donderdag 12 oktober 2017

Algoritmen 1

Als je het woord algoritme opzoekt dan krijg je als antwoord dat een algoritme een reeks instructies is die van een bepaald beginpunt naar een bepaald doel leidt. Het woord is afkomstig uit het Arabisch en is nog een herinnering aan de vaak ondergewaardeerde Islamitische bijdrage aan onze kennis.
Om zo'n reeks instructies te geven moet je een idee hebben hoe werkelijkheid er uitziet en wat je ermee wilt bereiken.
Een reeks instructies dus, zoals je ze in ieder recept tegenkomt. Bijvoorbeeld voor het maken van hutspot voor vier personen.
Ingrediënten: 500 gram klapstuk, 500 gram aardappelen, 500 gram winterwortelen en uien, laurierblad, peper en zout, water.
Instructies: Trek van het klapstuk bouillon (met laurierblad, zout en peper naar smaak).  (ca twee uur op een laag vuur),
haal het klapstuk uit de bouillon
schil de aardappelen, snijd de schoongemaakte wortels in stukjes,
schil de uien en snijd ze in stukjes.
kook de aardappelen, de wortels en de uien in de bouillon gaar
laat een rookworst in de laatste minuten meekoken
giet het overbodige vocht af
stamp de aardappels, de uien en de wortels tot een egale massa
snij het klapstuk en de rookworst in stukjes
dien de hutspot met klapstuk en rookworst op.

U ziet het: het recept is een algoritme. Onze wereld is vol van die algoritmen. In boekhandels nemen de receptenboeken met recepten uit elke keuken die men maar kan bedenken een belangrijke plaats in. U vindt soortgelijke boeken voor iedere doe-het-zelver. Hoe maak ik een kast, sluit ik een lamp aan, leg ik een vloer? Op YouTube vindt u filmpjes waarin stap voor stap - het algoritme - wordt uitgelegd hoe u het scharnier van uw kast moet verstellen, etc. Het algoritme is overal in ons dagelijks leven.
Het zal u niet verwonderen dat het algoritme ook het uitgangspunt is voor ieder computerprogramma. Immers het computerprogramma is een reeks instructies die de computer uitvoert om iets te doen. Het zijn instructies in machinetaal. Om die als mens te kunnen begrijpen heb je al gauw deskundige hulp nodig. En omdat die machinetaal echt heel erg basaal is heeft men in de loop van de tijd van die instructies in groepjes samengevoegd. Op die manier maakte men programmeertalen. Ook de instructies in die programmeertalen worden voor de goedwillende leek al gauw te ingewikkeld en onleesbaar.
Je moet er maar op vertrouwen dat de programma's goed zijn. Want ze zitten overal die programma's. In uw telefoon en in uw auto, in de televisie en de afstandbediening. En tegenwoordig ook in uw wasmachine en in uw computer. U bent er inmiddels aan gewend en u vertrouwt erop omdat het werkt. U vraagt zich ook niet meer af wat er allemaal voor nodig is aan instructies (recepten) voordat u met uw auto op pad kunt. U vindt het immers vanzelfsprekend dat er een lampje gaat branden als u een deur in de auto niet goed hebt gesloten, of ergens een pieptoon u begint te hinderen omdat u de riem niet hebt omgedaan.
Toch zit achter ieder algoritme iemand die een beeld heeft van wat goed rijgedrag is en dat goede rijgedrag voortdurend aan u voor houdt zolang u in de auto zit. Of anders gezegd: achter ieder computerprogramma zit een algoritme waarin iemand zijn opvattingen heeft neergelegd.
Kijken we nog even terug naar de hutspot: u ziet daar mijn opvatting: u hoeft geen klapstuk te nemen, u kunt de aardappelen, wortels en uien ook in schoon water koken, u kunt de verhoudingen veranderen (meer of minder aardappelen, wortels en uien).
Ieder algoritme weerspiegelt de opvattingen van de maker. Dat kan bijzondere gevolgen hebben. Vanuit mijn perspectief niet altijd even plezierig, maar daarover de volgende aflevering.   

donderdag 5 oktober 2017

Oude mensen en hun digitale sores

Het is al weer een tijd geleden dat onze 7-jarige kleinzoon uit Frankrijk bij ons aankwam en uit de auto van zijn ouders stapte met de kreet:
J'ai un SEGA!!!
Het riep alleen wat vraagtekens op: wat zou een SEGA kunnen zijn?
SEGA bleek een Franse uitvoering van een spelcomputer te zijn. Het was aanleiding voor mijn vrouw, Anneke, om zich ook bezig te gaan houden met computerspelletjes, ze wilde zo goed ogelijk bijblijven met de moderne tijd. Ze ging met zoon Freerk naar de de stad en kocht Super Mario op een diskette.
'En nu?'
Freerk die dat natuurlijk allang wist, had rustig de confrontatie met de werkelijkheid afgewacht
'Ja, nu moet je nog een console hebben waar je de diskette in kunt doen.'
'Ok.'
De console - in feite een kleine computer - was heel wat duurder dan het spel. Ze werd enthousiast ontvangen door onze kleinzoon, want zijn SEGA werkte niet op onze televisie.
Ter toelichting: SuperMario moet om in het spel verder te komen een aantal hindernissen overwinnen en als dat gelukt is gaat hij naar niveau 2 waar een soortgelijke hindernisbaan is uitgezet. Het is allemaal een kwestie van oog-hand coördinatie: als het gevaar nadert, of als er punten te verdienen zijn, moet Mario springen.
En terwijl onze kleinzoon met zijn zeven jaar van niveau naar niveau sprong en rende, bleef Anneke steken op niveau 1. Ze slaagde er niet in de eindstreep te halen.
Een ding is duidelijk: Met de leeftijd gaat het vermogen om snel te reageren op bewegingen achteruit. Er is niet veel zo ontluisterend als te proberen het leervermogen van je kinderen of kleinkinderen te evenaren.
Je kunt het ook anders zeggen: voor volwassenen is de leercurve voor computerspelletjes (maar daar niet alleen; hebt u al eens geprobeerd Memory te spelen met uw kleinkinderen?) veel en veel steiler dan voor kinderen.

Mijn gedachten gaan terug naar de jaren tachtig (ja, van de vorige eeuw). De personal computer was net ingevoerd. Een hele verandering vergeleken met de al dan niet elektrische schrijfmachine.
Ik beschikte over een apparaat met een geheugen van 256 kB (k van kilo, oftewel 1000 en B van Byte, de eenheid waarin geheugen wordt uitgedrukt. Een Byte is 8 bits en ieder bit heeft twee mogelijkheden 0 of 1. Met een Byte kun je, voor een tekst verwerker, 128 tekens weergeven).
Zo'n computer kon met een tekstverwerker werken die slechts beperkte mogelijkheden had. maar we gingen dapper aan het werk. Iedereen kreeg een pc en doorliep de leercurve die nodig was om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Een van de eerste dingen waaraan je moest wennen bij de tekstverwerker was dat je niet aan het eind van de regel hoefde aan te geven dat een nieuwe regel begon. Dat regelde de machine voor je. Als je in die tijd de teksten zag die via de computer uit de printer kwamen dan bleek iedere regel een einde regelcode te bevatten, zoals dat op de schrijfmachine gebeurde: na iedere regel werd de wagen terug gehaald. In de nieuwe situatie betekende een einde regelcode dat een nieuwe alinea begon.
 
Een jaar later bleek die computer met een geheugen van 256 kB volstrekt verouderd. De nieuwe versie met een geheugen van wel 512 kB, bezat een tekstverwerker met meer mogelijkheden; het was bijv. mogelijk standaard brieven te maken met ruimte voor namen en adressen. Om dat handig toe te passen moest je eigenlijk gebruik kunnen maken van een adresbestand. Daarvoor bleek het rekenblad (beter bekend als spreadsheet) uitermate geschikt. Door deze nieuwigheden moest het tekstverwerkingsprogramma een wat andere indeling hebben. De leercurve die iedereen door moest was nu iets minder steil. Een aantal dingen was nu immers al bekend.

En zo, terwijl de mogelijkheden van de computer snel groeiden met zijn grotere opslagmogelijkheden, betere grafische mogelijkheden en zijn betere mogelijkheden op het gebied van muziek, bleek men naast zijn werk ieder jaar weer een nieuwe leercurve door te moeten, want ondertussen verdwenen de oude mogelijkheden geleidelijk.
De schrijfmachine is nog maar heel moeilijk te krijgen, de cassette recorder is verdwenen, het rolfilmpje is er niet meer. De gramofoonplaat vind je niet meer terug en inmiddels is de videorecorder een artikel voor de antiquair. Wie nu nog zijn oude hobbies wil beoefenen moet iedere keer weer een leercurve doorlopen.
Niet iedereen houdt die race vol. Zo deed onze fietsenmaker zijn rijwielzaak over aan zijn zoon, mede omdat de omscholing naar de digitale elementen in de nieuwe fietsen hem te zwaar werd. En veel collega's stapten uit het proces van voortdurende her- en bijscholing in de hoop dat het hun tijd wel zou duren.
Helaas. In deze periode zijn er cursussen voor mensen die zich genoodzaakt voelen over te stappen op het gebruik van tablet of smartphone. 
Een nieuwe generatie zit daar niet mee. Die treft een stand van de techniek aan alsof die nooit zal veranderen.
Maar die nieuwe generatie weet ook een aantal dingen niet - of is zich daar nauwelijks van bewust....

