al aankomen; er breekt weer een hoestbui los, maar er is geen voering in mijn keel waarop de hoest op een gegeven ogenblik greep krijgt. Ik zal toch nog wel een voering in mijn keel hebben? Zo'n hoestbui houdt op een bepaald moment ook op, al heb ik geen idee wanneer en hoe ik dat zou kunnen bevorderen.
Natuurlijk laat ik het er niet bijzitten. Ik neem trachitol zuigtabletten en strepsils (idem), maar ik word na verloop van tijd helemaal wee van dat spul. En de vraag is maar of het ergens tegen helpt.
Ik ga bijtijds naar bed, neem extra paracetamol en blijk na verloop van tijd toch te hebben geslapen, want ik word kletsnat wakker en kan mijn lakens onmiddellijk in de was doen.
En dan probeer je 's morgens of je alweer beter bent. Je snottert minder, je hoest wat minder. Dus als Anneke me de ochtend begroet, probeer ik opgewekt te antwoorden. Maar mijn stem slaat over en door het gebruik van mijn luchtwegen wordt opnieuw een hoestbui op gang gebracht die net zoals die van gisteren nergens toe leidt.
Nee deze verkoudheid is een echte goeie.      

vrijdag 11 december 2015

Moderne devotie

In onze omgeving is het niet vreemd om in kamers of restaurants een kruis tegen te komen. Het lijkt me in het algemeen een teken dat de drager of bezitter zich als christen wil laten kennen. En in het teken van het kruis kan men de wereld weer aan, de moeilijkheden van de dag te boven komen, vraagt men om steun voor moeilijke taken. Zo zien we dan ook voetballers afkomstig uit overwegend katholieke landen een kruisje slaan voor ze aan de wedstrijd beginnen. Christus of God zal wellicht helpen de wedstrijd te winnen. Trouwens het is nog niet zo lang geleden dat priesters in naam van diezelfde christus en/of god aan weerszijden van frontlinie met het kruisteken de wapens zegenden in de hoop god te winnen voor hun zaak.
De moderne mens realiseert zich dat het niet voldoende is om op god te vertrouwen. Wil men onheil afwenden dan is het goed, zelf de nodige maatregelen te nemen. Zo heb ik ooit een familielid geadviseerd om god een handje te helpen door ervoor te zorgen dat de blanke koperdraden van de elektriciteit te laten isoleren. De vraag is immers maar of god wel in zal grijpen als het licht uitvalt. Zo lijkt het verstandig om in ruimten waar veel mensen kunnen komen een noodverlichtingsinstallatie aan te brengen. En als men zich toch in een etablissement bevindt waar een brand uit kan breken, een bom gegooid kan worden of iets anders kan gebeuren dat ook erg is, is het handig om een lichtpunt te hebben dat de weg wijst naar buiten al dan niet via de nooduitgang.
Bovendien komt het nog wel eens voor dat er in een café of andere ruimte 'spontaan'een brand uitbreekt. Het is goed dat aanwezigen dan gewaarschuwd worden dat er iets mis gaat. En zo plaatsen we een rookmelder.
Onze seculiere maatschappij heeft geprobeerd zich in te dekken tegen dergelijke gevaren. En zo worden minstens in alle openbare gelegenheden rookmelders aangebracht en wordt de eis gesteld om noodverlichting aan te brengen en verwijzingen naar de uitgang. Onze seculiere mens vertrouwt meer op technische hulpmiddelen om gevaren en risico's op te vangen dan op een niet zichtbare god.
Maar toch niet helemaal, want tussen de parafernalia van de moderne tijd hangt nog altijd dat kruis.
Je kunt maar nooit weten.