woensdag 16 maart 2016

Donald Trump

Nu Donald Trump ook in Florida heeft gewonnen en en passant ook Marco Rubio buitenspel heeft gezet, moeten we er ernstig rekening mee houden dat Trump inderdaad uit de bus zal komen als de presidentskandidaat voor de Republikeinse partij. Gelet op de uitspraken die Trump in de afgelopen tijd heeft gedaan lijkt me dat geen prettig vooruitzicht. Ook de Republikeinse partij lijkt niet erg gelukkig met Trump die niet alleen overkomt als een ongeleid projectiel, maar ook nog standpunten verkondigt die rechtstreeks ingaan tegen het conservatieve gedachtegoed en daarbij zijn tegenstanders op een weinig kiese manier voor joker zet. De vraag rijst of de Amerikaanse kiezer in november nog voldoende gezond verstand heeft om he democratisch geluid te continueren.
Het trof me met die spanning in de lucht als een opmerkelijk toeval toen ik vanmorgen op zoek naar een citaat in Powershift de volgende tekst tegen kwam:

Business may be turning out products and profits. But it is hard to resist the suspicion that it is also becoming a popular form of theater. 
The names of business tycoons ricochet through the media like those of Hollywood celebrities. Surrounded by publicists, trained in all the arts of self-promotion, characters like Donald trump or lee Iacocca have become living symbols of corporate power. They are satirized in the comics. They (and their writers) crank out best sellers. Both men have even beenmentioned - or perhaps arranged to have themselves mentioned - as potential candidates for the presidency of the United States. Business has arrived in the Age of Glitz. 

Alvin Toffler (inmiddels 87) schreef deze tekst in 1990! 

In Powershift beschrijft Toffler de overgang naar een andere vorm van machtsgebruik die volgens hem ingrijpende gevolgen zal hebben voor de hele wereld. De macht heeft volgens Toffler drie instrumenten om zich te doen gelden. In de eerste plaats geweld (of het dreigen ermee), geld, en kennis.
in deze reeks is geweld de meest primitieve, omdat met geweld alleen maar gestraft kan worden, geld is al geraffineerder, je kunt er immers ook mee belonen. Maar macht op grond van kennis is de macht van de hoogste kwaliteit. In feite leven we nu in een tijd waarin zowel rijkdom als geweld in toenemende mate afhankelijk zijn geworden van kennis. Nog niet zo lang geleden was een wapen in de eerste plaats een verlengstuk van de vuist, maar wie nu de drones ziet opereren boven het slagveld ziet hoeveel kennis verwerkt is in de huidige wapens. En wie de kredietcrisis heeft gevolgd ziet ook hoeveel daar afhangt van de kennis van algoritmen om uberhaupt te kunnen meedoen op de beurs. En zegt Toffler: het bedrijfsleven had vroeger ook zijn sterren, maar nu is de context volledig anders. De nieuwe glamour van de zakenwereld is een oppervlakkig aspect van de nieuwe economie, waarin informatie (inclusief alles van wetenschappelijke research tot reclame hype) een steeds belangrijker rol speelt.
Trump lijkt wel genoeg geld te hebben om geweld en media in beweging te krijgen. Kan hij ook over voldoende kennis beschikken om de VS te besturen?
 

 

vrijdag 12 februari 2016

Twintig-tachtig

Men zou kunnen veronderstellen dat ik, nu ik de tachtig nader, onder deze titel ga zitten filosoferen over de tijd dat ik nog twintig was. Misschien zou ik me dan met Poggio de Florentijn kunnen afvragen of een oude man moest trouwen, al is die vraag voor mij niet zo relevant.
Maar nee, daarover gaat het vandaag niet. Vandaag gaat het om de twintig-tachtig regel (meestal andersom met de tachtig-twintig regel benoemd), een bekend fenomeen uit de bedrijfsvoering, wellicht meer een ervaringsregel dan een wiskundige bewezen stelling.
De regel kwam weer boven bij het krantenbericht in BNDeStem, dat een aantal buslijnen gaat verdwijnen. De twintig -tachtig regel zegt bijvoorbeeld dat 20% van de producten van een bedrijf 80% van de omzet leveren, de overige 80% van de producten zijn verantwoordelijk voor de overige 20% van de omzet.
Ik vertel daarmee voor bedrijfsleiders niets nieuws.
En toch staat men er denk ik te weinig bij stil.
Zoals een van de veel te weinig gelezen schrijvers uiteenzette, door het toepassen van de twintig-tachtig regel had het openbaar vervoer in Groot Brittannië een zeer praktisch instrument van zelfvernietiging gevonden.
Want ook in het openbaar vervoer geldt de twintig tachtig regel: 20 % van de lijnen in het openbaar vervoer regelen 80% van het (personen)vervoer. De overige 80% van de lijnen verzorgen de rest. De bedrijfsleiding constateert dat de meeste van de 80% van de lijnen onrendabel zijn en besluit daarom deze lijnen af te stoten en zich te concentreren op de 20% rendabele lijnen.
Maar het gekke is dat, als men na het afstoten van de onrendabele lijnen, eens de stand opmaakt de twintig - tachtig regel nog steeds van kracht blijkt. Nog steeds blijkt dat 20% van de lijnen, 80% van het reizigersvervoer voor zijn rekening neemt. De overige 80% van de lijnen die nog maar twintig procent verzorgen van het vervoer blijken wederom grotendeels onrendabel.
Een goede op rendement gerichte bedrijfsleiding stoot ook deze de onrendabele lijnen af.
En u begrijpt het al: wat overblijft is opnieuw een vervoerssysteem waar de twintig tachtig regel geldt.
En een bedrijfsleiding die standvastig het beleid blijft uitvoeren en de onrendabele lijnen afstoot, breekt geleidelijk maar wel systematisch zijn hele vervoerssysteem af. En zo kunnen we verwachten dat Arriva bezig is het hele bussysteem in Breda af te breken als het de lijn doorzet de onrendabele lijnen van de stadsbus op te heffen.
De fout die daar bij gemaakt wordt is dat de afzonderlijke lijnen worden gezien als onafhankelijk van elkaar. Men kan het zo zien: wie niet meer gebruik kan maken van de onrendabele lijn om een eind verder in het netwerk op een rendabele lijn te kunnen stappen, zal dat laatste ook niet meer doen maar onmiddellijk in de auto stappen en naar de eindbestemming rijden.

zondag 24 januari 2016

Antenne

We hebben een antenne op het dak.
Ergens in het afgelopen jaar kwam er een medewerker van de KPN om uit te zoeken hoe de glasvezelkabel die de antenne zou verbinden met het netwerk van de KPN van beneden naar boven zou moeten worden aangelegd. Het was een gemoedelijke man met veel dienstjaren en het uitzicht op een komend pensioen, dat hij in Frankrijk zou doorbrengen. In dit geval was hij werkvoorbereider. Gezamenlijk liepen we de flat door, tot we de toevoerkabel van de bestaande verbinding hadden gevonden.
'Het is,' zei de man, 'het beste om maar binnendoor te gaan.'
Dat leek me een goed plan, al was er tegen de buitengevel al een kastje geplaatst dat ook gebruikt zou worden voor de aansluiting van de antenne. Maar dat kastje was niet van de KPN.
Toen we de plaats hadden gevonden waar de blauwe kabel van de KPN binnen kwam, pakte de man zijn mobiele telefoon en maakte een foto; hij volgde het hele traject van de kabel en maakte op alle punten die hem van belang leken foto's. Zo'n mobiele telefoon is toch wel handig. Het spaart een hoop aantekeningen en schetsen uit.
De bestaande kabel bleek te lopen door de opeenvolgende meterkasten op de tien etages.
'Kijk,' zei de man, 'we kunnen gebruik maken van de pijpen waar de bestaande kabel door heen gaat, want de glasvezelkabel is maar dun.'
Hij maakte de nodige foto's om het traject vast te leggen.
Ik kon het niet goed beoordelen, maar het leek zeer plausibel. Helemaal boven moest de kabel nog door de liftmachinekamer voor hij op het dak uitkwam. Ook dat leek geen probleem: in de liftmachinekamer zat een loze pijp die groot genoeg was en in de vloer verdween. Ongetwijfeld naar de meterkast van de bovenste etage. Misschien had dat even moeten worden gecontroleerd.
Na nog een praatje verdween de man. Hij hoefde zelf de kabel niet te leggen en bovendien was de antenne op dat moment nog niet geplaatst.
In november werd de antenne geplaatst. En in januari werd ik opgebeld, dat men de kabel wilde aanleggen. Officieel had ik daar niets meer mee te maken, maar omdat ik het voortraject had meegemaakt maakte ik daar geen punt van. We maakten een afspraak en de volgende morgen stonden er twee mannen op de stoep. Een grote en een kleine, de kleine leek naar de stem te oordelen een vrouw te zijn. Hij of zij - er was geen aanleiding om dat verder te onderzoeken - had een tablet, waarop ik zag dat de foto's stonden die bij de vorige gelegenheid waren genomen.
'We moeten in de fietsenstalling zijn,' zei de grote man, aan wie ik inmiddels de nodige sleutels had uitgeleend. Hij wees op een van de foto's.
Ik leidde het paar langs de plaatsen waar de foto's waren genomen. Toen we helemaal boven waren, dachten ze dat ze het verder wel alleen af konden: ze gingen materiaal halen en kabel trekken. Ik ging naar huis.
Na een uur ging de bel. Ze kwamen de sleutels terugbrengen. Ik vroeg of alles goed gegaan was.
'Nou nee,' zei de grote man, 'het werkt niet. We kunnen op deze manier niet de kabel trekken. Trouwens die loze pijp in de liftmachinekamer is niet alleen loos, maar loopt ook niet door.'
'En nu?'
'Nu gaan we buitenom, we maken gebruik van de kabelgoot (die inmiddels was aangelegd) vanaf dat kastje beneden. Maar dat mogen wij niet doen, dus daar komt iemand anders voor.'
De kleine persoon die vermoedelijk een zij was, had het tablet inmiddels opgeborgen. Van de foto's zal naar mijn schatting geen gebruik meer worden gemaakt.  
     

donderdag 7 januari 2016

De tandarts

Ik lig op mijn rug in de stoel van de tandarts. Als ik omhoog kijk - en veel andere kanten kan ik niet uitkijken - kijk ik in de prachtige ogen van de tandarts. Ze heeft prachtige ogen en ik ben gefascineerd door de concentratie en aandacht waarmee ze in mijn mond kijkt. Nou ja, kijken, ze is aan het werk en ik sper mijn mond zover mogelijk open, probeer mijn tong een beetje stil te houden en de slikimpuls te onderdrukken. Eigenlijk is dit niet zozeer een tandarts stoel als wel een operatietafel. Want naast de tandarts die met twee handen het gat voor een vulling staat uit te slijpen, staat ook de assistente. En zij probeert mijn mond weer leeg te zuigen, want de boor van de tandarts wordt gekoeld met water.
De assistente heeft een haast onmogelijke taak; ze kan niet zo goed in mijn mond kijken omdat de tandarts haar het uitzicht voor een deel beneemt. Als ik mijn ogen een beetje draai, terwijl ik mijn mond in de goede stand probeer open te houden kan ik een stukje van de assistente zien. Ik zie hoe ze probeert om de handen van de tandarts heen te kijken waar het water in mijn mond terecht komt. Daar steekt ze de afzuig in. Meestal gaat dat goed, maar soms prikt ze een beetje te ver en dreig ik te stikken. Er zitten nu drie handen in mijn mond die al gevuld was met een paar wattenrolletjes om het vocht te absorberen.
Ik lig niet zo gemakkelijk in deze stoel, want eigenlijk is de zitting te kort, terwijl mijn voet geen steun heeft; mijn knie hangt een beetje over de rand van de zitting heen en begint ongemakkelijk te voelen, ik probeer met mijn andere been het ene wat te steunen, maar veel helpt het niet.
En terwijl ik daar zo lig met drie handen in mijn mond, terwijl het boren maar ternauwernood langs de zenuwen van mijn kies gaat moet ik denken aan de tandarts in Amsterdam in de eerste jaren na de oorlog. Ik kwam daar om het beugeltje in mijn mond te laten bijstellen. De tandarts stelde het vaak zo strak af dat ik er na een paar uur last van kreeg en het beugeltje maar in mijn zak stak. Ik denk dat de tandarts toen ook al een automobiel tijdschrift in de wachtkamer had liggen, maar het enige wat ik me van de tijdschriften in zijn wachtkamer kan herinneren is de aanmoediging om een dr Hushkind sigaret te roken.
Die tandarts had denk ik nog geen assistente; hij had het wel druk en patiënten kregen niet meer dan tien minuten voor een afspraak. Die tien minuten waren toen de tijd daar was lang genoeg om een verdoving te zetten en dan de volgende patiënt te behandelen voor mijn kies werd getrokken. Maar ja dat alles is al weer zestig jaar en meer geleden. En sindsdien is de tandarts meer met kiesbesparende operaties bezig dan met kiezen trekken die in de weg zitten.
Zo, zei de tandarts, terwijl ze de laatste watten uit mijn mond haalde en de assistente haar zuigapparatuur schoonmaakte, u kunt er weer een tijdje tegen. U begrijpt wel dat het langzamerhand alleen maar lapwerk is, hè? Als onder deze vulling weer een gaatje ontstaat dan kan ik het niet meer repareren.
Ik knik berustend, blij dat ik mijn wangen weer in een gewone houding kan brengen en kijk nog eenmaal in die prachtige ogen.
Tot de volgende keer.              

woensdag 30 december 2015

Verkouden

Ik ben verkouden, dat lijdt geen twijfel. Het is niet zomaar een verkoudheidje. Nee dit is het echte spul. Zo 'n verkoudheid waarbij je het gevoel hebt dat je je hersens aan het aftappen bent. Men zegt dat de snot die je snuit bestaat uit ontstoken slijmvlies, maar zoveel slijmvlies alleen in je ene hoofd is nauwelijks te begrijpen.
Als je zo'n dagje bezig bent krijg je ook een aardig wollig gevoel in je hoofd. Zo'n gevoel dat je je in alle ernst afvraagt of je hersenen wel goed afgesloten zullen zijn.
Maar terwijl je daarover loopt te dubben - ik neem bij voorbaat maar de nodige vitamine pilletjes in - begint het hoesten. En dat hoesten is ook weer niet zomaar hoesten nee het is hoesten zonder rem.
Ik weet niet of u wel eens geprobeerd hebt de motor van een grasmaaier te starten, zo met zo'n touw en dan maar trekken. Als het goed is komt er een moment dat de compressie hoog genoeg is om de motor zelf het werk te laten doen. Maar soms is het niet goed en sta je eindeloos aan het touw te trekken, terwijl de motor je nietszeggend aanstaart.
Wel zo'n gevoel heb ik ook met dat hoesten. Meestal komt er een moment dat de hoestbui een bevrijdend moment kent, zo'n moment waarop je denkt: ha, hij krijgt greep op de voering van mijn keel. Nog een keer hoesten en dan kan ik weer ademhalen.
Maar zo is het dit keer niet. Nee. Als ik ademhaal hoor ik al dat er nog iets zit dat trilt als de losse tong in een harmonica. En na een paar keer ademhalen voel ik het al aankomen; er breekt weer een hoestbui los, maar er is geen voering in mijn keel waarop de hoest op een gegeven ogenblik greep krijgt. Ik zal toch nog wel een voering in mijn keel hebben? Zo'n hoestbui houdt op een bepaald moment ook op, al heb ik geen idee wanneer en hoe ik dat zou kunnen bevorderen.
Natuurlijk laat ik het er niet bijzitten. Ik neem trachitol zuigtabletten en strepsils (idem), maar ik word na verloop van tijd helemaal wee van dat spul. En de vraag is maar of het ergens tegen helpt.
Ik ga bijtijds naar bed, neem extra paracetamol en blijk na verloop van tijd toch te hebben geslapen, want ik word kletsnat wakker en kan mijn lakens onmiddellijk in de was doen.
En dan probeer je 's morgens of je alweer beter bent. Je snottert minder, je hoest wat minder. Dus als Anneke me de ochtend begroet, probeer ik opgewekt te antwoorden. Maar mijn stem slaat over en door het gebruik van mijn luchtwegen wordt opnieuw een hoestbui op gang gebracht die net zoals die van gisteren nergens toe leidt.
Nee deze verkoudheid is een echte goeie.      

vrijdag 11 december 2015

Moderne devotie

In onze omgeving is het niet vreemd om in kamers of restaurants een kruis tegen te komen. Het lijkt me in het algemeen een teken dat de drager of bezitter zich als christen wil laten kennen. En in het teken van het kruis kan men de wereld weer aan, de moeilijkheden van de dag te boven komen, vraagt men om steun voor moeilijke taken. Zo zien we dan ook voetballers afkomstig uit overwegend katholieke landen een kruisje slaan voor ze aan de wedstrijd beginnen. Christus of God zal wellicht helpen de wedstrijd te winnen. Trouwens het is nog niet zo lang geleden dat priesters in naam van diezelfde christus en/of god aan weerszijden van frontlinie met het kruisteken de wapens zegenden in de hoop god te winnen voor hun zaak.
De moderne mens realiseert zich dat het niet voldoende is om op god te vertrouwen. Wil men onheil afwenden dan is het goed, zelf de nodige maatregelen te nemen. Zo heb ik ooit een familielid geadviseerd om god een handje te helpen door ervoor te zorgen dat de blanke koperdraden van de elektriciteit te laten isoleren. De vraag is immers maar of god wel in zal grijpen als het licht uitvalt. Zo lijkt het verstandig om in ruimten waar veel mensen kunnen komen een noodverlichtingsinstallatie aan te brengen. En als men zich toch in een etablissement bevindt waar een brand uit kan breken, een bom gegooid kan worden of iets anders kan gebeuren dat ook erg is, is het handig om een lichtpunt te hebben dat de weg wijst naar buiten al dan niet via de nooduitgang.
Bovendien komt het nog wel eens voor dat er in een café of andere ruimte 'spontaan'een brand uitbreekt. Het is goed dat aanwezigen dan gewaarschuwd worden dat er iets mis gaat. En zo plaatsen we een rookmelder.
Onze seculiere maatschappij heeft geprobeerd zich in te dekken tegen dergelijke gevaren. En zo worden minstens in alle openbare gelegenheden rookmelders aangebracht en wordt de eis gesteld om noodverlichting aan te brengen en verwijzingen naar de uitgang. Onze seculiere mens vertrouwt meer op technische hulpmiddelen om gevaren en risico's op te vangen dan op een niet zichtbare god.
Maar toch niet helemaal, want tussen de parafernalia van de moderne tijd hangt nog altijd dat kruis.
Je kunt maar nooit weten.      

vrijdag 13 november 2015

Kerstmarkt

Voor dit jaar wordt er in Esquelbecq een kerstmarkt georganiseerd. Dat heeft wat voeten in aarde, zelfs voor de argeloze waarnemer die ik ben. Ik zie het effect van de voorbereidingen van dag tot dag vorderen. En het is net alsof de kabouters het werk doen. Op het moment dat ik langs kom is de situatie wel veranderd, maar is er geen mens bezig. We zagen aan de folders aan bomen en huizen in de plaaten in de omgeving de aankondiging van de kerstmarkt.
Vorige week verrees op het parkeerterrein (90 plaatsen) bij het Maison de la Chenaie plotseling een grote party tent.
Twee dagen later verscheen een tweede evengrote partytent naast de eerste.
Ondertussen bij de bakker zag ik dat de zaak zich tijdens de kerstmarkt op de kerstmarkt zou bevinden. Vanmorgen was men al heel ver: naast de beide grote waren nu zeker vier kleine partytenten verschenen, alsmede nog wat andere  bouwsels die er uitzagen als overdekte kramen. Naast de tenten was inmiddels ook een soort draaimolen met wagentjes in de vorm van arresleden verrezen, een hond bekeek zich de zaak, maar hoewel ik hem daartoe aanmoedigde sprong hij niet in een van de sleden. Hij keek me verontwaardigd aan en gin met zijn baas mee.
Het bruggetje over de Yser is inmiddels versierd met kerstgroen en verlichting en ook de weg langs La Table des Geants is verlicht, terwijl een poortje naar de Grand Place is verrezen dat de bezoekers bedankt en tot ziens toewenst.
Esquelbecq lijkt er klaar voor, nu wij nog.

maandag 9 november 2015

Mens en mier

Zoals gezegd keek onze kamer in Tampa uit op de Golf van Mexico. Maar er was niet alleen water te zien. We zagen ook een deel van een van de bruggen die Tampa verbindt met St Petersburg, de Courtney Campbell Causeway. Op die weg zagen we op elk willekeurig tijdstip van de dag een onafgebroken rij auto' s. Auto' s die van links naar rechts door ons beeld gleden, maar haast evenveel de andere kant uit. Goed beschouwd zullen die twee stromen elkaar wel min of meer in evenwicht hebben gehouden. Anders moeten we aannemen dat of de stad leeg zou lopen of overbevolkt raken.
Als ik lang naar zo' n stroom bewegende voorwerpen kijk treedt er weer een gevoel van vervreemding op en valt me de overeenkomst op met de stroom mieren uit een mierennest. Continu twee stromen die elkaar ontmoeten. En als twee mieren elkaar ontmoeten lijkt het wel of ze elkaar even begroeten. Men zegt dat dat is om te controleren of ze wel uit hetzelfde nest komen. In onze mensenmaatschappij zijn we nog niet zover, maar al een heel eind op weg: iedere snelweg wordt met camera' s in de gaten gehouden. Voorlopig nog worden zij die er niet thuis horen achteraf opgespoord met de beelden die vastgelegd zijn. Maar de techniek schrijdt voort, nog even en we kunnen van ieder voertuig vaststellen wie er in zit en of dat wel goed is.
En dan rijst de dwaze vraag: Hoelang zouden mieren er over gedaan hebben om op de wijze waarop ze dat doen in kolonies met een soort stedelijke structuur bijeen te gaan wonen. Eigenlijk weet ik niet zoveel af van de evolutie van de mier. Ik weet trouwens  helemaal weinig van de evolutie van het groepsgedrag van welk dier dan ook. Dat is dus veilig mijmeren.
Stel je voor dat de menselijke stad zoals we die nu kennen een stapje is in de evolutie in de richting die ook de mieren hebben ingeslagen. Om die richting verder op te gaan moeten we waarschijnlijk een aantal zaken verleren, omdat die niet functioneel zijn voor de sociale samenleving waar we naar toe gaan.
We zijn daar denk ik wel aardig mee bezig. Voor de Belgische radio werd vanmorgen een heel betoog gehouden door iemand die vond dat er meer aandacht op scholen en daarbuiten moest worden besteed aan de natuur, want als dat niet wordt gedaan zullen kinderen alle besef van de relatie met de natuur verliezen. Daar heb je het al: onze kennis van de natuur (wat daar dan ook onder moet worden begrepen) wordt geleidelijk rudimentair. Is het misschien al. Terug naar de relatie met de natuur, wandelend door de cultuurbossen in Europa. Hoeveel bomen kunt u nog onderscheiden als ze in blad staan of juist niet? Weet u nog het verschil tussen een salamander en een hagedis? Gaat u het bos in met de zekerheid dat de paddestoelen die u tegenkomt eetbaar zijn?
Gelukkig wordt in onze gestroomlijnde maatschappij ook het eten zorgvuldig voor geselecteerd. Weet u nog waar u klapstuk kunt kopen, toch een haast noodzakelijk onderdeel voor de hutspot? Of weet u - voor de relatie met de natuur - nog van welk deel van de koe dat vlees gesneden wordt? De paddestoelen, hoofdzakelijk champignons staan voor u klaar in bakjes zo uit de kwekerij.
Misschien is voor onze klein- en achterkleinkinderen die regelmatig naar een dieren opvangcentrum gaan en daar een zeehond, of een schildpad in levende lijve leren kennen de ntuur wel een soort aquarium waar dieren in een bak met water verzorgd worden voor de wonden die ze opgelopen hebben. Tegen die tijd immers komt het vlees uit een varkensfokkerij, de forel uit een forellenkwekerij.
Eigenlijk hebben we al die kennis van de natuur niet nodig in onze volgende stap van de evolutie. Als je in de stad woont en werkt, het eten bij de plaatselijke supermarkt inslaat, je afval op de juiste wijze gescheiden wegwerkt, en de rekening voor de electriciteit op tijd betaalt, geeft de televisie eigenlijk alle natuur die je nodig hebt. En nog schoon ook.
Eigenlijk denk ik dat deze evolutie nog goed is voor het milieu ook.

zaterdag 7 november 2015

St. Omer

Ik wil dezer dagen nog wel even naar St. Omer, zei ik.
Nou dan kunnen we dat nu wel doen, was het antwoord.
En zo zaten we drie kwartier later in de auto en richting St. Omer. Kennelijk was daar het eenrichtingsverkeer gewijzigd want we kwamen onbedoeld in een straat terecht waar een groot gebouw open was. Ik kon de auto aan de kant parkeren en we stapten uit.
Het lijkt wel een school, vond Anneke.
Dat bleek juist: We stonden voor het Lycee St Berthin. Het bleek dat het lycee een open dag had georganiseerd. We liepen naar binnen, zeiden dat we belangstellende toeristen waren en konden verder het hele gebouw door, vier etages hoog. We zagen de klaslokalen voor wiskunde, voor de talen, voor de huiswerk ondersteuning, etc. De overheersende indruk was dat het een oude school was. De gangen smal (smaller naar mijn herinnering die van de HBS waar ik zelf heb gezeten en dat was een gebouw uit 1904), de trappen versleten. In een van de lokalen stond een viertal computers die de indruk maakten uit de jaren '90 te stammen. Het gebouw leek aan een opknapbeurt toe.
Op de bovenste etage was een lokaal BDI; de docente die hier stond legde ons uit dat studenten hier werkstukken konden maken en daarvoor de informatie konden opzoeken op de ouderwetse manier door boeken te raadplegen en notities te maken. Om het internet te raadplegen konden ze eventueel gebruik maken van de computerlokalen om dan hun gegevens verder uit te werken in de ruimte van BDI.
We liepen verder en zagen ook een lokaal waar op een aantal computerschermen een geavanceerd tekenprogramma actief was. Voor de klas hing een e-scherm.
In de school is ook een internaat voor ca 50 leerlingen. Kamers voor vier personen. Het internaat is in 2012 opnieuw in gebruik genomen, nu voor jongens en meisjes. De vernieuwing gaat kennelijk stapsgewijs.
Voor 1€ konden we een stuk taart krijgen van een verlegen en onwennige leerling: de opbrengst was bestemd voor de schoolreis naar Spanje.

Uiteindelijk slaagden we erin de auto vlak bij het centrum te parkeren. Inmiddels was het lunch tijd geworden en doken we de '3 kalders'  (les trois caves) in; we kregen veel te veel te eten voor ons geld.
Nademaal bleek dat de VVV was verhuisd naar een pand dat een prachtig uitzicht bood op de enorme kathedraal, waar een van de vele kruisafnames van Rubens hangt. Er hangt ook een lijst met bisschoppen van Terwaan: in 639 kwam hier Audemar (Omer) nadat de post 80 jaar niet bezet was geweest. En met Audemar begon ook de geschiedenis van St Omer dat naar hem is genoemd.
 

zondag 1 november 2015

Verrassing

Het werd een beetje ingewikkeld schema. Maar toen we samen met Freerk in september bij Ieneke gingen eten wist een ieder dat we elkaar weer zouden ontmoeten op Freerks verjaardag, behalve Freerk zelf. En voor hem moest het een verrassing blijven. Dus was het bij het afscheid even oppassen om niet je mond voorbij te praten. Op facebook versprak Ans zich wel toen ze aangaf dat ze nog weekje naar Florida ging.

Met dat bezoek in het hoofd werd ons verblijf in Florida voor het grootste deel voor Freerks verjaardag gepland, terwijl Benna haar verblijf juist zoveel mogelijk na die dag had gepland. Daardoor zouden wij nog een goede week de honden en katten van Benna gezelschap kunnen houden.
Benna liet er in de richting van Freerk geen twijfel over bestaan dat het er niet in zat dat ze naar Florida zou komen. Het zat er financieel gewoon niet in. Ze hadden net dubbele ramen gekocht en Georges had het druk op zijn werk.
Dat alles maakte op Freerk maar weinig indruk. Benna had indertijd beloofd dat ze zou komen en dus zou ze er zijn, hoe dan ook.

Benna hield ondertussen de schijn op. Ze regelde haar verblijf in een B&B huis, ze gaf aan Bart de pop mee die moest worden gevuld als Abraham en deed zelf het masker dat al eerder dienst had gedaan in haar koffer. Op vrijdag werd de pop gevuld en uitgeprobeerd.
Zaterdag kreeg Freerk het consigne thuis te blijven, dat betekende zoveel als: er komt een verrassing. Terwijl we koffie dronken  stond hij met een hal oog naar de voordeur te kijken. Hij verwachtte dat Benna ieder ogenblik te voorschijn zou komen. Het was dan ook niet zo' n grote verrassing voor hem toen de bel ging en er een Abraham op de stoep zat. Hij keek om zich heen en ontdekte natuurlijk al gauw
Benna en Georges die om de hoek stonden toe te kijken. Maar hij was wel compleet verrast toen plotseling ook zijn beide nichten Ans en Ieneke voor zijn neus stonden met hun moeder Gerrie.
Hier had hij hij helemaal niet op gerekend. Het werd een emotionele begroeting...