  
    

vrijdag 29 september 2017

Ideeën en de werkelijkheid

Er is alle aanleiding om de oorsprong van de westerse beschaving te zoeken in het gebied rond de Noordzee. Hier zien we hoe vanaf de 8e eeuw de handel tussen de Lage landen (met name Vlaanderen), Engeland, het Oostzee gebied en (via de grote rivieren) het Byzantijnse rijk de groeiende welvaart in Noordwest Europa veroorzaakte en onderhield. Het is alleszins aannemelijk dat langs deze route ook informatie naar het Noordwesten vloeit over kennis en opvattingen van klassieke Griekse schrijvers en denkers.
De technische ontwikkeling ging ook in de 8e eeuw door met bijv. de invoering van de halster en stijgbeugel, waardoor uiteindelijk paarden meer geschikt werden zowel voor landarbeid als voor de oorlogsvoering, met de introductie van de ijzeren ploeg die de de opbrengst van de landbouw verhoogde, terwijl watermolens een grotere rol gingen spelen bij de energie­voorziening. De verbeteringen in de scheepsbouw (bij Friezen, Denen en Vikingen) maakten het mogelijk om grotere reizen te doen en zwaardere vrachten te vervoeren.
De gevolgen waren duidelijk: de mens werd in toenemende mate onafhankelijk van de grillen van de natuur. De voedselproductie steeg boven het niveau dat noodzakelijk was voor het bestaansminimum. Er ontstond een steeds grotere diversiteit in beroepen heel nadrukkelijk bijv. in de textielindustrie. We kunnen ook zien hoe in de loop van de 9e eeuw het economisch zwaartepunt geleidelijk verschoof naar het westen.
Met de groeiende welvaart ontstond ook meer ruimte voor de bedenkers van de ideeënwereld. Er was ruimte voor mensen die zich niet noodzakelijk bezig hoefden te houden met de productie van de welvaart waarvan zij genoten. De ideeënwereld en reële wereld groeiden geleidelijk uit elkaar. Daarmee was men in Europa ongeveer weer terug in de situatie die ons is overgeleverd uit de Griekse tijd. Vrije mannen discussieerden over de wereld, waarvan de realiteit werd ingevuld door slaven. Er was een (toch niet onbelangrijk) verschil, in Europa werd de reële wereld ingevuld door vrije boeren en vrije ambachtslieden. Deze vrije boeren en ambachtslieden stuwden geleidelijk de technische ontwikkeling.
In de 18e eeuw was de afstand tussen ideeënwereld en reële wereld zover gegroeid dat mensen als Rousseau en Voltaire volstrekt tegenovergestelde ideeën ontwikkelden over een betere toekomst voor de maatschappij. Het lijkt erop dat de Verlichtingsideeën van Voltaire, c.s. aanvankelijk de overhand hadden.
Op zich niet zo gek: want de technici bouwden door aan het gebruik van de materie. En dat ging steeds met stappen die passen in of die beantwoorden aan wat de Verlichting denkers rationeel noemden. De conclusie is duidelijk: rationaliteit zou de antwoorden geven voor alle vraagstukken van de maatschappij. Eigenlijk zou de maatschappij dus geheel op rationele wijze moeten worden ingericht. Wetenschap en techniek verschaften het paradigma voor de komende tijd. Meten is weten. Meten, analyseren, experimenteren, het gebeurde op elk terrein, tot en met de de mens en zijn hersens toe.
Er zit een kleine maar wel fatale misvatting in de redenering. Men redeneert alsof de maatschappij en de techniek twee afzonderlijke zaken zijn. Maar techniek en mens vormen samen de maatschappij. Zij zijn een geheel. In iedere analyse van de maatschappij moeten dan ook de mens en de technologie waarover hij beschikt in de maatschappij waarin hij leeft gezien worden als een geheel. De acties van de mens zijn steeds actie in en met de beschikbare techniek.
We moeten bij deze beschouwing een paar dingen in aanmerking nemen. Het is de aard van de westerse maatschappij die maakte dat hier een snelle (in vergelijking met andere delen van de wereld) technologische ontwikkeling plaatsvond. Die aard kan men omschrijven als een maatschappij bestaande uit een aantal autonome landen die elkaar eeuwenlang naar het leven stonden, maar ook met elkaar concurreerden en desondanks op wetenschappelijk en technisch gebied intensief informatie uitwisselden. Bovendien een maatschappij die in zich expansief was en is en bij voorkeur haar macht gebruikte om haar wil aan anderen op te leggen. Daardoor groeide die maatschappij als een technologische (en daarmee militaire) grootmacht. Het was de interactie tussen de landen die tot de westerse maatschappij werden gerekend die de snelle groei mogelijk maakte. Gevolg is dat er aan het eind van de 19e eeuw een eerste vorm van globalisering plaats vond waarbij de technologisch minder ontwikkelde landen plotseling geconfronteerd werden met de producten van een andere wereld die de moderne wereld werd genoemd. Het werd een periode van machteloze woede en verontwaardiging die leidde tot conflicten en aanslagen.
Zoals gezegd gaf de welvaart van de westerse wereld ook aanleiding tot steeds verdergaande specialisatie. Er kon een hele groep disciplines ontstaan die na hun vroege jeugd nooit meer in aanraking kwamen met de voortbrengselen van de technische mens. Als zij wel uit hun isolement in de moderne tijd terecht kwamen, ontstond ook een schokervaring, door Toffler zeer adequaat aangeduid als future shock. De future shock zien we bij voorbeeld bij intel­lectuelen aan de rand van de typisch westerse wereld, zoals Oost Europa. Dostojewski bijvoorbeeld en Heidegger. In hun onvermogen in te stappen in de moderniteit richtten zij hun pijlen op de ideeën wereld die naar zij dachten aan de moderniteit ten grondslag, de wereld van de Verlichting: het rationalisme. Door de ratio te betwisten schiepen ze minstens verwarring bij vakgenoten die net zoals zij de feitelijke technische ontwikkeling slecht bij tussenpozen en oppervlakkig ontmoetten. Daardoor kan Tinneke Beeckman constateren dat het postmodernisme de democratie om zeep bracht. Dit lijkt niet geheel terecht. Zoals Zimmerman al in de jaren zestig van de 20e eeuw zei: de automatisering bracht niet zozeer de zijden kousen naar de elite maar zorgde ook voor de nylonkousen van de arbeidersvrouw. En nu in een periode waarin iedereen lijkt te beschikken over een smartphone, een auto en een reisgids voor de noodzakelijke vakantiebestemmingen is het duidelijk dat de technologie democratiserend werkt. Daar komt bij dat er een toenemend wantrouwen lijkt te groeien ten opzichte van kennis en wetenschap. Illustratief is een tv-programma waarin leken het opnemen tegen gediplomeerde artsen en een redelijke kans maken een beter resultaat te hebben bij het stellen van diagnoses. Vervolgens blijkt de ongeletterde bevolking in staat de president te verkiezen van de VS. Democratisering: niet in de ideeënwereld maar in de reële wereld.

