maandag 14 mei 2018

Rijk

In het FD.weekend van 12 mei is een katern gewijd aan de mogelijk 'verpletterende' gevolgen van plotseling verworven rijkdom. Mensen die door erfenis of loterij plotseling beschikken over een zeer groot vermogen blijken daarmee niet noodzakelijk gelukkig te zijn.
Sommigen raken gedesoriënteerd, verslaafd aan drank, drugs of seks of vereenzamen, omdat ze niet weten hoe met dat geld om te gaan.
Gelukkig is in onze maatschappij van alles mogelijk. Er zijn dus ook al weer adviesbureaus die zich hebben gespecialiseerd in dit soort probleem gevallen, want 'hoe vermogender de familie, hoe groter de problemen'.
Het verhaal wil dat de eerste generatie het geld verdient, de tweede het beheert en de derde het opmaakt. Dat blijkt niet te kloppen. In vele gevallen is het juist de tweede generatie die het geld alweer opmaakt.
En toch hoopt iedereen op de hoofdprijs uit de lotto of de postcode loterij. Iedereen?
Voor de deur van de supermarkt stond een citroen stationcar Xsara. Hij had ruim 200 000 kilometer gelopen, was APK-gekeurd en werd aangeboden voor € 1250.
'Een koopje', zei ik tegen de man die ik iedere week daar tegenkom.
Hij liep eens om de auto heen, bekeek het interieur en constateerde toen:
'Hmm, kost alleen maar geld. Nee dan ga ik liever op mijn brommertje, dan kom ik overal waar ik wil wezen.'
'Ja, en je vrouw dan?'
'Die gaat mee op dat brommertje, geen enkel probleem. Wat moet ik met zo'n auto voor de deur?'
'Tja en dan moet je nog de verzekering en de motorrijtuigenbelasting...'
'Nee, kost allemaal geld, laat mij nou maar mijn brommertje.'
Zou hij meedoen aan de Postcode loterij?

Technologische ontwikkeling

In de zomer van 1688 beviel de koningin van Engeland van een gezonde jongen. Niets bijzonders zult u zeggen. Maar de (stief) schoonzus van de koningin vertrouwde de zaak niet helemaal. De koningin (Maria van Modena) was inmiddels al vijftien jaar met James II getrouwd en was zijn tweede vrouw.  Ze had voordien alleen maar miskramen en doodgeboren kinderen ter wereld gebracht. En tussen haar laatste zwangerschap en die van 1688 zat ook al weer 6 jaar. Daar kwam bij dat de nieuw geboren prins erfgenaam zou zijn van de Britse troon.
James II was in 1659 in Breda getrouwd met de protestantse, niet adellijke Anne Hyde en had uit dat huwelijk twee dochters overgehouden (Mary en Anne); zijn tweede vrouw was katholiek en dat bleek goed aan te slaan bij James. James werd ook katholiek, een gebeurtenis van geopolitieke betekenis.
De protestanten in Engeland waren daar ook niet erg blij mee.
Uit de correspondentie tussen de beide zussen Mary (die inmiddels in Den Haag zat als vrouw van stadhouder Willem III) en Anne kunnen we afleiden dat Anne het sterke vermoeden had dat het kind een ondergeschoven kind was, mogelijk in de kraamkamer binnengebracht in een beddenpan. haar argwaan werd versterkt doordat ze gedurende de zwangerschap nooit bij haar schoonzus werd toegelaten terwijl die zich aan het kleden was. Bovendien kwam het kind plotseling ter wereld terwijl Anne een paar dagen weg was. De argwaan bleef niet beperkt tot Anne. De geruchten waren zo veelvuldig dat James II een speciale bijeenkomst belegde waarin meer dan veertig edelen uit de naaste omgeving verklaarden dat het kind echt van Maria van Modena was. DNA testen waren toen nog niet mogelijk. DNA bestond in die tijd nog niet.

In 2018 kreeg ik een achterkleinzoon, waarvan al tijdens de zwangerschap was vastgesteld dat er een kleine afwijking in het hart was. Het kind kwam 'gewoon' ter wereld, zij het dat de bevalling plaats vond in h et ziekenhuis in Calais en dat de cardioloog binnen een uur na de geboorte aan de wieg stond. De ouders weten dat het in het eerste half jaar in Parijs zal worden geopereerd. Het kind zal daartoe per helikopter van Calais naar Parijs worden vervoerd.
Een wereld van verschil tussen beide geboorten. Het is een verschil dat ook de democratiserende werking van de technische ontwikkeling laat zien.

woensdag 28 maart 2018

Kan het ons eigenlijk wat schelen?

