zaterdag 25 juni 2016

Digitaal

Het uitzicht vanaf ons huisje in Luzy is vanmorgen heel beperkt. Na het onweer gisteravond is de regen gekomen. Die bracht mee 'laaghangende bewolking' waardoor alleen de bomen rondom ons huisje nog zichtbaar zijn. Het is zaterdag en wisseling van de wacht. De bewoners van deze week vertrekken en de bewoners voor de volgende week zullen in de loop van de middag aankomen.
Om kwart voor acht vertrok het gezin met twee jongens van een jaar of vier. Ik had gisteren al geconstateerd dat tegen de voorstoelen twee dvd-spelers waren gemonteerd.
'Hardstikke handig,' zei de buurman. 'Je doet er een dvd in en de kinderen kijken naar de film, en als na anderhalf uur de film is afgelopen denk je verrek, het is tijd om wat te drinken. Geen centje pijn.'
Wat deden wij als we met de kinderen in de auto zaten? We zongen vaak een liedje; een aantal van die liedjes is inmiddels op het internet terecht gekomen, maar dat is dankzij onze kleinzoon, die van een jongere generatie is. Of we lieten de kinderen tellen hoeveel rode auto' s we passeerden of tegenkwamen. We moesten er als ouders wel iets aan doen.
Dat is dus nu een stuk eenvoudiger. Met een dvd-speler per kind achter in de auto heb je er als ouders geen omkijken meer naar.
En ondertussen lees ik verder in 'Digitale dementie', misschien gebruik ik het boek nog. Manfred Spitzer, een Duitse hersenonderzoeker, laat zien dat de digitale revolutie slecht tot zeer slecht is voor de ontwikkeling van onze hersenen. De stelling: Als je je hersenen niet oefent gaan ze achteruit. De analogie is eenvoudig. Er zal wel niemand willen  beweren dat topsporters zonder training kunnen. En als ik er al iets over hoor in de krant of elders, dan lijkt trainingsarbeid van drie tot zes uur per dag heel normaal. Het ligt dan ook voor de hand dat als je herens wilt ontwikkelen dan moet je ze regelmatig trainen. Voor zover schaken iets met topsport te maken heeft of met hersenarbeid: topschakers trainen ook drie tot zes uur per dag. Het aardige is dat we tegenwoordig de veranderingen in de hersenen kunnen meten. We kunnen vaststellen dat door oefening - bijv. voor jongleren, of voor muziek, bepaalde delen van de hersenen groeien. Zonder oefening groeien die niet, sterker dan sterven er hersencellen af.
Bij regelmatig beeldschermgebruik (in Duitsland en in de VS zitten jongeren tussen 13 en 18 ca 7 uur per dag te kijken naar een beeldscherm) nemen de leerprestaties af. Spitzer signaleert dat van verschillende kanten mensen zich realiseren dat ze het gevoel hebben dat nu ze regelmatig zoeken op het internet, ze het gevoel hebben dat ze zich moeilijker kunnen concentreren op lange teksten. Ondertussen blijkt dat bij jonge mensen soms een schrijnend gebrek aan algemene kennis wordt geconstateerd. Een meisje dat op High School als belangrijk bijvak astronomie had gekozen en daarvoor een goed cijfer had gehaald moest het antwoord schuldig blijven op de vraag hoeveel manen de aarde heeft.
Trouwens, als ik eerlijk ben: ik volg regelmatig de serie NCIS, een serie die regelmatig wordt herhaald. Maar eigenlijk maak ik me er niet zo druk om wat er nu precies aan de hand is. De hoofdfiguren spelen hun vaste rol, in mijn ogen vaak van een stupide banaliteit. En aan het eind van de aflevering, die een kloktijd duurt van een uur, maar na aftrek van de reclame nog maar 38 minuten filmtijd geeft) is het probleem opgelost. Dan hebben de goeien met etrokken pistool of revolver de slechten verslagen. Vraag me niet om uit te leggen wat nu wezenlijk het probleem was.
De kinderen van onze campingburen hebben in ieder geval een rustige reis met film onderweg naar huis.
En ik moet hier stoppen, anders wordt mijn blog te lang om nog te worden gelezen.

Digitaal

Het uitzicht vanaf ons huisje in Luzy is vanmorgen heel beperkt. Na het onweer gisteravond is de regen gekomen. Die bracht mee 'laaghangende bewolking' waardoor alleen de bomen rondom ons huisje nog zichtbaar zijn. Het is zaterdag en wisseling van de wacht. De bewoners van deze week vertrekken en de bewoners voor de volgende week zullen in de loop van de middag aankomen.
Om kwart voor acht vertrok het gezin met twee jongens van een jaar of vier. Ik had gisteren al geconstateerd dat tegen de voorstoelen twee dvd-spelers waren gemonteerd.
'Hardstikke handig,' zei de buurman. 'Je doet er een dvd in en de kinderen kijken naar de film, en als na anderhalf uur de film is afgelopen denk je verrek, het is tijd om wat te drinken. Geen centje pijn.'
Wat deden wij als we met de kinderen in de auto zaten? We zongen vaak een liedje; een aantal van die liedjes is inmiddels op het internet terecht gekomen, maar dat is dankzij onze kleinzoon, die van een jongere generatie is. Of we lieten de kinderen tellen hoeveel rode auto' s we passeerden of tegenkwamen. We moesten er als ouders wel iets aan doen.
Dat is dus nu een stuk eenvoudiger. Met een dvd-speler per kind achter in de auto heb je er als ouders geen omkijken meer naar.
En ondertussen lees ik verder in 'Digitale dementie', misschien gebruik ik het boek nog. Manfred Spitzer, een Duitse hersenonderzoeker, laat zien dat de digitale revolutie slecht tot zeer slecht is voor de ontwikkeling van onze hersenen. De stelling: Als je je hersenen niet oefent gaan ze achteruit. De analogie is eenvoudig. Er zal wel niemand willen  beweren dat topsporters zonder training kunnen. En als ik er al iets over hoor in de krant of elders, dan lijkt trainingsarbeid van drie tot zes uur per dag heel normaal. Het ligt dan ook voor de hand dat als je herens wilt ontwikkelen dan moet je ze regelmatig trainen. Voor zover schaken iets met topsport te maken heeft of met hersenarbeid: topschakers trainen ook drie tot zes uur per dag. Het aardige is dat we tegenwoordig de veranderingen in de hersenen kunnen meten. We kunnen vaststellen dat door oefening - bijv. voor jongleren, of voor muziek, bepaalde delen van de hersenen groeien. Zonder oefening groeien die niet, sterker dan sterven er hersencellen af.
Bij regelmatig beeldschermgebruik (in Duitsland en in de VS zitten jongeren tussen 13 en 18 ca 7 uur per dag te kijken naar een beeldscherm) nemen de leerprestaties af. Spitzer signaleert dat van verschillende kanten mensen zich realiseren dat ze het gevoel hebben dat nu ze regelmatig zoeken op het internet, ze het gevoel hebben dat ze zich moeilijker kunnen concentreren op lange teksten. Ondertussen blijkt dat bij jonge mensen soms een schrijnend gebrek aan algemene kennis wordt geconstateerd. Een meisje dat op High School als belangrijk bijvak astronomie had gekozen en daarvoor een goed cijfer had gehaald moest het antwoord schuldig blijven op de vraag hoeveel manen de aarde heeft.
Trouwens, als ik eerlijk ben: ik volg regelmatig de serie NCIS, een serie die regelmatig wordt herhaald. Maar eigenlijk maak ik me er niet zo druk om wat er nu precies aan de hand is. De hoofdfiguren spelen hun vaste rol, in mijn ogen vaak van een stupide banaliteit. En aan het eind van de aflevering, die een kloktijd duurt van een uur, maar na aftrek van de reclame nog maar 38 minuten filmtijd geeft) is het probleem opgelost. Dan hebben de goeien met etrokken pistool of revolver de slechten verslagen. Vraag me niet om uit te leggen wat nu wezenlijk het probleem was.
De kinderen van onze campingburen hebben in ieder geval een rustige reis met film onderweg naar huis.
En ik moet hier stoppen, anders wordt mijn blog te lang om nog te worden gelezen.

zondag 19 juni 2016

Voorbereiding

Boodschappen doen voor ons huishouden levert weinig moeilijkheden op. Ik doe het alle weken. Maar vlak voor we met vakantie gaan is het doen van boodschappen niet vanzelfsprekend. We hebben maar een paar artikelen nodig: het lijstje is kort en ongewoon. En sommige dingen op mijn lijstje kunnen eigenlijk ook wel wachten tot na de vakantie.
Als ik bij de schoonmaakartikelen sta en zoek naar een fles Cif die altijd geel was, komt er een dame van zekere leeftijd naast me staan.
'Waar hebben ze de ...' , ze begint te mopperen dat alle artikelen steeds weer ergens anders staan. Eigenlijk zijn ze nergens terug te vinden.
Ik hoor haar aan en geef haar gelijk. Eigenlijk zouden de supermarkten hun artikelen altijd op dezelfde plaats moeten zetten, de fabrikanten alle verpakkingen van de artikelen die ze op de markt brengen steeds gelijk houden. Voor het boodschappen doen zou dat...
Ze onderbreekt de conversatie: zeheeft haar wasmiddel gevonden. Op dat moment zie ik ook de Cif. Is deze groene fles nu de juiste, of moet ik...
' Ach,' zegt ze, 'ik zou hem maar meenemen. Als het niet goed is zeg je geoon dat ze het dan zelf maar moet doen.'
Ze gaat er vanuit dat ik niet zelf het lijstje heb opgesteld.
We lopen verder ieder met zijn eigen lijstje; bij de kassa komen we elkaar weer tegen. Verschillende lijstjes, dezelfde doorlooptijd. Maar nu het ijs gebroken is groeten we elkaar vriendelijk.
Voor haar wordt een nieuwe kassa geopend.

donderdag 2 juni 2016

Mening

Soms denk ik nog wel eens aan mijn vader. Die kon als zich iets nieuws voordeed waarover zijn mening werd gevraagd min of meer wanhopig verzuchten:
'Men denkt tegenwoordig maar dat je overal een mening over hebt.'
Het is de vraag of een man zoals hij die een mening alleen wilde geven als hij zich goed had georiënteerd zich op zijn gemak zou voelen in deze tijd, waarin alles tegelijk gebeurt en moet worden beoordeeld. Achtergronden en feiten lijken nauwelijks nog relevant. Misschien is de wereld wel te complex geworden om nog tijd te kunnen nemen voor een bezonken oordeel. Ik neem de krant van een willekeurige ochtend en zie de koppen:
'Er is weer werk in West-Brabant'
'Amphia: Wij vegen niets onder tapijt.'
'Ruzie over missie in Mali.'
'Kleurtje en een dure bak? Aan de kant.'
'Staking op staking; Belg wordt er wanhopig van.'
'Minister van ongelijke kansen moet aan de bak'
'Hollands glorie bij supertunnel.'
'Vleesvervangers zijn ook niet altijd gezond'
'Volleman voorop in de strijd'
 'Maak van je ontslag het keerpunt in je leven'
En toch: het maakt op mij allemaal de indruk dat het komkommertijd aan het worden is in de krant. Ik scan 's morgens de koppen en vind eigenlijk dat er niets gebeurd is. Tot ik een buurman tegen het lijf loop die vraagt: heb je dat stukje gezien over Van der Veer? Ik moet toegeven dat ik de kop gezien heb, maar niet zover ben gekomen de tekst te lezen. Van der Veer is oud-topman van de Shell die kennelijk een paar dagen geleden is geïnterviewd. Twee lectoren van de NHTV geven commentaar op het interview of liever op de uitspraken die van der Veer volgens de krant heeft gegeven. Als ik het goed begrijp wordt het Van der Veer aangerekend dat de Shell nog niet onmiddellijk alle olieboringen heeft stop gezet en op volle kracht op weg is naar duurzame energie. Hoewel dus Van der Veer niet meer werkt bij de top van de Shell en dus zeker minder invloed heeft op het beleid van het bedrijf dan voorheen wordt hij aangesproken op het beleid van het bedrijf. En in niet mis te verstane termen.
Een heel opmerkelijk commentaar als men in aanmerking neemt dat heel recent op de aandeelhouders vergadering van de Koninklijke Shell een voorstel om het beleid drastisch om te buigen met 94% van de stemmen werd afgewezen. Wat kan Van der Veer met dit commentaar?
Natuurlijk: Het is een mening in de nieuwe rubriek meningen van de krant, maar niet over de mogelijkheden op welke termijn en in welke mate dan ook over te gaan op duurzame energie, maar het is een mening over een ex-werknemer van een bedrijf. En die mening is stuitend.
Mijn vader had gelijk het is praktisch onmogelijk om overal een mening over te hebben. Dat beseffen de lectoren van de NHTV ook, maar ze hebben blijkbaar zelfs geen mening over zaken waarover ze die wel zouden moeten hebben en slaan uit wanhoop driftig om zich heen.     
  
 
   

woensdag 1 juni 2016

Doel

Het is niet altijd even gemakkelijk om te accepteren dat het leven geen doel heeft. Maar als je even nadenkt over het ongelooflijke toeval van ons bestaan en over de evolutie dan kun je er toch moeilijk onder uit. De evolutie is ongericht, de mutaties in ons erfelijk materiaal hebben geen richting. Er zal dan ook geen doel zijn. Misschien moeten we daar met Jaap van Heerden wel blij om zijn. Dat wil echter niet zeggen dat ons leven geen zin heeft. Maar dan moeten we de wereld wel vanuit een breder perspectief zien dan alleen vanuit ons (menselijk) oogpunt of belang.
Volgens de huidige opvattingen is alles met alles verbonden en zeker alles wat leeft. Mensen en dieren kunnen voor hun leven niet zonder zuurstof. Dat is duidelijk, maar als alle mensen en dieren gezamenlijk de beschikbare hoeveelheid zuurstof zouden opnemen duurde het niet lang of iedereen zou zonder adem zitten. Gelukkig wordt zuurstof ook weer voortdurend aangemaakt en wel door (groene) planten, de enige wezens die met behulp van het pigment chlorofyl het licht van de zon om kunnen zetten in energie en... zuurstof. Al die miljarden en  miljarden groene blaadjes en bladeren van planten en bomen zijn gedurende de dag voortdurend bezig om zuurstof te produceren.
Nu is zuurstof in grote hoeveelheden tamelijk agressief. Een te hoge concentratie zou heel vervelende gevolgen kunnen hebben.
Het is dan ook maar goed dat mensen en dieren zoveel zuurstof gebruiken. Gezien vanuit de plant heeft de mens dus een zeer nuttige functie. De mens (samen met de rest van de dierenwereld) houdt de zuurstofconcentratie binnen de grenzen. Als het leven van de mens dan al geen doel heeft, zin heeft het zeker.
We moeten het leven alleen meer bekijken vanuit het perspectief van de plant. Trouwens (met dank aan Oudemans in Plantaardig), wie zegt dat de planten niet intelligent zijn. Weliswaar bewegen ze zich maar heel langzaam, maar ze verspreiden zich toch maar over de hele aarde.
En als u naar de bijgaande foto kijkt kunt u nu zeggen wie hier ten dienste staat van wie? Is dat de rijst die zijn vrucht moet dragen en dan de mens van voedsel voorziet of is dat de mens die zich uitslooft om het de rijst naar de zin te maken en zijn best doet om de rijst over de wereld te verspreiden?  

vrijdag 29 april 2016

Nutteloos, maar wel leuk

'Wat doe je daar?' vroeg de jonge vrouw die aan haar accent te horen uit Amsterdam kwam. We stonden op een camping in de buurt van Orleans. Ondanks het feit dat we diep in Frankrijk waren verschilde het weer niet veel van dat wat we in een Nederlandse zomer konden verwachten: wisselend bewolkt en een temperatuur van omstreeks 17 graden. De vrouw die nu voor onze tent zat waren we al eerder op de dag tegen gekomen aan de rand van het zwembad, waar ze lag te zonnen als de zon achter de wolken te voorschijn kwam en haastig wat kleren aantrok als er weer een wolkenveld voorbij kwam.
Ik was bezig mijn artistieke kwaliteiten aan te boren en probeerde een lepeltje te snijden uit een stuk berkenhout. Ik vertelde waar ik mee bezig was.
'Oh', was het stimulerende commentaar, 'dat deed mijn vader ook, die maakte ook altijd van die nutteloze voorwerpen.'
Mijn hoop op een artistieke carrière zakte onmiddellijk. Ze zat mijn werkzaamheden nog een paar minuten aan te kijken en verdween toen weer naar haar eigen tent, om haar kleren aan te trekken, want de zon was zojuist weer achter een wolk verdwenen.
Het lepeltje dat ik aan het snijden was was artistiek niet veel bijzonders en ook als gebruiksvoorwerp maar van matige kwaliteit, maar het heeft jarenlang dienst gedaan als suikerschep een nuttige functie vervuld in onze kampeeruitrusting.
Inmiddels zijn we vele jaren verder. Maar ik moet nog vaak denken aan dat droge Amsterdamse commentaar als wij voor de aardigheid of anderszins een voorwerp krijgen dat hoofdzakelijk dient als versiering. Snuisterijen is de gangbare uitdrukking, denk ik. Als je ouder wordt komt je huis er mee vol.
Tot de recente aanwinsten behoort een pluche flamingo. Althans ik denk dat het voorwerp in bleek rose een flamingo voorstelt. De twee poten hangen als slappe darmen over de rand van de vensterbank waar hij op terecht is gekomen. Als je het dier in zijn linkervleugel knijpt begint hij te zingen:'holderie-hie-hie, holderie-hie-ho...', terwijl hij met zijn kop en nek draaiende bewegingen maakt. Leuk maar volstrekt nutteloos.
De laatste aanwinst kwam op mijn verjaardag als cadeau voor iemand die alles al heeft. Een glazen pijpje met aan de onderkant een met blauwe vloeistof gevulde bol en aan de bovenzijde een bol in de vorm van een vogelkop, compleet met snavel. Dit laatste attribuut maakt dat het voorwerp werd gepresenteerd als vogel. De vogel werd opgehangen in een rekje, waardoor hij pootjes kreeg. Vóór de vogel werd een glas met water gezet en toen de kop was natgemaakt begon de vogel te slingeren. Na enige tijd sloeg hij voorover met zijn snavel in het water, om zich vervolgens weer op te richten en door te gaan met slingeren. Dat bleef hij doen:
slingeren, snavel in het water en weer terug naar het slingeren. Hartstikke leuk en volstrekt nutteloos. Nutteloos? Toch niet geheel: iedereen die het ziet moet lachen en vraagt zich af hoe het werkt.
Een perpetuum mobile met natte snavel.            

donderdag 14 april 2016

Kapper

Ik ga al bijna veertig jaar naar dezelfde kapper: een dorpskapper in onze vroegere woonplaats Teteringen, gevestigd in een woonhuis. De suite op de begane grond is omgebouwd tot kappers salon, aan de straatzijde voor de heren, aan de tuinzijde voor de dames. De inrichting lijkt ook al bijna veertig jaar hetzelfde. Voor de heren is er een stoel die staat voor de kaptafel met spiegel. Tegen de wand aan de andere zijde van de kamer staan drie of vier stoelen voor wachtende klanten, met een tafeltje waarop de tijdschriften liggen die de kapper al gelezen heeft: Panorama en Privé, alsmede BNDeStem. Echt wat je noemt een ouderwetse kapperszaak.
Boven de spiegel hangt het certificaat, waaruit blijkt dat de kapper vakbekwaam is en bovendien kan ik eruit afleiden dat hij drie jaar jonger is dan ik, Eigenlijk is de kapper dus allang met pensioen. maar zoals hij zelf aangeeft: je hebt toch niets te doen als je met pensioen bent? Dus knipt hij door, maar nu alleen nog in de ochtenduren; het geeft hem contact met zijn klanten.
Deze ochtend was ik de eerste klant en ik hoorde hoe de kapper de trap afkwam om zijn werk op te pakken. Terwijl hij het schort omhing en een papiertje tussen mijn nek en het schort plaatste vertelde ik dat het moeite kostte hem te bereiken door de files langs de singels. Zoals een kapper betaamt vertelde hij me dat ik de verkeerde weg had genomen, ik had...
De deur ging open en een lange magere man met grijs haar stak zijn hoofd om de deur.
'Kan ik me hier laten knippen?'
'Jazeker,' zei de kapper, voor 10€ kan ik uw haar eraf halen.
'Ja, zie je,' zei de man, ik kom van Zuiderhout. Daar is de kapper weg gegaan en nu is er iemand uit Iran, maar die knipt je helemaal kaal. Dus ik kwam eens kijken of het ook anders kan.'
De kapper herhaalde dat hij zich hier kon laten knippen en voegde eraan toe dat hij ook wel naar Zuiderhout wilde komen; hij had daar wel meer klanten, maar dan kostte een knipbeurt 15€.
'Maar als u gaat zitten dan bent u zo aan de beurt.'
De man ging zitten en pakte BnDeStem op en begon zich te verdiepen in het nieuws. De kapper ging door en knipte routinematig mijn haar, zoals hij dat al jaren doet. Hij controleerde of mijn baard een beetje symmetrisch was behandeld en borstelde de haren uit mijn nek.
Ik betaalde en hij stopte zoals hij dat al jaren doet het geld in een doosje in een van de laden van de kaptafel. Toen ik de deur uitliep was de lange magere man nog steeds alleen.
Een rustige ochtend.
   

Deze digitale wereld (2)

Zomaar wat opmerkingen van de laatste week:
- Het gaat tegenwoordig alleen maar over data. Als ik het zo eens bekijk dan zijn er nog maar een paar algoritmen en het enige wat die doen is gebruik maken van de grote databestanden.
- met die apps is geen droog brood te verdienen, daar gaat het helemaal niet om; waar het om gaat is de datastroom die door die apps wordt gestuurd, daar wordt geld mee verdiend: grof geld.
- robots las ik: de komende jaren gaan die de banen van de managers vervangen: robots kunnen veel beter en sneller informatie verwerken en betere beslissingen nemen omdat ze bovendien veel meer factoren in de beslissingen mee kunnen nemen.

Er zijn verschillende werelden aan het ontstaan:
'Kun je even helpen met mijn i-pad,' vroeg de buurvrouw, 'want ik ben de inlogcode kwijt.'
Ze bleek een lastig probleem aangeroerd te hebben. 
En toch: Na enig zoeken vonden we een procedure; die gaf twee mogelijkheden: bijwerken (maar die leverde geen nieuwe code op) of herstel (waarbij alle gegevens zouden worden gewist. De buurvrouw had zich al bij dit eventuele verlies neergelegd, zodat we besloten tot herstel. 
Na enige tijd slaagden we erin om de i-pad opnieuw geïnstalleerd te krijgen. Er moest alleen nog gecontroleerd worden of zij de echte eigenaar was en daarvoor moest ze inloggen met haar apple-id en wachtwoord. Maar wat was haar apple-id?
Uiteindelijk bleek dat ze - toen ze de i-pad kocht - nog geen eigen e-mailadres had. Iets waarin ze zeker niet alleen is. Om de i-pad helemaal nieuw te maken moest het e-mailadres van haar man gebruikt worden. Alles lukte en na een paar uur had de buurvrouw een gloednieuwe i-pad.
 
Het blijkt dat voor veel mensen de verzameling van gebruikersnamen en wachtwoorden een verwarrende bezigheid meebrengt: het beheer van wachtwoorden en gebruikersnamen.
Voor een deel heeft dat denk ik te maken met het feit dat men zich moeilijk kan voorstellen wat er eigenlijk gebeurt wanneer men op het internet bezig is. Ik probeer dat vaak voor te stellen als het proberen binnen te komen in ons eigen appartement waar je voor iedere deur een andere sleutel nodig hebt, en die sleutel krijg je alleen als je inderdaad in het appartement woont. Zo laat iedere internetinstantie waar je naar toe wilt je alleen binnen als je een bekende klant (gebruikersnaam) bent en je een sleutel (wachtwoord) hebt.
Dat is allemaal goed en wel, maar er zijn vele winkels waar je naar binnen wilt: je wilt naar de belastingdienst, naar de ziektekostenverzekering, de elctriciteitsmaatschappij, de vereniging van eigenaren, Albert Heijn, Kruidvat, Bol.com, ....
Er zijn verschillende strategieën mogelijk:
- je kunt voor iedere winkel een andere gebruikersnaam en ander wachtwoord maken: tamelijk omslachtig, want hoe onthoud je al die wachtwoorden? Je moet er een lijstje van maken en dat lijstje wordt al gauw een hele lijst. En die lijst moet je goed opbergen. De buurvrouw had zo'n lijstje, alleen stond er op dat lijstje niet bij welke winkel welke gebruikersnaam hoorde. Bovendien was het lijstje niet compleet.
- je kunt ook één gebruikersnaam met wachtwoord verzinnen en je daarmee aanmelden bij alle internetwinkels. Dat is  wel gemakkelijk, maar als iemand er achter komt kan hij op jouw naam boodschappen doen; dat lijkt niet erg veilig en ook niet erg plezierig.
Vervolgens is de vraag: hoe verzin ik een wachtwoord, dat ik ook nog kan onthouden en dat niet zo voor de hand ligt?

Twee werelden: de ene is die van de grote databestanden waar een klein aantal mensen veel geld mee verdient, de andere die van het individu dat probeert zijn identiteit overeind te houden in een wereld die steeds meer virtueel wordt en al doende bijdraagt aan de databestanden, waaraan dat kleine aantal mensen verdient.
Ik troost me maar met de gedachte dat de individuen die zoveel geld verdienen eigenlijk met hetzelfde probeleem zitten (hoe onthoud ik mijn wachtwoorden?), maar het bijkomende probleem hebben dat ze meer te verliezen hebben dan ik.      

donderdag 17 maart 2016

Deze digitale wereld (1)

Dit jaar is het jaar van de digid met bijbehorend wachtwoord. Het blijkt dat er een website is: mijn overheid, waar ik mijn persoonlijke berichten van de overheid terug kan vinden. En er is een website: mijn belastingdienst, waarop ik mijn belastingaangifte kan doen. In deze maand maart is die belasting aangifte het gesprek van de dag; niet iedereen voelt zich geheel op zijn gemak, ook al zijn de meeste gegevens al door de belastingdienst ingevuld. Het kost enige moeite om in het nieuwe formulier de weg te vinden. Veel vragen verschijnen pas als je de betreffende rubriek aanklikt. Gelukkig heb ik een vrij eenvoudige aangifte: meer dan mijn AOW en mijn pensioen hoef ik niet in te vullen. Er is slechts een kleine moeilijkheid: overige bezittingen.
Omdat ik vermoed dat onder overige bezittingen ook mijn aandeel in het reservefonds van de vereniging van eigenaren zal vallen, klik ik op de betreffende regel en ja hoor, het keuzemenu gaf nu ook een regel voor dat reservefonds.
Hoe groot is eigenlijk dat aandeel? In het vorig jaar kregen we daar een overzicht van per brief toegestuurd, maar ook de Vereniging van Eigenaren is digitaal gegaan. Nu wordt die informatie vermeld op de website van de VVE.  Daar moet ik natuurlijk ook een gebruikersnaam en wachtwoord voor hebben: na enig zoeken vind ik inderdaad de nodige gegevens terug.
Alleen toen ik die gegevens gebruikte kreeg ik de boodschap dat de website van de Vereniging een onveilige website was. Zo onveilig dat de betreffende website niet eens getoond werd.
Nu ben ik niet voor een gat gevangen, maar toen ik via mijn laptop en mijn tablet hetzelfde resultaat kreeg, belde ik maar naar de Vereniging. Daar bevestigde men mijn vermoeden dat de website niet goed werkte. Maar men werkte hard om hem weer online te krijgen. In de tussentijd kon ik wel telefonisch vernemen hoe groot mijn aandeel in het reservefonds is.
Het was nu mogelijk mijn aangifte in te vullen en op te sturen. Voor alle zekerheid printte ik de aangifte uit. Dat werkte. 
De volgende dag stond de buurman voor de deur.
'Heb jij je aangifte al gedaan?'
'Ja.'
'Hoe doe je dat met het reservefonds?  Ik kan er niets van terugvinden.'
Wel,... ik legde het hem uit. Enkele uren later stond hij weer voor de deur.
'Hoe weet ik nu dat de aangifte verstuurd is? Ik heb helemaal geen bevestiging gezien.'
De vraag leek niet helemaal onterecht. Bij de vorige aangifte kwam er nog een afzonderlijke bevestiging van de Belastingdienst dat de aangifte was verzonden. Ik zegde toe dat ik de volgende morgen even langs zou komen om de situatie te bekijken. Ik liet hem mijn uitdraai zien. Die begon met: Verzonden... 
De volgende morgen stond de buurman weer voor de deur. Ik hoefde hem niet meer te helpen: op mijn gezag nam hij aan dat als op de uitdraai stond dat de aangifte was verzonden, dat dan ook het geval zou zijn. Maar ondertussen stond bij hem de koffie klaar.
'Ik heb nog niets van de telefoonmaatschappij gehoord,' zei de buurvrouw toen we de koffie voor ons hadden staan. 'Wil je niet even naar mijn mobieltje kijken?'
Aan dat mobieltje zat een heel verhaal, wat er ontdaan van alle franje op neer kwam dat ze een tijdelijk simkaart in het apparaat had die weer vervangen moest worden als de originele simkaart was bijgesteld. 
Ik keek naar haar mobieltje.
'Hij doet het helemaal niet,' zei de buurvrouw.
Ik drukte op de aan/uit knop en het mobieltje ging aan. Ik draaide mijn eigen nummer en dat ging over.
'Volgens mij werkt hij gewoon,' zei ik nadat ik hem weer had uitgezet.
De buurvrouw nam hem aan en drukte op een knop.
'Deze is veel plezieriger dan die andere. Met dat andere mobieltje kan ik helemaal niet uit de voeten,' zei ze.  Het andere mobieltje was een nieuwer model met navenant meer mogelijkheden. Ik legde haar uit welke knop ze moest gebruiken om haar mobieltje aan te zetten.
'Het is allemaal ook zo ingewikkeld,' zei de buurvrouw.


woensdag 16 maart 2016

Donald Trump

Nu Donald Trump ook in Florida heeft gewonnen en en passant ook Marco Rubio buitenspel heeft gezet, moeten we er ernstig rekening mee houden dat Trump inderdaad uit de bus zal komen als de presidentskandidaat voor de Republikeinse partij. Gelet op de uitspraken die Trump in de afgelopen tijd heeft gedaan lijkt me dat geen prettig vooruitzicht. Ook de Republikeinse partij lijkt niet erg gelukkig met Trump die niet alleen overkomt als een ongeleid projectiel, maar ook nog standpunten verkondigt die rechtstreeks ingaan tegen het conservatieve gedachtegoed en daarbij zijn tegenstanders op een weinig kiese manier voor joker zet. De vraag rijst of de Amerikaanse kiezer in november nog voldoende gezond verstand heeft om he democratisch geluid te continueren.
Het trof me met die spanning in de lucht als een opmerkelijk toeval toen ik vanmorgen op zoek naar een citaat in Powershift de volgende tekst tegen kwam:

Business may be turning out products and profits. But it is hard to resist the suspicion that it is also becoming a popular form of theater. 
The names of business tycoons ricochet through the media like those of Hollywood celebrities. Surrounded by publicists, trained in all the arts of self-promotion, characters like Donald trump or lee Iacocca have become living symbols of corporate power. They are satirized in the comics. They (and their writers) crank out best sellers. Both men have even beenmentioned - or perhaps arranged to have themselves mentioned - as potential candidates for the presidency of the United States. Business has arrived in the Age of Glitz. 

Alvin Toffler (inmiddels 87) schreef deze tekst in 1990! 

In Powershift beschrijft Toffler de overgang naar een andere vorm van machtsgebruik die volgens hem ingrijpende gevolgen zal hebben voor de hele wereld. De macht heeft volgens Toffler drie instrumenten om zich te doen gelden. In de eerste plaats geweld (of het dreigen ermee), geld, en kennis.
in deze reeks is geweld de meest primitieve, omdat met geweld alleen maar gestraft kan worden, geld is al geraffineerder, je kunt er immers ook mee belonen. Maar macht op grond van kennis is de macht van de hoogste kwaliteit. In feite leven we nu in een tijd waarin zowel rijkdom als geweld in toenemende mate afhankelijk zijn geworden van kennis. Nog niet zo lang geleden was een wapen in de eerste plaats een verlengstuk van de vuist, maar wie nu de drones ziet opereren boven het slagveld ziet hoeveel kennis verwerkt is in de huidige wapens. En wie de kredietcrisis heeft gevolgd ziet ook hoeveel daar afhangt van de kennis van algoritmen om uberhaupt te kunnen meedoen op de beurs. En zegt Toffler: het bedrijfsleven had vroeger ook zijn sterren, maar nu is de context volledig anders. De nieuwe glamour van de zakenwereld is een oppervlakkig aspect van de nieuwe economie, waarin informatie (inclusief alles van wetenschappelijke research tot reclame hype) een steeds belangrijker rol speelt.
Trump lijkt wel genoeg geld te hebben om geweld en media in beweging te krijgen. Kan hij ook over voldoende kennis beschikken om de VS te besturen?