Discussies in de ideeënwereld gaan natuurlijk gewoon door. En ondertussen is de techniek zo ver gevorderd dat ze denkprocessen kan nabootsen. Met de vastgeroeste idee dat het gaat om de mens. Als men de techniek niet ziet heeft men niet in de gaten dat het gaat om de mens én zijn techniek.     

donderdag 31 augustus 2017

Brexit?

De teerling is geworpen. Het besluit de Europese Unie te verlaten was in Groot Brittannië gebaseerd op een referendum. Een raadpleging van het volk dus en democratisch want gebaseerd op de gedachte de meerderheid plus 1. Veel groter was de meerderheid ook niet. En als de berichten uit de pers juist waren, waren de gangmakers van Brexit zelf geschrokken van het resultaat en de te verwachten gevolgen. Ze waren dan ook niet bereid de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het vervolg. Te laat bedachten de organisatoren dat een meerderheid van een stem toch wel erg mager was voor een dergelijk besluit.
 Een petitie om het referendum te herhalen kreeg een aanzienlijk aantal (ca 3 miljoen) steunbetuigingen. Volgens de petitie zouden de Brexit voorstanders tenminste 75% van de stemmen moeten halen.
Verder bleek dat het vooral jongeren waren die tegen het besluit waren, omdat zij een toekomst beter gegarandeerd zagen in de EU dan daarbuiten.

Maar besluit is besluit in Groot-Brittannië en herbezinning is onmogelijk, dus trad Cameron af en bij gebrek aan andere kandidaten nam Theresa May het stokje over. Nu had May zich uitgesproken tegen Brexit, haar bereidheid de uitslag van het referendum voor haar rekening te nemen was dus op zijn minst curieus. Maar ze had de wind mee: de peilingen gaven de conservatieve partijgenoten van May een forse meerderheid. Ze moest die alleen mobiliseren in het parlement. May moest er rekening mee houden dat verkiezingen op een later tijdstip minder gunstig zouden vallen en dat een forse meerderheid bij de Brexit onderhandelingen haar positie zou verstevigen.
Ze besloot dus tussentijdse verkiezingen te houden. Die leidden tot een flinke tegenvaller: ze verloor haar conservatieve meerderheid. De uitslag leek duidelijk aan te geven dat een groot aantal kiezers zich aardig genaaid voelde door de enthousiaste Brexit verkopers. Ook deze ervaring gaf echter geen aanleiding voor een moment van bezinning. Uiteindelijk was het besluit al toegestuurd aan de Europese Commissie: er moest en er zou nu uitgetreden worden.
Maar wat verwachtte May eigenlijk? Dat de Europese Unie zou staan juichen dat Groot-Brittannië uit wilde stappen? En dus als vanzelf met een zachte Brexit zou instemmen? Waarom eigenlijk?
Ondertussen werden ook in Frankrijk verkiezingen gehouden en daar bleek dat de meerderheid van de Fransen weinig bereid was het voorbeeld van Groot-Brittannië te volgen. Macron kreeg een onverwacht grote meerderheid achter zich. Niet omdat hij zelf zo populair was, maar hoofdzakelijk omdat hij een alternatief bood. En... Macron kondigde aan dat hij de Europese Unie wilde hervormen. Daar was op zich wel aanleiding voor. In de structuur van de Unie was een aantal regelingen terecht gekomen die leidden tot zeer onevenwichtige resultaten.
Je zou dus zeggen: alle reden om het Britse standpunt nog eens te overwegen en samen met Frankrijk een koers uit te zetten die zou kunnen leiden tot meer of minder ingrijpende hervorming van de Europese Unie. Nu is samenwerking tussen Groot-Brittannië en Frankrijk in de laatste vierhonderd jaar alleen mogelijk gebleken tijdens de twee wereldoorlogen en dan nog alleen om het Duitse gevaar tegen te houden. Dus samenwerking tussen May en Macron lijkt niet iets dat vanzelf zal gaan, maar toch...
Stel dat ze zouden kunnen samenwerken, dan zou wellicht voor Groot-Brittannië zelfs een zachte Brexit mogelijk zijn. Als je er even over nadenkt is de zachtste Brexit die je kunt bedenken er een zonder uittreden. 
            

zondag 20 augustus 2017

Moderne tijd vroeger

Onder de kop: 'Deze straat is puur goud' geeft het Financieel Dagblad op 19 augustus een grote foto van de Knowledge Mile. De knowledge mile blijkt een stuk te zijn van de Wibautstraat in Amsterdam. Ik zou het artikel na oppervlakkig scannen vermoedelijk zonder meer opzij hebben gelegd, maar ik werd getroffen door het zinnetje: 'En recht tegenover zijn (zijn verwijst naar decaan Geleyn Meijer van de Hogeschool van Amsterdam, HvA) raam de hoge stalinistische gevel van het Kohnstammhuis, waar ooit de Belastingdienst in zat.'

Mijn gedachten gaan terug naar (ik denk) 1952. Ik zat op de HBS (de derde vijf) aan de Mauritskade en bezocht het nieuwe kantoor van mijn vader. Mijn vader werkte voor de accountantsdienst en had zijn kantoor tot die tijd gehad in het Oost-Indisch huis, het vroegere hoofdkantoor van de VOC.
Ik had hem daar ook wel eens bezocht, maar heb slechts vage beelden van het gebouw, dat naar mijn herinnering was uitgerust met wat een Jacobsladder werd genoemd, een ketting van open liftcabines die permanent ronddraaide. Als je met de lift naar boven of naar beneden wilde hoefde je slechts te wachten tot de vloer van een cabine ongeveer gelijk was met vloer van de etage waar je je bevond.

Mijn vader toonde me vol trots de inrichting van het nieuwe kantoor dat was uitgerust met een gewone lift. Hij liet me zijn nieuwe kantoor zien en de moderne kantine op de bovenste etage, met schilderijen van de moderne abstracte kunst. Ik kan me herinneren dat mijn vader met de hem eigen lichte ironie raadde naar de betekenis van dat wat afgebeeld stond en waarvan hij probeerde te raden wat het voorstelde.
Vanaf de bovenste verdieping van dat kantoor, waarvan ik toen niet wist dat het het Kohnstamm huis was, hadden we een prachtig uitzicht over de nog vrijwel lege Wibautstraat. In de verte konden we over de spoorlijn die naar het Muiderpoortstation ging het Amstelstation zien.

Vanaf dat nieuwe kantoor - dat nu dus als stalinistisch wordt beschouwd, maar tijden veranderen - kon mijn vader tijdens zijn middagpauze een korte wandeling maken naar het Oosterpark. Het Oosterpark grensde aan onze HBS en werd in die tijd ieder jaar gebruikt voor de Oosterparkloop. In 1953 liep ik ook mee met die wedstrijd (over een afstand van ongeveer 2 km) en mijn vader kwam met een collega kijken. Ze waren niet erg onder de indruk, ik eindigde ergens achter in het peloton.

Hoewel mijn vader een voor die tijd encyclopedische kennis had werd de Wibautstraat toch niet gezien als een kennis straat bij uitstek, maar de HvA was er toen ook nog niet gevestigd.      

vrijdag 18 augustus 2017

Publiciteit

Men kan denken van Trump wat men wil - en laat ik duidelijk zijn: ik vind hem een ramp voor de V.S. - men kan er nauwelijks om heen dat hij erin slaagt dag in dag uit in het nieuws te komen. Daarbij volgt hij het in de politiek niet ongebruikelijke mantra: het geeft niet wat ze over me zeggen, als ze maar over me praten.
Publiciteit krijgen en publiciteit houden, Trump is er een meester in.
Zijn uitspraken zijn weinig samenhangend en getuigen van weinig kennis van wat dan ook anders dan het promoten van Trump. De waardering voor zijn werk als president is laag (lager dan van enige president na de oorlog op dit punt in zijn presidentschap), maar hij heeft desondanks een opmerkelijke stabiele groep aanhangers die vindt dat hij het goed doet.
Publiciteit is alles als je je ideeën wilt verspreiden. Publiciteit lijkt dan ook het enige wat televisie makers, krantenmakers interesseert. Dankzij het ongeremde gedrag van Trump is extreem rechts in de VS dan ook weer ruimschoots in de publiciteit geweest.
Ook IS is een meester in het bespelen van de media en maakt dankbaar gebruik van de gratis publiciteit, want hoe walgelijk de ideeën van deze groep ook zijn, ook hij slaagt er in iedere keer in de aandacht te trekken. En dan vooral in negatieve zin door aanslagen. De beste aanslagen zijn die waarbij veel doden vallen.
Die leveren immers de meeste publiciteit. Ik kan me dan ook voorstellen dat aanhangers van IS ademloos aan de buis zijn gekluisterd als er weer een aanslag is gepleegd. Het effect is hoger als een aanslag terroristisch kan worden genoemd (want terroristische aanslagen zijn erger dan andere), er meer doden zijn gevallen en de aanslag - al dan niet terecht - is geclaimd door IS.
De televisie geeft deze publiciteit alle ruimte: alle zenders nemen het nieuws over. Verslaggevers hijgen ademloos achter de gevolgen van de aanslag aan. Hoeveel doden zijn er al geteld? Kunnen we niet nog een paar beelden presenteren van hoe erg het was? Beelden met slachtoffers op de straat bijv. en uitgebrande auto's die doen het ook goed.
Liefst een stukje interview met een slachtoffer om de kijker mee te laten gruwelen van de chaos de pijn en het verdriet.
Weten we al wie de dader(s) was (waren)? Wat weten van die man?  We schakelen met de verslaggevers mee heen en weer van de plaats van de ramp naar de politie en de slachtoffers.  Is het aantal doden al toegenomen? Dan weer terug naar de commentatoren, etc.
Moet dit zo? Ik was opgelucht toen Le Monde besloot voortaan niet meer de namen te noemen van de aanslagplegers: ze werden anders onnodig tot helden gemaakt. Het lijkt mij dat een wat minder op sensatie gerichte verslaglegging ook mogelijk moet zijn met minder gratis publiciteit voor extremistische groepen. Er vallen immers meer doden; zo is het aantal moorden in Nederland dit jaar hoger dan het vorig jaar en in de Europese Unie vallen ongeveer 25000 doden per jaar, dat is ruwweg 75 per dag. Die vinden hun weg niet of nauwelijks naar de media.
      

vrijdag 21 juli 2017

Innovatie

Op de maandagse markt in Bergues (in Nord/Pas de Calais, Frankrijk) lopen we met zijn zessen langs de verschillende kramen, alle zes met een verschillende interesse, maar ook min of meer intuïtief op elkaar wachtend. Nauwelijks bewust blijf ik staan voor een kraam waar iemand worstjes staat om te draaien. Het duurt even voor ik me realiseer dat het hier niet gaat om de worstjes. Die kramen zijn er ook. Je kunt op de markt hier je maaltijd van de dag gemakkelijk verzamelen. Sterker dat hebben we in het verleden al verschillende malen gedaan. Tussen de kramen met luchtige zomerkleding, vind je hier groente en fruit, kip aan het spit met gebakken aardappelen, kaas en worst in vele variëteiten. Maar daar gaat het bij de kraam waar ik sta niet om. Trouwens de bak waarin de worstjes liggen wordt niet verwarmd en de worstjes liggen niet in de olie.
In feite gaat het om de tang waarmee de worstjes opgepakt worden en in lengterichting gekanteld om dan weer neergelegd te worden. Die tang - typisch zo' n tang voor gebruik bij de BBQ - is een enkelvoudige vier a vijf millimeter gebogen staaf  die aan beide uiteinden voorzien is van een wieltje. De worstjes die opgepakt worden tussen de wieltjes draaien door hun eigen gewicht om, waarna ze met een enkele beweging onderste boven weer neergelegd kunnen worden.
De tang blijkt in drie maten voorhanden en is natuurlijk niet alleen geschikt voor worstjes: je kunt er elke voorwerp mee keren dat je om wat voor reden dan ook liever niet met de hand draait. Een worst, een stuk vlees, een geverfde stok. Je pakt het met deze tang aan een kant vast en door zijn gewicht draait het zwaartepunt vanzelf met de wieltjes mee en hoeps: het voorwerp is omgekeerd.
Dit is innovatie.
Ik realiseer me dat dit gebeurt over de hele wereld, overal zijn mensen die bezig zijn en is er iemand die er naar staat te kijken en denkt: dat kan beter.

Onbedoelde gevolgen

Het heeft naar alle waarschijnlijkheid niets met elkaar te maken. Het bericht van vanmorgen dat Fort Oranje in een maand tijd en na de overname door de gemeente Zundert plotseling tweemaal zoveel bewoners heeft, maar toch kon ik niet verhinderen dat mij gedachten even terug gingen naar een andere gebeurtenis uit 2004 die van het volle aquarium.
De camping Fort oranje is al jaren een doorn in het oog van de gemeente. Het zou een broedplaats zijn van criminaliteit en het onderhoud zou daar al jaren verwaarloosd zijn. Ten einde raad besloot de gemeente dit jaar het beheer over de camping geheel over te nemen, teneinde de camping te kunnen sluiten en op die manier de zaak te saneren. Voor de zeshonderd bewoners zou alternatieve woonruimte worden geregeld.
Tja, en daarmee kwamen de bewoners van Fort Oranje met prioriteit op de lijst van woningzoekenden. Binnen die groep kregen de gezinnen met kinderen nog weer voorrang. Vermoedelijk wilden wel meer mensen met prioriteit op die lijst komen en kennelijk is de solidariteit in de gemeenschap die de camping bevolkt wel zo groot dat men plotseling ook bereid is de kinderen te delen. Het effect is interessant: het bericht van vanmorgen hield in dat de bevolking van de camping da afgelopen maand is verdubbeld. zodat de gemeente nu voor twaalfhonderd inwoners een onderkomen moet zien te vinden, terwijl bovendien het aantal gezinnen met kinderen blijkt te zijn gegroeid: kinderen worden blijkbaar verdeeld over de beschikbare caravans.
Zoals gezegd het heeft er naar alle waarschijnlijkheid helemaal niet mee te maken. In 2004 overleed mijn goede vriend Wouter. Wouter had zijn liefde voor de natuur o.m. uitgedrukt in het bezit en dus beheer van een flink aquarium. Ik denk dat het aquarium wel een meter lang was (en de overige afmetingen waren navenant). Wouter had voor het verversen van het water van het aquarium een ingenieuze installatie aangelegd, die uitkwam op het toilet een verdieping lager. De laatste jaren van zijn leven werd het onderhoud wat belemmerd doordat hij met een herseninfarct ook een belangrijk deel van zijn kennis was kwijtgeraakt. Ook de kennis van de installatie die hij had ontworpen. Na zijn dood zat zijn vrouw - die de liefde voor het aquarium niet deelde - met een probleem. Wat te doen met de vissen en hoe van het aquarium af te komen. Ze besloot in ieder geval maar te beginnen met het voeren van de vissen te stoppen in de hoop dat dan de vissen door voedselgebrek elkaar zouden opeten en uiteindelijk overlijden. En omdat er nog heel wat te regelen viel duurde het enige tijd voor ze weer naar dat aquarium ging kijken. Tot haar grote verbazing was het water bevolkt door een grote hoeveelheid jonge visjes een ware explosie van vis. De verklaring van deze wonderbare visvermenigvuldiging is voor mij wat minder eenvoudig dan die van de plotselinge bevolkingsgroei op Fort Oranje.

woensdag 10 mei 2017

Verleden

In Robot aan het stuur - wat naar mijn gevoel overigens een goed boek is - constateert de schrijver Jochanan Eynikel:
'Zeker op technologisch vlak zijn daar lange tijd nauwelijks wezenlijke veranderingen aan toegevoegd.'
Volgens de schrijver zou een modale burger niet veel verschil merken als hij van 1500 n.Chr. plotseling naar de tijd van 1500 v.Chr zou zijn verplaatst.
Categorische uitspraken als deze roepen bij mij altijd wat vraagtekens op. Is dat nu zo?
Het is een bekend verschijnsel dat steeds weer het gevoel wordt gewekt dat onze tijd bijzonder is. Misschien is dat wel zo. Maar tegelijkertijd zit er iets in van wat mijn vader noemde 'onderschatting van het verleden'. En ook zou ik wel eens iemand willen zien die in staat was een innovatieindex te ontwikkelen: een index die aangeeft het aantal innovaties per 1000 bewoners van deze aarde. Daarbij moet worden rekening gehouden met de beschikbare communicatiesnelheid om vernieuwingen te verspreiden en te delen.
Wat gebeurde er eigenlijk in die 3000 jaar die nauwelijks veranderde?
We zouden kunnen beginnen natuurlijk met de overgang van de bronstijd naar de ijzertijd. Om die overgang mogelijk te maken moest de mens technieken ontwikkelen om erts voldoende te verhitten. Een aantal fundamentele doorbraken die de samenleving grondig hebben veranderd.
Laten we ook eens denken aan de uitvinding van papier, waardoor de verspreiding van kennis met sprongen vooruit kon gaan.
Het is een uitvinding die de vergelijking met de uitvinding van de halfgeleider kan doorstaan.
En laten we eens denken aan de ontwikkeling van de watermolen en later de windmolen waardoor de mens energie kon ontwikkelen die onafhankelijk was van zijn eigen lichamelijke mogelijkheden. Zonder deze vormen van energieopwekking zou er geen elektriciteit zijn geweest. Hoeveel innovaties op het gebied van hout en metaalbewerking waren nodig om een werkend waterrad te fabriceren?
Of denkt men nu dat er iemand zomaar is begonnen aan het bouwen van een watermolen?
Wat te denken van de ploeg, het gareel, de stijgbeugel en het halster? Of de scheepsbouw?

Allemaal innovaties die de wereld veranderden. Allemaal innovaties voor 1500 die geleidelijk de beheersing van de voedsel voorziening verbeterden waardoor de wereldbevolking kon toenemen en de bevolking na 1500 kon beginnen met het veroveren van de wereld.

Wat redelijk zeker lijkt is dat de bevolking op aarde na 3000 v.Chr. is toegenomen. Als de innovatieindex (het aantal innovaties per 1000 bewoners per jaar en per regio met meer dan 10 inwoners per km2) nu eens constant zou zijn gebleven, hoeveel innovaties zouden er dan vandaag de dag moeten zijn om gelijke tred te houden met het innovatietempo van het verleden?
Wat in de hedendaagse beschouwingen over de snelheid van verandering naar mijn gevoel te weinig in rekening wordt gebracht is dat de technische ontwikkeling in het verleden niet alleen betrekking heeft op de handigheid in het maken van energie opwekkende apparaten of machines maar op alle leefgebieden van de mens. Dus ook op de chemie die nodig was om bepaalde kleuren van het schilderspalet te maken. Op het maken van de beste soorten linnen en wol. Op het ontstaan van zijde aardewerk en drukwerk, enz.
Wat deze/onze tijd bijzonder maakt is, denk ik, dat we nu de integratie beleven van al deze technische ontwikkelingen. Het is de tijd van technische integratie. We komen er nu pas achter wat we allemaal aan kennis en kunde hebben verzameld doordat al die technieken worden geïntegreerd in de apparatuur die de mens maakt.
Wat het interessante is dat al die verzamelde en geïntegreerde kennis begint te lijken op de mens: we noemen hem Robot.

zondag 7 mei 2017

Denken

'Weet jij,' vroeg ik aan het meisje dat me koffie kwam brengen, 'wat denken is?'
Ze keek me verschrikt aan, maar herstelde zich onmiddellijk.
'Wat zegt u?'
Ik herhaalde mijn vraag.
'Maar meneer, en dat op de vroege ochtend.'
De vroege ochtend (het was inmiddels ongeveer kwart over tien) is kennelijk geen goede tijd om filosofische vragen te stellen of gesprekken aan te gaan. Ze draaide zich om met het blad in de hand.
'Ik zal er eens over denken,' beloofde ze.
Of dat enig resultaat heeft gehad weet ik niet, want ze heeft het onderwerp niet meer aangesneden. Een vreemde vraag van een vreemde oude  man...

Voor mij was de vraag niet zo vreemd. Ik had zitten lezen in het boek 'Machines die denken'. Een kloek boek weer. Het is me iedere keer een raadsel hoe men er in slaagt, zoveel bladzijden (544) met tekst te vullen. Nu is dit boek een compilatie van een grote hoeveelheid teksten van verschillende schrijvers. Die schrijvers zijn niet zomaar Jan en alleman; velen van hen zijn hoogleraar of wetenschapsredacteur, zoals Steven Pinker die een leerstoel bekleedt aan de faculteit Psychologie van Harvard. Of Nick Bostrom, hoogleraar University of Oxford.
Deze mensen hebben wel een mening. Steven Pinker zegt:
'Om te beginnen hebben we nog tijd genoeg voor een goede planning. AI op een menselijk niveau ligt nog steeds vijftien tot vijfentwintig jaar in de toekomst, en dat was altijd al zo.'
Vooral dat stukje tekst na de komma stelt me voor raadsels.
Maar ook John Markoff (wetenschapsredacteur van The New York Times) heeft duidelijk een mening:
'Niets wijst erop dat we binnenkort over machines beschikken die op een menselijke manier denken, maar er bestaat ook weinig twijfel dat in een wereld waarin alles door internet met elkaar verbonden is de kunstmatige intelligentie weldra veel zal imiteren van wat de mens doet, zowel op het fysieke als op het intellectuele vlak.'

Er is voor mij een klein, maar niet geheel onbelangrijk detail: geen van deze schrijvers neemt de moeite uit te leggen wat eigenlijk denken is. Dat zou ik toch moeten weten wanneer ik een beeld wil krijgen hoe het denken van de mens 'denken op een menselijke manier' verschilt van dat wat een machine doet. Want er is blijkbaar een menselijke manier van denken.
Ik 'denk' vermoedelijk te eenvoudig in die dingen. Alan Turing heeft indertijd een test voorgesteld die wat mij betreft hierop neerkomt: als ik niet kan zien wie ik voor me heb en een probleem aan een mens en een machine voorleg en ik kan niet vast stellen of het antwoord van de mens of van de machine komt, dan 'denken' ze op hetzelfde niveau.
Een praktische uitvoering van de Turing test zou je kunnen vinden in de manier waarop in de afgelopen dertig tot veertig jaar de computer wordt getest in spelsituaties. Stapsgewijs heeft IBM zijn machines uitgeprobeerd in het schaken in Jeopardy! en in Go. Over dit laatste constateert Eynikel:
'Zonder altijd alle mogelijkheden te moeten berekenen - wat een onbegonnen taak is - leerde AlphaGo almaar beter inschatten in welke situaties welke spelbeweging tot meer en minder succes leidt. AlphaGo speelde met andere woorden steeds meer op basis van ervaringen en ... intuïtie.'

Mijn indruk is dat de snelheid waarmee de technologie zich ontwikkelt nog steeds en bij voortduring wordt onderschat, enerzijds omdat men aan de eigenschappen van de mens vaak mystieke kwaliteiten toekent, anderzijds omdat men zich te weinig realiseert dat technische ontwikkeling van de computer niet alleen plaats vindt door mensen die aan computers werken, maar het resultaat is van ontwikkelingen in alle kennisgebieden tegelijkertijd, ontwikkelingen die elkaar beïnvloeden; synergie noemt men dat.
Er is alle aanleiding om aan te nemen dat we niet nog alle tijd hebben, maar dat we al te laat zijn. Om wezenlijk invloed op het toekomstig gedrag van denkende machines te hebben zou er al lang een internationale organisatie bezig moeten zijn die aan de producenten van denkende machines oplegt met welke waarden machines moeten worden geprogrammeerd. Asimov realiseerde zich dat al. Maar sinds we drones inzetten als wapen zijn zijn opvattingen duidelijk achterhaald.

Ik ben eigenlijk benieuwd of dat meisje van vanmorgen nog heeft nagedacht over denken.