Het is op het ogenblik wel vrijwel zeker: vanuit Rusland zijn pogingen in het werk gesteld om de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden met als gevolg dat Trump is gekozen als president.
Het feit op zich wordt nauwelijks meer tegen gesproken, de vraag is nog hoe sterk was de invloed?
De openbare aanklager Muller zal dat wel uitzoeken.
Het lijkt erop dat ook het Brexit referendum anders had kunnen aflopen. Het lijkt er op dat Cambridge Analytica met Big Data van o.m Facebook ook dat proces heeft beïnvloed.
In beide gevallen (Amerikaanse verkiezingen en Brexit) waren de marges maar klein. En in beide gevallen was de uitkomst niet verwacht en slechts door een enkeling voorspeld.
Maar wel bleek dat de pogingen de stembusuitslag te beïnvloeden niet waren beperkt tot de VS en het UK. Volgens de berichten werden dezelfde trucs uitgehaald of gepland voor andere verkiezingen in andere landen.
Het lijkt duidelijk: het internet heeft behalve grote voordelen ook wat bezwaren. Die bezwaren zitten met name in het onvoldoende gevoel voor veiligheid bij de gebruikers.
In BNDeStem van vanmorgen is het een openingsartikel: Roep om stemcomputer kansloos.
Het blijkt dat er in enkele gemeenten wat onregelmatigheden hebben plaatsgevonden tijdens de verkiezingen voor de gemeenteraden.
De burgemeester in Bergen op Zoom wil daarom terug naar de stemcomputer. Ik kan me die verzuchting van de burgemeester wel voorstellen. Ik heb - zij het lang geleden - wel meegewerkt op stembureaus. Bij een lage opkomst is het de hele dag wachten op de kiezer. En dan: na sluitingstijd de stress om de stembiljetten te ordenen en te tellen, en vooral de tellingen te controleren en de uitslag zo snel mogelijk doorgeven. En de burgemeester is uiteindelijk verantwoordelijk voor de goede gang van zaken in de stembureaus. 
Voor dat soort situaties is de stemcomputer een uitkomst. Zodra de deur achter de laatste kiezer is gesloten, druk je op de knop en rolt de uitslag uit de machine. En als je de machines nu aan elkaar koppelt, hoef je ook niets meer door te geven: het regelt zich vanzelf.
Maar dan: hoe zat het ook alweer? We hadden toch een tijdlang stemcomputers? Waarom hebben we die toen ook al weer afgeschaft? Was het niet omdat de controle op de uitslag niet werd vertrouwd? Was het niet omdat toen werd beseft dat de computer manipuleerbaar was?
Zoals gezegd: Ik kan me de verzuchting van de burgemeester wel voorstellen. Maar ik lees in hetzelfde artikel dat ook de VNG (de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) vindt dat de stemcomputer maar weer moet worden ingevoerd. Argument: het spaart arbeidsuren.
Weet ook de VNG niet meer waarom we met de hand moeten stemmen? 
Het geeft mij het gevoel: we lezen niets, we horen niets en we zien niets. Of het groeit ons boven het hoofd en we kunnen het niet meer overzien. Of: 
De veiligheid van onze democratie interesseert ons helemaal niets.
Arbeidsuren uitsparen dat is belangrijk.
Over de vreugden van het internet: Het aantal pogingen om via het internet mensen te plukken neemt hand over hand toe. Wat blijkt: mensen worden opgebeld door iemand die zich voordoet als vertegenwoordiger van Microsoft met de smoes dat er iets in de software niet goed is. En aangezien mensen meestal goed van vertrouwen zijn geven ze de 'persoon van Microsoft' toegang tot hun computer en laten hun bankrekeningen leeghalen.
Voorwaar een lucratieve bezigheid. Alleen niet voor de slachtoffers.
O ja, een artikel over deze vorm van diefstal stond of staat in dezelfde aflevering van BNDeStem. Er wordt geen verband gelegd tussen de verschillende fenomenen. En terecht toch?
Diefstal is iets anders dan gedragsbeïnvloeding, nietwaar?
In de VS heeft Zuckerberg zich bereid verklaard zich te verantwoorden voor het congres voor het misbruik van Facebook. De rel rond Facebook heeft er al toe geleid dat een aantal rijke klanten zijn rekening heeft opgezegd. Hoe ziet u dat? In mijn omgeving ken ik nog niemand die dat voorbeeld heeft gevolgd.
Weet u: de laatste tijd moet ik iedere keer weer denken aan Waterschapsheuvel. Kent u het verhaal nog?
Kan het ons eigenlijk wat schelen?
 

zaterdag 24 maart 2018

Een oude man

Het lijdt geen twijfel. Ik ben een oude man, voor velen misschien wel een vieze oude man, maar daarover wil ik vandaag geen discussie voeren.
Het eigenaardige van het feit dat je een oude man bent (voor oude vrouwen geldt dat trouwens evenzeer) is dat je verleden zo lang is. En dan kan het gebeuren dat er beelden bij je boven komen met het gevoel: er was toch... Zo belde mijn moeder een keer op toen ze 94 was (naar aanleiding van een discussie in het zorg centrum waar ze verbleef) met de vraag:
'Er was toch in het begin van de twintigste eeuw ook een periode dat we zomer en wintertijd hadden? Kijk dat eens voor me na.'
Ik keek en ze had gelijk. In 1916 werd ook in Nederland de zomertijd ingevoerd.
Dat gevoel van er was toch overkomt me tegenwoordig ook zo nu en dan als ik boeken van deze tijd lees.
Zo'n gevoel krijg ik ook als ik het boek van Thierry Baudet (De aanval op de Natiestaat) lees. Thierry betoogt dat de Europese elite vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw met een groot complot bezig is de natiestaat te ontmantelen. Dat kan natuurlijk al geloof ik niet zozeer in een dergelijk complot. Daarvoor is de politiek ter wisselvallig. Maar ik mis in het betoog wel iets.
Wat ontbreekt is de politieke, economische en militaire situatie(s) die bestonden in die tweede helft van de twintigste eeuw.
Toen in 1945 de oorlog met Duitsland eindigde, werd Duitsland verdeeld in vier bezettingszones, een Amerikaanse, een Russische, een Engelse en een Franse.
In die tijd werd de communistische dreiging in Nederland nog serieus genomen, er werd een nieuwe verdedigingslinie aangelegd: de IJssellinie. En voordat ik in 1964 een baan aan kon nemen bij het Rijk moest ikzelf en mijn hele familie onderzocht worden op communistische sympathieën. Toen ik in 1958 voor de eerste keer in de VS zou komen kreeg ik van mijn baas het dringende advies om in mijn paspoort niet te laten zetten dat ik geen kerk aanhing. Mijn identiteit werd bij binnenkomst in de VS vastgelegd op een formulier met een afdruk van alle tien mijn vingers. Van deze politieke werkelijkheid vinden we bij Baudet geen woord terug.
Van de militaire situatie met de wapenrace tussen Rusland en de VS die zijn hoogtepunt vond in de Cuba crisis (ik kan me nog het gevoel van opluchting herinneren, ik voer  toen in de Caraïbische Zee, toen Rusland besloot zijn raketten van Cuba terug te trekken.) vinden we bij Baudet niets terug. Die militaire werkelijkheid bracht onder meer met zich mee dat het nog in 2005 nieuws was dat Amerika een aantal Amerikaanse bases in Duitsland sloot.   
Ook van de val van de Muur tussen Oost- en West-Berlijn lijkt Baudet geen weet te hebben, noch ook van het feit dat met die val opnieuw een nieuwe politieke realiteit ontstond met onder meer de vraag hoe wordt de relatie tussen Frankrijk en Duitsland zou moeten worden, hoe gaan we om met die landen die plotseling het gevoel kwijt waren onder de druk van Moskou te leven. 
Voor Baudet lijkt het woord staat een abstracte, juridische werkelijkheid ontstaan ergens in de 17e eeuw toen een goed kanon een kogel over een afstand van 3,5 km kon laten inslaan. Het lijkt erop dat voor Baudet de wereld sindsdien niet veranderd is en dat dat dus ook geen gevolgen heeft voor zijn beeld van het begrip staat.
Tegenover het boek van Baudet over de Aanval op de Natiestaat (2012) staat het Engelse boek van Alan S. Milward The European Rescue of the Nation State (2000). (Hoe Europa de Natiestaat Redde) dat wel ingaat zowel op de feitelijke omstandigheden in Europa als op de ontwikkeling van het begrip staat. (dit boek wordt niet genoemd in de bibliografie bij het boek van Baudet.)
Het grote vergeten van het verleden vinden we niet alleen bij Baudet. In The Dumbest Generation betoogt Mark Bauerlein dat de algemene kennis van de wereld bij de Amerikaanse jongeren onrustbarend afneemt met name door het toenemend beeldscherm gebruik. (computers, tablets, games, televisie). Misschien een demonstratie van zijn observaties vinden we bij Koen de Leus (Winnaarseconomie):
'Gedurende meer dan vijftigduizend jaar modderden de mensen maar wat aan en konden ze amper in levensonderhoud voorzien.'
Inderdaad het wereldbeeld van een onbenul.
En dat komt allemaal voorbij als je ouder wordt. 


maandag 12 maart 2018

Democratie

Tegelijk met de stempas viel ook de Verkiezingskrant 2018 in de bus. In de Verkiezingskrant presenteren 14 politieke partijen zich voor de verkiezingen die over een goede week moeten plaatsvinden.
Ik zeg veertien maar helemaal zeker ben ik er niet van. Want op een van de bladzijden staat een presentatie van Surplus. Is dat ook een politieke partij? Het zal wel niet. Maar de advertentie is van dezelfde grootte is als de advertenties van de politieke partijen.
In de advertentie van de Bredase Stadspartij lees ik dat er steeds minder Bredanaars de moeite nemen om hun stem uit te brengen. Bij de verkiezingen van 2010 en 2014 was dat nog maar 48,1% resp. 47,9% van de kiesgerechtigden. Met getallen kun je goochelen. Toen ik in 1970 in Breda kwam werden ook verkiezingen gehouden. Het waren de eerste gemeenteraadsverkiezingen na het afschaffen van de opkomstplicht. De opkomst in Breda was toen ongeveer 54%.
Maar de bevolking van Breda was toen ongeveer 120 000 tegen nu ongeveer 180 000. Het is dus maar de vraag of het aantal opgekomen kiezers sindsdien wel zoveel kleiner is geworden. Het is ook maar de vraag of het erg is. Een hoge opkomst betekent meestal dat er iets erg mis is. Misschien dat een opkomst van ongeveer 50% wel een aanwijzing is dat de burger relatief tevreden is over zijn bestuur.
Wat willen veertien partijen voor Breda?
Om te beginnen bij de laatste partij in deze verzameling: de Stadspartij is voorstander van de direct gekozen burgemeester, referenda en een betere weerspiegeling van de samenleving in de gemeenteraad. Dat betekent vermoedelijk dat de huidige vertegenwoordiging niet goed is of niet goed genoeg. De stadspartij vindt dan ook dat menswaardige zorg een recht is dat alle inwoners toekomt.
50Plus, dat zich solidair verklaart met jong en oud, wil dat voor zorgtaken bestemd geld uitsluitend aan die zorg wordt besteed en niet wordt ingezet voor andere doelen.
Zorg is een belangrijk punt voor alle partijen die daarmee aan willen geven ook sociaal met de inwoners mee te denken. Begrijpelijk, want iedereen merkt dat de zorg een steeds groter aandeel van de begroting opslorpt.
Maar afgezien van de zorg blijken alle politieke partijen het beste voor te hebben met Breda. En dat doet een mens goed. Maar noch uit de Verkiezingskrant, noch ook uit het verkiezingsdebat dat een week werd gehouden was er veel veel verschil te bespeuren tussen de partijen. Hetgeen vermoedelijk betekent dat het ook niet veel uitmaakt op welke partij je stemt.
Ik hoor wel eens mensen die vinden dat het grote aantal partijen de dood in de pot is voor de democratie. Ik kan die opvatting eigenlijk niet delen.
Goed beschouwd zouden verkiezingen waarin 39 partijen de 39 zetels van de Bredase gemeenteraad de meest democratische afspiegeling zijn van de bevolking denk ik. Als je het aantal zetels nog wat uitbreidt en rekening houdt met de lage opkomst kom je met de raadsvergaderingen al gauw in de buurt van een referendum. En sommige partijen noemen zich daar een groot voorstander van. Directe democratie.
Vroeger spraken we over die directe democratie wel als over de bekende Poolse landdag.


Een boek

Zaterdag; de eerste dag van de boekenweek. Ik sta bij de kassa van de boekhandel. Aan het eind van de middag zal er nog een boekpresentatie plaatsvinden door mijn docent creatief schrijven. Die mag ik natuurlijk niet missen.
Maar nu vraag ik naar het boek dat Anneke opgegeven heeft. De verkoopster zegt nadat ze het internet overhoop gehaald heeft:
- Dat boek hebben we niet in voorraad en het is ook niet meer in de handel.
Ik zeg quasi wanhopig:
- Hoe moet dat nu? Zo kan ik toch niet thuis komen?
Achter me hoor ik een gelach. Als ik me omkeer legt een vrouw van zekere leeftijd haar hand vertrouwelijk op mijn arm en zegt:
- Ik heb nog zo'n  tas met boeken die weg moeten.
Ze wijst met haar handen een onmogelijk grote tas aan. Zelf heeft ze het boek dat ze net heeft verworven als een schat tegen zich aan gedrukt. Mazzeltov, een verhaal over een orthodox Joodse familie in Antwerpen.
- Ja, zegt de vrouw en laat me haar aanwinst zien, dit boek moest ik hebben.
Ze kijkt me aan, een tengere vrouw met beige-achtige kleding. Ik vind het moeilijk haar leeftijd in te schatten. Maar het schatten van leeftijden wordt naar mijn gevoel toch steeds moeilijker. Dat kan aan mijn leeftijd liggen, waardoor ieder ander steeds jonger lijkt. Het kan ook aan de maatschappij liggen die voortdurend bezig is mensen gezonder en jonger te laten zijn.   
- Iedereen ziet me aan voor een Jodin, zei ze lachend.
- Dus daar wilde ik wel eens een bewijs van hebben. Met mijn zusje die een paar jaar ouder was, maar nu al weer een tijd overleden ben ik aan het zoeken geweest. We kwamen in Antwerpen. Zie je mijn vaders naam is wel Nederlands of Vlaams, maar mijn moeders naam zou afkomstig kunnen zijn van Cohen.
Ik knik, Cohen klinkt wel als een Joodse naam.
- Maar, vervolgt mijn gesprekspartner, dat ..eh..
- Archief?
- Ja, dat archief was verbrand, zodat we niet verder kwamen. Ze waren in Antwerpen aan het zoeken geweest.
Ze lachte weer
- Dat zie je vaak, met die oude archieven. Het onderzoek naar mijn stamboom hield ook op omdat de kerk waarin de stukken bewaard waren verbrand was.
- Vandaar dat ik geïnteresseerd ben in dit boek. Ik heb het telefonisch besteld, want ik dacht wel dat het niet in voorraad zou zijn. Maar nu heb ik het toch.
Ze liet het nog eens zien. 
- Ik ben overal geweest over de hele wereld ook in Israël. Dan kwam ik na de vakantie weer terug op school (want ik was docent) en dan vroegen ze waar ik nu weer was geweest. En dan zei ik in Israël.
- Geeft u nog steeds les?
Het leek me wat onwaarschijnlijk, maar de chronologie van haar verhaal was wat verwarrend. Ze vertelde over Israël alsof ze er pas was geweest.
- Nee, welnee, ik ben gepensioneerd. Ik zeg wel tegen de mensen ik ben bijna tachtig. Nou ja niet echt. Ik ben achtenzeventig. Het schiet toch al op.
Ze pakte de draad weer op:
Iedereen ziet me aan voor Jodin. Ik kon in Israël overal zonder meer in. Ze had daar een vriend die zei:
- Je moet je wel anders aankleden hoor.
Ze wees op haar rok die tot zo'n tien centimeter onder haar knie hing.
- Nou, zei ze, toen heb ik mijn ceintuur losgemaakt en mijn rok een eind laten zakken en gevraagd of het zo goed was. Nou toen mocht het. Ik voelde me daar ook onmiddellijk overal thuis.
Alleen de moskee, daar mocht ik niet in. Iedereen ziet me aan voor Jodin zie je.
- Waaraan zien ze dat dan?
- Aan mijn grote neus, denk ik.
Ze lachte weer.
- Maar ik vind het niet erg. hoor. Maar daarom wilde ik dit boek hebben.
Ze keek om zich heen.
- Ik kom hier niet zo vaak, zie je. Met de fiets is het nog een eind, ik woon in de IJpelaar en met de auto kun je hier niet zo gemakkelijk parkeren.
- Je zou kunnen parkeren achter de Albert Heijn.
- Ja, zei ze, dat is eigenlijk een goed idee. Nou het was leuk met je kennis te maken. Ik ben Mireille.
Ze gaf me een hand. En ik noemde mijn  naam.
- Wel Jaap, nu weet je alles van mij en ik weet niets van jou.
Ze verdween tussen de boeken.
Ik keek ook verder. Want voor het boekenweekgeschenk moest ik toch met wat thuiskomen. Ik vond het laatste raadsel van Fermat. En natuurlijk moest ik ook het boek hebben dat deze dag zou worden gepresenteerd.
Bij de presentatie vertelde de schrijfster iets over de geschiedenis van het boek (Verdwaaltijd) dat volgens haar twee verhaallijnen bezat. 
Opvallend was in deze digitale tijd dat ze het boek met de hand geschreven bleek te hebben. Een foto van een stapel schriften toonde de eerste versie van het boek.
        

zaterdag 3 februari 2018

Ingebouwde dementie?

Volgens Ray Kurzweil, zegt het FD van vandaag, is het in 2045 even gangbaar om een backup van je brein te maken als van je computer. Dat is handig als je onder de tram komt: geen nood, dan downloaden we je brein in een ander lichaam.

Een inspirerend idee.
'Laat jij het doen?' vroeg Henk.
'Wat doen?' zei Piet, die zoals iedere week moeite had om Henk bij te houden bij het joggen en nu een beetje liep te hijgen.
'Een backup maken van je brein. Heb je het niet gehoord? Het ziekenhuis in Utrecht biedt het aan voor € 4999. Het is op het ogenblik het gesprek van de dag.'
'Ik heb het hele verhaal niet serieus genomen. Een backup van je brein voor nog geen 5000 euro? In Londen vragen ze 12000. Maar als je het laat doen, wat heb je er aan?'
'Nou,' zei Henk, 'als je, zoals Michiel een herseninfarct hebt gehad en ze hebben met hersenchirurgie de beschadigingen hersteld, dan is het toch handig als er een backup is van je brein die ze weer terug kunnen zetten.'
'Ja', zei Piet, daar zit wat in, maar dan zou je wel van te voren moeten weten wanneer je die herseninfarct krijgt, zodat je er bijtijds bij bent met die backup. En moet ik dan naar Utrecht om die backup terug te laten zetten?'
'Nou,' zei Henk, 'ik begrijp dat ze in Utrecht inmiddels begonnen zijn met het aanleggen van een archief van breinbackups. Je weet dat het Rijk daar een dienst voor heeft opgericht, die moet toezien op het beheer.'
'O, ja?' zei Piet die de voorgeschiedenis grotendeels langs zich heen had laten gaan.
'Ja, 't was nog een heel gedoe in de Tweede Kamer, want de christelijke partijen waren tegen en  50Plus ook. Maar sinds 1 maart mag het. En Utrecht was het eerst.'
'Oh', zei Piet, die maar half geïnteresseerd was ook 5000 euro was voor hem een heel bedrag, 'en hoe vaak moet je dan zo'n backup laten maken? Want het lijkt me dat je backup al heel gauw verouderd zal zijn.'
'Je begint met die eerste backup van 5000 € en dan kun je een abonnement afsluiten. En met dat abonnement kun je thuis online vervolg backups maken; voor 6000 € per jaar heb je een keer per maand een bijgewerkte backup.'
Piet dacht er even over na, 'eerst koffie', zei hij hijgend.
'Je moet iets aan je conditie doen', vond Henk, 'maar kijk daar heb je Evert ook. Evert, hallo, wat vind jij ervan?'
'Waarvan?
'Van zo'n  breinbackup.'
'Eigenlijk vind ik er niets van. Laat ze er eerst maar wat ervaring mee opdoen. Stel je voor dat er een cyberaanval op het breinarchief komt. Dan verdwijnen ze misschien met je backup, of ze gaan hem manipuleren. Voordat ik dat laat doen moet de beveiliging wel gegarandeerd zijn.'
Carla bracht de koffie en Piet was inmiddels weer op adem gekomen.
'Stel je nou eens voor, zei hij, je moet gebruik maken van de breinbackup om wat voor reden dan ook en de meest recente backup is van drie weken geleden. Dan ben ik toch drie weken van mijn geheugen kwijt. Zo bouw je toch een soort Alzheimer in.'
'En toch,' zei Henk, 'lijkt me dat een geweldige ontwikkeling, je bent dan wel drie weken kwijt maar de hele voorgeschiedenis heb je dan toch.'
'Tja,' zei Evert, 'maar hoe weet je dat dat jouw voorgeschiedenis is, als je je van de laatste drie weken niets herinnert.'
'Misschien,' voegde Carla er aan toe voor ze wegliep, ' ben je in die drie weken wel vergeten hoe je je moet identificeren, om de goede backup terug te krijgen.'
'Zoals ik al zei,' vond Evert, 'ik wacht nog maar even af. Voorlopig is het me nog te duur. Ik neem het risico wel dat ik me helemaal niets herinner zonder backup.'

vrijdag 26 januari 2018

Varkens

Dezer dagen is de koe Hermien voldoende nieuws om er de krant mee vol te schrijven. Hermien zet het nieuws dat het voor de apocalyps 2 minuten voor twaalf is volledig in de schaduw. De mens lijkt murw voor rampen die dreigen te gebeuren en heeft behoefte aan kleinschalige heroïek. Ook het nieuws dat de gouverneur van Haïti het wachtwoord van zijn Twitter account was vergeten en daarom te laat kon waarschuwen dat de raket die op het eiland was afgevuurd nep was viel in het niet bij de acties van Hermien. Het is spannend en inmiddels lijkt iedereen Hermien de vrijheid wel te gunnen.
De krant van vanmorgen herinnerde aan de ontsnapte varkens Butch and Sundance die met hun vlucht voor de tocht naar het abattoir eerst lokaal en tenslotte wereldnieuws werden.
Zover kwam het met het varken van Toon niet. Toon, onze buurman, fokte biggen tot ze voldoende zwaar waren voor een volgende stap in de richting van ons varkenshaasje. Voor die volgende stap kwam eens in de zes weken een vrachtwagen het erf oprijden, meestal zo vroeg dat we werden gewekt door het gegil van de jonge varkens die vanuit de warme stal de vrachtwagen werden ingedreven.
Eenmaal ging het fout. Eenmaal ging een van de varkens ervan door tussen de grijpgrage handen van de vrachtwagenchauffeur en die van Toon door en buitenom de schuur langs richting het vrije veld.
Het varken had echter geen vooropgesteld plan naar het schijnt en hij bleef op het erf van Toon. Om van dat erf af te komen moest het trouwens door een ondiepe sloot of langs de wachtende vrachtwagen.
Voor onze verbaasde ogen ontplooide zich het schouwspel van een rennend varken dat luidkeels schreeuwde. Het werd op een paar meter gevolgd door Toon die met een stok liep te zwaaien en daarachter Nel, zijn vrouw, die Toon wilde helpen. Nadat deze optocht twee keer langs was gekomen slaagde Toon erin het opgejaagde dier toch in de vrachtwagen te krijgen.
En daarmee bleef deze ontsnapping alleen maar zeer lokaal nieuws. Nieuws dat denk ik het erf van Toon niet afgekomen is.

dinsdag 2 januari 2018

Op een tropisch eiland (kort verhaal)

Nog een uur, nog een uur en dan zal de ochtendnevel wel optrekken. Eigenlijk is het vreemd deze nevel, ongebruikelijk voor deze omgeving. Wellicht heeft het te maken met de zware regenval van gisteravond en de voor de tijd van het jaar lage temperatuur. Ach dat zal allemaal snel beter worden als het met het rijzen van de zon warmer wordt. Zoals het nu is zie ik eigenlijk alleen het profiel van de vijf palmen vlak voor me. Silhouetten eigenlijk, terwijl het vroege daglicht de nevel een vreemde gele kleur geeft.

Ach, eigenlijk begin ik zelf nog maar net wakker te worden, de nevel tussen de palmen is een soort afspiegeling van de nevel in mijn hoofd. Die sangria van gisteravond is zeker nog niet helemaal uitgewerkt. Of helemaal nog niet. De wereld ziet er nog steeds nevelig uit. Het duurt wel lang voor die mist optrekt.
Sangria? Heb ik sangria gedronken gisteravond? Dat moet wel, want anders was dat niet bij me opgekomen. Die moet wel sterk geweest zijn; ik herinner me het nauwelijks.
Wel dat meisje, hoe heette ze ook weer? O ja, Samantha was het denk ik. Wat is dat een mooie meid. En heet..! Wat was die meid heet. Want dat weet ik nog wel, daar aan die bar met die slanke handen van haar over mijn broek. Die slanke handen, ze kon wat mijn eerste vriendin ook kon: haar duim haaks achterover op haar gewricht draaien. Dat ben ik daarna nooit meer tegen gekomen. Maar dat gekke duimgewricht hinderde ons helemaal niet, wat heeft die meid een heerlijk lichaam. En volgens mij zie ik haar lippen nog tussen die palmen. Net zoiets als de glimlach van de kat bij Alice die nog bleef hangen toen de kat al weg was. Is Samantha daar ergens in de nevel?
We waren Samantha tegen gekomen op de markt van Havanna. Daar liep ze met die kleurige sarong voor ons uit, kletsend met de kooplui biedend op het fruit dat daar was uitgestald, flirtend en lachend tot ze uiteindelijk een gigantische meloen kocht, die ze – ‘s lands wijs ‘s lands eer – op haar hoofd wilde meenemen. We maakten van de gelegenheid gebruik en boden aan de meloen voor haar naar haar huis te brengen. Ze keek ons taxerend aan – wat heeft die meid een lippen. Ze lijkt trouwens op mijn eerste vriendin, hoe heette ze ook al weer? Oh ja, Herma. Dezelfde vorm van het gezicht, alleen Samantha heeft zwarte haren en die lippen dan natuurlijk. Ik zie ze nog trouwens, ze hangen daar nog steeds ergens in de nevel naast die palm. Dat gesprek tussen Alice en die kat was trouwens wel geweldig.
Alice: Zoudt u mij misschien kunnen zeggen welke kant ik uit moet gaan?
Kat: Dat hangt er nogal van af waar je heen wilt.
Alice: Het kan me niet schelen waar ik heen ga.
Kat: Dan geeft het ook niet veel welke kant je uit gaat.
Als je niet weet waar je heen wilt, maakt het niet uit welke kant je uitgaat. Prachtig.
Maar we waren bezig met die meloen. We – ik praat maar steeds over we. Er was nog iemand. Dat moet Bert geweest zijn. Volgens mij zijn we samen de stad in gegaan in de bloedhitte. Bert had nog een zomerhoed opgezet en dat had ik vergeten. De zon prikte op mijn hoofd. Ik dacht er nog over om van mijn zakdoek een hoofddeksel te knopen, maar toen ik daaraan dacht kwamen we al op de markt en tussen de kramen was voldoende schaduw. Samantha bleek maar een heel klein huisje te bewonen, zoals veel van die huizen op palen met een veranda rond de enige kamer. In die kamer moest alles gebeuren: eten, slapen, koken. Daarom stelde ik voor om maar ergens wat te gaan drinken. Samantha wist wel een geschikte bar, zei ze. En zo kwamen we in die bar terecht.
Bert verdween al gauw, hij moest nog talkpoeder kopen en een paar bruikbare schoenen. Ik bleef met Samantha en de sangria natuurlijk aan die bar. Ik voelde een natuurlijke band en we kwamen steeds dichter bij elkaar en… Het is natuurlijk volkomen verkeerd om bij die temperatuur zoveel sangria te drinken. Met zulke mooie ogen voor je kun je ook niet op tijd stoppen.
Wat is er toen toch verder gebeurd? Hoe ben ik hier terecht gekomen? Waar is Samantha gebleven?
– Samantha!?
– Ja schat, ben je wakker geworden?
Heel langzaam trekt de mist wat op, althans die in mijn hoofd. Ik lig kennelijk in bed.  
Ligt Samantha naast me? Heb ik de nacht met haar in hetzelfde bed gelegen? Is er nog wat gebeurd? Of was ik al te ver heen? Ik kan mijn handen wel weer bewegen. Nu eens voelen of Samantha inderdaad naast me ligt. Mijn hand glijdt voorzichtig opzij en voelt inderdaad de naakte huid, die heerlijke naakte huid. Samantha reageert meteen.
– Dat is lekker schat, streel me nog wat meer.
Mijn hand gaat zachtjes verder, terwijl ik voel dat Samantha zich een klein beetje naar me toe draait. Haar benen gaan iets uit elkaar. Mijn hand glijdt tussen haar benen en…
– Nee nu nog niet, lieverd, laten we eerst gaan ontbijten.
Ik ben plotseling klaar wakker en bekijk de wereld om me heen. Op mijn eigen kamer, de palmen met de lippen ernaast staan op de poster die ik vorige week gekregen heb.
En Samantha? Ik ken helemaal geen Samantha. Ik kijk naast me en daar ligt inderdaad een jonge vrouw, geheel naakt ze kijkt me aan en zegt:
Dag schat, bevalt het wat je ziet?
Ik kijk nog eens en inderdaad daar ligt de sekspop die we voor dit weekend hebben gehuurd.


donderdag 30 november 2017

Afval

Afval is een onderwerp van voortdurende zorg. Ik kan me nog herinneren dat er al in het Amsterdam van mijn jeugd een scheiding van afval plaatsvond. Een of twee keer per week kwam de schillenboer met paard en wagen om het keukenafval op te halen. Het paard zag er altijd een beetje mistroostig uit, een mager dier tussen pony en paard in.
Daarnaast kwam de vuilnisman met de vuilniswagen. Hij kondigde zijn komst altijd aan met een ratel. Huisvrouwen - in die tijd was het huishouden meestal een vrouwenzaak - hadden dan nog de gelegenheid om de gegalvaniseerde vuilnisbakken aan de weg zetten. De vuilnisbakken mochten niet de avond van te voren worden buiten gezet omdat er ook toen al vandalen rondliepen.
Toen de welvaart toenam in de jaren zestig hield de schillenboer er mee op en met de schillenboer ook de scheiding van het afval. Alles werd door de vuilophaaldiensten van de gemeenten opgehaald. In de jaren tachtig leidde het afval tot grote, onwelriekende bergen. Bovendien was men zich inmiddels bewust geworden van het feit dat onze voorraden grondstoffen wel eens op konden raken. Een nieuw fenomeen deed zijn intree: hergebruik.

Dat begon met papier. De inzameling van oud papier werd een hele bedrijfstak. Het leverde ook geld op, verenigingen konden met de opbrengst van oud papier een extra inkomen verkrijgen.  Aanvankelijk was het hergebruikte papier duidelijk herkenbaar. Het had vaak een grauwe kleur waarmee je als bedrijf niet goed voor de dag kon komen, zelfs al was het gebruik ervan goed voor je imago. Maar tegenwoordig moet je goed  kijken of het papier dat je gebruikt al eerder is gebruikt; ook op dit terrein schrijdt de techniek voort. En nu is al ongeveer 3/4 van alle papier papier dat werd gerecycled.
Recycling bleek ook geschikt voor andere materialen, maar omdat een beetje doelmatig te doen moesten de burgers (die overigens niet de enige afval makers waren en zijn) in het probleem worden betrokken. Het afval moest worden gescheiden bij de bron: de burger en nu gestuurd van bovenaf. Gemeenten lieten afvalcontainers ontwerpen en verdelen.
Ze hanteerden daarvoor niet allemaal hetzelfde beleid. Als je bij familie in een andere gemeente was moest je toch iedere keer vragen, hoe doen jullie het met het afval. Er kwamen groene containers voor het groente/fruit en tuinafval (GFT), grijze containers voor het restafval, oranje containers voor het plastic, bruine containers met een inwendige verdeling, etc. Er waren natuurlijk ook fysieke problemen die met containers niet zo gemakkelijk konden worden opgelost, bv. in de steden als Amsterdam en Rotterdam met grote hoeveelheden bovenwoningen en smalle trappenhuizen.
Zoals gezegd: afval is een onderwerp van voortdurende zorg. En bovendien kostte het opruimen van afval geld. Dat moest verhaald worden op de burger. Daar viel wat voor te zeggen, want die burger produceerde ook het afval. Maar de burger zat er niet om te springen dat hij voor iedere afval overdracht moest betalen. Door crisis en andere oorzaken steeg zijn salaris niet evenredig met de kosten van de afvalverwerking. De burger dacht zichzelf ook creatief en wierp zijn afval op plaatsen in het buitengebied waarvan hij dacht dat het niet op zou vallen. En zo ontstonden illegale stortplaatsen, een ergernis voor de gemeenten die extra kosten moesten maken om de illegale strotplaatsen weer op te ruimen. 
Toen we in ons huidige appartement kwamen wonen was het scheiden van afval al gewoon. En we hadden een groot gemak: een stortkoker op het balkon voor het restafval. Wat we in de stortkoker wierpen kwam op de begane grond in een container terecht die wekelijks door de gemeente werd geleegd. Naast deze container stond er nog een voor papier en karton en een voor GFT. Voor plastic was een container enkele straten verderop. Daar werd in de loop van de tijd ook een container voor glas en een voor textiel neer gezet. Eigenlijk, als je er van een afstand naar kijkt komen we langzamerhand in een situatie waarbij eigenlijk naast iedere winkel in een winkelstraat een container komt waar de afgedankte artikelen van die winkel weer in terug gegooid kunnen worden. In ons appartement hadden we in ieder geval dus al een afzonderlijk traject voor glas, plastic, kleding, papier, GFT en de rest. Het sorteren kost daarbij nog enig onderzoek, want niet alle plastic gaat in de plastic container. En ook ligt het niet helemaal voor de hand dat gebruikte theezakjes bij het GFT mogen, maar gebruikte koffiepads bij het restafval.
Inmiddels blijft de gemeente zoeken naar mogelijkheden om de afvalinzameling efficiënter te laten verlopen. Dat heeft ertoe geleid dat voor het restafval een container gedeeltelijk in de grond is gebracht die dienst moet doen voor twee flatgebouwen. We mogen ons gelukkig prijzen dat voor onze ondergrondse container een plaats is gevonden tussen de twee flatgebouwen in. Hij had ook een 100 of 200 meter verderop geplaatst kunnen worden. Voor deze nieuwe container moeten we een pasje gebruiken. Niet iedereen mag zomaar in een willekeurige restafvalcontainer zijn afval weggooien.
Maar al met al ging de verandering gepaard met het verdwijnen van de containers onder de stortkokers.
Alleen:
dit proces verliep iets anders dan viel te verwachten: de bewoners kregen een brief waarin de veranderingen werden aangekondigd, maar zonder tijdschema. Het plaatsen van de ondergrondse container was daarbij nog te volgen, we konden het zien gebeuren vanuit onze flat. Daar geen verrassing.
Toen werd het enige tijd stil, tot we een brief kregen met een pasje. De brief vermeldde niet wanneer dat pasje gebruikt kon of moest worden. Ik probeerde het de volgende dag, maar ving bot. Na twee weken probeerde ik het nog een keer en ziet nu werkte het wel. Maar verder bleef het stil. Tot deze week.
Deze week ontmoette ik een van de buren:
'Ze hebben de containers weg gehaald', zei ze.
Dat bleek juist. Alleen niemand, ook het bestuur van de Vereniging van Eigenaren, wist dat het nu zou gebeuren. Een toch wat haperende communicatie met de gemeente. Het had voor de hand gelegen dat eerst de stortkokers zouden zijn afgesloten, want mensen zijn nu eenmaal gewoontedieren.
De winter nadert. En voor de bewoners van ons flatgebouw is een ding zeker: men moet voor het restafval verder lopen. Past vermoedelijk in het gemeentelijk beleid dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig moeten blijven wonen.