donderdag 1 juli 2010

Zus

Mijn zus zit in een verpleeginrichting in Den Haag, na iets wat ik, als leek, zou benoemen als een herseninfarct. De gevolgen van het infarct waren ingrijpend: een totale verlamming aan de rechterzijde en een vrijwel volledige afasie. Het infarct vond plaats in september 2009. Inmiddels zijn we 10 maanden verder. De verlamming laat geen verbetering zien, maar de afasie lijkt geleidelijk minder ernstig te worden. De afasie heeft twee gezichten. Het ene heeft betrekking op het onvermogen woorden uit het geheugen op te diepen, het andere op het vermogen het spraakvermogen te bedienen. Voor de buitenstaander is het moeilijk vast te stellen door welke van de twee aspecten het resultaat het meest wordt beïnvloed. Het is echter zeer moeilijk vast te stellen in welke mate mijn zus haar geheugen kan aanspreken.
In ieder geval kunnen we constateren dat mijn zus sinds het begin van dit jaar iedere keer dat ik haar bezoek meer woorden tot haar beschikking heeft en van die woorden van tijd tot tijd ook hele zinnen weet te maken. Dat geeft haar grote voldoening. Het gevolg is dat communicatie iedere keer wat gemakkelijker gaat en er steeds meer onderwerpen komen die kunnen worden aangesneden.
Vandaag kon ik haar vertellen van onze ontmoeting met iemand die in Curacao woont, waar mijn zus 50 jaar geleden vijf jaar heeft gewerkt in een zeemanshuis. Op mijn vraag of dat zeemanshuis er nog was, zei ze nee. Het kostte haar daarna een hele tijd om aan te geven dat er in dat zeemanshuis een misdrijf had plaatsgevonden en dat het zeemanshuis in 1968 was gesloten. Een opmerkelijk bewijs dat er veel herinneringen aanwezig zijn.

Geen opmerkingen: