donderdag 20 mei 2010

Kleine dingen

Nu we hier wat gewend zijn geraakt - gesetteld in hedendaags Nederlands - kunnen we ons bezig houden met de kleine dingen die opvallen. Afgelopen maandag werden we door de leiding van dit terrein uitgenodigd voor een welkomstdronk. Bedoeling was kennis te maken met het personeel, maar wellicht vooral met de kok, want bij de introductie werd de nadruk gelegd op zijn mogelijkheden om de inwendige mens te versterken. Bij die gelegenheid maakten we ook kennis met enkele andere Nederlands sprekende gasten. Een echtpaar uit de omgeving van Antwerpen vertelde o.m. dat het graag in Nederland vertoefde. Het vertelde ook dat de keukenuitrusting toch maar beperkt was. Zij misten - net als wij - een pannekoekenmes (of iets wat daarvoor gebruikt kan worden). Maar misschien was dat wel de bedoeling gelet op de introductie van de kok en zijn kunsten. Het bleek ons dat we in Puget-Théniers geen pannekoekenmes konden kopen. Fransen in de Provence bakken vermoedelijk geen pannekoeken of eieren.
Er is een stationnetje in Puget. En daarvandaan kun je met een smalspoorlijntje o.m. naar Digne, als het spoor tenminste is gerestaureerd. Daar is men nu mee bezig.
Als wij van ons terrein naar Puget toerijden en voordat we langs dat stationnetje komen, passeren we een cirkel van iets meer dan twee meter diameter uit getekend in het plaveisel. Maar de bedoeling is dat die cirkel - midden op een driesprong word aangzien voor een rotonde, want op de wegen ernaar toe staan de bekende borden die een rotonde aankondigen, inclusief het: vous n'avez pas la priorité. We zijn op dat punt nog geen andere weggebruikers tegen gekomen.
Er zijn in Puget ook kleine winkeltjes: een grenteboertje, een slagertje, klein restaurant, maar vele kappers. Een ding is duidelijk: iedereen moet gekapt worden.

woensdag 19 mei 2010

Panne

Toen we hier aankwamen vertelde men bij de receptie dat er gratis draadloos internet beschikbaar is, daartoe was er onder de luifel vlak voor de receptie ruimte gemaakt waar wifi kon worden gebruikt. Als we geluk hadden konden we het netwerk zelfs in ons huisje opvangen. We hadden geluk, zodat de eerste afleveringen van ons weblog ook hier konden worden geschreven. Maar eergisteren leek ons geluk plotseling op te houden. Windows kon geen enkel netwerk vinden. Was dat een tijdelijke zaak? Had de weersverandering er mee te maken? Maar gisteren was er nog geen netwerk. En toen ik onder de luifel bij de receptie nog eens bekeek, bleek dat de wifi kaart in mijn laptop niet werd gestart. Een kapotte kaart! Het leidde ertoe dat we vandaag naar Nice gingen - dat was niet zo erg, want het regende flink - en op zoek gingen naar een wifi adapter, dat werkte, zoals u ziet.
In ons programma paste vandaag een bezoek aan Saint-Paul, meer speciaal de Fondation Maeght. Een wel heel bijzonder gebouw met een grote verzameling moderne schilderijen van o.a. Chagall, Alechinsky, maar grote aandacht voor Joan Miro. Zeker de moeite waard. Toen we uiteindelijk terug gingen kwamen we in het spitsuur van Nice terecht op een weg die wegens ondehoud versmald was. Maar uiteindelijk was het weer hier in Puget ook weer opgeknapt.

zondag 16 mei 2010

Rustdag

Origan, het terrein waar we ons huisje hebben is rondom ingesloten door bergen die soms honderden meters boven het terrein uitstijgen. Het betekent dat ook het terrein zelf grote hoogteverschillen kent. Het zwembad ligt net als de meeste voorzieningen hoger dan wij. En omdat het terrein enkele kilometers wegligt van de meest nabije winkels is er een klein winkeltje op het terrein, dat de meest belangrijke artikelen verkoopt. Toen we hier gisteren in de namiddag aankwamen begon het net te regenen en het bleef regenen tot we naar bed gingen. Vanmorgen zag het weer er weer goed uit en was de zon bezig boven de bergen uit te stijgen. Onze veranda zou spoedig beschenen worden. We brachten een groot deel van de dag al lezend door en verkenden tussendoor het terrein. Inderdaad een rustige dag, maar aan het eind van de middag begon het toch weer te regenen.

zaterdag 15 mei 2010

Puget-Théniers

Eén van mijn handicaps is mijn hoogtevrees. Al een oud gegeven. Ik herinner me dat ik in mijn HBS-tijd wel met klasgenoten ging zwemmen in het Amsterdam-Rijnkanaal in de omgeving van de hoogspanningsmasten. Het was een sport om in die masten te klimmen, maar niet voor mij. Als ik drie meter boven de grond durfde ik al niet verder. Het is dan ook niet verbazend dat ik me niet op mijn gemak voel in de bergen en zeker niet in een auto op een smalle wegen met scherpe bochten naar links of naar rechts. Dan stijgt de spanning, en wordt mijn greep op het stuur krampachtiger. De rit naar dit oord was dan ook niet erg aanlokkend. Maar dat heeft me toto nog toe niet weerhouden om aan een dergelijke rit te beginnen. Zo ook vandaag. We vertrokken uit Nice, waar we heerlijk in de zon op een terrasje aan de Promenade des Anglais hadden gegeten, terwijl boven de toppen van de bergen zich zwarte wolken aan het verzamelen waren. Maar voorlopig ging alles goed. Eenmaal op de weg naar het noorden ging de weg slechts heel langzaam omhoog. Alleen aan het feit dat het riviertje naast de weg snel stroomde was te merken dat er toch een behoorlijk hoogteverschil moest zijn. Tot mijn verrassing bleef dat zo de hele 45 kilometer lange weg lang. We slingerden weliswaar om de berg heen maar daar bleef het dan ook bij.
We kwamen zonder problemen in Puget aan tussen de bergen. In de verte zagen we de sneeuw op de alpen liggen, teken dat het weer nog steeds te koud was. De spanning was geleidelijk weggeëbd. Maar ik juichte te vroeg. Van Puget naar dit terrein steeg de weg zeer snel, was zo smal dat tegenliggers onmogelijk konden passeren. Maar we kwamen aan bij het terrein. Daar heb ik uiteindelijk het stuur aan Anneke gegeven, voor de laatste paar honderd meter. Het was een heel gemakkelijke weg zei men bij de receptie. Maar wat is gemakkelijk als je hoogtevrees hebt?

vrijdag 14 mei 2010

Hotels

Ze zijn er nog die hotels in Frankrijk, waar je met de trap naar je kamer moet en met een langzamerhand ouderwetse sleutel de deur opent. Waar de waard 's avonds om 8 uur de bar en daarmee het hotel op slot doet (met uitzondering van de gasten ingang) en waar het ontbijt bestaat uit koffie of thee en een stuk stokbrood plus jam. Zo'n hotel hadden we in Autun. In het centrum van de stad maar wel met wifi. En dat voor een prijs van € 43 per nacht.
We gingen vanuit Autun naar Avignon. Zo'n 400 km en voor het eerst zagen we deze week de zon. Het was weliswaar niet warm, maar de zon scheen een groot deel van de weg. Pas na Lyon moesten de ruitenwissers weer aan het werk. Bonnie zocht een hotel op 800 meter van het centrum dachten we, maar we reden desondanks ons zelf vast in de nauwe straatjes. Uiteindelijk vonden we een plek wat buiten het centrum van Avignon. We konden met de bus naar het centrumen leipen vandaar naar het pausenpaleis en de bekende pont, die sinds de 17e eeuw al niet meer de Rhône overspant, niet bestand tegen het geweld van de rivier.
Het pauspaleis, vermocht ons niet bijster te imponeren, het leek al met al een oud gebouw dat zeer onpraktisch moet zijn in het gebruik. Het symboliseert overigens wel het gewelddadig karakter van de christelijke kerk met zijn hoge en dikke muren. We waren al met al blij dat we bij ons hotel terug waren.

donderdag 13 mei 2010

Naar Autun

We zouden vandaag naar Mosson om een bezoekje af te leggen bij kennissen met een tweede huis. Maar toen we in Nivelles waren kregen we een sms-bericht waaruit bleek dat de gastheer en gastvrouw er niet zouden zijn. We hadden een dag extra en besloten naar Autun te gaan. Ik heb een zwak voor de Bourgogne en er is in Autun een oude kathedraal. Het weer ws niet veel beter dan gisteren, al waas het nu grotendeels droog. En toen we in de buurt van Arlon kwamen kwam er zelfs enigestructuur in het overigens egaal grijze wolkendek. We lunchten in Toul. Toul heeft ook een oude kathedraal die de vorige keer dat we hier waren heel erg een ruine was. Nu was er al een heleboel gerestaureerd. Het middenschip was nu zover dat er geen duiven meer rondliepen. Overigens moet er nog steeds een boel gedaan worden. Van Toul via secundaire wegen naar Autun. Dat kostte de hele middag (met Dijon in het spitsuur).
Een fatsoenlijk restaurant bleek om de hoek te liggen. La tête noir had mooie gekleurde borden. Echt iets voor Joan dacht Anneke die een foto nam van dit fraaie porcelein. Om te voorkomen dat het bestek op de foto zou detoneren legde ze dat weg. Op de foto ligt dat bestek nu een beetje onnatuurlijk aan de andere kant van het bord.

Autun

Autun heeft een oude kathedraal. Het schijnt dat Rollin hier de eerste bisschop was. Maar er zit een verhaal aan vast.Petrus die de rol van Maria Magdalena bij de vroege christenen maar half accepteerde stuurde haar met Maria en Lazarus aan boord van e=schip de Middellandse Zee op. Het schip kwam uiteindelijk aan in Frankrijk bij Sainte Marie de la Mer. Toen Lazarus overleden was kwamen zijn overblijfselen om onduidelijke redenen in Autun terecht.Daar werd de kathedraal naar hem genoemd en werden zijn overblijfselen begraven. Feit is dat er in Autun nog overblijfselen zijn uit de Romeinse tijd.
Het was vergeleken met buiten behaaglijk in de kerk, waar de sfeer verder werd verhoogd door orgelmuziek (uit een paar luidsprekers). Bovendien was toen we daar uitgekeken waren naast de kerk een vriendelijk restaurant "La Fiontaine" op deze hemelvaartsdag goed voor een kop koffie. Hiervandaan gingen we naar Le Creusot, een van de meest intrigerende plaatsen uit de Bourgogne. Met zijn tot museum omgebouwde Chateau de la Cristallerie, van oorsprong kristalfabriek van Marie-Antoinette, later het huis van de familie Schneider, groot industrieel en wapenfabrikant. Oud en nieuw zijn hier op wonderlijke manier gemengd.
Na onze lunch gingen we nog door naar La Boulaye, waar een levengrote boeddhistische tempel van de duizend boeddha's in het landschap van Bourgondië verrijst. Een wonderlijk verschijnsel.

dinsdag 11 mei 2010

Weer onderweg

We zijn op weg voor twee weken Frankrijk. Het is elf mei, de verjaardag van Adri. Volgens de traditie was het tijdens de geboorte van Adri verschrikkelijk koud weer. Maar vandaag rijdend door België in een stromende regen, wordt het via de regen regelmatig herhaald: het is de koudste 11e mei sinds het begin van de registratie in België. De temperatuur is vandaag niet boven de zeven graden uitgekomen.
Het was al met al een vermoeiende dag, want vanmiddag had ik nog de bijeenkomst van het Van Staveren Genootschap, met een inleiding van Pieter Smits over de Hugenoten. Het was een goed verhaal, maar dat mocht je van Pieter als oud docent ook wel verwachten. Het sloot trouwens aardig aan op het verhaal over Erasmus van Sjaak vorige maand. Pieter had er trouwens op gerekend dat hij bijtijds op moest houden. Want hij had aansluitend op de bijeenkomst nog een afscheidsreceptie. Daardoor konden wij ook bjtijds op pad: om kwart voor vijf reed Anneke weg. Aanvankelijk ging het vlot, maar in de buurt van Brasschaat liep het vast met een file die zich zou uitstrekken tot de Kenndytunnel. Zover hoefden we niet, maar ook de E40 naar Brussel zat vol. Zodat we stapvoets verder gingen tot op de Brusselse ring. Het was zeer vermoeiend. Het was inmiddels zeven uur, de benzine was bijna op en we hadden nog niet gegeten. Uiteindelijk een benzinepompmet wegrestaurant. Wat gaan we nu doen?
We besloten de aanwijzingen van Bonnie te volgen naar een hotel langs de route en kwamen uit in Nivelles.

zaterdag 17 april 2010

Asbest (2)

Je kunt het moeilijk goed doen. Nadat de asbest was verwijderd moest er een nieuw plafond aangebracht worden op de plaats waar de asbest had gezeten. Daarvoor werd gips gebruikt maar omdat de brandwerende eigenschappen van asbest veel beter zijn dan die van gips moesten er twee lagen gips worden aangebracht waar eerst een laag asbest voldoende was. Het gips werd aangevoerd in platen van 1 bij twee meter (naar schatting). Twee van die platen konden net in de lift diagonaal opgesteld.
Om de platen te bevestigen werden houten latten naar boven gebracht in lengtes van vier meter. Dat ging niet in de lift dus werden de latten met de hand omhoog gestoken tussen de trappen van het trappenhuis door. Met de hand en tien verdiepingen hoog.
Dat zou ik anders doen zei de heer R. Ik zou een kraan naast de flat zetten en dan alles op het dak zetten. Het weer was tamelijk wisselvallig en het leek me niet hlemaal wenselijk om een lading platen gips op het dak te leggen in de regen en misschien was het ook niet zo goed om het gips tegen natte latten te bevestigen. Maar dat was niet het probleem van meneer R. die zich ergerde aan het feit dat alle materiaal langs zijn voordeur werd vervoerd. Ik had bewondering vaoor de beide mannen die het materiaal naar boven vervoerden. Ze konden per keer twee gipsplaten in de lift vervoeren. Ca zestig platen dertig keer met de lift op en neer, zware onhandige platen. Vermoedelijk hadden zij het ook plezieriger gevonden om het materiaal met een hoogwerker op het dak gezet te krijgen. En misschien was de kraan die dag niet beschikbaar of te duur voor zo'n klein klusje. Ik heb het niet gevraagd.
Maar meneer R. en mevr. B. van 10 en 10a mopperden dat de boel zo vuil werd en de muren beschadigd en ...
Ik kreeg het allemaal nog een keer te horen op de afscheidsreceptie van de huisarts, want veel van de inwoners van ons dorp hebben dezelfde huisarts. Voor zover je een huisarts kunt hebben natuurlijk.
Enfin de klus is klaar en niemand moppert meer, behalve ik natuurlijk, want ik ben maar matig tevreden over de kwaliteit van de afwerking daar boven.

donderdag 1 april 2010

Asbest

Het zat er aan te komen. De onderhoudsmonteur van de liften in ons dorp had al gedreigd niet meer te zullen komen als er niet iets werd gedaan aan de asbestplafonds in de dakopbouw. Een heikele zaak want je mag dat asbest niet zelf weghalen. En ook niet zonder vergunning. Maar uiteindelijk was alles geregeld en half maart kwam de aannemer voor het verwijderen van het asbest. Dat moest aangekondigd worden. maar toen de aankondiging in de lift hing, staken enkele bewoners de grijze hoofden bij elkaar en wendden zich uiteindelijk tot mij met de vraag odf dat niet gevaarlijk was. Want als er één asbest vezeltje in je longen kwam kon je wel dood gaan.
Ik zei natuurlijk dat het allemaal zeer veilig was. Want ik had even gekeken op het dak waar twee man bezig waren: ze hadden de naden van het luik naar het dak afgeplakt, een kast gebouwd om de machine van de lift en ook daarvan de naden afgeplakt met plakband. Buiten voor de deur naar het dak stond een hele installatie die een onderdruk onderhield in de de dakopbouw en die voorzag in een sluis waarin de asbestmannen hun speciale kleding konden aantrekken. Als ze na maximaal twee uur de ruimte weer verlieten trokken ze in die sluis hun speciale pakken weer uit, gingen onder de douche en trokken hun gewone kleren weer aan voor ze in de buitenlucht op het dak verschenen.
De dames waren er desondanks niet gerust op.
Toen de asbest verwijderd was kwam een speciale laborant die een machine gedurende twee uur in de dakopbouw zette om te meten of er nog resterend asbest aanwezig was. Hij mat twee deeltjes asbest per eenheid, ruim onder de toegestane grens van 13 eenheden.
Ik heb de dames niet meer gesproken: zouden ze gerust gesteld zijn geweest?